De laatste dag Burkina. Ik moest een hoop zaakjes regelen en zelfs werken (oud en nieuw werk). In de middag had ik met Arie Houweling, de PUM-coordinator uit Den Haag, afgesproken. Vanaf 1 maart word ik in Congo landenvertegenwoordiger voor PUM (Programma Uitgezonden Managers). We hadden een leuk gesprek. Hij vertelde ook persoonlijke zaken, oa hoe hij aan een aanslag in Israel ontsnapte en hoe hij jaarlijks met zijn 12 kleinkinderen op pad ging.

Adieu nu aan de bedelaars: de goed geklede moeders van tweelingen, het gezonnebrilde albinomeisje, de man met maar één been, de fou zonder veel kleren. Ze zullen me niet missen, want ik gaf nooit wat. Adieu aan het stof, het lawaai, het gebrek aan tijdsbesef. Ik zal het niet missen. Adieu aan de vreselijk sympathieke Burkinabe. Ik zal ze missen. Enter Congo.

We rijden naar het vliegveld. Ik wijs mijn reisgenoten Jan en Ineke het restaurant Cappuccino aan omdat Arie het daar vanmiddag over had. Op het vliegveld zwaar bewapende militairen. Bij de eerste van verschillende controles voel ik mijn zakmes in mijn broekzak. Shit, vergeten, niet eruit halen maar. Bij het detectiepoortje gaat het alarm af maar niemand reageert gelukkig.

In de wachtruimte kijk ik tv. ‘Bomaanslag in Ouagadougou’. ?! In Cappuccino en hotel Splendid er tegenover, vlak bij het vliegveld. Met een aanslag vertrokken (Parijs, zie het blog Aanslagen) en met een aanslag weer terug, dacht ik.

Vlak voor het boarden komt de mededeling dat het leger een aanval ingezet heeft op de terroristen, dat het vliegveld afgesloten is en geen enkele vlucht doorgaat. Geen nieuws over wanneer die wel doorgaat. Tot tweemaal toe valt de elektriciteit uit maar er is geen paniek. Iedereen blijft rustig en de meesten gaan op de bankjes slapen.

Ik probeer op de grond te slapen. Vroeg in de ochtend komen ze met koffie. We moeten eerst onze instapkaart laten zien. Ik zeg “denken jullie echt dat ik een hele nacht op de grond geslapen heb, alleen om een gratis kop koffie te kunnen krijgen? !” Er is niks bij de koffie dus Jan vist een oud stuk brood uit een afvalbak op.

Iemand van Air France komt vertellen dat tot 17 u zeker geen vliegtuigen landen omdat de aanval op het gegijzelde hotel nog steeds bezig is. “Je kunt je bagage uitzoeken en naar huis”. Er breekt een opstand uit. “Jullie sturen ons de straat op in een belegerde stad?! En wat moeten we met onze bagage? Geef ons liever koffie en eten, we hebben geen geld bij ons. Geef ons vervoer en internet want onze apparaten zijn leeg”. Op tv zien we dat met de hulp van Fransen en Amerikanen hotel Splendid ontzet is, maar dat een ander hotel bezet lijkt te zijn. Het vliegveld is weer open en we besluiten om ons bij een vriendin te gaan opfrissen.

Bij onze tweede maal vliegveld zijn de controles extreem nauwkeurig. Mijn zakmes had ik inmiddels in een ruimtekoffer gedaan en dat voelde wel lekker. Onze vlucht naar Amsterdam is pas morgenochtend en we zijn benieuwd of we in Parijs een slaapplaats krijgen. Twee keer op de grond is wat veel voor 60+ers. Echter, er is weer vertraging. Bij het boarden wordt alles voor de derde keer gecontroleerd. Als het kalf verdronken is … Gisteren had ik nota bene een zakmes op zak, op de dag van de aanslagen. Het luchthavenpersoneel is erg zenuwachtig. Air France is natuurlijk ook een potentieel doelwit: uit Frankrijk dat de terroristen in Mali bestrijdt, en vol blanken.

We komen rond middernacht in Parijs aan. We moeten weer in een lange rij, gelukkig ditmaal voor een hotel. Rond enen arriveren we in zo’n monotoon hotelkolos. Om 4.30 moeten we weer opstaan, dus ik besluit niet te gaan slapen. Op het vliegveld daarna nauwelijks controles.

Op Schiphol krijgen we een sms dat de bagage in Parijs achtergebleven is. Goed voor ons (geen gesjouw met lompe koffers vol spullen van mijn vriendin Monique) maar slecht voor Monique (bagage ompakken en klaarmaken voor Congo). Onderweg komt een nóg slechter bericht: Arie Houweling is een van de 27 slachtoffers van de terroristenaanval. Ik ben een van de laatsten met wie hij gesproken heeft. Ik ben van slag.

Het is tragisch dat iemand die zich zozeer inzette voor Burkina, er ook het slachtoffer werd. Het is verwarrend voor mij, die toch altijd de angst voor aanslagen bagatelliseerde, en voor wie het nu zo dichtbij kwam. Maar het is vooral een klap voor Burkina Faso, het land van de fiere mensen, dat ze met het terrorisme geconfronteerd worden. De fragiele democratie (zie de blogs Verkiezingen en Verkiezingsuitslag), het prille toerisme, de startende steun aan lokale bedrijfjes: het zal allemaal inzakken.

Advertisements