‘Congo: een leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies’ schrijft David van Reybrouck in zijn boek Congo. Met opgeteld een heel mensenleven in Afrika, ervaren Monique en ik dat vaak ook zo. Ik ben inmiddels weer terug in Nederland en vraag me af: wat heeft mijn karakter gevormd? En welke illusies zijn ten grave gedragen?

Wat de karaktervorming betreft hadden we de regen en overstromingen. De lucht in Congo is doordrenkt met waterdamp. De kleren en meubels stinken naar schimmel. De binnenplaats en garage staan vaak blank. Er zijn overstromingen in de stad en elders in het land. Komt dit door de klimaatverandering? Congolezen zeggen dat er meer en onvoorspelbaardere buien zijn. Onderzoek heeft vastgesteld dat er in heel Afrika sinds 2005 meer tropische stortbuien zijn. Dit jaar, met La Niña, zijn er meer overstromingen in Afrika dan tevoren. Droogte is slecht voor de gewassen maar stortbuien evenzeer. Zij slaan en spoelen de planten weg.

Een andere reden voor de wateroverlast kan zijn dat er meer huizen rond ons gebouwd zijn die allemaal afwateren in ons riviertje. Tussen de huizen staan muren die het water maar één kant op geleiden: naar het diepste punt. Helaas in onze wijk is dat ons huis en bij de achterburen. En bij ons huis is het de garage het dieptepunt. We hebben er geen waardevolle spullen meer staan. Bij hevige buien zetten we binnen alles op een hogere etage.

In Heart of Darkness en Het Congolese verdienmodel schreef ik al over de eeuwige perikelen met de Congolese NUON. Eigenlijk mag ik niet klagen omdat we een zonnepaneel hebben en omdat de meeste Congolezen helemaal geen stroom hebben. Maar toch, ik ben verwend en gebruik nu eenmaal dagelijks elektrische apparatuur om te koken, koelen, lezen, schrijven, tv en filmpjes te kijken … Het heeft mijn karakter nog niet helemaal gevormd want ik blijf me ergeren.

Een andere leerschool is de ongeorganiseerdheid van het land. Zelfs met al mijn Afrikaanse ervaring blijft het wennen dat niemand zijn afspraken nakomt. Het tijdsbesef is nog minder aanwezig dan in andere landen. Dat komt traditioneel van de tijdsmetingen ‘meteen als de zon opkomt, als de zon rijst, als de zon in het zenit staat, als de zon zakt, bij zonsondergang’. Dus mijn afspraak ’s ochtends 8 u bij het hotel om naar het dierenpark te gaan en die altijd neerkomt op een uur of 10-11, is het tijdstip ‘als de zon rijst’. Dit geduld moet ik nog veel oefenen.

Wat zijn de gestorven illusies? Allereerst het isolationisme van het land. De visumverstrekking is bemoeilijkt en de samenwerking met landen als België, de VS en de EU verslapt (waarover meer in een volgend artikel). Buitenlandse investeringen worden nauwelijks nog gedaan. Congo lijkt een anti-ontwikkelingsland geworden. Waarom willen de mastodonten in Congo en omliggende landen aan de macht blijven? Komt het dan echt heel plat neer op geld? De macht verliezen is geld verliezen, dat weet iedereen hier. Het hele land volgt ‘article 15’: het niet bestaande wetsartikel dat neerkomt op debrouillez vous: ‘zie maar hoe je jezelf redt’. De overheid geeft het goede voorbeeld, zij redden zich uitstekend. President Kabila heeft al 15 miljard dollar verzameld en wil graag nog wat aanblijven.

Een andere desillusie werd de PUM. Mijn vertegenwoordigende functie combineert mijn ervaring in ontwikkelingsamenwerking met mijn leeftijd. Na een jaar lang een netwerk opgebouwd en een vijftal projecten goedgekeurd gekregen te hebben, besloot de PUM om zich uit een aantal ‘moeilijke’ landen terug te trekken. Ik vind dat een slecht besluit omdat het juist de landen als Congo treft, waar de steun het meest nodig is. Ik correspondeerde erover. Naast positieve reacties, kwam ook het verwijt dat ik in het geitenwollensokkentijdperk was blijven steken. Het voordeel van de terugtrekking is wel dat ik nu zelf met veel plezier als senior expert in twee projecten werk: een theater en een dierenpark.

