We zijn in de uitgangswijk van Bobo Dioulasso in Burkina Faso. Bobo wordt het meest swingende stadje van West-Afrika genoemd. En dat is op deze vrijdagavond goed te zien. Aan alle kanten staan bromfietsen en overal knallen de beats uit de boxen. Lang geleden al leerde ik hier het Afrikaanse nachtleven kennen en leerde ik er djembé spelen.

Een van de bekendste Bobolese bands in de jaren 70 was Orchestre Volta Jazz. In de loop der laren splitste de groep zich meermalen en kwamen er belangrijke solo-artiesten uit voort (zoals bv Cheick Lô). Moctar, de eigenaar van hotel Villa Rose, wist dat vanavond – op loopafstand – een band zou spelen waarin enkele oudjes van Volta Jazz zaten. Mijn broer en Afrikaanse muziekkenner Jacques reageerde uitgelaten.

De band speelde al (er is nog steeds nachtklok en rond middernacht moet het afgelopen zijn). Vijf oudjes (60+) speelden (sax, sologitaar, ritmegitaar) en zongen mooi harmonieus samen. Daarnaast was er bas, conga’s, drum, Braziliaans slagwerk en trompet te beluisteren. De trompettist had een muts op waar Enkhuizer Almanak op stond. Men wisselde af en toe – zoals gebruikelijk – van instrument. De entree was laag (0,75 €) maar toch was er niet veel publiek. Wel werd het hele optreden door een Fransman gefilmd en werd er volop gedanst, ook door ons. Alleen Jan danste niet mee. Hij had zijn nieuwe heup verdraaid met het fietsen van de auto afhalen, en liep vandaag met een stok (anders zou hij evenmin gedanst hebben, maar nu had hij een goede smoes).

De dag erna had Moctar wat spelers van de oude Volta Jazz bij hem uitgenodigd. Met zanger Mustapha (72) gingen we naar het huis van Koné (74) die nog een flinke verzameling elpees en singletjes van de band zou hebben. Jacques zenuwachtig natuurlijk. Koné zat al klaar, in vol ornaat in een zetel. Hij liet de platen halen. Ze zaten in een paan gewikkeld. Hij haalde ze eruit alsof het Chinese Mingvazen waren. Het vinyl onder het stof en de hoezen door termieten aangevreten, maar dat deerde niet. Het waren er maar enkele en niet eens allemaal uit Burkina. Het Afrikaans onderhandelen begon met veel complimenten en verhalen over vroeger. Leuk. Ik bracht nog een grap over ontwikkelingswerk in (zie kader). Hierna werd het afdingen en ging Jacques dolgelukkig met 4 museumstukken (1 lp en 3 singles uit Burkina) naar huis (één singeltje echter zou de vliegreis niet overleven).

Die avond togen we naar Bois d’Ebène (Ebbenhout) waar de Messagers optraden. Een gladde mix van salsa, soukous, Burkinese muziek en vreselijke lijzige Franse chansons bracht ons af en toe op de dansvloer … chauffeur Djibril incluis. Rond middernacht eindigde het want er is nog steeds avondklok.

Een nieuwe directeur van een Belgische NGO ontvangt op zijn kantoor de dorpelingen die door hen ondersteund worden. Er wordt gepalaverd. Op het einde zeggen de dorpelingen “On demande la route” (we vragen de weg, hetgeen hier betekent dat ze verzoeken om weg te mogen gaan). “Wat?! We hebben jullie een school, een kliniekje èn een brug gegeven en nu durf je ook nog om een weg te vragen?!”

Advertisements