Vandaag kon ik meefietsen, omdat we vanavond weer in Banfora slapen en er niet veel geregeld hoefde worden. Het was een erg mooie tocht, mn het rotsachtige stuk langs de waterval. Het was erg steil (het verval van de waterval) en lag vol grote rotsblokken. Ik moest mijn fiets vaak dragen. De echte mountainbikers voor mij sprongen met hun fiets van steen tot steen.

Ik had zeer frisse benen (gisteren niet gefietst) en eindigde in de kopgroep. Daar zat tot ieders verrassing niet vriend Jan in (die altijd het snelst rijdt). Jan had namelijk zijn GPS verkeerdom op zijn stuur gemonteerd en volgde bovendien het verkeerd pijltje. Hij was dus voortdurend rechtdoor gefietst. Gelukkig kwam een van onze auto’s hem onderweg tegen (op 21 km van de uitgezette route).

Buiten de stad haalde ik ezeltjes met lage karretjes met oude vrouwtjes en gras in. Hier was het lekker fietsen. Toch een van de fijnste dingen om te doen in het leven: over het Afrikaanse platteland fietsen. Je dompelt je onder in de natuur en cultuur. Mensen moedigen je aan of zeggen hallo. Eentje opperde dat ik zeker de Tour du Burkina aan het doen was: de jaarlijkse wielerwedstrijd. Dit jaar is die geannuleerd vanwege ebola (want ook deelnemers uit de getroffen landen; gelukkig speelde dat bij Dwars door Burkina niet!). De zoon van mijn fietsmaker heeft vorig jaar gewonnen. Een eerdere winnaar was onze eigen Peter Winnen.

Onderweg werd ik voortgestuwd door het ‘courage!’ en de swingende Afrikaanse muziek in de dorpen. Kinderen roepen ‘babou’ of ‘nasara’(blanke) naar me en – als ze vaker blanken zien, zoals bij de waterval – ‘cadeau’. Er waren ook lange stukken met alleen maar brousse. Waar de route een grotere weg kruist staat Camino Loco met water en voedsel. Bij een van die punten kwam een kindje proberen het wit van mijn huid te krabben. Vergeefs.

Op het einde verzamelden we bij het nijlpaardmeer, maar ik had na een tijd geen zin meer om op de anderen of op het bootje te wachten, en ging dus met de fiets terug naar Banfora (11 km, in totaal bijna 100 km gedaan). Thuis moest ik nog wat zaken regelen. Ik kwam ik rond 16 u in Banfora aan. De meeste anderen kwamen pas in het donker met de bus en vrachtwagen (voor de fietsen) terug.

Ik bleek flink verbrand op mijn bovenarmen. Het deed pijn. Ik besloot toch maar eens zonnebrand te halen (ik gebruik die nooit). Ik vond niets. Het is nergens te koop in Afrika, tot groot verdriet van de albino’s. Er is zelfs een Nederlandse stichting die zich beperkt tot het sturen van zonnebrandolie naar albino’s in Afrika. Ik vond gelukkig wel een smeerseltje om de verbranding te genezen.

Advertisements