Archives for posts with tag: Afrika

Afrika heeft nu ruim 2 miljard inwoners maar de stijging is af aan het vlakken. Door de enorme technologische vooruitgang van vooral de kleinschalige landbouw, is er in principe genoeg voedsel voor alle monden. Door de klimaatverandering zijn in sommige streken (zuidelijk Afrika) de oogsten mislukt. Door diezelfde klimaatverandering zijn daarentegen Ethiopië (herenigd met het verzwakte Eritrea) en Soedan (herenigd met het eveneens verzwakte Zuid-Soedan) de graanschuur van Afrika geworden. Ethiopië verwerkt ook veel voedsel. De voedingsproducten worden via een uitgebreid spoorwegnetwerk vervoerd.

Afrika heeft enkele megasteden (meer dan 20 miljoen inwoners: Cairo, Lagos, Kinshasa, Addis Abeba, Johannesburg). Enkele tientallen jaren geleden waren die steden al verstopt. Een uitgekiend beleid van het toepassen van ICT en het enorm toegenomen gebruik van de fiets, heeft de druk op het verkeer doen afnemen. In de steden zijn grote aantallen kleine innovatieve bedrijfjes ontstaan. Tussen de steden lopen spoorwegen en autobanen met zelfrijdende vrachtauto’s.

Nigeria heeft zich bestendigd als economisch en moreel leider van Afrika. Het heeft nu ook de rol van India overgenomen wb het outsourcen van ICT activiteiten. Vanwege de goede balans tussen kwaliteit en prijs worden veel producten uit het land geëxporteerd naar Europa. Ook hun boeken, films, muziek en dans worden in Europa en de VS zeer gewaardeerd.

Beide Congo’s (Kinshasa en Brazzaville) hebben zich ontwikkeld tot een ijzersterke tandem sinds er een nieuwe generatie jonge leiders aan de macht is. Hun grondstoffen blijven onmisbaar voor de moderne technologie. Hoewel er steeds meer ICT apparaten gerecycled worden, is de vraag naar kobalt, coltan en koper onuitputtelijk. De bodem van Congo echter niet, zodat de prijzen omhoog geschoten zijn. De zeer sterke lobby tegen bloedmineralen heeft ervoor gezorgd dat in Congo op een legale manier gewerkt wordt. Op deze manier worden de rijkdommen onder de grond eindelijk omgezet in rijkdom voor de mensen boven de grond. Ook het hout wordt duurzaam gekapt en draagt veel bij aan de welvaart van de Congolezen.

Andere olielanden, zoals Equatoriaal Guinee, Kameroen, Gabon en Angola, zijn in een economische crisis terecht gekomen. Hun mastodontpresidenten zijn opgevolgd door andere mastodonten en de afhankelijkheid van olie-inkomsten is nooit verdwenen. Zoals al tientallen jaren is de elite hier schatrijk en de bevolking straatarm.

De wereld is van olie en gas omgeschakeld naar zon, wind en kernenergie. Dankzij een goede onderhandelingspositie is Niger nu in staat de uraniuminkomsten te behouden. Van het armste land van Afrika is het nu een van de rijkste geworden. Niamey doet denken aan het Dubai van 25 jaar geleden.

In de Sahara- en Kalahari-woestijn staan duizenden vierkante kilometers vol met zonnepanelen. Zij verzorgen de toegenomen behoefte aan energie in de opkomende landen er omheen: Senegal (weer los van Gambia), Ghana, Benin, Togo, Liberia, Burkina, Zuid-Afrika (hersteld van de politieke crisis maar economisch nog zwak), Zambia, Botswana en Namibië. In de Randlanden aan de Middellandse Zee staan veel windmolens die ter plekke de uit Europa verdwenen zware industrie van energie voorzien.

De vluchtelingen in de Randlanden zijn grotendeels teruggekeerd of in de industrie van hun gastland tewerkgesteld. Door de aanhoudende politieke en economische malaise zijn vele Europeanen (vooral uit Zuid-Europa) in de Randlanden neergestreken op zoek naar werk. Ze worden gediscrimineerd door de lokale bevolking en de eerste generatie Afrikaanse vluchtelingen. Veel van deze Zuid-Europese gastarbeiders eindigen in de vervallen opvangkampen uit de jaren ’20.

