In veel cités (volkswijken) zijn jongeren de straat opgegaan. Ze zwaaien met takken en steken autobanden in brand. Veel winkels zijn gesloten, het openbaar vervoer is stil gelegd en verschillende scholen hebben hun leerlingen naar huis gestuurd. Op sommige plaatsen is door de politie geschoten. Ook zijn er stakingen en een ‘ville morte’ afgekondigd.

Ik hoor en lees later dat de ‘dode stad’ heel geslaagd was. Lege wegen, gesloten winkels, verlaten markten. Het moet een raar gezicht en geluid geweest zijn: 24/7 onontwarbare files en kakofonisch getoeter en nu ineens leegte en stilte. Op de Franse journaal zag ik het, bijna surrealistische beelden.

Bij eerdere manifestaties werden de ‘kuluna’, gangstergroepen uit de volkswijken, door de overheid gebruikt om wanorde te scheppen. Waarna de politie des te harder op de opposanten in kon meppen natuurlijk. Ze hebben ook de ‘wewa’, brommertaxirijders, helmen gegeven en hen gevraagd om informatie te verzamelen in de moeilijker bereikbare achterbuurten.

Aanleiding voor de onrust is het mislukken van de onderhandelingen tussen regeringsmeerderheid en oppositie. De bisschoppen die de onderhandelingen leidden, meldden vorige week teleurgesteld dat de deadline niet gehaald was. Er blijft gedoe over de uitvoering van het oudjaarsakkoord.

De regering wil dat de oppositie drie namen voorstelt voor het premierschap en dat zij daaruit kiest. De oppositie vindt dat – volgens het akkoord – de regering niks te kiezen heeft en zal daarom één naam voorstellen. Dit accepteert de regering niet. Een ander geschilpunt is wie de uitvoeringscommissie mag gaan voorzitten nu Tshisekedi overleden is (regering en oppositie komen niet tot één gezamenlijke kandidaat).

Tshisekedi is twee maanden geleden in Brussel overleden. Hij was decennialang de historische oppositieleider maar nooit president. Zijn stoffelijk overschot blijft voorlopig in Brussel. Zijn familie en de overheid worden het niet eens over zijn begraafplaats. De overheid is al begonnen met een soort praalgraf op het kerkhof aan de grote boulevard. Zijn familie wil echter een mausoleum bij zijn huis en partijbureau. De familie en de partij willen ook de ter aarde bestelling pas doen als de huidige premier (regeringsgezind) vervangen is door iemand van de oppositie (zoals in het oudjaarsakkoord afgesproken is). Zelfs na hun dood geven politici hier nog gedoe.

In Kinshasa hangen spandoeken boven de weg met : ‘wij eren Tshisekedi’. Sommige gebouwen hebben grote kaarsen op de stoep staan en affiches van Tshisekedi aan de muur hangen. Auto’s en brommers hebben een palmtak op de voorbumper. De eerste zag ik dat op de auto waarmee ik naar het dierenpark reed. “Camouflage voor in het park?”. “Nee, een eerbetoon aan onze leider”.

Met de onlusten was het rustig op straat. Alleen bij het partijbureau van de grootste oppositiepartij was het druk. De zoon van Tshisekedi is nu officieel tot partijleider benoemd. De strijd om de macht gaat dus tussen de twee zonen van de overleden leiders: Kabila jr. en Tshisekedi jr.

Vorige week waren we in de woelige provincie Kasai. Hier wonen de Baluba en wordt slechts Tshiluba gesproken. Het is een van de grotere bevolkingsgroepen in Congo en permanent tegenstander van het regime. Tshisekedi was Muluba en wordt in deze streek als een heilige vereerd. Overal zie je zijn gezicht.

Steeds gaan er geruchten in Kinshasa dat het stoffelijk overschot aan zou komen op het vliegveld en dat zou gepaard gaan met grote manifestaties. Maar met bovengenoemd gedoe over het oudjaarsakkoord en de laatste rustplaats gaat dat voorlopig niet door. Gelukkig valt in Brussel de stroom nooit uit.

