Als je langs de hutten rijdt, zie je slechts droogte en armoe. Als je bij de mensen in de interviews doorvraagt en binnen de muren rondkijkt, zie je ook rijkdom. Niet onze luxe uiteraard, maar genoeg om te overleven. Ik heb grote bewondering voor wat de dorpsbewoners, en zeker de vrouwen, in het Broederlijk Delen programma presteren. In een klimaat dat je – op zijn zachtst gezegd – onvriendelijk kunt noemen.

In Koumbri zitten zowel iemand met een laptop die op een zonnepaneel werkt klaar, als enkele ouderen die het formulier niet in kunnen vullen omdat ze analfabeet zijn. De formulieren bleken toch nog steeds niet – na vele discussies in het monitoringscomité – eenduidig. Welke vrouwen van het hoofd van de huishouding tellen mee? Die weggelopen zijn ook? Wie valt onder jongeren? Ook de oudste zoon van het hoofd die 38 is en zelf al 5 kinderen heeft? Telt de Koranschool mee bij onderwijs? Een schaap dat op een geboortefeest geslacht is, telt dat bij de veestapel mee als verkocht? En de koe die tijdelijk aan de buren ‘uitgeleend is’. Hoe reken je 3 ezelskarretjes om naar kilo’s gierst? En 17 manden uien? Het punt is natuurlijk dat we een complexe gezinssituatie in een socio-economisch keurslijf willen persen, en dat wringt.

In Ninigui worden we ’s ochtends rondgeleid. De meesten hebben dikke jassen aan (25º). We bezoeken een zelf gegraven kelder die nòg kouder is. Hierin worden aardappels en uien opgeslagen. Daarna slenteren we door een beschermd bos waar jonge boompjes, oa met geneeskrachtige blaadjes of schors, kunnen groeien.

Het was gisteren nationale feestdag. Monique zou eigenlijk in Dédougou moeten zingen, maar na de ‘gebeurtenissen’ wordt dit feest dit jaar slechts kleinschalig gevierd. De overgangsregering heeft enige dagen gelden voorgesteld om 13 december de Dag van de Martelaren van de Volksopstand te maken. Toevallig of opzettelijk, want deze dag is ook de sterfdag van Norbert Zongo, de vermoorde kritische journalist. En die zou dan niet herdacht kunnen worden. Intussen is de regering bijgedraaid.

In de auto wordt fel gediscussieerd, over politiek maar ook over religie. We rijden langs een groot affiche van het Love-festival in het stadion van Ouaga. Er staat een keurig geklede en geknipte blanke jongeman op. A is christen en S is moslim. A valt de fundamentalisten van Al Qaida en IS aan. S zegt dat hij het islamextremisme ook afkeurt, en valt op zijn beurt de Amerikaanse evangelisten aan (van dat Love-festival). Die trekken hier stadions met tienduizenden bezoekers en winnen veel zieltjes door rijkdom en macht te beloven. Je moet daar dan wel eerst flink voor betalen.

Gisteravond zijn we naar een optreden van Patrick Kabré geweest. Zeer afwisselende en creatieve muziek maakt deze troubadour. Hij speelde oa met drumstokken op zijn gitaar.

Advertisements