Ik dacht voor vertrek hier iedere avond wel een live band met soukous te kunnen zien. Dat viel goed tegen. Kinshasa is enorm en er zijn inderdaad veel live optredens maar waar en wanneer, daar kom je moeilijk achter. Ook is het transport is ’s avonds gevaarlijk, met de fiets en met de taxi. In ons kringetje zijn al mensen gekidnapt en beroofd. Ik ben nu afhankelijk van vrienden die ’s avonds met de auto naar een optreden willen.

Maar nu ga ik eerst weer een tijdje van Nederland en de festivals genieten. Vergeet niet dat er op 24 en 25 juni een leuk gratis Afrikafestival in Nijmegen is. Hier treden verschillende artiesten op. De belangrijkste zijn Claude Mukwaba met zijn traditionele dansers. Claude is een virtuoos op de lange Congolese trommel. Verder zingt Zoë Dlamini uit Swaziland. Op het einde speelt Badala. Speciaal voor dit optreden splitsen zij zich in tweeën op: het wat intiemere Corda, met een mix van klassiek en Afrikaans, en het achtkoppige Badala zelf met een swingende show van zeer dansbare West-Afrikaanse muziek. Tussendoor spelen er nog twee djembé bands uit de buurt van Nijmegen en komen twee schrijvers uit en over Afrika hun verhalen vertellen. Op de zondag worden twee films gedraaid: Grigris uit Tsjaad en Soulpower uit Congo.

Theater is, net als muziek (zie een vorig blog), een krachtig middel om te verbinden en zo vrede en democratie te bevorderen. In het verleden heb ikzelf daartoe een poppenkast voor de tv Guinee-Bissau en een dorpstheater in Niger gemaakt. Ook in Congo wordt er ervaring mee opgedaan. In een politiek, sociaal en economisch zo verdeeld land is cultuur een van de weinige bindende factoren (naast voetbal).

Mijn Nederlandse vriend Guido Kleene organiseerde dit jaar, met EU-fondsen, een ‘boottocht voor de democratie’. In een dertigtal dorpjes aan de rivier de Congo tussen Kisangani en Mbandaka werd aangemeerd. Tussen boot en oever werd een soort laadklep neergelaten dat fungeerde als podium. Op het dek speelde de band en op de laadklep het theater.

De band en het theater van Arts et Action speelden allerlei fictieve situaties waarbij mensenrechten geschonden werden of conflicten opgelost moesten worden. Het publiek werd aangemoedigd mee te denken en af en toe mee te spelen. Op het einde werd opgeroepen om actief van hun stemrecht gebruik te maken. De boot werd enthousiast ontvangen door de rivierbewoners maar koel of zelfs vijandig door de autoriteiten.

Vorig jaar zag ik Nazali Kinshasa (‘ik ben Kinshasa’). Ze speelden en zongen typische Kinois toestanden: de opstoppingen, de corruptie, de elektriciteitsuitval (“we hebben de grootste waterkrachtcentrale van Afrika en de grootste hoeveelheid zoetwater, maar in huis ….. geen licht en geen water”), de vuilnis, de kerken (“in iedere straat zijn meer kerken dan bars … en ze verdienen ook meer geld”) en de begrafenissen (“daar wordt vele malen meer aan uitgegeven dan van het voorkómen van de dood”).

Mijn Congolese vriend Nzey van Musala schreef een aantal jaren geleden het toneelstuk Les Zérocrates. Het is een zeer ironisch stuk over de ‘Democratische’ Republiek Congo. ‘Le parlement parle et ment’ (het parlement praat en liegt) is een van de typerende uitspraken.

Nzey schreef en speelde recentelijk ook de Aquariumtempel. Omdat de PUM haar senior expert programma in Congo voorlopig stopgezet heeft, had ik de eer zelf aan dit muziektheaterstuk mee te mogen werken. Mijn taken waren het aanleren van de uitspraak van het Portugees, het stroomlijnen van de tweetaligheid (Frans en Portugees) en andere adviezen.

