Zoals ik al schreef (in Kin) zijn de wegen in Kinshasa extreem druk. Gelukkig heeft mijn mountainbike een smal stuur zodat ik steeds net langs de auto’s kan glippen. Nog steeds wordt bij politieagenten en verkeerslichten doorgereden. Ikzelf let ook niet op de lichten en rijd meestal met de grote stroom mee. Op de grote kruispunten staan robots het verkeer te regelen. Hiervoor wordt wel degelijk gestopt. “In tegenstelling tot de agenten vallen de robots ons niet lastig, en daarom respecteren we hun aanwijzingen”.

Auto’s ga ik niet uit de weg, maar voor voetgangers stop ik netjes. Mijn opvoedende taak, zeg maar. Helaas begrijpen de voetgangers het niet en kijken ze me vragend aan. Ik maak een gebaar dat ze voorrang krijgen. Als ze dan eindelijk schuchter doorlopen, komt er natuurlijk een auto aanrijden en die stopt echt niet. Ik laat het nu maar.

Onderweg roepen de kinderen ‘blanke’ in het Lingala. Sommige keren hebben ze Chinois geroepen. Vroeger zijn de weinige Chinezen beslist ‘blanke’ genoemd, maar nu is de balans blijkbaar verschoven. Eenmaal werd ik in het Chinees begroet, ‘nihau’. Gisteren waren Chinezen een weg in onze wijk aan het verbeteren. Verder zie ik ze weinig in Kinshasa. Ik denk dat ze zich voornamelijk in afgesloten compounds ophouden. Ik dacht steeds dat de volwassenen papillon (vlinder) riepen, maar er is me onlangs verzekerd dat dat pappy yoh moet zijn: ‘oudje, goed zo’.

Op een middag ben ik naar het mythische Matonge gefietst. Het is de plek waar de grote artiesten vandaan kwamen (Franco, Papa Wemba, Kofi Olomide). Op het kruispunt in het centrum van deze volkswijk zag ik een verguld standbeeld van Franco. De straten erheen waren druk. Zo druk dat ik de stoep op moest of tussen auto’s klem dreigde te komen zitten. Geen politieagenten dit keer die me voorrang gaven, maar mopperende automobilisten die me uitscholden omdat ik voor hun auto kroop, en dronken jongeren die tegen me lalden.

In Matonge zag ik een sapeur, niet een brandweerman maar een lid van de SAPE (Société des Ambianceurs et des Personnes Élégantes (de Sociëteit van Sfeermakers en Elegante Personen). Het wordt gezien als een reactie op het dumpen van tweedehands Europese kleding. Hoe arm ook, hoe vies de omgeving ook, de sapeur (ik ken geen vrouwelijke variant) heeft de meest modieuze kleding aan. Schoongewassen, stijf gesteven en blinkend gepoetst. De soukousclips zitten er vol mee. Er schijnen nu ook ecosapeurs te zijn, met recyclebare stoffen en materialen.

Ik heb nog steeds geen andere fietsers gezien, wel brommers en handkarren die ‘mijn’ baan gebruiken. Fietsen is hier als een voortdurende steile afdaling in de Rwandese bergen. Aan alle kanten ogen en oren gespitst houden op de kleinste details. Er is geen tijd om rustig rond te kijken, en daarom stap ik af en toe af om winkels te zoeken of de omgeving op te nemen.

Wat zijn voor fietsers de gevaren op de weg? Dat zijn allereerst de taxi’s die een potentiële klant zien en zonder om te kijken naar de kant van de weg gaan. Idem de taxi’s die met een nieuwe klant vertrekken. Ten tweede de kuilen en plassen water. De autorijder let niet op fietsers of voetgangers bij het uitwijken. Die gaan namelijk wel aan de kant, de kuil of plas niet. Dan nog de vele niet uitgelijnde bussen en vrachtauto’s. Hun voorkant passeert jou ruim maar de achterkant duwt je van de weg.

Congolezen fietsen niet, hoewel het de snelste manier van transport in de stad is. De redenen kan ik wel aanvoelen. Het heeft geen status. Liever langzamer en duurder in een taxi of – liefst! – eigen auto dan vies worden op de fiets. Je zweet enorm in de vochtige hitte hier. En overal staat water van de regenbuien, overlopende open riolering, of gesprongen waterleidingen. Te voet (helemaal geen status natuurlijk) of in de auto blijf je schoner. Sapeurs fietsen natuurlijk al helemaal niet, maar ecosapeurs ….?! Dat ga ik onderzoeken.

Advertisements