Met Jan samen maak ik uitstapjes. Eergisteren naar het Nationale Museum. Op het gigantische terrein was niemand te bekennen. We konden dus ook geen entree betalen. Er stonden zo’n 6 gebouwen verspreid. Eentje was in aanbouw (of vernield, dat was moeilijk te beoordelen). Het katoengebouw (in de vorm van een kalebas) was open. Het gebouw van de maskers ook, en het gebouw van de beeldjes werd speciaal voor ons geopend. Het tentoongestelde was best aardig. Toen we vroegen hoe oud een beeldje was, wisten ze het niet: “We hebben het van iemand gekregen”.

Gisteren fietsten we langs de rails naar Bazoule. Eerst door de stad naar het RAN-station (Rail Abidjan-Niamey, maar die laatste stad is nooit bereikt; wel onder Sankara de mangaanmijnen in het noorden). Wat een drukte op straat! Iedereen spreekt je aan als je bij een stoplicht wacht. Kinderen roepen ‘anisara’ (witte). Brommers snijden je de pas af. Bij de stoplichten sta je in een walm van hun uitlaatgassen. Ik snap nu ook waarom anderen met mondkapjes fietsen.

Daarna mbv de GPS over kleine weggetjes en af en toe over een smal spoorbruggetje. Rond 10 u kwamen we aan bij het meer van de heilige krokodillen. Ook hier niemand te bekennen. Volgens de mythe zijn de krokodillen eeuwen geleden hier uit de lucht gevallen en sindsdien is de droogte in het dorp verleden tijd. Als beloning worden ze door de dorpelingen gevoed. Daarvoor hebben we ons deel bijgedragen in de vorm van een kippetje. Vanwege haar grootte moesten we tweemaal de prijs van een ‘gewoon’ kippetje betalen.

We liepen naar de oever. “Kijk uit”. Het bleek niet voor krokodil op 2 m voor me aan de waterkant bedoeld, maar voor de boomstam nog geen ½ m naast me die begon te bewegen. Er kwam nog een tiental andere krokodillen uit het water gekropen. Ze werden gepest door het kippetje aan een stok voor hun bek te bewegen en op het laatste moment weg te trekken. Hoewel: wie werd er meer gepest: de krokodil of het kippetje? Het lijkt me een vreselijke martelmethode voor haar. De krokodillen lieten zich echter niet langer foppen, of misschien hadden ze geen trek of waren ze vegetarisch. In ieder geval werd er niet gegeten.

Omdat ik me grieperig (katerig?) voel, is Jan vandaag in zijn eentje een rondje van 100 km gaan rijden, oa langs de in de natuurlijke rotsen uitgehouwen beelden in Laongo, het operadorp, en de vergane glorie van het Loumbila pretpark.

Ikzelf ben vanochtend de hotels en het vervoersbedrijf gaan afzeggen. Niemand begrijpt het: “Het is nu toch rustig?! Er komt toch een overgangsregering?!” Ik voel de frustratie met hen mee. Intussen is ook mijn tripje naar Togo om een toeristische fietsroute uit te zetten, uitgesteld. Mijn geplande activiteiten voor december zijn nu dus allemaal vervallen. Zuur.

Ondertussen zit kolonel Ziga met de oppositie, met NGO’s, en met enkele West-Afrikaanse collega-presidenten aan tafel om het burgerbewind voor te bereiden. Dat moet binnen 14 dagen, want anders wordt Burkina uit de Afrikaanse Unie gegooid. In ieder geval is wel duidelijk dat de transitieperiode 1 jaar duurt en er dus over een jaar verkiezingen gehouden worden. Er circuleren namen voor de interim-president, maar er is nog geen besluit gevallen.

Advertisements