Aquariumtempel gaat over een koppel dat door de grensconflicten tussen Congo en Angola gescheiden wordt. Ze voelen zich beiden Mukongo (van de Kongo-stam) maar leven aan weerszijden van de kunstmatige grenslijn die in 1885 door de toenmalige grootmachten België en Portugal getrokken werd (zonder om de mening van de bevolking te vragen overigens). De vraag doemt op: behoren we een stam, een land of de wereld toe?

De laatste van de drie uitvoeringen was op 5 mei ter gelegenheid van de Dag van de Lusofonie. Maar liefst 3 ambassadeurs hielden een openingstoespraak: die van Portugal, Angola en Brazilië. Het publiek was aan dit niveau aangepast. Mannen in pak met dikke buik en vrouwen in jurk met dikke kont. Er werd veel Portugees gesproken uiteraard. De schrik sloeg me om het hart. Als ik weer op het podium geroepen zou worden als degene die de spelers Portugees had leren spreken, zou ongetwijfeld een boegeroep volgen. Het viel reuze mee: ik deelde in het uitbundige applaus.

Theater is broodnodig als vermaak, als bindmiddel, als uitlaatklep, en als politiek activisme. Jammer dat de – zelfs erg lage – toegangsprijzen niet voor iedereen betaalbaar zijn. Met een rommelende maag kies je toch eerder voor brood.

Ik was weer toe aan mijn ritje verkeerde facturen afhandelen, een vervelende bezigheid. Opvallend is dat het altijd in ons nadeel is. Hoe moeilijk moeten analfabete Congolezen het niet hebben?! Zij kunnen de rekeningen niet checken zoals wij.

Eerst de Congolese NUON: waarom betalen we als we geen stroom hebben en zij zelfs ons elektriciteitsnet en apparaten mollen met 380 V?! Behalve het zonnepaneel op kantoor, hebben we namelijk al weer een tijdje geen stroom. Er blijkt een verbindingsstuk aan de paal verbrand te zijn toen er een overdosis langskwam. Er zouden monteurs langskomen.

Ondertussen belden we ‘ons’ mannetje bij de ‘NUON’. Toen die kwam zei hij inderdaad dat 4 verbindingsstukken vervangen moesten worden. Die moesten wel nog gekocht worden (60 USD). “Waarom zijn ze kapot?” “Omdat er teveel stroom op kwam”. “Wiens schuld is dat?” “Niemand kan daar wat aan doen, het ligt aan het weer”. “Waarom zijn deze verbindingsstukken duurder dan de vorige?” “Die waren van slechte (Chinese) kwaliteit, daarom brandden ze ook door”. “Maar die kwamen toch ook van jullie”. “Ja, maar van een andere – minder serieuze – equipe”.

De stroom deed raar daarna. Bij het zonnepaneel deed de verbinding met ons huis het niet meer. En op de ‘NUON’-stroom stond teveel Volt zodat weer de lampen en een laptop crashten. Als een gek haalden we alle apparaten uit de stopcontacten. Volgens de wacht was de ‘NUON’ langs geweest om de elektriciteit te repareren. In de avond was de stroom op enkele stopcontacten genormaliseerd maar toen deed de tv het niet meer.

Dan het water. Al maandenlang krijgen we verkeerde facturen. De getallen van onze meter liggen ver onder die van de factuur. “Volgens onze administratie moet je 150 USD voor de maand februari betalen”. “Dat kan niet want we betalen gemiddeld per maand 30 USD”. “Maar de stand en het meternummer op de factuur geven dat nou eenmaal aan”. “Dan geven die het verkeerd aan. Kijk, dit is de meterstand van vandaag: veel lager”. Iemand zou de stand op komen nemen en moest transportgeld (“Tja meneer, u hebt geen auto ter beschikking, dus …”). Met tegenzin gaf ik dat. Even later kwam ik hem onderweg tegen, te voet. Toen de tv. We hebben braaf ons abonnement betaald maar het beeldscherm zegt: ‘abonnement niet betaald’. Een storing, volgens de dienstdoende dame.

Onze eigen elektricien heeft intussen de zonnepaneelleiding naar ons huis gemaakt. Met de hoogspanning waren zekeringen verbrand (niet doorgeslagen dus, wat de bedoeling zou moeten zijn). Hij ging nieuwe halen in de stad (transportgeld!). Ik zei dat ze bij ons om de hoek ook te koop waren, maar dat wilde hij niet. Hij kwam dus met 2 maal zo dure terug (maar geen rekening om dat te bewijzen). Hij zei ook nog dat we problemen konden voorkomen door onze apparaten vaker te gebruiken.

Wij hebben hier in Congo al veel geld voor niets ingeleverd. De reparaties, de doorgebrande apparatuur, de valse rekeningen. Het verdienmodel van de Congolezen wordt duidelijk. Het personeel van de nuts- en andere staatsbedrijven krijgen een minimaal salaris (met flinke achterstanden) uitbetaald. De jaren (eeuwen!) van armoede brengt hen ertoe voor ieder dubbeltje te gaan. In de context van het land: iedere klant zoveel mogelijk te belasten. Merkt hij het niet: winst. Merkt hij het wel: dan de schuld zoveel mogelijk bij de klant zelf leggen. Trapt hij daar niet in: onderhandelen zodat nog een beetje winst overblijft. In alle gevallen transportgeld eisen en dan rustig te voet je ding doen. De klant heeft immers haast, jij niet.

Zo schuift iedereen altijd de bal naar de ander en is de klant/huurder/weggebruiker/toerist altijd de klos, zeker als die blank is. Het doet me denken aan het boek Africa Works. Alles lijkt inefficiënt georganiseerd in Afrika. Dat is ook zo … voor ons en voor de arme burger. Degenen die de dienst uitmaken profiteren echter zeer efficiënt van het systeem. Alsof een grote stofzuiger voortdurend geld van de machtelozen naar de machtigen pompt. Het Congolees verdienmodel is een geldzuiger van onderen naar boven.

Congo heeft een rijke verscheidenheid aan flora en fauna. Het Congobassin is, na het Amazonewoud, het grootste aaneengesloten oerwoud ter wereld. Het is nog redelijk ongerept. Er leven diersoorten die nergens anders ter wereld voorkomen, zoals de okapi en de bonobo. Daarnaast is het oerwoud een belangrijke CO2-buffer en gaat het zo klimaatverandering tegen. Maar oorlog, stroperij, bevolkingsgroei, en oprukkende houtkap en landbouw bedreigen het bos en zijn unieke dierenwereld.

De gemiddelde Congolees is zich weinig bewust van deze gevaren. De nationale parken zijn door de slechte infrastructuur zelfs voor vermogende toeristen onbereikbaar. De wildparken worden ook nauwelijks beheerd. Bush meat is een lekkernij voor de arme oerwoudbewoner en de welgestelde stadsmens. Nog steeds worden jonge chimpansees te koop aangeboden (de moeder is daarvoor neergeschoten). Het ecosysteem met zijn grote biodiversiteit komt steeds meer in verval.

De hoofdstad Kinshasa is een conglomeratie van 12 miljoen inwoners. Velen van hen zijn jong en zitten op school. Ze zijn nooit in aanraking gekomen met de natuur in hun land. Zij zouden een belangrijke component voor milieubewustzijn moeten worden.

Daarom heeft André Kadima een dierenpark opgericht: Kadima’s Pride of Africa. Het meet 130 ha en bestaat uit een park (40 ha) waar zebra’s, struisvogels, gekroonde kraanvogels, buffels, wilde ezels en (binnenkort) giraffen vrij rondlopen. Je kunt er met de auto (met gids) doorheen rijden. Daarnaast komt er een dierentuin waar o.a. chimpansees, bavianen, krokodillen en slangen in moderne accommodaties gehuisvest worden. Er komt ook nog een speeltuin, restaurant en ecolodges.

Voor de bewustmaking op het gebied van milieubescherming vroeg Kadima mij om een educatiecentrum in te richten. Hier worden scholieren ontvangen en vinden activiteiten als film en debat plaats. Voor de gewone bezoeker zijn er foto’s met informatieve teksten, stropersvallen, opgezette dieren en geraamten te zien. Kinderen kunnen dierentekeningen inkleuren, sporen zoeken, en dierenverhalen inkijken of beluisteren. Ook komt er een kinderboerderij om de kinderen met tamme dieren in aanraking te brengen.