We waren een week in het onrustige Kasai in Congo. Sinds 2 weken zijn er een vijftigtal MONUSCO militairen. Zij bestrijden officieel de rebellen maar officieus het door en door bedorven leger. Het werkt. Op dit moment zijn er minder ‘tracasseries’. Er worden minder mensen lastiggevallen en afgeperst. Toch is een staflid van het project thuis nog overvallen door ‘geüniformeerden’. Ze namen de verkiezingskits mee, verder niets. Dat betekent dat het hoogste niveau achter de treiterijen zit; ze willen de verkiezingen boycotten.

Sommige dorpen zijn door het leger platgebrand, andere leeggeplunderd.  Op de Franse tv zag ik dat er verschillende massagraven ontdekt zijn. Het aantal doden overstijgt de 500. Veel mensen zijn de dorpen ontvlucht en verblijven in de jungle. Sommige boeren komen om die reden ook niet naar ons seminar.

Een week geleden zijn mensenrechtenonderzoekers van de VN hier in de buurt ontvoerd. Vandaag zijn de lijken van hen, een Zweedse en een Amerikaan met hun chauffeurs, gevonden. De daders zijn onbekend maar hier denkt men het wel te weten: ‘geüniformeerden’.

Ik ging vandaag naar een alfabetiseringscentrum in Mbuji Mayi. Het bezoek gaf me weer hoop voor Congo. In zo’n 10 lokalen, gemaakt van landbouwplastik, hadden zo’n 200 leerlingen les. Het was er warm. Er waren 6 niveaus: 3 jaren in het Tshiluba en 3 in het Frans. Een cursus duurt 3 maanden en kost 6 €. Als iemand dat niet kan betalen, vult het ‘schoolfonds’ aan. De cursussen moeten zich ontwikkelen tot functionele alfabetisering, waar ook praktische vaardigheden als naaien of autoreparatie geleerd worden, maar hiervoor ontbreekt vooralsnog het geld.

Onder de leerlingen waren oudere, getrouwde vrouwen en jonge vrouwen en mannen. De eerste categorie had nooit onderwijs genoten en doorliep het hele systeem. Of hun mannen niet liever wilden dat ze het huishouden deden? “Ja, maar ze accepteren dat we eerst hier zijn en daarna het huishouden doen”.

De jongeren hadden enige jaren lagere school genoten, sommigen zelfs de middelbare school, maar konden nog steeds nauwelijks lezen en schrijven. In de lessen op de scholen  van de staat wordt alleen in het Frans ‘gepapegaaid’: zonder enig begrip de docent nagepraat.

Het officiële systeem is in de tijd van Mobutu helemaal ingestort. Leerlingen moesten gaan betalen (en gingen dus van school af) en docenten ontvingen hun maandloon niet (en gingen dus of staken, of absenteren, of frauderen met cijfers voor smeergeld). Er ontstonden privé scholen, maar daar speelden slechts commerciële motieven, geen didactische. De missiescholen hadden kwaliteit (de hele elite komt er vandaan) maar Mobutu nam hen op in het officiële onderwijssysteem. Wat de Belgen ooit opgebouwd hadden, bleef in ruïnes achter.

In een klas las ik hardop het woord wetu op het schoolbord voor. Ik schreef het ook. Maar, zei ik, ik heb geen idee wat het betekent. Zus. OK, en ik schreef zus op het bord. “Kunnen jullie het lezen?” “Nee”. “Jawel, probeer maar”. “Zoes”. Prima! Wat betekent het? Niemand wist het. “Dat is waarom jullie in je eigen taal leren lezen en schrijven. Als je het begrijpt, gaat het sneller”.

