De situatie in Congo verslechtert met de dag. De politiek zit al tijden in een impasse: de president wil niet opstappen en van verkiezingen komt het voorlopig niet. In verschillende regio’s vinden gewelddadige conflicten plaats, met duizenden doden en miljoenen inheemse vluchtelingen als gevolg. De Congolese franc is zwaar gedevalueerd en dus de koopkracht van de bevolking verlaagd. In de hoofdstad Kinshasa zijn op de grote verkeersaders illegale road blocks opgeworpen, waar mensen worden beroofd en zelfs gekidnapt. Wekelijks ontsnappen honderden gevangenen.

Het rijkste land van Afrika onder de grond (geschatte rijkdom 24 biljoen dollar, 10 maal meer dan Zuid-Afrika) was al het armste erboven. De rijkdom aan grondstoffen wordt met veel geweld van de arme bevolking weggehouden. Het geweld wordt in stand gehouden door de vele belanghebbenden in Congo en haar buurlanden en door de internationale bedrijven. Die willen allemaal een stuk van deze taart houden. Inmiddels glijdt het land verder af naar een volledige chaos en dreigt het de hele regio en zelfs heel Afrika mee te sleuren.

Anneke Verbraeken (in de Volkskrant van 23 juni) wil de problemen in Congo oplossen door de hulporganisaties naar huis te sturen, de democratie op te schorten en de mijnen te nationaliseren. En in dat toekomstige stabiele land kunnen dan mooi de Afrikaanse vluchtelingen opgevangen worden.

Deze oplossing is naïef en paternalistisch. Wie stuurt de corrupte politici en internationale bedrijven naar huis? Wie vervangt hen door betrouwbare Congolezen? Wij, en wie zijn wij dan? Congolezen, maar welke dan? De democratie moet niet on hold gezet worden, vind ik, en de mijnen niet genationaliseerd.

Wij lezen in de media over het geweld en de corruptie. Maar in het gigantische Congo zijn ook vele mensenrechtenorganisaties actief met het bevorderen van de democratie. De nationale bisschoppenconferentie blijft zich beijveren voor de uitvoering van het oudjaarsakkoord (waarin verkiezingen en het voorlopig delen van de macht tussen meerderheid en oppositie vastgelegd werden). Een lokale theatergroep van een vriend van mij vaart met een boot de Congorivier af met een voorstelling over de mensenrechten waarbij de toeschouwers opgeroepen worden te gaan stemmen. Het is een groot succes. Er zijn vele jongerengroepen (bv LUCHA en FILIMBI) die manifesteren tegen de armoede en corruptie. En ja, deze moedige groepen worden gesteund door hulporganisaties, veelal uit België. Broederlijk Delen bijvoorbeeld maakt boerenorganisaties in het door geweld getroffen Kasai weerbaar en steunt hen hun rechten te claimen.

De mijnen nationaliseren is een contradictio in terminus. De mijnen zìjn de facto al genationaliseerd. De corrupte overheid vangt voor iedere concessie en iedere geproduceerde kilo goud of diamant al miljoenen dollars. En dit geld gaat echt niet naar het leger, onderwijs of gezondheidszorg, zoals Verbaeken beweert. President Kabila heeft – volgens een analyse van Bloomberg – al 15 miljard dollar vergaard, niet slecht voor een ex-chauffeur. Vanuit hem en zijn entourage gezien is het dus logisch dat hij niet op wil stappen. Neem internationale strafmaatregelen tegen hem en niet tegen de bevolking. Help de verkiezingscommissie CENI om fatsoenlijke verkiezingen te organiseren.

Haar laatste (cynisch bedoelde?) oplossing is niet voor Congo maar voor ons eigen vluchtelingenprobleem. Het tekent het gesloten wereldbeeld van Europa. Mensen vluchten niet voor hun geluk, nee, mensen ontvluchten hun ongeluk (oorlog, armoede). En omdat wij ze niet in onze rijkdom willen laten delen, moeten ze maar in een arm land als Congo om de schaarse voedselbronnen gaan concurreren?!

Kortom, help het land een democratie op te bouwen. De basis ligt er en de term, Democratische Republiek, zit al in het land.

Advertisements