Iets dergelijks heb ik vorig jaar ook in Noord-Oeganda voorbereid. En in Nederland heb ik contact met dierentuin Amersfoort, en wil ik me bij Beekse Bergen en Burgers Bush gaan oriënteren hoe een modern dierenpark aangepakt moet worden. In Congo heb ik al gesproken met experts van de dierentuin Antwerpen en het (fantastische) Museum van Natuurwetenschappen in Brussel. Om dit een succes te laten worden, werken we samen met ICCN (Congolees natuurbeschermingsinstituut), WWF en AWF.

Nu ik gepensioneerd ben, lijkt dus ineens mijn jongensdroom werkelijkheid te worden. Ik wilde namelijk altijd ‘iets’ in een Afrikaans wildpark doen. Later werd dat geconcretiseerd in het educatieve deel: mensen bewust maken van de natuur. Het is ook wat ik een tijd geleden bij een UWV-cursus nog invulde als mijn droombaan. Mijn loopbaan liep heel anders, waarbij wel vaak onderwijs en Afrika een rol speelden. En nu vervul ik mijn jeugddroom. Een enorm voordeel is dat ik in Afrika nu juist gewaardeerd word om mijn ervaring en kennis terwijl ik in NL al uitgerangeerd ben.

Afrika heeft nu ruim 2 miljard inwoners maar de stijging is af aan het vlakken. Door de enorme technologische vooruitgang van vooral de kleinschalige landbouw, is er in principe genoeg voedsel voor alle monden. Door de klimaatverandering zijn in sommige streken (zuidelijk Afrika) de oogsten mislukt. Door diezelfde klimaatverandering zijn daarentegen Ethiopië (herenigd met het verzwakte Eritrea) en Soedan (herenigd met het eveneens verzwakte Zuid-Soedan) de graanschuur van Afrika geworden. Ethiopië verwerkt ook veel voedsel. De voedingsproducten worden via een uitgebreid spoorwegnetwerk vervoerd.

Afrika heeft enkele megasteden (meer dan 20 miljoen inwoners: Cairo, Lagos, Kinshasa, Addis Abeba, Johannesburg). Enkele tientallen jaren geleden waren die steden al verstopt. Een uitgekiend beleid van het toepassen van ICT en het enorm toegenomen gebruik van de fiets, heeft de druk op het verkeer doen afnemen. In de steden zijn grote aantallen kleine innovatieve bedrijfjes ontstaan. Tussen de steden lopen spoorwegen en autobanen met zelfrijdende vrachtauto’s.

Nigeria heeft zich bestendigd als economisch en moreel leider van Afrika. Het heeft nu ook de rol van India overgenomen wb het outsourcen van ICT activiteiten. Vanwege de goede balans tussen kwaliteit en prijs worden veel producten uit het land geëxporteerd naar Europa. Ook hun boeken, films, muziek en dans worden in Europa en de VS zeer gewaardeerd.

Beide Congo’s (Kinshasa en Brazzaville) hebben zich ontwikkeld tot een ijzersterke tandem sinds er een nieuwe generatie jonge leiders aan de macht is. Hun grondstoffen blijven onmisbaar voor de moderne technologie. Hoewel er steeds meer ICT apparaten gerecycled worden, is de vraag naar kobalt, coltan en koper onuitputtelijk. De bodem van Congo echter niet, zodat de prijzen omhoog geschoten zijn. De zeer sterke lobby tegen bloedmineralen heeft ervoor gezorgd dat in Congo op een legale manier gewerkt wordt. Op deze manier worden de rijkdommen onder de grond eindelijk omgezet in rijkdom voor de mensen boven de grond. Ook het hout wordt duurzaam gekapt en draagt veel bij aan de welvaart van de Congolezen.

Andere olielanden, zoals Equatoriaal Guinee, Kameroen, Gabon en Angola, zijn in een economische crisis terecht gekomen. Hun mastodontpresidenten zijn opgevolgd door andere mastodonten en de afhankelijkheid van olie-inkomsten is nooit verdwenen. Zoals al tientallen jaren is de elite hier schatrijk en de bevolking straatarm.

