Congo heeft een oppervlak van ruwweg 60 maal Nederland. In het binnenland zijn nauwelijks begaanbare wegen en via de rivier is maar een klein deel van het land bereikbaar. Daarom vliegt men van de een naar de andere plaats … als men het zich kan permitteren. De meeste mensen die van Kinshasa naar Oost-Congo willen, doen dat via Kigali of Bujumbura, de hoofdsteden in de buurlanden. Wat zijn de culturele factoren die zo’n immens en ondoordringbaar land bij elkaar houden?

De vorige keer schreef ik dat taal een verbindende rol kan vervullen. Congo telt 4 voertalen (linguas francas): Kikongo, Lingala, Swahili en Tshiluba. Maar Congo heeft een extra ijzer in het vuur: soukousmuziek. Het wordt in heel Afrika gespeeld, in allerlei vormen, van traditioneel tot hiphop.

Soukous is afgeleid van de Cubaanse rumba. Dat rumba-ritme kwam op zijn beurt weer uit Afrika, van de slaven uit West-Afrika. De basis is de clave (sleutel): 5 slagen waarvan er een tegen de tel in is. Je hoort het ook terug bij de salsa en de zouk. In de Congolese soukous heeft de sologitaar de overhand. Bekende bands zijn Franco en zijn TPOK Jazz, Zaiko Langa Langa, Empire Bakuba en de onlangs overleden Papa Wemba.

Waar je ook gaat of staat in Congo: je wordt door soukous omringd. Uit cafeetjes, taxi’s, huisjes of transistorradiootjes. Het is het ritme van het land. Het is het middel van communicatie. Het is een middel voor PR en bewustmaking. Hieronder volgen enkele voorbeelden van Franco (met veel dank aan mijn broer Jacques):

In 1967 neemt Cercul Jazz voor Franco’s label Editions Epanza Makita de song Pont Sur le Congo op, een hartstochtelijke oproep om beide Congo’s te verenigen. Op de LP 10e anniversaire 1965-1975 is het een en al lof voor Mobutu en al de verworvenheden van 10 jaar revolutie in songs als Cinq Ans Ekoki, Votez Vert, Republique du Zaire en Belela Authenticite na Congres ya MPR. De herverkiezingscampagne van Mobutu in 1984 werd ijzersterk ondersteund door de Franco hit Candidad Na Biso Mobutu.

Franco en Tabu Ley schreven kort daarvoor nog 2 songs: Lettre a Mr. le Directeur General en Suite lettre No 1, 2 & 3. De thema’s in die brieven zijn corruptie, luie ambtenaren, overbodige bureaucratie, overbevolking in Kinshasa (toen 2,5 miljoen mensen), diefstal van natuurlijke rijkdommen, ondervoeding, werkloosheid, armoede, inflatie, woningnood, enz. De teksten zijn nogal dubbelzinnig en suggestief; zowel pro Mobutu en DG’s van bedrijven als tegen hun hofhouding en de strooplagen daaronder.

Er moet ook verdiend worden en daarom zingt Franco een lied over het biermerk Bralima (La Bralima et sa Brasserie de L’An 2000). Maar op de hoes staat reclame voor het concurrerende biermerk Primus van Heineken (Primus Bisengo, Primus la bière de père et fils, Primus la finesse, Primus oyo gout). Bij bier hoort voetbal. Zijn geweldige ode aan alle spelers, reserves, mensen van de technische staf, bestuur en zelfs de terreinknechten van een Gabonese club heet Le F.C. 105 de Libreville.

In 1987 waarschuwde Franco in het nummer Attention na SIDA tegen de gevaren van AIDS en 2 jaren later overleed hij hieraan. Zijn teksten hebben een enorme invloed op Congo en andere landen gehad. In deze landen waar nauwelijks een geschreven cultuur is, overheerst de informatievoorziening via het gesproken en gezongen woord. Via de radio, op de tv, onder de palmboom, op de podia.

Gisteren zag ik het muziektheater Nazali Kinshasa (‘ik ben Kinshasa’). Onder de Belgen heette de stad Leopoldville (naar koning Leopold), daarna Kinshasa (‘naar de markt’ in het Lingala) even Kin la Belle (‘de schoonheid’) maar inmiddels Kin la Poubelle (‘de vuilnishoop’). Ze speelden en zongen typische Kinois toestanden: de opstoppingen, de corruptie, de elektriciteitsuitval (“we hebben de grootste waterkrachtcentrale van Afrika en de grootste hoeveelheid zoetwater, maar in huis ….. geen licht en geen water”), de vuilnis, de kerken (“in iedere straat zijn meer kerken dan bars … en ze verdienen ook meer geld”) en de begrafenissen (“daar wordt vele malen meer aan uitgegeven dan van het voorkomen van de dood”).

Ze maakten ook uitstapjes naar de Grote Afrikaanse oorlog die zich grotendeels op hun bodem afspeelt (“8 miljoen doden, vooral door ziekten; als dat in Europa zou gebeuren …. maar vanuit die hoek heerst slechts stilte”) en de vele delfstoffen (“we zijn onder de grond het rijkste land van Afrika maar erboven … het armste”). Aan het einde vroeg ik om de tekst maar die hadden ze nog niet op papier. Na de tournee zouden ze die pas uitschrijven en aan mij geven. De definitieve tekst ontstaat namelijk al spelend.

Hoe kan het eigenlijk slecht blijven gaan met een land dat zo’n theater maakt?! Jammer genoeg was er niet veel publiek. Bij het café ernaast zat een veelvoud naar de Champions League te kijken.

 

 

 

Advertisements