Afrika, vooral zuidelijk Afrika, ontvangt jaarlijks meer toeristen dan de andere werelddelen. Door onrust en duurte is het toerisme elders ingezakt. Afrika heeft zijn zeer gevarieerde flora en fauna weten te behouden. Veel bezoekers komen ook om de stress achter zich te laten en zich in oorspronkelijke culturen onder te dompelen.

Bij de meeste sportevenementen op wereldniveau is het tegenwoordig een uitzondering geworden als geen Afrikaan of Afrikaans team wint. Met name China en India doen er alles aan om ook winnaars voort te brengen maar tot nu vergeefs. Europa concentreert zich op wintersporten als schaatsen en skiën. Hun beste voetballers spelen in Zuid-Amerika en Afrika.

Advertisements

In 2027 is Afrika een verscheurd continent. Het bestaat uit een vijftigtal landen die zich verschillend ontwikkeld hebben. Aan de noordkant, al dan niet grenzend aan de Middellandse Zee zijn de Randlanden: (Marokko, Algerije, Tunesië, Mali, Niger, Libië en Egypte. Ze hebben repressieve regimes en zijn economisch volledig afhankelijk van Europa geworden. Hun belangrijkste karaktertrek is een veelvoud aan vluchtelingenkampen en opvangkampen voor teruggestuurde vluchtelingen. De oorspronkelijke bevolking is intolerant tov de vluchtelingen en er zijn vele – soms dodelijke – conflicten. De politiek en de economie zijn instabiel.

Aan de zuidkant is het economisch sterke Zuid-Afrika een failed state geworden. Na het afzetten van president Zuma heeft president Malema er een puinhoop van gemaakt. Zijn regime is corrupter en repressiever dan dat van Zuma en er heerst een onzichtbare burgeroorlog tussen de have’s (blank en zwart) en have not’s (eveneens blank en zwart). Veel inwoners zijn naar de stabiele buurlanden Botswana en Namibië gevlucht. In Zimbabwe is – na de dood van haar man – mevrouw Mugaba aan de macht, en ook daar blijven mensen de grens over vluchten.

Een groot aantal landen is van de categorie lage- naar middeninkomens gegaan. Het gaat om Senegambia (verenigd sinds 2020), Ghana, Benin, Kenia, Oeganda, Ethiopië, Tanzania, Zambia, en eerdergenoemde Botswana en Namibië. Hun kenmerken: om de 4 of 5 jaar een andere president, stabiele economie, veel regionale uitwisseling, veel ontwikkelingsfondsen (‘donor darlings’) en buitenlandse bedrijven die investeren, en een groeiende middenklasse die belasting betaalt en zo hun rechten afdwingt bij de overheid. Hun economische groeicijfers zitten boven de 5% per jaar.

De economische reus van Afrika is Nigeria. Zijn economie is verreweg de grootste en het groeicijfer is standaard boven 8%/jaar. Hun munt, de naira, is samengegaan met de CFA en is de sterkste valuta van Afrika geworden. Vrijwel alle producten die in Afrika gekocht worden, komen nu uit Nigeria. Het is een voorbeeldstaat, niet alleen op economisch maar ook op sociaal en politiek gebied. Het wil ook in de VN (Veiligheidsraad) en in andere internationale organen (IMF, WB) een woordje meespreken, maar dat wordt vooral door Europa en de VS tegengehouden.

Dan zijn er de Mastodontlanden. Zimbabwe is al genoemd. Ze liggen vooral in Centraal-Afrika: beide Congo’s, Angola, Kameroen, Gabon, Equatoriaal Guinee, Soedan en Rwanda. Hun presidenten zijn al decennia aan de macht. Behalve Mugabe zijn ook Obiang en Biya gestorven en bij hen volgde een zoon de overledene op. De Mastodontlanden hebben veel grondstoffen maar zitten desondanks economisch aan de grond. Ze zijn onrustig met vele voortslepende lokale (interetnische) conflicten. Via cliëntilisme en corruptie houden ze zich op de been. De bevolking is nòg armer dan 10 jaar geleden.