De wereld is van olie en gas omgeschakeld naar zon, wind en kernenergie. Dankzij een goede onderhandelingspositie is Niger nu in staat de uraniuminkomsten te behouden. Van het armste land van Afrika is het nu een van de rijkste geworden. Niamey doet denken aan het Dubai van 25 jaar geleden.

In de Sahara- en Kalahari-woestijn staan duizenden vierkante kilometers vol met zonnepanelen. Zij verzorgen de toegenomen behoefte aan energie in de opkomende landen er omheen: Senegal (weer los van Gambia), Ghana, Benin, Togo, Liberia, Burkina, Zuid-Afrika (hersteld van de politieke crisis maar economisch nog zwak), Zambia, Botswana en Namibië. In de Randlanden aan de Middellandse Zee staan veel windmolens die ter plekke de uit Europa verdwenen zware industrie van energie voorzien.

De vluchtelingen in de Randlanden zijn grotendeels teruggekeerd of in de industrie van hun gastland tewerkgesteld. Door de aanhoudende politieke en economische malaise zijn vele Europeanen (vooral uit Zuid-Europa) in de Randlanden neergestreken op zoek naar werk. Ze worden gediscrimineerd door de lokale bevolking en de eerste generatie Afrikaanse vluchtelingen. Veel van deze Zuid-Europese gastarbeiders eindigen in de vervallen opvangkampen uit de jaren ’20.

Afrika, vooral zuidelijk Afrika, ontvangt jaarlijks meer toeristen dan de andere werelddelen. Door onrust en duurte is het toerisme elders ingezakt. Afrika heeft zijn zeer gevarieerde flora en fauna weten te behouden. Veel bezoekers komen ook om de stress achter zich te laten en zich in oorspronkelijke culturen onder te dompelen.

Bij de meeste sportevenementen op wereldniveau is het tegenwoordig een uitzondering geworden als geen Afrikaan of Afrikaans team wint. Met name China en India doen er alles aan om ook winnaars voort te brengen maar tot nu vergeefs. Europa concentreert zich op wintersporten als schaatsen en skiën. Hun beste voetballers spelen in Zuid-Amerika en Afrika.

In 2027 is Afrika een verscheurd continent. Het bestaat uit een vijftigtal landen die zich verschillend ontwikkeld hebben. Aan de noordkant, al dan niet grenzend aan de Middellandse Zee zijn de Randlanden: (Marokko, Algerije, Tunesië, Mali, Niger, Libië en Egypte. Ze hebben repressieve regimes en zijn economisch volledig afhankelijk van Europa geworden. Hun belangrijkste karaktertrek is een veelvoud aan vluchtelingenkampen en opvangkampen voor teruggestuurde vluchtelingen. De oorspronkelijke bevolking is intolerant tov de vluchtelingen en er zijn vele – soms dodelijke – conflicten. De politiek en de economie zijn instabiel.

Aan de zuidkant is het economisch sterke Zuid-Afrika een failed state geworden. Na het afzetten van president Zuma heeft president Malema er een puinhoop van gemaakt. Zijn regime is corrupter en repressiever dan dat van Zuma en er heerst een onzichtbare burgeroorlog tussen de have’s (blank en zwart) en have not’s (eveneens blank en zwart). Veel inwoners zijn naar de stabiele buurlanden Botswana en Namibië gevlucht. In Zimbabwe is – na de dood van haar man – mevrouw Mugaba aan de macht, en ook daar blijven mensen de grens over vluchten.

Een groot aantal landen is van de categorie lage- naar middeninkomens gegaan. Het gaat om Senegambia (verenigd sinds 2020), Ghana, Benin, Kenia, Oeganda, Ethiopië, Tanzania, Zambia, en eerdergenoemde Botswana en Namibië. Hun kenmerken: om de 4 of 5 jaar een andere president, stabiele economie, veel regionale uitwisseling, veel ontwikkelingsfondsen (‘donor darlings’) en buitenlandse bedrijven die investeren, en een groeiende middenklasse die belasting betaalt en zo hun rechten afdwingt bij de overheid. Hun economische groeicijfers zitten boven de 5% per jaar.

