‘Denk niet wit’ (F. Boeijen, Nijmegen, 1984) is niet gemakkelijk voor de Burkinabé hier in Gourcy. Ik zit langs de weg en zie blanke etalagepoppen met H&M kleding. In de apotheek verkopen ze vleeskleurige pleisters, en bleekmakers voor de huid (die hele lelijke witte vlekken in het gezicht opleveren). Iets verderop staan kerststalletjes en flikkeren gekleurde lampjes om een plaatje van een hert dat voortgedreven wordt door een oude bebaarde blanke man (die op mij lijkt). In het café staat Radio France International aan en op de tv speelt een Franse soap.

Frankrijk speelt nog steeds een dominante rol in West-Afrika. In Mali is vorige week een gegijzelde geruild tegen 4 jihadisten en een onbekende som geld (zie ook mijn blog ‘Zijn wij meer waard dan Afrikanen?’). Ook hebben ze een bepalende rol gehad in het wegsturen en opvangen van Blaise Compaore. Ze hebben, lees ik, de overgang naar de nieuwe politieke elite geregisseerd om zo de militante jongeren (met Sankara en Guevara als hun helden) van de macht af te houden. Dat zou namelijk de Franse belangen kunnen schaden.

‘Denk niet zwart’ (F. Boeijen, Nijmegen, 1984). Terug in Ouagadougou, gaan we naar een concert van Mouma Bob. Het is een lange Toeareg die slepende desert blues speelt. Het publiek is enthousiast en plakt briefjes van 10000 cfa op zijn voorhoofd. Omdat het relatief koud is, blijven ze niet aan het zweet plakken. Ooit, lang geleden, verkocht ik mijn auto. Een Toeareg was geïnteresseerd. “Kom op, doe wat van die prijs af, we zijn toch blanken onder elkaar” zei de zwarte man. Bij het concert speelden 2 Peul mee. Die werden door de ‘blanke’ (even zwart als de Peul) Toeareg steeds naar achteren geduwd.

Na het concert arriveerden de zoon van Monique en zijn vriend op het vliegveld. Met een flinke vertraging en zonder bagage. We gaan morgen op pad, dus dat worden mijn kleren voor de boomlange jongens. Ze vallen minder op dan wij want beiden zijn halfbloed. (Dit roept geweldige zwartwitgedachten op. Met welke vloeistof is de andere helft van de bloedvaten gevuld?) In West-Afrika worden ze overigens café au lait genoemd.

Echt witte Afrikanen bestaan ook. Ze missen huid- en oogpigment en zijn dus albino’s. Ze moeten zich voortdurend tegen de zon beschermen (zie ook het blog ‘Fietsen’). Door de omgeving worden ze of gediscrimineerd, of in speciale gevallen vereerd als griot, volkszanger of -verteller. Op feesten houden ze lange lofzangen op het feestvarken of belangrijke bezoekers. Het is me al een paar keer overkomen als ik de enige blanke bezoeker ben. Een enkeling, zoals Salif Keita, schopt het tot wereldberoemd artiest.

Advertisements