Dan zijn er de ‘losers’, de nieuwe Derde Wereld, de ‘donor orphans’, de slachtoffers van de mondialisering. Zij hebben het socio-economisch niet gered en zijn als vuil achtergelaten. Zij zijn in een negatieve spiraal terecht gekomen: geen ontwikkelingshulp, geen investeringen, wel het afvalvat voor giftige stoffen. Ze worden door de donoren en buitenlandse bedrijven aan hun lot overgelaten omdat ze ‘moeilijk’ zijn: spreken vaak geen Engels, zijn slecht georganiseerd, hebben veiligheidsproblemen, er valt niet snel en meetbaar te scoren, je ontmoet er weinig andere expats, en je kunt er niet fijn een weekendje weg. Hun presidenten wisselen heel snel (staatsgrepen) of juist heel langzaam (uitgestelde verkiezingen). Naast eerdergenoemd Zuid-Afrika zijn de voorbeelden: Guinee, Guinee-Bissau, Liberia, Sierra Leone, Burkina Faso, Tsjaad, Somaliland (onafhankelijk in 2021), Puntland (onafhankelijk in 2022),  Malawi en Mozambique. Sommige dreigen af te zakken naar de categorie conflictlanden.

De conflictlanden zijn bijna dezelfde als die in 2017: Eritrea, Centraal Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan, Somalië, Burundi. Binnenland (de regeringen) en buitenland (de ‘internationale gemeenschap’) zijn niet in staat geweest deze burgeroorlogen of sluimerende etnische conflicten op te lossen. Deze landen overleven puur op noodhulp, overigens de enige steun die Nederland in 2027 nog geeft aan Afrika.

De niet genoemde landen vormen een tussencategorie. In heel Afrika zwerven honderdduizenden ontheemden, op de vlucht voor oorlog, honger of klimaatverandering. De nieuwe middeninkomenslanden houden de grenzen zo goed mogelijk gesloten. Vele vluchtelingen eindigen doodvermoeid in de Randlanden, zonder enig uitzicht op verdere migratie.

Islamterrorisme komt nergens meer voor in Afrika. Wel zijn de rebellengroepen uit Centraal-Afrika de grenzen overgestoken. De vooral werkloze jongemannen en soms zelfs kinderen terroriseren de welvarende middeninkomenslanden. Het eigen leger en veiligheidsdiensten van deze landen zijn nog te zwak om weerstand te bieden maar de Europese landen – uit angst voor vluchtelingen – ondersteunen hen tegen de rebellen. De rebellenleiders kunnen niet meer aan het Internationaal Strafhof in Den Haag uitgeleverd worden want vrijwel alle Afrikaanse landen hebben zich daaruit teruggetrokken.

Meer dan de helft van de Afrikanen woont in de stad. Het continent telt nu 12 steden met meer dan 10 miljoen inwoners. Water en elektriciteit zijn er schaars, de wegen zijn continu verstopt, het vuilnis hoopt zich op en de criminaliteit tiert welig.

Afrika over 10 jaar schetst een vrij somber beeld. Daarom ga ik nu nadenken over Afrika over 25 jaar. Wordt vervolgd dus.

Verbinden, dat woord zag ik het meest in de Nederlandse politiek. Er hangt dat softe ‘losers’-geurtje aan van multiculti en ‘samen thee drinken’. Is dat terecht?

In veel landen in Afrika is de bevolking veel meer verdeeld dan in Nederland. Landen als Kameroen, Nigeria en Congo kennen honderden verschillende etnische groepen (‘stammen’). Hoe houd je die in hemelsnaam bij elkaar?

Het zal geen toeval zijn dat juist deze landen lange en rigide dictaturen gekend hebben. Na de dood van Tito viel Joegoslavië uit elkaar en dit risico lopen de Afrikaanse dictaturen evenzeer. Maar democratie en sterk leiderschap zijn niet per definitie tegengesteld, zoals oa Nelson Mandela aantoonde.

Naast sterk democratisch leiderschap, kan taal een verbindende factor zijn. Landen of landengroepen die een taal delen, zijn homogener. Niet altijd, denk aan Somalië en Rwanda en Burundi. Maar ook daar (Rwanda) wordt de eenheidstaal gebruikt bij de hereniging van het land.

