We bezoeken in Burkina een ambachtelijke goudmijn. Zeer indrukwekkend. Overal op de heuvel waren gaten gemaakt, sommige tot 130 m diep. Dat ligt onder het grondwater, dus dat moet voortdurend eruit gepompt worden. Sommige wanden zijn met houten balkjes beschermd, andere niet. Onder de grond lopen de gangen horizontaal door.  

De gravers zijn jong en smal en kruipen als spinnen omhoog en omlaag: zich in de nauwe tunnels met handen en voeten vastklemmend. Ze worden ‘zandmannetjes’ genoemd en vormen associaties van zo’n 6 man. Ze zijn meestal dronken (lokale sterke drank) of stoned (hasj) als ze afdalen. Anders houden ze het niet vol. Bij de hele diepe kuilen wappert iemand frisse lucht via een lange brede plastic buis naar beneden. 

Beneden worden de rotsen weggekapt maar soms ook met dynamiet versplinterd. Ongelukkigerwijs wordt ook af en toe een goudzoeker mee versplinterd. De rotsblokken worden in zakken omhoog getakeld of gesjouwd. Een ‘tester’ verkruimelt de stenen. Als hij iets van goud denkt te zien, dan wordt die gang verder uitgehouwen. De stenen gaan naar door diesel aangedreven molens, die ze verpulveren. In de eerste molen van grote naar kleine brokjes, in de tweede van brokjes tot korrels, en in de derde tot gruis. De gouddelvers blijven erbij staan want anders worden de meest glimmende korrels meegejat.  

Het gruis gaat naar de vrouwen die met een zeef in water de goudhoudende korreltjes er uit selecteren. Op een andere plaats wordt het goud met kwik of cyanide geëxtraheerd, een giftig werkje dat alleen door vrouwen gedaan wordt. Het goud gaat naar opkopers. Soms verdient een associatie maanden niks en dan ineens duizenden euro’s op één dag. Rond de opkoopplaatsen zie je veel barretjes, al dan niet met door gordijntjes afgescheiden ruimtes voor seksueel vermaak. Er is vaak ruzie en geen politie. Wel hebben de opkopers knokploegen paraat staan. 

In het kampement, dat me sterk aan een vluchtelingenkamp doet denken, wonen zo’n 3000 mensen. Het zijn rusteloze nomaden met goudkoorts. Ze komen uit alle naburige landen en reizen de geruchten over goudvelden achterna. Sommigen worden schatrijk, anderen verbrassen alles, en weer anderen sterven bij een ongeluk of uit de hand gelopen ruzie. Er heerst geen overheidsgezag en er zijn geen regels. Het geheel is een anarchistische hyperkapitalistische minimaatschappij.

Advertisements