Afrika wordt vaak samengevat als een land. Vroeger werd met Afrika alleen het land Zuid-Afrika bedoeld. Terwijl Afrika net zo groot en divers is als de andere continenten. Met Congo wordt meestal de Belgische ex-kolonie Democratische Republiek Congo ofwel Congo- Kinshasa ofwel het vroegere Zaïre (niet te verwarren met de Franse ex-kolonie Republiek Congo ofwel Congo-Brazzaville) bedoeld.

Congo is officieel een land. Hoewel. Het is gigantisch groot, groter dan Spanje, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Noorwegen bij elkaar. Voor een derde is het overdekt met dicht regenwoud. De infrastructuur is minimaal zodat vrijwel alle verbindingen binnen het land per vliegtuig (duur) of boot (traag) gemaakt moeten worden. Het land meet in alle richtingen zo’n 2500 km en daarbinnen ligt slechts 1200 km berijdbare weg. Binnenlandse handel is er dus nauwelijks. Consumptieartikelen worden geïmporteerd en dat kan alleen de elite in de grote steden zich permitteren. Grondstoffen worden al dan niet legaal geëxporteerd en daar profiteert alleen de elite, ook de buitenlandse, van.

In het oosten is de overheid afwezig. Lokale en buitenlandse rebellengroepen concurreren met elkaar om de macht. Niet toevallig gebeurt dit in het gebied waar de grootste hoeveelheid coltan en kobalt (onmisbaar voor mobieltjes) ter wereld in de grond zit. Deze burgeroorlog is eigenlijk een Afrikaanse oorlog omdat er zo’n 9 andere landen bij betrokken waren. Het duurt al decennia en heeft miljoenen levens gekost, vooral door honger en ziekte.

Ook waar de overheid wel aanwezig is, mn Kinshasa en de grote steden, daar is zij niet dienstverlenend maar uitzuigend en repressief. Ambtenarensalarissen zijn virtueel en dus wordt op alle niveaus gezorgd dat iedereen met wat macht die ook te gelde maakt. Dat gebeurt niet altijd even legaal. Hoe dichter je bij een militair kamp of politiebureau komt, hoe onveiliger het wordt. De soldaten en agenten gaan ’s avonds namelijk ‘shoppen’ en wel zonder hun portemonnee mee te nemen. Vriend Guido was al eens in een taxi overvallen, overdag, door 4 gewapende oudjes van de presidentiële garde.

Mezelf overkwam het al op mijn tweede dag Kinshasa. Het verkeer stond vast op de grote boulevard, de 30 Juin. Ineens sprongen 2 politieagenten voor de auto die onze bagage ging ophalen. Een ging langs de chauffeur zitten, de ander stuurde mij de auto uit en ging aan de andere kant zitten. Daar stond ik, midden op de achtbaans weg. Gelukkig stopten de auto’s en bereikte ik de kant. Het vrachtwagentje reed verder en ik zag dat het aan de kant stopte. Na ongeveer 10 minuten liep de chauffeur me tegemoet en wenkte. De politie zat nog in de auto. Ik liep erheen. “Alle papieren waren in orde” zeiden ze tevreden. Dat leek mij sterk want het zal hen echt wel om een aanvulling op hun onbestaande salaris te doen geweest zijn. Ik had gelijk, de chauffeur had 6 US$ moeten dokken omdat hij de veiligheidsgordel niet om had.

Ik sprak wat later met de directrice van het Nationaal Bureau van Toerisme. Dat bepaalt het kader van de toeristische activiteiten in Congo. Omdat ze erover denkt om zelf een reisagentschap op te zetten, stelde ze voor de volgende ontmoeting ergens anders te houden. “We kunnen een kantoor huren”. “Ik heb een heel groot huis. Wees daar welkom”. Ze wil haar baan behouden (klein onregelmatig salaris) en daarnaast ondernemer worden (kans op extra geld). “Mag dat dan van de minister?” “Alle ambtenaren doen dat hier, en de minister ook!”

Er is geen scheiding tussen de wetgevende, -uitvoerende en –controlerende macht. Er is geen onderscheid tussen overheid en privé. Er is geen nationaal gevoel. De provincies zijn de koninkrijkjes van de gouverneurs. Bij binnenkomst moet je je voor veel geld laten registreren. De rijke bodemschatten in de Kasai en Kivu provincies worden uitverkocht. Iedereen doet maar wat, de grote massa om te overleven, de elite om zich te verrijken. Maar het werkt … vooral voor de elite.

Advertisements