De Goedheiligman kwam gisteren in Ouaga aan, achter op een Apsonic, een gemotoriseerde riksja die hier veel rondrijdt. Ik had geweigerd op de bodem te zitten (‘ik ben oud en heilig!’) dus was er een mooie zetel geprepareerd. De 4 Pieten hadden hun eigen Apsonic. Onderweg zwaaide ik minzaam naar de Burkinabé, en ze knikten eerbiedig terug.

Bij het huis van de Belgische consul stonden 55 kinderen en hun ouders al zingend buiten. Wit, zwart, en vooral veel er tussenin. Ik schudde wat kinderhanden en liet wat vrouwen mijn ring kussen. Ik mankte naar het podium. De kinderen hadden namelijk vlak voor mijn binnenkomst een video gezien waarin Sint aan een parachute in Ouaga landde. Daarbij was de staf kwijtgeraakt wat mn Piet Paniek erg onrustig maakte. Piet Precies wist echter met de juiste vragen aan mij (“trok u met beide handen aan de touwtjes van de parachute?”) te achterhalen wat er precies gebeurd was. Gelukkig vonden de kinderen al gauw de staf op het dak van het huis van de consul.

Ik las de pedagogische teksten in het Frans en Nederlands voor uit het Grote Boek. Als het wat lang of tezeer vervangend werd voor (het gebrek aan) de ouderlijke opvoeding, improviseerde ik wat. De kleine kindjes waren bang en moesten gerustgesteld worden, de peuters waren moediger en een enkeling liet zich tot een liedje of dansje verleiden. De wat oudere kinderen geloofden niet meer, en deden stoer. Die wees ik dan terecht, of Luisterpiet die de zak uitpakte, dreigde dan om hen geen kadootje te geven. Piet Pardon (die niet geschminkt hoefde te worden) liep onhandig rond en beperkte zich tot het maken van verontschuldigingen.

Het duurde al met al vrij lang, en na het laatste kind wilden ook nog wat moeders bij Sint op schoot en de foto. Maar op het einde was iedereen tevreden, vooral ikzelf omdat ik de hete kleding en beharing kon afdoen en eindelijk een pilsje kon pakken. Enkele grotere kinderen kwamen me vertellen dat ze mij herkenden. Ik ontkende niets.

Advertisements