De Volkskrant signaleerde onlangs dat Unilever het zo goed doet: de topman schaamt zich voor zijn salaris van 8 miljoen per jaar, en op het gebied van duurzaamheid scoort het bedrijf hoog. Ik signaleer andere zaken bij Unilever.

Het bedrijf haalde in 2014 een nettowinst van ruim 5 miljard (5.000.000.000) €. Maar in het dagboek van Renzo Martens in het NRC is te lezen dat hun plantagewerkers in Congo 19 US$ per maand betaald krijgen, voor een zesdaagse werkweek met dagen van 5 u ‘s ochtends tot laat in de middag. Deze plantage is inmiddels verkocht maar de gewonnen olie gaat nog steeds naar Unilever.

Het bedrijf neemt nu inderdaad minder palmolie af van leveranciers met plantages in Azië (Indonesië, Maleisië) maar steeds meer producenten wijken uit naar Afrika (Congo, Liberia, Sierra Leone) waar ongerept regenwoud kaalgeslagen wordt om palmolieplantages aan te leggen.

De palmolie wordt vooral in smeuïge producten verwerkt: margarine, ijs, zeep en shampoo. Steeds meer van deze producten zijn voor wellness (welbehagen). Dit is een teken van de heersende ik-cultuur. Wellness voor het individu (‘ik voel me goed’) is tegenwoordig belangrijker dan well being (welzijn) en welfare (welvaart) voor anderen. (Ironisch genoeg spuiten de mensen die graag onbespoten groente eten, net zo graag parfums en deo op hun lichaam.)

Met slimme marketingtechnieken verkoopt Unilever ook overbodige producten (als deodorant en cosmetica) aan Afrikanen, die daardoor zelf minder eigen producten (als natuurlijke zeep) maken en bovendien minder geld overhouden voor het kopen van nuttige producten als voedsel en medicijnen.

Dáár zou ik me allemaal voor schamen.

Advertisements