“Maar het Frans is toch een veel belangrijker taal dan jullie dialect. Wie spreekt er nou Tshiluba in de wereld?!”, provoceerde ik. “Nee, Tshiluba is van ons, dat is onze cultuur, daar kunnen we ons goed in uitdrukken. En het is ook een taal, net als Lingala en Frans”. Niks geen timide reacties dus op een vraag van een oudere blanke man, zoals ik gewend was in West-Afrika. Nee, men barstte van het zelfvertrouwen, ook de oudere vrouwen.

Later sprak ik met directeur Patrice Kasadi na. Hij is 70 maar er is nog geen opvolger. De school is in de jaren 70 gesticht door de Nederlandse pater Herman Kroonenberg. Het volgt de ideeën van Paolo Freire: de gebruikte teksten moeten de leerlingen ook bewust maken en voorbereiden op het leven.

Sommige Tshiluba teksten komen uit boeken of films (The Color Purple bv). Andere worden door de docenten en leerlingen zelf gemaakt. Zo is er het boekje Congo is als een prauw vol gaten, die aan het zinken is als inleiding in burgerschap en democratie. De geheime dienst was al langs geweest, maar Patrice weigert de tekst aan te passen. “Ik ben al oud en ik beschouw het als mijn verantwoordelijkheid om dit corrupte land verder te ontwikkelen”. Op zo’n moment weet ik weer waarom ik hoop voor Congo blijf houden.

Ik ben weer terug in Kinshasa, Congo. Als ik de krant lees en met de bewoners praat, dan lijkt het er niet beter op te worden in dit arme rijke land.

De onderhandelingen over de uitvoering van het oudjaarsakkoord (overgangsregering; verkiezingen in december 2017) zijn nog steeds niet opgepakt. De Congolese staat functioneert nauwelijks nog. Ministers en andere autoriteiten proberen de zakken te vullen, nu het nog kan. De goed betaalde en zwaar bewapende Nationale Garde pakt opposanten op. Sommigen ‘verdwijnen’ daarna. De gewone soldaten krijgen geen soldij maar hebben wel wapens. Ongegeneerd eigenen ze zich geld, eten, drinken en vrouwen toe. Officieel heet dit rebellenbestrijding. Er ontstaan steeds nieuwe brandhaarden.

Tot nu was het redelijk overzichtelijk: in het grondstofrijke Noord- en Zuid Kivu heersen diverse rebellengroepen. Er vallen doden en er vinden verkrachtingen plaats. Dat is al zo sinds de Grote Afrikaanse Oorlog (1996 – 2003). Deze ontstond na de Rwandese genocide en op een gegeven moment namen 9 Afrikaanse landen deel. De oorlog kostte miljoenen mensenlevens en jaagde nog meer miljoenen op de vlucht.

Decennia lang bevechten de Lendu (landbouwers) en Hema (rondtrekkende veetelers) elkaar al in Ituri. Er vonden verschillende massale bloedbaden plaats. Honderdduizenden ontvluchtten het gebied. Dit conflict speelt zich in het oerwoud af en bleef lang verborgen.

In Beni zijn voortdurend confrontaties tussen Maï Maï milities en ordetroepen. De Maï maï noemen zich zo omdat ze denken dat water (maï in het Lingala) hen tegen kogels beschermt. Door de Congolese overheid worden ze als Oegandese rebellen en terroristen gezien.

Rond Goma trekt de beruchte M23 weer rond. Zij zouden in 2013 door de UN-vredesmacht MONUSCO verslagen zijn, maar blijkbaar niet definitief. Zij bestaan grotendeels uit Tutsi en worden waarschijnlijk door Rwanda gesteund. Ze zijn berucht vanwege hun gedrogeerde kindsoldaten. Hun ex-leider Bosco Ntaganda staat in Den Haag terecht voor het Internationaal Strafhof.

Eind 2016 vielen 20 doden in Lisala (Noord-Congo) bij botsingen tussen ordetroepen en aanhangers van de sekte van Simon Kimbangu. Ze werden uit hun woongroep gezet omdat ze volgens de autoriteiten ‘promiscue samenleefden’.

