Een weekje van griep en uitrusten van de fietsinspanningen. Een weekje ook van onduidelijkheid over mijn verdere verblijf hier in Burkina. En een weekje waarin het overlijdensbericht kwam van Paulus, een oude vriend, die in Mozambique woont. Hij stierf aan een infectie, opgelopen in een Mozambikaans ziekenhuis. Het was een bijzonder iemand die na zijn studies wiskunde en antropologie de postkoloniale opbouw in Afrika ging steunen, Mozambikaan werd, en zich tot professor etnomathematica, rector van een universiteit, adviseur van de minister van onderwijs, en publicist ontwikkelde. Ik bezocht hem nog tweemaal in Mozambique en ben blij hem gekend te hebben.

De internationale conferentie is uitgesteld tot eind januari – begin februari. Aan de opzet is weinig veranderd. Heel waarschijnlijk blijf ik nu een maand langer voor de organisatie. Voor de tussenperiode heb ik andere taken gekregen, oa het begeleiden van de base line studies van de organisaties om hun huidige situatie wb het nieuwe Broederlijk Delen programma scherp in kaart te brengen. Dit om van jaar tot jaar de resultaten goed op te kunnen volgen.

Intussen is dochter Pauline van Monique gearriveerd. Gisteravond ging ik met haar naar de P’tit Bazar voor een optreden van een overblijfsel van de legendarische Volta Jazz. In het café werden we misprijzend aangestaard, zoals ook Monique en ik altijd naar oude lelijke Franse mannen met hun jonge opgemaakte flirt kijken. Buiten werd Pauline meteen aangesproken. “Waar kom je vandaan?” “Kameroen”. “Oh, dan zijn we buren, ik kom uit Mali!”

In de politiek is men akkoord over een overgangsraad met vertegenwoordigers van de militairen, oppositie, ex-regeringspartij, en maatschappelijke en religieuze organisaties. De overgangspresident moet een burger zijn, zonder partijpolitieke banden. De namen zijn nog niet bekend, maar het stemt alleszins positief.

Advertisements