Archives for posts with tag: Congo

Lubumbashi is de tweede stad in Congo maar lijkt in niets op Kinshasa. Relaxt, geen geschreeuw, brede beboomde lanen met weinig auto’s, oude koloniale gebouwen en nauwelijks hoogbouw. Fietsers en nauwelijks politie (wat zou ik graag hier rondfietsen!). Overal leerlingen in uniform. In het centrum grote parken. De stad wordt gedomineerd door een hoge ertsafvalberg met allerlei GECAMINES-fabrieken er omheen. Het doet denken aan Bulawayo (Zimbabwe) of Zuid-Afrika. Het ligt trouwens ook even ver van Kinshasa als van Johannesburg. Ik hoor geregeld Engels spreken. Het is duidelijk beter georganiseerd en rijker dan Kinshasa. Lubumbashi produceert, Kinshasa profiteert, zeggen ze hier.

Vandaar ook dat deze mineraalrijke provincie Katanga zich meteen na de onafhankelijkheid wilde afscheiden. De Belgen steunden gouverneur Tshombe omdat ze bang waren ‘hun’ bodemschatten te verliezen aan de ‘communistische’ regering van onafhankelijkheidsstrijder en premier Lumumba. Ze riepen de hulp van blanke huurlingen in. Lumumba vroeg hulp aan de VN. Deze laatste wonnen na drie jaar strijd. Tshombe vluchtte maar Lumumba werd al snel afgezet en gevangen genomen door de nieuwe legerleider Mobutu. Hij ontsnapte maar werd bij Lubumbashi vermoord. Door wie, dat is nog steeds onduidelijk. Op de tv vertelde een Belgische ex-militair onlangs dat hij het stoffelijk overschot in zwavelzuur opgelost had maar nog steeds de tanden in zijn bezit had.

Toen ik op het vliegveld aankwam, was het druk met volk en vlaggen. Over 2 uur zou het team van TP (Tout Puissant, zoals de band van Franco) Mazembe uit Zuid-Afrika terugkomen. Daar hadden zij de Afrika Cup voor clubs gewonnen, voor de 8ste keer en de 2de achter elkaar. Nu spelen ze verder oa tegen de Champions League winnaar om de Wereldcup. Het is een erg internationaal team met ook Ghanezen, Malinezen en Zambianen. De schatrijke ex-gouverneur en potentiele presidentskandidaat Moise Katumbi is eigenaar van de club.

Terwijl ik in Lubumbashi zat, kwamen er berichten uit Kinshasa. Daar was de opening van de nieuwe Belgische en Nederlandse ambassade, een modernistisch gebouw aan de grote boulevard. Eigenlijk: de Belgische ambassade waar Nederland inwoont. Voor België was dan ook minister Reynders van Buitenlandse Zaken uitgenodigd, bij ons slechts Willem van Ee, adjunct-directeur van dit ministerie. Reynders zei bij de openingsceremonie dat België hecht aan eerlijke en transparante verkiezingen, en in dat geval deze ook mee zal financieren. Maar hij zei eveneens dat de overheid zich moet houden aan het recht op meningsuiting en demonstraties.

De overheid had geen enkele afgevaardigde naar de ceremonie gestuurd had. Een bruuskering in het diplomatieke wereldje. Zij vonden dat Reynders niet welkom was omdat hij beweerd had dat de aanstelling van de overgelopen Tshibala als eerste minister niet in overeenstemming was met het oudjaarsakkoord tussen regering en oppositie. De Congolese minister van Buitenlandse Zaken reageerde op tv met: “We zijn niet op hun uitnodiging ingegaan, ook dat is vrijheid van meningsuiting en democratie.”

Buiten de ambassade waren demonstrerende jongeren te zien. Ze droegen spandoeken met ‘België moordenaar’ en ‘Geef het stoffelijk overschot van Lumumba terug’. Dat laatste is moeilijk want de soldaten van Mobutu en/of van België hebben hem in 1960 vermoord en het lijk laten verdwijnen.

Ik was met twee opdrachten in de stad. Ik wilde de dierentuin bezoeken, met de ex-directeur praten en me laten inspireren door het educatieve centrum. En ik wilde naar dieren te kijken die te koop waren. Via via had ik een telefoonnummer gekregen. Het bleek van de zoon van de Portugese eigenaar van een wildfarm. Het is privé en dus gesloten voor publiek, maar ik kon in het weekend komen kijken. Helaas was ik dan weer weg. Ik zou trouwens weinig zien want de dieren lopen in het wild rond op het uitgestrekte terrein buiten de stad. Een zestal soorten fokt erg goed en ze hebben nu last van overbevolking. Hoe gaan jullie de dieren vangen, vroeg hij. Daar had ik geen antwoord op. Zij vingen niet zelf maar huurden Zuid-Afrikaanse professionals en die waren erg duur.

De dag van vertrek was het in Lubumbashi nog stiller dan anders, alleen was er veel politie op de been. Juist vandaag zouden in alle steden van Congo manifestaties tegen het aanblijven van Kabila plaats hebben. Dit is normaliter verboden, de politie treedt met buitenproportioneel geweld op, en de steden zijn onbegaanbaar door brandende autobanden, molotovcocktails en traangas. Een slechte planning en een spannende dag dus.

Desondanks waren we binnen een halfuur op het vliegveld. Daar wel degelijk de gebruikelijke chaos, gecreëerd om naïevelingen als ik geld uit de zak te slaan. Ik liet een jongetje voor mij alles uitzoeken en gaf hem een ‘petit rien’. Na van het toilet gebruik gemaakt te hebben, gaf ik de toiletmeneer 0,30 €. “Was het een grote boodschap?” “Ja.” “Dan is dit te weinig.” “Maar er was geen water.” Hij verstond het ‘sans eau’ als ‘saloud’ (klootzak) en werd heel kwaad. Ik ga wel zelf een emmer halen, zei ik, maar verongelijkt spoelde hijzelf de wc schoon. Ik verdubbelde zijn vergoeding.

Terug in Kinshasa scheurden we over de 2 x 5 banen brede Lumumba-avenue. Die zit altijd verstopt maar leek nu wel een autoloze zondag. Bij het hoofdkwartier van de oppositie stonden enkele pantserwagens verdekt opgesteld. Meestal stellen ze zich provocerend op, nu niet. MONUSCO en ook de Belgische minister Reynders hadden de politie en militairen gemaand zich rustig te houden en alleen bij gewelddadigheden op te treden. