Theater is, net als muziek (zie een vorig blog), een krachtig middel om te verbinden en zo vrede en democratie te bevorderen. In het verleden heb ikzelf daartoe een poppenkast voor de tv Guinee-Bissau en een dorpstheater in Niger gemaakt. Ook in Congo wordt er ervaring mee opgedaan. In een politiek, sociaal en economisch zo verdeeld land is cultuur een van de weinige bindende factoren (naast voetbal).

Mijn Nederlandse vriend Guido Kleene organiseerde dit jaar, met EU-fondsen, een ‘boottocht voor de democratie’. In een dertigtal dorpjes aan de rivier de Congo tussen Kisangani en Mbandaka werd aangemeerd. Tussen boot en oever werd een soort laadklep neergelaten dat fungeerde als podium. Op het dek speelde de band en op de laadklep het theater.

De band en het theater van Arts et Action speelden allerlei fictieve situaties waarbij mensenrechten geschonden werden of conflicten opgelost moesten worden. Het publiek werd aangemoedigd mee te denken en af en toe mee te spelen. Op het einde werd opgeroepen om actief van hun stemrecht gebruik te maken. De boot werd enthousiast ontvangen door de rivierbewoners maar koel of zelfs vijandig door de autoriteiten.

Vorig jaar zag ik Nazali Kinshasa (‘ik ben Kinshasa’). Ze speelden en zongen typische Kinois toestanden: de opstoppingen, de corruptie, de elektriciteitsuitval (“we hebben de grootste waterkrachtcentrale van Afrika en de grootste hoeveelheid zoetwater, maar in huis ….. geen licht en geen water”), de vuilnis, de kerken (“in iedere straat zijn meer kerken dan bars … en ze verdienen ook meer geld”) en de begrafenissen (“daar wordt vele malen meer aan uitgegeven dan van het voorkómen van de dood”).

Mijn Congolese vriend Nzey van Musala schreef een aantal jaren geleden het toneelstuk Les Zérocrates. Het is een zeer ironisch stuk over de ‘Democratische’ Republiek Congo. ‘Le parlement parle et ment’ (het parlement praat en liegt) is een van de typerende uitspraken.

Nzey schreef en speelde recentelijk ook de Aquariumtempel. Omdat de PUM haar senior expert programma in Congo voorlopig stopgezet heeft, had ik de eer zelf aan dit muziektheaterstuk mee te mogen werken. Mijn taken waren het aanleren van de uitspraak van het Portugees, het stroomlijnen van de tweetaligheid (Frans en Portugees) en andere adviezen.

Aquariumtempel gaat over een koppel dat door de grensconflicten tussen Congo en Angola gescheiden wordt. Ze voelen zich beiden Mukongo (van de Kongo-stam) maar leven aan weerszijden van de kunstmatige grenslijn die in 1885 door de toenmalige grootmachten België en Portugal getrokken werd (zonder om de mening van de bevolking te vragen overigens). De vraag doemt op: behoren we een stam, een land of de wereld toe?

De laatste van de drie uitvoeringen was op 5 mei ter gelegenheid van de Dag van de Lusofonie. Maar liefst 3 ambassadeurs hielden een openingstoespraak: die van Portugal, Angola en Brazilië. Het publiek was aan dit niveau aangepast. Mannen in pak met dikke buik en vrouwen in jurk met dikke kont. Er werd veel Portugees gesproken uiteraard. De schrik sloeg me om het hart. Als ik weer op het podium geroepen zou worden als degene die de spelers Portugees had leren spreken, zou ongetwijfeld een boegeroep volgen. Het viel reuze mee: ik deelde in het uitbundige applaus.

Theater is broodnodig als vermaak, als bindmiddel, als uitlaatklep, en als politiek activisme. Jammer dat de – zelfs erg lage – toegangsprijzen niet voor iedereen betaalbaar zijn. Met een rommelende maag kies je toch eerder voor brood.

Advertisements