Vroeg in de ochtend appte Monique. Ze wilde verhuizen. Ons huis in Kinshasa was namelijk onder aan het lopen. De garage stond al blank, mijn fiets dobberde op de golfjes. De tuin stond ook al blank, de gezellige lampjes stonden onder water. Nu was de huiskamer aan de beurt. Snel had ze de meubels wat hoger gezet. De kast was te zwaar om te versjouwen. De stopcontacten waren ook uit zicht verdwenen. Even later kon ze het huis niet meer in.

Vanuit het kantoor – iets hoger gelegen – zag ze het water door de poort binnenstromen. Het elektriciteitshuisje stond nu ook onder water, voor één keer was het een geluk dat de stroom was uitgevallen want ze vreesde dat iedereen anders geëlektrocuteerd zou worden. Er kwam een invasie van kakkerlakken aanzetten, gevlucht voor het oprukkend water. Ook de wacht wist niet wat te doen. Zijn papieren zaten in zijn jas die onder water hing.

Toen Monique het huis weer binnen kon, bleken de koelkast omgevallen, de kast in de keuken ingestort, de kleding en de bekleding van de meubels onder de modder. Mijn documenten van PUM en de hare van Broederlijk Delen waren uit elkaar gevallen. Drogen had geen zin meer. Ik vond het heel erg dat ik niet ter plekke was om te helpen.

Rond de middag begon het water te zakken. De oorzaak werd ook duidelijk. Naast ons huis stroomt een riviertje, tevens open riool. Als het regent, stijgt het water flink en meestal komt onze binnenplaats onder water te staan. Maar dit keer was het afstromende water geblokkeerd. De stroom had een nieuwe uitweg gezocht …. via de ingang van ons huis.

In de wijk van de blokkade waren de inwoners de rivier aan het ontzanden om hem zijn normale loop te laten hernemen. In andere wijken verbleven de bewoners op hun dak. Het interieur onder hen is meegesleurd of vernield. In het centrum stonden de boulevards onder water. Erosiegeulen vraten zich een weg waardoor ze de gebouwen deden instorten. De voorlopige balans is twee doden en twee vermisten.

Overal in de stad lopen goten, die afwateren in kleine riviertjes die weer afwateren in de Congorivier. In al die goten wordt afval gegooid omdat er geen vuilnisophaal is. Het is een stinkende rottende zooi die de doorstroming bij regen hindert.

De afwatering in dit soort megasteden is nauwelijks te controleren. Zeker niet door een zwak en corrupt stadsbestuur. Bovendien verschijnen overal grote ommuurde gebouwen langs en in de straat (onze straat wordt in tweeën geknipt door een gebouwencomplex) waardoor het water niet weg kan vloeien.

Regideso (Regie des Eaux, de Congolese Vitens) had in 2016 een tekort van 8,5 miljoen dollar. Dit werd grotendeels veroorzaakt door wanbetaling van de overheid. De totale betalingsachterstand bedraagt bijna 100 miljoen dollar. Dan kun je ook niet verwachten dat ze het verouderde afwateringsysteem verbeteren. Dat systeem dateert nog van de koloniale tijd (voor 1960). Met de verwachte toename van regens in Kinshasa (van 1400 mm tot 1700 mm per jaar volgens het WMO) en de huidige politieke impasse zullen we nog vaker natte voeten krijgen, vrees ik.

Advertisements