De nationale dialoog heeft een akkoord bereikt. De kliek rond Kabila Jr. heeft zich hermetisch gesloten en de verkiezingen lijken niet vóór 2018 plaats te vinden. De oppositie boycotte de dialoog en legt zich nog steeds niet bij uitstel neer. 19 Oktober en 19 december worden grote manifestaties verwacht. De spanning stijgt, binnenlands en buitenlands.

De Belgen hebben de visumduur van de Congolese houders van een diplomatiek paspoort – dat schijnen er heel wat te zijn – ingekort (‘vanwege de politieke evolutie’) en de Congolezen hebben nu het omgekeerde gedaan (‘reciprociteit is een belangrijk principe in de diplomatie’). Deze maatregelen leiden ongetwijfeld tot minder overzeese kerstinkopen van de elite hier, maar evenzeer tot minder fondsen voor het land. Dat heeft dus zijn effect op het werk van de NGO’s hier.

Er is ruzie met de Amerikanen ontstaan. Obama’s speciale gezant voor de Grote Meren is op het vliegveld lastig gevallen en zelfs fysiek aangevallen. De Amerikanen hebben ook de tegoeden van enkele hoge militairen en politiechefs bevroren. Tot hun grote frustratie natuurlijk. Zij zouden verantwoordelijk zijn voor het aanzetten tot geweld bij de manifestaties van januari 2015 en september 2016. Kabila wil redden wat er te redden valt en was de afgelopen week bij Obama en de Paus (?).

De Amerikanen hebben de familieleden van hun staf nu opgelegd het land te verlaten. Vrijwilligers en niet-humanitaire staf mogen het land ook verlaten. De spanning DRC-VS neemt dus toe. Met de vader van Joseph Kabila jr. waren de verhoudingen nog uitstekend. De VS waren Mobutu moe geworden. Hij had prima gefunctioneerd als medestander in de Koude Oorlog maar die was voorbij. Mobutu had zich excessief verrijkt en functioneerde nauwelijks nog. Rebellenleider Laurent Kabila sr. mocht hem verdrijven.

De VS hoopten met Kabila sr. Amerikaanse bedrijven binnen te halen. Laurent wilde wel, en zei zelfs – tot groot ongenoegen van de Fransen – dat hij het Engels de officiële landstaal zou maken. Dat had Kagame immers ook in Rwanda gedaan. Ironischerwijs had Laurent nog met Che Guevara in de brousse (bush) van Oost-Congo gevochten. Che had dat overigens maar kort volgehouden (want, zoals hij in zijn dagboek schreef: ‘de rebellen van Kabila sr. hadden niet de juiste revolutionaire houding en dachten alleen maar aan bier en seks’) maar het tekent wel de complexe verhouding van de VS met Congo.

Behalve de aangekondigde politieke manifestaties (oa volgende week woensdag) ontstaan nu ook her en der spontane demonstraties tegen de inflatie. De Congolese Franc is de laatste weken al 20% gezakt en het einde is niet in zicht. Op de markt en in de stalletjes wordt alles duurder. Voor onszelf maakt het niet veel uit (we betalen in dollars) maar de gemiddelde Congolees kan steeds minder kopen voor zijn Francs. De economie stort in.

Zoals al eens gezegd: Congo is onder de grond het rijkste land van Afrika. Het heeft vrijwel alle veelgevraagde grondstoffen, het heeft in potentie de grootste waterkrachtcentrale van de wereld, en het heeft het grootste zoetwaterreservoir en de meeste vruchtbare grond van het continent. Maar boven die grond is het momenteel het een na armste land ter wereld. Failed states  als Somalië en Zuid-Soedan scoren een hoger BNP per inwoner. Buurland de Centraal Afrikaanse Republiek staat helemaal onderaan. Andere buurlanden als Angola, Congo-Brazzaville en Zambia verdienen vele malen meer dan Congo. Zelfs de normale achterhoede van woestijnlanden als Niger, Tsjaad en Mali eindigen dit jaar hoger op het inkomenslijstje van de Wereldbank en het IMF.

Dit verschijnsel – dat je in mindere mate ook in sommige andere landen vindt – wordt ‘de vloek van de grondstoffen’ of ook wel ‘het geologisch schandaal’ genoemd. Mineralen als goud, diamant, coltan, etc. kunnen veel gemakkelijker gewonnen worden als niemand je in de weg loopt. Ofwel: hoe minder overheid of rechtsstaat hoe beter de elite (binnenlands en buitenlands) zich kan blijven verrijken. Dat dat tot gewelddadige conflicten tussen de verschillende groepen van plunderaars leidt, dat moet dan maar. Geld voor wapens is er genoeg.

Mensenlevens? Tja. Er zijn naar schatting 4 miljoen slaven uit de binnenlanden afgevoerd. Zij kwamen op suiker- en katoenplantages terecht. Onder koning Leopold II was rubber het meest gevraagde product in het westen (de auto- en fietsindustrie ontstond). Miljoenen kwamen om van honger of verminking bij het verplichte tappen van rubber. En zo’n 15 jaar geleden kwamen 5 miljoen mensen om bij de Grote Afrikaanse Oorlog, een strijd om grondstoffen, die zich grotendeels op Congolese bodem afspeelde. Mensenlevens tellen niet in het grote spel om de hoognodige hulpbronnen voor onze technologische vooruitgang. Zonder slaaf geen overhemd, zonder rubber geen auto, en zonder coltan geen smartphone. The times, they aren’t a changin’.

Advertisements