Begin 2017 spelen er diverse conflicten in de provincie Tanganjika. Twa (pygmeeën) en Luba (Bantoes) betwisten elkaars grondgebied. Sinds het begin van dit conflict zijn volgens een UN-rapport honderden burgers aan beide zijden gedood, tientallen dorpen weggevaagd, en tienduizenden gevlucht.

In het westen (Congo-Central) is de Bundu dia Mayala in opstand. Het is een politiek-religieuze cultus die het prekoloniale Kongo-koninkrijk wil herstellen. Dat leidt tot vele confrontaties met de politie. In Kinshasa is vorige week het huis van de leider (tevens parlementslid en tegen het aanblijven van Kabila) Ne Mwanda Nsemi door ordetroepen vernietigd. Hierbij zijn enkele doden gevallen.

In Kananga, Kasaï-Central provincie, zijn volgens een OCHA-rapport recentelijk 140 slachtoffers gevallen bij gevechten tussen militairen en een lokale militiegroep van opstandelingenleider Kamuina Nsapu. Op internet staat sinds een paar dagen een gruwelijk filmpje hoe de militairen de ongewapende burgers afslachten. VN en VS eisen een onderzoek.

Eergisteren is de kerk van de Saint Dominique-parochie in Kinshasa overvallen. Hierbij werden hosties en andere liturgische zaken ontheiligd door de vandalen. Ze zouden (!) leuzen tegen de Bisschoppenconferentie geroepen hebben. Deze is de aanjager van het oudjaarsakkoord en zo kan de schuld bij de oppositie gelegd worden. Vandaag werd een katholieke lagere school door jongeren geplunderd.

Ieder jaar honderden, duizenden doden maar ze worden snel vergeten. Toen Papa Wemba stierf, kondigde de regering een dag van nationale rouw af. Bij deze arme naamloze doden hoor je niets.

Vrijwel alle genoemde streken zijn roodgekleurd op de reisadvieskaart van BuZa. Dat betekent dat bv PUM alle geplande reizen naar het hele land geannuleerd heeft. Jammer voor mijn werk hier.

Congo wordt dus instabieler. Kabila lijkt controle te verliezen in het delfstofrijke land. Of misschien wel: Kabila wil de controle voorlopig verliezen. Als de chaos in een bloedige burgeroorlog uitmondt, kan hij weer alle macht naar zich toetrekken … en als redder des vaderlands als president aanblijven. Een zeer cynische benadering, maar het zou niet voor het eerst zijn in Congo.

Mijn terugreis naar Congo is onzeker. Voor een aantal Nederlanders ligt de visumaanvraag al weken te wachten in Brussel, zonder dat er zicht is op uitgifte. Er liggen zelfs officiële aanvragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken sinds Kerst. De goedkeuring moet tegenwoordig uit Kinshasa komen (Immigratiedienst) maar de Visumdienst heeft navraag gedaan en daar is sinds 26 januari geen aanvraag gearriveerd.  

Ik was op 2 februari ruim op tijd met mijn aanvraag (‘6 dagen’ stond toen nog op de site). Nu is de kans groot dat ik mijn vlucht van 20 feb. moet annuleren. Dat kost me geld want het zijn goedkope niet omzetbare tickets. De ironie is dat je voor de visumaanvraag eerst een geldig ticket moet tonen. 

Is Kabila geïnspireerd geraakt door medemacho Trump? Onwelgevallige landen buitensluiten (maar waarom is Nederland niet welkom?). En wat kost het het land niet? Geen adviseurs voor projecten en ondernemingen, geen NGO staf, geen zakenlui, geen familiebezoek uit het rijke westen, geen toeristen. Blijkbaar interesseert dat de president niet. Als hij maar zijn kracht kan tonen. 

Nieuwe poging. Voor een Congolees is het onmogelijk om een visum voor Nederland te krijgen. Zelfs als je de vrouw van een Nederlander bent, dan krijg je nog steeds moeilijk een visum. In die zin is het niet zo vreemd dat ze niet zo gemakkelijk een visum aan Nederlanders geven. ” Als jullie zo nodig moeilijk willen doen, dan ….”. 

Het wordt me niet gemakkelijk gemaakt om niet cynisch te worden. Cynisme is de valkuil van ontwikkelingswerk en ik heb me er tot nu toe redelijk buiten kunnen houden. Maar ik stel me nu echt de vraag: wil Congo onze hulp wel? Als hun xenofobie voortkomt uit zelfbewustzijn of onafhankelijkheid, dan is zou dat prima zijn. Maar deze zelfverzekerdheid lijkt meer op hoogmoedswaan. De meeste Congolezen zijn straatarm, het land functioneert niet, en er zijn dagelijks moordpartijen tussen bevolkingsgroepen en tussen milities en militairen. 

Dan bereikt mij het bericht dat je op het consulaat in Antwerpen wel binnen een dag je visum krijgt. Maar ja, mijn paspoort ligt in Brussel. Desgevraagd gelooft de Visumdienst het niet: alle zou via Kinshasa moeten. Maar twee collega’s van Monique hebben wel degelijk hun visum meteen in Antwerpen gekregen. 

Die omweg via de beruchte Immigratiedienst (of volgens de laatste berichten Buitenlandse zaken) in Kinshasa maakt me wat ongerust. Ze hoeven maar mijn naam te googelen, Google translate in te schakelen, en ze komen anti-Kabila-uitspraken van mij tegen. En het zijn geen lieverdjes daar. 

Intussen heb ik mijn reis definitief moeten uitstellen. Het visum is niet op tijd uitgegeven. Balen.

Vroeg in de ochtend appte Monique. Ze wilde verhuizen. Ons huis in Kinshasa was namelijk onder aan het lopen. De garage stond al blank, mijn fiets dobberde op de golfjes. De tuin stond ook al blank, de gezellige lampjes stonden onder water. Nu was de huiskamer aan de beurt. Snel had ze de meubels wat hoger gezet. De kast was te zwaar om te versjouwen. De stopcontacten waren ook uit zicht verdwenen. Even later kon ze het huis niet meer in.

Vanuit het kantoor – iets hoger gelegen – zag ze het water door de poort binnenstromen. Het elektriciteitshuisje stond nu ook onder water, voor één keer was het een geluk dat de stroom was uitgevallen want ze vreesde dat iedereen anders geëlektrocuteerd zou worden. Er kwam een invasie van kakkerlakken aanzetten, gevlucht voor het oprukkend water. Ook de wacht wist niet wat te doen. Zijn papieren zaten in zijn jas die onder water hing.

Toen Monique het huis weer binnen kon, bleken de koelkast omgevallen, de kast in de keuken ingestort, de kleding en de bekleding van de meubels onder de modder. Mijn documenten van PUM en de hare van Broederlijk Delen waren uit elkaar gevallen. Drogen had geen zin meer. Ik vond het heel erg dat ik niet ter plekke was om te helpen.

Rond de middag begon het water te zakken. De oorzaak werd ook duidelijk. Naast ons huis stroomt een riviertje, tevens open riool. Als het regent, stijgt het water flink en meestal komt onze binnenplaats onder water te staan. Maar dit keer was het afstromende water geblokkeerd. De stroom had een nieuwe uitweg gezocht …. via de ingang van ons huis.

In de wijk van de blokkade waren de inwoners de rivier aan het ontzanden om hem zijn normale loop te laten hernemen. In andere wijken verbleven de bewoners op hun dak. Het interieur onder hen is meegesleurd of vernield. In het centrum stonden de boulevards onder water. Erosiegeulen vraten zich een weg waardoor ze de gebouwen deden instorten. De voorlopige balans is twee doden en twee vermisten.