Eentalige landen als Botswana, Tanzania, Senegal, Nigeria, Guinee-Bissau en Sierra Leone zijn langzamerhand stabieler geworden. Soms is de eenheidstaal die van een etnische groep (Setswana, Wolof, Hausa) soms is het een mengtaal (Swahili, Creools, Krio).

Swahili wordt in heel in oostelijk Afrika gesproken. Het is een lingua franca (voertaal) die zich vanaf de oostkust via de handel verspreid heeft. Ze wordt gesproken door 50 miljoen mensen. Het is de aanjager van de East African Community (EAC) de steeds actiever wordende unie van Burundi, Kenia, Rwanda, Tanzania en Oeganda. Intussen hebben ze een gezamenlijk visum en binnen 10 jaar willen ze een gemeenschappelijke munt.

Swahili wordt ook in het oosten van Congo gesproken. In het noorden en westen is Lingala de hoofdtaal. Die is door de handelaren over de rivier en door Mobutu’s  soldaten (en stamgenoten) naar Kinshasa gebracht en wijd in de omtrek verspreid. Congo heeft nog meer linguas francas (Kikongo aan de westkust en Tshiluba in het zuiden) en ook deze talen worden tot ver over de grens gesproken.

Wil het daarom in Congo zelf niet zo lukken met het verbinden? Zijn er andere culturele factoren die de mensen in dit gigantische en onbegaanbare land met elkaar kunnen verbinden? Ik denk het wel: muziek. In bijna heel Afrika en zéker in Congo luistert iedereen naar soukous en danst er nachtenlang op. Hierover volgende keer meer.

Mijn verblijf in Nederland is bijna voorbij. Het werd gekenmerkt door korte fietsvakanties met Monique, mantelzorgen voor de ouders, de deur openen voor het aannemen van pakketjes voor de medebewoners, administratie, het huis opruimen, poetsen en opknappen, en wat PUM-zaken. Omdat ik tegenwoordig eigenlijk in twee werelden leef, zie ik naast de duidelijke verschillen ook de overeenkomsten tussen Nederland en Congo. 

De voortgaande digitalisering van Nederland is in de papierbak terug te zien. Voorheen bestond die voornamelijk uit oude kranten, nu uit verpakkingsmateriaal van de website-bestellingen. Ook in Congo bestaat onze papierbak louter uit verpakkingsmateriaal, maar dan niet van webshops. 

In mijn huidige levensfase bestaat de administratie vooral uit het aanvragen van AOW, pensioen en lijfrente regelen, en de begrafenisverzekering die mijn vader afsloot, afkopen. Opvallend is dat geen van bovengenoemde zaken door het betreffende instituut duidelijk geregeld was. Het vervelende was dat dat steeds in mijn nadeel was. Na aardig wat correspondentie werd uiteindelijk alles opgelost. 

Het wrange hierbij is dat als je niet protesteert, je dus niet de bedragen krijgt waar je recht op hebt. Niet iedereen zal – door gebrek aan tijd en/of expertise – kunnen protesteren. Dit bevestigt voor mij helaas het beeld dat banken en verzekeringen zwarte dozen zijn, waarin ten voordele van henzelf en ten nadele van de klant, gerommeld wordt. Zij lijken (moedwillig?) net zo ondoorzichtig georganiseerd als in Congo. Daar heet het corruptie, hier ‘complexe financiële producten’, ‘uw complexe situatie’ of ‘dat kunnen we uit privacyoverwegingen niet zeggen’. 

Intussen speelt een gemengd groepje Afrikanen en Nederlanders djembé in het parkje hier tegenover. Er wordt gedanst en gezongen. Anderen barbecueën of drinken een pilsje. Verderop wordt gebadmintond. De zon schijnt volop. Vanaf mijn raam kijk ik toe en weet ineens niet meer of ik in Nijmegen of Kinshasa ben.

Afrika wordt vaak samengevat als een land. Vroeger werd met Afrika alleen het land Zuid-Afrika bedoeld. Terwijl Afrika net zo groot en divers is als de andere continenten. Met Congo wordt meestal de Belgische ex-kolonie Democratische Republiek Congo ofwel Congo- Kinshasa ofwel het vroegere Zaïre (niet te verwarren met de Franse ex-kolonie Republiek Congo ofwel Congo-Brazzaville) bedoeld.