De economische reus van Afrika is Nigeria. Zijn economie is verreweg de grootste en het groeicijfer is standaard boven 8%/jaar. Hun munt, de naira, is samengegaan met de CFA en is de sterkste valuta van Afrika geworden. Vrijwel alle producten die in Afrika gekocht worden, komen nu uit Nigeria. Het is een voorbeeldstaat, niet alleen op economisch maar ook op sociaal en politiek gebied. Het wil ook in de VN (Veiligheidsraad) en in andere internationale organen (IMF, WB) een woordje meespreken, maar dat wordt vooral door Europa en de VS tegengehouden.

Dan zijn er de Mastodontlanden. Zimbabwe is al genoemd. Ze liggen vooral in Centraal-Afrika: beide Congo’s, Angola, Kameroen, Gabon, Equatoriaal Guinee, Soedan en Rwanda. Hun presidenten zijn al decennia aan de macht. Behalve Mugabe zijn ook Obiang en Biya gestorven en bij hen volgde een zoon de overledene op. De Mastodontlanden hebben veel grondstoffen maar zitten desondanks economisch aan de grond. Ze zijn onrustig met vele voortslepende lokale (interetnische) conflicten. Via cliëntilisme en corruptie houden ze zich op de been. De bevolking is nòg armer dan 10 jaar geleden.

Dan zijn er de ‘losers’, de nieuwe Derde Wereld, de ‘donor orphans’, de slachtoffers van de mondialisering. Zij hebben het socio-economisch niet gered en zijn als vuil achtergelaten. Zij zijn in een negatieve spiraal terecht gekomen: geen ontwikkelingshulp, geen investeringen, wel het afvalvat voor giftige stoffen. Ze worden door de donoren en buitenlandse bedrijven aan hun lot overgelaten omdat ze ‘moeilijk’ zijn: spreken vaak geen Engels, zijn slecht georganiseerd, hebben veiligheidsproblemen, er valt niet snel en meetbaar te scoren, je ontmoet er weinig andere expats, en je kunt er niet fijn een weekendje weg. Hun presidenten wisselen heel snel (staatsgrepen) of juist heel langzaam (uitgestelde verkiezingen). Naast eerdergenoemd Zuid-Afrika zijn de voorbeelden: Guinee, Guinee-Bissau, Liberia, Sierra Leone, Burkina Faso, Tsjaad, Somaliland (onafhankelijk in 2021), Puntland (onafhankelijk in 2022),  Malawi en Mozambique. Sommige dreigen af te zakken naar de categorie conflictlanden.

De conflictlanden zijn bijna dezelfde als die in 2017: Eritrea, Centraal Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, Somalië, Burundi. Binnenland (de regeringen) en buitenland (de ‘internationale gemeenschap’) zijn niet in staat geweest deze burgeroorlogen of sluimerende etnische conflicten op te lossen. Deze landen overleven puur op noodhulp, overigens de enige steun die Nederland in 2027 nog geeft aan Afrika.

De niet genoemde landen vormen een tussencategorie. In heel Afrika zwerven honderdduizenden ontheemden, op de vlucht voor oorlog, honger of klimaatverandering. De nieuwe middeninkomenslanden houden de grenzen zo goed mogelijk gesloten. Vele vluchtelingen eindigen doodvermoeid in de Randlanden, zonder enig uitzicht op verdere migratie.

Islamterrorisme komt nergens meer voor in Afrika. Wel zijn de rebellengroepen uit Centraal-Afrika de grenzen overgestoken. De vooral werkloze jongemannen en soms zelfs kinderen terroriseren de welvarende middeninkomenslanden. Het eigen leger en veiligheidsdiensten van deze landen zijn nog te zwak om weerstand te bieden maar de Europese landen – uit angst voor vluchtelingen – ondersteunen hen tegen de rebellen. De rebellenleiders kunnen niet meer aan het Internationaal Strafhof in Den Haag uitgeleverd worden want vrijwel alle Afrikaanse landen hebben zich daaruit teruggetrokken.

Meer dan de helft van de Afrikanen woont in de stad. Het continent telt nu 12 steden met meer dan 10 miljoen inwoners. Water en elektriciteit zijn er schaars, de wegen zijn continu verstopt, het vuilnis hoopt zich op en de criminaliteit tiert welig.

