Het kost veel tijd deze blogs te plaatsen vw traag internet. ’s Nachts lukt het beter. Vanochtend was ik om 4.45 u uit bed en lukte het.

Vandaag was de laatste etappe, tevens projectbezoek. Om 6 u waren we op pad. We zouden als groep rijden. De route startte langs het Bammeer. Toen ik de routes uitzette, stond dit deel nog onder water. Nu waren er enkele diepe plassen en moesten we riviertjes door. Lage versnelling en flink aanzetten, de echte mountainbiker weet dat. Die ervaring heb ik niet en ik zat al snel onder de modder. Ook in het mulle zand schakelde ik niet snel genoeg terug.

De rit gaat door een vlak, droog, gebleekt landschap met her en der een acaciaboom. We worden begeleid door 2 politieagenten met geweer en kogelvrij vest. We bevinden ons hier niet ver van de grens met Mali (bijna in rood gebied volgens de ambassade) en we willen de deelnemers geruststellen.

Na een 2 uur komen we in het eerste dorp, Zomkalga. Er wordt door een 20-tal vrouwen gedanst en geklapt. Anderen zitten startklaar op houten krukjes. Zo’n 50 m verder zitten en liggen een tiental mannen onder een afdak van gierststengels. Kippen scharrelen rond en pikken in de grond. ‘Poelepetaten’ (poule pintade = parelhoen) rennen gestrest doelloos rond. We krijgen uitleg over hoe de vrouwengroep schapen vetmest als inkomensgenererende activiteit. De partnerorganisatie van Broederlijk Delen, ADIF, steunt hen met kredieten.

Bij het tweede dorp, Kieka, rijden de meesten door. Ik had een lekke band en was dus laat genoeg om de wachtende vrouwen te treffen. De rest wordt via de walkie talkie teruggeroepen. We krijgen een drankje aangeboden: wit en melig, gefermenteerd gierstsap (zoumkou). Aceita begint de ondervraging over hun activiteit: geitjes fokken. Ze heeft haar baby beurtelings op schoot en aan de borst. De vrouwengroep antwoordt kort en bondig, dit tegen mijn verwachting in. Enkele vrouwen geven ter plekke borstvoeding. Alles gaat in het Moré. Je ziet dat iedereen elkaar goed kent, er heerst vertrouwen en er wordt ook flink gelachen.

Tussen de hutten lopen schapen en geiten. Iets verderop balkt een ezel. Nog weer verder, in het droge struikgewas, lopen koeien. Kinderen en vrouwen lopen af en aan met jerrycans naar de enige waterput van het dorp. De mannen onder het strooien afdak zijn nog niet overeind gekomen. Groepjes grotere kinderen in vale kleren spelen met elkaar in het zand. Voor ons westerlingen ziet het er allemaal traag en doodsaai uit.

Daarna gaat het moeizamer. Het is heet, iemand meet 42 graden. We komen nu in een echt Sahellandschap. Kaal, geel, met enkele struiken. Omdat we redelijk bij elkaar bleven, zag je een mooi groen lint door het dorre land scheuren. Groen omdat we Broederlijk Delen shirtjes aan hadden.

Kombteguia is het laatste dorp. Een deelnemer was per ongeluk al naar de aankomstplaats doorgereden. In dit dorp zien we de smeden landbouwwerktuigen maken. Sommigen van ons proberen het zelf, vergeefs. De dorpelingen kijken vol bewondering naar onze fietsen, mn de tandem. Bart maakt een proefritje met iemand achterop. Ik had niet gedacht dat de tandem zo gemakkelijk het geaccidenteerde terrein aan zou kunnen. Door zijn lengte zou die vaker moeten kantelen, maar dat is niet gebeurd, ook door goede stuurmanskunst.

Rond 13.30 kwamen bij ADIF aan. De dorpsbewoners stonden klappend en zingend langs de weg. Voor het eerst merk ik dat we even vaak gefotografeerd en gefilmd worden door hen als omgekeerd. De digitale revolutie heeft Afrika bereikt. De aankomst was emotioneel. Deelnemers feliciteerden elkaar of vielen in elkaars armen. Ik hield het ook niet droog.

Na een ijskoud bier volgde dans, getrommel, toespraken van notabelen; alles geanimeerd en vertaald door Monique. Het eten bestond uit een variëteit van allerlei lokale lekkernijen. Buiten dreunde de beat van de geluidsinstallatie door. Daarna werd er flink gedanst door blank en zwart, tot en met een polonaise.

En toen was het voorbij. Bijna 500 km over kleine paadjes gefietst. Uitstekende groepssfeer. De groepsdiscipline (“vandaag blijven we bij elkaar. We gaan echt over 5 minuten weg”) kon beter. Morgen gaan de deelnemers naar huis, als de luchthaven tenminste open is.

Advertisements