Congo is officieel een land. Hoewel. Het is gigantisch groot, groter dan Spanje, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Noorwegen bij elkaar. Voor een derde is het overdekt met dicht regenwoud. De infrastructuur is minimaal zodat vrijwel alle verbindingen binnen het land per vliegtuig (duur) of boot (traag) gemaakt moeten worden. Het land meet in alle richtingen zo’n 2500 km en daarbinnen ligt slechts 1200 km berijdbare weg. Binnenlandse handel is er dus nauwelijks. Consumptieartikelen worden geïmporteerd en dat kan alleen de elite in de grote steden zich permitteren. Grondstoffen worden al dan niet legaal geëxporteerd en daar profiteert alleen de elite, ook de buitenlandse, van.

In het oosten is de overheid afwezig. Lokale en buitenlandse rebellengroepen concurreren met elkaar om de macht. Niet toevallig gebeurt dit in het gebied waar de grootste hoeveelheid coltan en kobalt (onmisbaar voor mobieltjes) ter wereld in de grond zit. Deze burgeroorlog is eigenlijk een Afrikaanse oorlog omdat er zo’n 9 andere landen bij betrokken waren. Het duurt al decennia en heeft miljoenen levens gekost, vooral door honger en ziekte.

Ook waar de overheid wel aanwezig is, mn Kinshasa en de grote steden, daar is zij niet dienstverlenend maar uitzuigend en repressief. Ambtenarensalarissen zijn virtueel en dus wordt op alle niveaus gezorgd dat iedereen met wat macht die ook te gelde maakt. Dat gebeurt niet altijd even legaal. Hoe dichter je bij een militair kamp of politiebureau komt, hoe onveiliger het wordt. De soldaten en agenten gaan ’s avonds namelijk ‘shoppen’ en wel zonder hun portemonnee mee te nemen. Vriend Guido was al eens in een taxi overvallen, overdag, door 4 gewapende oudjes van de presidentiële garde.

Mezelf overkwam het al op mijn tweede dag Kinshasa. Het verkeer stond vast op de grote boulevard, de 30 Juin. Ineens sprongen 2 politieagenten voor de auto die onze bagage ging ophalen. Een ging langs de chauffeur zitten, de ander stuurde mij de auto uit en ging aan de andere kant zitten. Daar stond ik, midden op de achtbaans weg. Gelukkig stopten de auto’s en bereikte ik de kant. Het vrachtwagentje reed verder en ik zag dat het aan de kant stopte. Na ongeveer 10 minuten liep de chauffeur me tegemoet en wenkte. De politie zat nog in de auto. Ik liep erheen. “Alle papieren waren in orde” zeiden ze tevreden. Dat leek mij sterk want het zal hen echt wel om een aanvulling op hun onbestaande salaris te doen geweest zijn. Ik had gelijk, de chauffeur had 6 US$ moeten dokken omdat hij de veiligheidsgordel niet om had.

Ik sprak wat later met de directrice van het Nationaal Bureau van Toerisme. Dat bepaalt het kader van de toeristische activiteiten in Congo. Omdat ze erover denkt om zelf een reisagentschap op te zetten, stelde ze voor de volgende ontmoeting ergens anders te houden. “We kunnen een kantoor huren”. “Ik heb een heel groot huis. Wees daar welkom”. Ze wil haar baan behouden (klein onregelmatig salaris) en daarnaast ondernemer worden (kans op extra geld). “Mag dat dan van de minister?” “Alle ambtenaren doen dat hier, en de minister ook!”

Er is geen scheiding tussen de wetgevende, -uitvoerende en –controlerende macht. Er is geen onderscheid tussen overheid en privé. Er is geen nationaal gevoel. De provincies zijn de koninkrijkjes van de gouverneurs. Bij binnenkomst moet je je voor veel geld laten registreren. De rijke bodemschatten in de Kasai en Kivu provincies worden uitverkocht. Iedereen doet maar wat, de grote massa om te overleven, de elite om zich te verrijken. Maar het werkt … vooral voor de elite.

Volgens het kaartje van het African Studies Centre[1] is Afrika verreweg het roodste (onveiligste) continent. Amsterdam (23 liquidaties in 2014), Parijs (17 doden bij aanslag) en New York (jaarlijks 200 geweldsdoden) zijn groen. Bamako, Kigali en Khartoum (zie het artikel van Aart van der Heide enige tijd geleden in Afrikanieuws) zijn niet groen.