Overal in de stad lopen goten, die afwateren in kleine riviertjes die weer afwateren in de Congorivier. In al die goten wordt afval gegooid omdat er geen vuilnisophaal is. Het is een stinkende rottende zooi die de doorstroming bij regen hindert.

De afwatering in dit soort megasteden is nauwelijks te controleren. Zeker niet door een zwak en corrupt stadsbestuur. Bovendien verschijnen overal grote ommuurde gebouwen langs en in de straat (onze straat wordt in tweeën geknipt door een gebouwencomplex) waardoor het water niet weg kan vloeien.

Regideso (Regie des Eaux, de Congolese Vitens) had in 2016 een tekort van 8,5 miljoen dollar. Dit werd grotendeels veroorzaakt door wanbetaling van de overheid. De totale betalingsachterstand bedraagt bijna 100 miljoen dollar. Dan kun je ook niet verwachten dat ze het verouderde afwateringsysteem verbeteren. Dat systeem dateert nog van de koloniale tijd (voor 1960). Met de verwachte toename van regens in Kinshasa (van 1400 mm tot 1700 mm per jaar volgens het WMO) en de huidige politieke impasse zullen we nog vaker natte voeten krijgen, vrees ik.

Monique is weer terug in Kinshasa. De stroom en het water bleken afgesloten. De elektriciteitskabels hingen los in de tuin. Omdat ze de poort raakten, stond die onder stroom (handig tegen dieven, maar onhandig voor de wachten). Tegen betaling kon alles weer aangesloten worden. Monique weigerde; ze had de rekeningen al betaald. 

Ik volg haar over een week. Mijn visumaanvraag neemt tijd omdat hij nu eerst langs de beruchte Immigratiedienst in Kinshasa moet. Dit levert een verlies van 4 dagen op. Anderzijds levert het natuurlijk winst op bij de Immigratiedienst. Het lijkt erop dat de autoriteiten nog snel een graantje (nou ja: een graansilo) willen meepikken, nu het nog kan. 

Het akkoord van oktober onder leiding van de afgezant van de Afrikaanse Unie, de Togolese ex-president Eden Kodjo, was zwak omdat het te weinig deelnemers van de oppositie had. Daarom heeft de Congolese bisschoppenconferentie een nieuw en meer inclusief akkoord gesloten op oudjaar. Ditmaal deed de grootste oppositiepartij UDPS wel mee. Na dit akkoord weten de huidige ministers dat ze na december 2017 waarschijnlijk uitgerangeerd zijn.  

Echter, vanwege het gesloten akkoord is de internationale pressie op Kabila afgenomen. In de luwte kan hij de illegale voortzetting van zijn presidentschap voorbereiden. Daarnaast neemt de financiële steun voor ontwikkelingslanden, dus ook voor het democratiseringsproces in Congo, af. Een goede smoes voor het nogmaals uitstellen van verkiezingen. Ook het feit dat alle omliggende landen al decennialang door despoten geregeerd worden, geeft weinig hoop op een vreedzame overgang.  

De vredesbeweging is door de extreme repressie in de laatste maanden van 2016 lamgeslagen. Het zal tijd kosten eer ze weer actief wordt en druk op het vredesproces uit kan oefenen. In Oost-Congo zijn de al dan niet bewapende groepen allerminst gebaat bijeen vreedzaam verkiezingsproces. Alleen in een instabiele politieke situatie kunnen zij doorgaan met het illegaal winnen van grondstoffen. Als goed voorbeeld heeft gouverneur Ulungu van de onlangs gecreëerde provincie Sankuru een 350 karaat diamant van enkele miljoenen dollars geconfisqueerd van een gouddelver (‘om hem veilig te stellen’).  

Tot overmaat van ramp is woensdag de eeuwige oppositieleider van het UDPS, Etienne Tshisekedi, overleden. Hij was de verbindende factor in het Rassemblement (het platform van oppositiepartijen). Zijn zoon (waar hebben we dat nog meer gezien?) neemt het partijvoorzitterschap over. De (door Tshisekedi geleide) gesprekken met de bisschoppen over de uitvoering van het oudjaarakkoord zijn opgeschort.  

