Vandaag was een spannende dag, namelijk die van de burgerlijke ongehoorzaamheid (zie eerder blog). Na wat gewik en geweeg hadden we besloten om al vroeg naar Dédougou te vertrekken en zoveel mogelijk het centrum van Bobo te vermijden. Toen alles eindelijk ingepakt was, wilden we om 9 u wegrijden, maar toen bleek vlakbij het hotel de weg gebarricadeerd met brandende autobanden. Even later hoorden en zagen we demonstranten op de weg aankomen. We besloten af te wachten. De demonstratie zou rond de middag wel afgelopen zijn.

Na wat heen en weer gebel, was het uiteindelijk ‘radio trottoir’ (het geruchtencircuit) van de chauffeurs dat ons rond 10 u deed aanrijden. Onderweg kwamen we een groepje luidruchtige jongeren tegen, dat ons pamfletten aanbood. We reden Bobo binnen en zagen dat een groepje jongeren zojuist een standbeeld omver gehaald had. Ik kon niet zien van wie precies. Verder moesten we een paar keer omrijden vanwege een politieafzetting en groepjes demonstranten. Vrij snel kwamen we op de weg naar Dédougou en de reis verliep verder zonder een enkel oponthoud.

Net als gisteren ging ik ons aanmelden bij de plaatselijke politie. Dat is een van de richtlijnen die we van de ambassade meegekregen hebben. Het ging beide malen hetzelfde. Het politiekantoor weet niet wat ze ermee aan moeten en schrijven allerlei gegevens op. Dan bellen ze de hoofdcommissaris. Een agent begeleidt me erheen. De ontvangst is formeel. Ik moet de déclaration touristique tonen (waarvan ik nog nooit gehoord heb). “Heeft u het formulier dan vul ik het ter plekke in?”. Nee natuurlijk, daarvoor moest ik in Ouaga zijn.

“30 fietsers onderweg! Die moeten we begeleiden”. “Maar we nemen kleine paadjes”. “Waar geen motoragent kan komen?” “Jawel, maar BD heeft het niet begroot”. “4 a 5 agenten zou wel genoeg moeten zijn”. “Hoeveel kost ons dat?” “Sécurité n’a pas de prix. Als je dood bent, heb je toch niks meer aan je geld”. Ik zei dat ik het met BD moest uitonderhandelen omdat het niet begroot was, en dus echt een bedrag moest weten. Maar dat gaf hij niet. Dit onderwerp duurde erg lang. Wat we er bij wonnen als we een konvooi kregen, met wie ik dan precies moest onderhandelen en waarom ik dat niet ter plekke kon doen of beter nog: zelf besluiten. We kwamen niet uit de patstelling. Klaar dus.

Nee, of ik een gelegaliseerde kopie had van mijn paspoort? Nee, alleen het paspoort zelf en een gewone kopie in het hotel. Die laatste moest ik hem later brengen. Klaar. Nee, of ik me realiseerde dat het zondag was. Ik snapte het meteen, maar deed onnozel. Toen hij steeds duidelijker naar een compensatie viste, vroeg ik hem dat rechtstreeks. Hij schrok. “Nee hoor, geenszins”. Ik beloofde hem later op de dag te bellen, en ging mijns weegs.

Intussen weet ik dat in alle steden grote manifestaties hebben plaatsgevonden (ook hier in Dédougou) maar dat het nergens uit de hand gelopen is. Voor morgen en overmorgen zijn nieuwe demonstraties aangekondigd, maar voor ons zijn dat fietsdagen in de brousse waar we waarschijnlijk weinig demonstranten en brandende autobanden tegenkomen.

Advertisements