Het gevolg is dat veel toeristen nog steeds naar de eerste drie genoemde steden trekken, en dat de toeristen de drie laatstgenoemde steden links laten liggen. Als variant op de zegswijze Wat de boer niet kent, dat eet hij niet, zeg ik dat men geneigd is de plaatsten die men niet kent, te mijden.

Hoeveel mensen nemen immers de tram niet meer in Amsterdam-West toen die beschoten werd door een onderwereldfiguur? Wie mijdt de Eiffeltoren? Niemand, toch. Maar wie heeft voor zijn vakantie de fraaie en rustige steden Kigali of Khartoum hoog op zijn verlanglijstje staan?

Jaarlijks zijn er ruwweg 1 miljard buitenlandse toeristen; het is de grootste legale ‘industrie’ ter wereld (zij het zeer versnipperd). Zij zetten jaarlijks zo’n 1000 miljard US$ om (9% van het wereld BNP). De minst ontwikkelde landen (49 LDC’s) ontvangen daarvan nog maar een klein deel (20 miljoen toeristen en 12 miljard US$) maar zij groeien de laatste 30 jaar significant sneller dan het wereldgemiddelde (9% tegen 4%). In 46 van de 49 minst ontwikkelde landen is toerisme inmiddels een van de belangrijkste inkomstenbronnen.

Toerisme is een potentiële economische factor voor landen om op eigen kracht de armoede te ontstijgen. Door de aangewakkerde angst voor terrorisme (zie mijn blog Waarom wil niemand nog naar Afrika?) kan die potentie niet waargemaakt worden. Toerorisme: een vervelende paradox!

[1]  https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/30128/ASC-075287668-3593-01.pdf?sequence=2

Onlangs kwam een dik rapport uit over de effectiviteit en efficiëntie van de medefinanciering van ontwikkelingsprogramma’s, het werk van de traditionele OS-organisaties zeg maar[1]. Het eindcijfer was ruim voldoende. Wat jammer nu toch dat we deze wijze van ontwikkelingssamenwerking net vaarwel gezegd hebben. Het zou te duur en weinig effectief zijn.

Minister Ploumen zet tegenwoordig liever op het Nederlandse bedrijfsleven in. Rutte maakte op de VN-bijeenkomst zelfs nog expliciet reclame voor Heineken, en daarvóór voor Philips en Unilever (zie wat ik eerder schreef over Unilever in Afrika).

Heineken wil aan Afrika verdienen, niet de armoede oplossen. Ploumen en Kamp willen het Nederlandse bedrijfsleven steunen, niet het Afrikaanse. Waarom moeten Nederlandse producten door Afrikanen gekocht worden in plaats van dat lokale producten – met Nederlandse hulp – ontwikkeld, gemaakt en vermarkt worden?

“De nieuwe tijd verlangt dat van ons” aldus Ploumen. Welke nieuwe tijd? De huidige egoïstische supercommerciële neoliberale? Waarin, àls het woord solidariteit al valt, de meesten besmuikt achter de hand gniffelen: ‘zó jaren ’70, zó achterhaald, van die ongewassen geitenwollensokkenhippies zeker (mooie muziek in die tijd, dat wel!)’? Waarin de multinationals miljarden aan belastinggeld uit Afrika naar Nederland sluizen, omdat dat hier een ‘gunstiger fiscaal regime’ heerst? De nieuwe tijd waarin Nederlandse bedrijven en bedrijfjes straks de prille en wellicht onhandige pogingen van lokale collega’s mogen wegconcurreren?

Ik investeer liever, zonder eigen winstoogmerk, in kleine Afrikaanse bedrijfjes. Ik werk met kleinschalige lokale reisorganisaties, soms van Nederlanders, vaak van Afrikanen. Onderweg overnachten we dan bij lokale projecten, community guesthouses of bij mensen thuis. We regelen lokaal vervoer en bezoeken natuur en cultuur, die door de mensen zelf beheerd worden. Misschien minder volmaakt maar wel eerlijker.

[1]  MFS II EVALUATIONS Joint evaluations of the Dutch Co-Financing System 2011-2015, SGE