Intussen doen in Kinshasa meerdere complottheorieën de ronde. Het is immers niet de eerste oppositieleider die de laatste jaren verdwenen of vermoord is. Bij de terugkeer van zijn stoffelijk overschot uit Brussel en bij zijn begrafenis worden grote menigtes verwacht. Vandaag al is een ‘ville morte’ afgekondigd, een algemene staking. 

De verwachting is dat het daarna, tot september, redelijk rustig blijft in Congo. Ministers en ambtenaren zullen tot die tijd hun slag proberen te slaan. Als er dan geen serieuze beweging in de richting van verkiezingen zichtbaar is, zullen opnieuw manifestaties plaatsvinden, waarschijnlijk uitmondend in een grote opstand in december 2017. En dan ….

 

Ik heb een groot deel van mijn leven in de ontwikkelingssamenwerking gewerkt. Ik wilde solidariteit tonen met de mensen die het minder goed getroffen hadden. Dit in de overtuiging dat wij iets teruggaven van wat we in de eeuwen daarvoor genomen hadden.

In de Guardian stond onlangs een artikel dat die nepwaarheid ontkrachtte. Wij, de rijke landen, geven inderdaad genereus een deel van onze welvaart aan de arme landen. De rijke landen (verenigd in de OESO) geven momenteel jaarlijks 125 miljard $ aan ontwikkelingshulp. En hoewel dat bedrag afneemt, voelen we ons daar goed bij.

De Global Financial Integrity (GFI) en het Centre for Applied Research van de Norwegian School of Economics berekenden onlangs dat in 2012 in totaal 1,3 biljoen $ aan hulp, investeringen en overzeese overmakingen naar ontwikkelingslanden ging. Echter, in datzelfde jaar vloeide 3,3 biljoen $ terug naar de rijke landen. Netto ontvingen de welvarende landen dat jaar dus 2 biljoen van de armlastige landen. De schatting is dat dat sinds 1980 zo’n 16,3 biljoen $ is, ofwel ruwweg het BNP van de VS. Rijke landen ontwikkelen niet de arme landen, maar omgekeerd!

Hoe kan dat, waar zit hem dat in? Een deel (4,2 biljoen $) bestaat uit het aflossen van leningen, vaak aangegaan door eerdere corrupte regimes in de ontwikkelingslanden. De banken in New York en Londen profiteren hiervan. Een ander deel komt uit de winsten op de investeringen die gemaakt zijn. Deze winsten, bv van Shell uit de oliewinning in Nigeria of Anglo-American uit de goudmijnen van Congo, verdwijnen grotendeels naar de moederlanden.

Het grootste deel van het geld, naar schatting 13,4 biljoen $ sinds 1980, stroomt terug via kapitaalvlucht, witwassen en vooral belastingontwijking. Winsten worden illegaal of op semilegale wijze van de ene naar de andere dochtermaatschappij in het ene of andere land verplaatst, altijd met het doel om zo weinig mogelijk belasting te betalen.

Al met al worden deze schimmige geldstromen vanuit de ontwikkelingslanden momenteel geschat op zo’n 3 biljoen $ per jaar. Dat is 25 maal de ontwikkelingshulp. Waarom dus nog palaveren of we 0,7% van ons BNP aan ontwikkelingshulp besteden (een bedrag dat we overigens al jaren niet meer halen)?

Ontwikkelingslanden hoeven geen liefdadigheid van onze overheid of van grote bedrijven. Zij hebben behoefte aan gerechtigheid, zoals eerlijke handel en tax justice. De vraag is of de grote bedrijven en banken dat willen geven. De vraag is ook of de lokale macho presidenten dat willen claimen. Van de kruimels van deze geldstromen leiden ze immers een luxe leven. Een nare waarheid.