Afrika over 10 jaar schetst een vrij somber beeld. Daarom ga ik nu nadenken over Afrika over 25 jaar. Wordt vervolgd dus.

In veel cités (volkswijken) zijn jongeren de straat opgegaan. Ze zwaaien met takken en steken autobanden in brand. Veel winkels zijn gesloten, het openbaar vervoer is stil gelegd en verschillende scholen hebben hun leerlingen naar huis gestuurd. Op sommige plaatsen is door de politie geschoten. Ook zijn er stakingen en een ‘ville morte’ afgekondigd.

Ik hoor en lees later dat de ‘dode stad’ heel geslaagd was. Lege wegen, gesloten winkels, verlaten markten. Het moet een raar gezicht en geluid geweest zijn: 24/7 onontwarbare files en kakofonisch getoeter en nu ineens leegte en stilte. Op de Franse journaal zag ik het, bijna surrealistische beelden.

Bij eerdere manifestaties werden de ‘kuluna’, gangstergroepen uit de volkswijken, door de overheid gebruikt om wanorde te scheppen. Waarna de politie des te harder op de opposanten in kon meppen natuurlijk. Ze hebben ook de ‘wewa’, brommertaxirijders, helmen gegeven en hen gevraagd om informatie te verzamelen in de moeilijker bereikbare achterbuurten.

Aanleiding voor de onrust is het mislukken van de onderhandelingen tussen regeringsmeerderheid en oppositie. De bisschoppen die de onderhandelingen leidden, meldden vorige week teleurgesteld dat de deadline niet gehaald was. Er blijft gedoe over de uitvoering van het oudjaarsakkoord.

De regering wil dat de oppositie drie namen voorstelt voor het premierschap en dat zij daaruit kiest. De oppositie vindt dat – volgens het akkoord – de regering niks te kiezen heeft en zal daarom één naam voorstellen. Dit accepteert de regering niet. Een ander geschilpunt is wie de uitvoeringscommissie mag gaan voorzitten nu Tshisekedi overleden is (regering en oppositie komen niet tot één gezamenlijke kandidaat).

Tshisekedi is twee maanden geleden in Brussel overleden. Hij was decennialang de historische oppositieleider maar nooit president. Zijn stoffelijk overschot blijft voorlopig in Brussel. Zijn familie en de overheid worden het niet eens over zijn begraafplaats. De overheid is al begonnen met een soort praalgraf op het kerkhof aan de grote boulevard. Zijn familie wil echter een mausoleum bij zijn huis en partijbureau. De familie en de partij willen ook de ter aarde bestelling pas doen als de huidige premier (regeringsgezind) vervangen is door iemand van de oppositie (zoals in het oudjaarsakkoord afgesproken is). Zelfs na hun dood geven politici hier nog gedoe.

In Kinshasa hangen spandoeken boven de weg met : ‘wij eren Tshisekedi’. Sommige gebouwen hebben grote kaarsen op de stoep staan en affiches van Tshisekedi aan de muur hangen. Auto’s en brommers hebben een palmtak op de voorbumper. De eerste zag ik dat op de auto waarmee ik naar het dierenpark reed. “Camouflage voor in het park?”. “Nee, een eerbetoon aan onze leider”.

Met de onlusten was het rustig op straat. Alleen bij het partijbureau van de grootste oppositiepartij was het druk. De zoon van Tshisekedi is nu officieel tot partijleider benoemd. De strijd om de macht gaat dus tussen de twee zonen van de overleden leiders: Kabila jr. en Tshisekedi jr.

Vorige week waren we in de woelige provincie Kasai. Hier wonen de Baluba en wordt slechts Tshiluba gesproken. Het is een van de grotere bevolkingsgroepen in Congo en permanent tegenstander van het regime. Tshisekedi was Muluba en wordt in deze streek als een heilige vereerd. Overal zie je zijn gezicht.

Steeds gaan er geruchten in Kinshasa dat het stoffelijk overschot aan zou komen op het vliegveld en dat zou gepaard gaan met grote manifestaties. Maar met bovengenoemd gedoe over het oudjaarsakkoord en de laatste rustplaats gaat dat voorlopig niet door. Gelukkig valt in Brussel de stroom nooit uit.