Het doel van de reizen die ik organiseer, is om reizigers in contact te brengen met lokale mensen, met hun cultuur. Mijn (ijdele?) hoop is dat dit als tegengif fungeert tegen de navelstaarderij en miezerigheid van het huidige Nederland. Het moet een bescheiden bijdrage zijn aan een meer solidaire en minder haatdragende wereld.

Maar hoe spontaan en gelijkwaardig zijn zulke interculturele ontmoetingen eigenlijk? Bestaan ze niet alleen in onze westerse ogen: de ander als ‘exotisch, ongerept, oorspronkelijk’, etc? Zo gauw die meerwaarde duidelijk wordt voor die ander, worden deze elementen bewust uitvergroot. Dan gaan ze bijvoorbeeld voor zoveel mogelijk toeschouwers in traditionele kleding dansen (waarna ze het geld innen en hun spijkerbroek weer aantrekken). Hoe voorkomen we ‘aapjes kijken’, ramptoerisme, of het tonen van zielige en afhankelijke bewoners? We willen immers het tegenovergestelde bereiken: de afwisseling en kracht van Afrika laten zien. Dat kan volgens mij alleen door steeds opnieuw hun verhaal te vertellen, hun context te verklaren. Zie ook eerdere blogs over de Ik en de Batwa in Oeganda.

Maar is het niet belastend om je aan de lokale bevolking op te dringen? Een regiomanager raadde mij ooit af om reizigers mee naar projecten te nemen: “Denk eraan dat een bezoek van witten niet alleen verwachtingen wekt, maar dat (in dit geval de ervaring van een veldbezoek met de UN vertegenwoordigster) ook het gevoel achterblijft dat je iets ‘neemt’ van de doelgroep (i.c. een verkrachte vrouw in DRC) zonder er iets voor terug te geven of doen. De bezoeker vertrekt met het gevoel van machteloosheid, en de bezochte blijft achter met eveneens een gevoel van machteloosheid (terwijl in haar perceptie de witte veel macht heeft)”. Mijn ervaring tot nu toe is echter omgekeerd: we worden met open armen ontvangen en men laat trots ‘zijn’ project zien.

Na zo’n lokale ontmoeting willen sommige van mijn reizigers een individu blijven steunen (vaak schoolgeld). Ik wijs dan op 2 zaken: 1) duurzaamheid: hoe gaat het verder als de steun ophoudt; hoe garandeer je inkomsten (bv een fiets ipv geld geven), en 2) jaloezie: hoe voorkom je dat anderen jaloers worden en de ontvanger gaan boycotten/pesten?

Zo, nu ben ik op weg naar Burkina Faso waar ik vele lokale ontmoetingen zal hebben en waarover ik kond zal doen in mijn blogs.

Advertisements