In 2027 is Afrika een verscheurd continent. Het bestaat uit een vijftigtal landen die zich verschillend ontwikkeld hebben. Aan de noordkant, al dan niet grenzend aan de Middellandse Zee zijn de Randlanden: (Marokko, Algerije, Tunesië, Mali, Niger, Libië en Egypte. Ze hebben repressieve regimes en zijn economisch volledig afhankelijk van Europa geworden. Hun belangrijkste karaktertrek is een veelvoud aan vluchtelingenkampen en opvangkampen voor teruggestuurde vluchtelingen. De oorspronkelijke bevolking is intolerant tov de vluchtelingen en er zijn vele – soms dodelijke – conflicten. De politiek en de economie zijn instabiel.

Aan de zuidkant is het economisch sterke Zuid-Afrika een failed state geworden. Na het afzetten van president Zuma heeft president Malema er een puinhoop van gemaakt. Zijn regime is corrupter en repressiever dan dat van Zuma en er heerst een onzichtbare burgeroorlog tussen de have’s (blank en zwart) en have not’s (eveneens blank en zwart). Veel inwoners zijn naar de stabiele buurlanden Botswana en Namibië gevlucht. In Zimbabwe is – na de dood van haar man – mevrouw Mugaba aan de macht, en ook daar blijven mensen de grens over vluchten.

Een groot aantal landen is van de categorie lage- naar middeninkomens gegaan. Het gaat om Senegambia (verenigd sinds 2020), Ghana, Benin, Kenia, Oeganda, Ethiopië, Tanzania, Zambia, en eerdergenoemde Botswana en Namibië. Hun kenmerken: om de 4 of 5 jaar een andere president, stabiele economie, veel regionale uitwisseling, veel ontwikkelingsfondsen (‘donor darlings’) en buitenlandse bedrijven die investeren, en een groeiende middenklasse die belasting betaalt en zo hun rechten afdwingt bij de overheid. Hun economische groeicijfers zitten boven de 5% per jaar.

De economische reus van Afrika is Nigeria. Zijn economie is verreweg de grootste en het groeicijfer is standaard boven 8%/jaar. Hun munt, de naira, is samengegaan met de CFA en is de sterkste valuta van Afrika geworden. Vrijwel alle producten die in Afrika gekocht worden, komen nu uit Nigeria. Het is een voorbeeldstaat, niet alleen op economisch maar ook op sociaal en politiek gebied. Het wil ook in de VN (Veiligheidsraad) en in andere internationale organen (IMF, WB) een woordje meespreken, maar dat wordt vooral door Europa en de VS tegengehouden.

Dan zijn er de Mastodontlanden. Zimbabwe is al genoemd. Ze liggen vooral in Centraal-Afrika: beide Congo’s, Angola, Kameroen, Gabon, Equatoriaal Guinee, Soedan en Rwanda. Hun presidenten zijn al decennia aan de macht. Behalve Mugabe zijn ook Obiang en Biya gestorven en bij hen volgde een zoon de overledene op. De Mastodontlanden hebben veel grondstoffen maar zitten desondanks economisch aan de grond. Ze zijn onrustig met vele voortslepende lokale (interetnische) conflicten. Via cliëntilisme en corruptie houden ze zich op de been. De bevolking is nòg armer dan 10 jaar geleden.

Dan zijn er de ‘losers’, de nieuwe Derde Wereld, de ‘donor orphans’, de slachtoffers van de mondialisering. Zij hebben het socio-economisch niet gered en zijn als vuil achtergelaten. Zij zijn in een negatieve spiraal terecht gekomen: geen ontwikkelingshulp, geen investeringen, wel het afvalvat voor giftige stoffen. Ze worden door de donoren en buitenlandse bedrijven aan hun lot overgelaten omdat ze ‘moeilijk’ zijn: spreken vaak geen Engels, zijn slecht georganiseerd, hebben veiligheidsproblemen, er valt niet snel en meetbaar te scoren, je ontmoet er weinig andere expats, en je kunt er niet fijn een weekendje weg. Hun presidenten wisselen heel snel (staatsgrepen) of juist heel langzaam (uitgestelde verkiezingen). Naast eerdergenoemd Zuid-Afrika zijn de voorbeelden: Guinee, Guinee-Bissau, Liberia, Sierra Leone, Burkina Faso, Tsjaad, Somaliland (onafhankelijk in 2021), Puntland (onafhankelijk in 2022),  Malawi en Mozambique. Sommige dreigen af te zakken naar de categorie conflictlanden.

De conflictlanden zijn bijna dezelfde als die in 2017: Eritrea, Centraal Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, Somalië, Burundi. Binnenland (de regeringen) en buitenland (de ‘internationale gemeenschap’) zijn niet in staat geweest deze burgeroorlogen of sluimerende etnische conflicten op te lossen. Deze landen overleven puur op noodhulp, overigens de enige steun die Nederland in 2027 nog geeft aan Afrika.

De niet genoemde landen vormen een tussencategorie. In heel Afrika zwerven honderdduizenden ontheemden, op de vlucht voor oorlog, honger of klimaatverandering. De nieuwe middeninkomenslanden houden de grenzen zo goed mogelijk gesloten. Vele vluchtelingen eindigen doodvermoeid in de Randlanden, zonder enig uitzicht op verdere migratie.

Islamterrorisme komt nergens meer voor in Afrika. Wel zijn de rebellengroepen uit Centraal-Afrika de grenzen overgestoken. De vooral werkloze jongemannen en soms zelfs kinderen terroriseren de welvarende middeninkomenslanden. Het eigen leger en veiligheidsdiensten van deze landen zijn nog te zwak om weerstand te bieden maar de Europese landen – uit angst voor vluchtelingen – ondersteunen hen tegen de rebellen. De rebellenleiders kunnen niet meer aan het Internationaal Strafhof in Den Haag uitgeleverd worden want vrijwel alle Afrikaanse landen hebben zich daaruit teruggetrokken.

Meer dan de helft van de Afrikanen woont in de stad. Het continent telt nu 12 steden met meer dan 10 miljoen inwoners. Water en elektriciteit zijn er schaars, de wegen zijn continu verstopt, het vuilnis hoopt zich op en de criminaliteit tiert welig.

Afrika over 10 jaar schetst een vrij somber beeld. Daarom ga ik nu nadenken over Afrika over 25 jaar. Wordt vervolgd dus.

Advertisements