Mijn verblijf in Nederland is bijna voorbij. Het werd gekenmerkt door korte fietsvakanties met Monique, mantelzorgen voor de ouders, de deur openen voor het aannemen van pakketjes voor de medebewoners, administratie, het huis opruimen, poetsen en opknappen, en wat PUM-zaken. Omdat ik tegenwoordig eigenlijk in twee werelden leef, zie ik naast de duidelijke verschillen ook de overeenkomsten tussen Nederland en Congo. 

De voortgaande digitalisering van Nederland is in de papierbak terug te zien. Voorheen bestond die voornamelijk uit oude kranten, nu uit verpakkingsmateriaal van de website-bestellingen. Ook in Congo bestaat onze papierbak louter uit verpakkingsmateriaal, maar dan niet van webshops. 

In mijn huidige levensfase bestaat de administratie vooral uit het aanvragen van AOW, pensioen en lijfrente regelen, en de begrafenisverzekering die mijn vader afsloot, afkopen. Opvallend is dat geen van bovengenoemde zaken door het betreffende instituut duidelijk geregeld was. Het vervelende was dat dat steeds in mijn nadeel was. Na aardig wat correspondentie werd uiteindelijk alles opgelost. 

Het wrange hierbij is dat als je niet protesteert, je dus niet de bedragen krijgt waar je recht op hebt. Niet iedereen zal – door gebrek aan tijd en/of expertise – kunnen protesteren. Dit bevestigt voor mij helaas het beeld dat banken en verzekeringen zwarte dozen zijn, waarin ten voordele van henzelf en ten nadele van de klant, gerommeld wordt. Zij lijken (moedwillig?) net zo ondoorzichtig georganiseerd als in Congo. Daar heet het corruptie, hier ‘complexe financiële producten’, ‘uw complexe situatie’ of ‘dat kunnen we uit privacyoverwegingen niet zeggen’. 

Intussen speelt een gemengd groepje Afrikanen en Nederlanders djembé in het parkje hier tegenover. Er wordt gedanst en gezongen. Anderen barbecueën of drinken een pilsje. Verderop wordt gebadmintond. De zon schijnt volop. Vanaf mijn raam kijk ik toe en weet ineens niet meer of ik in Nijmegen of Kinshasa ben.

Advertisements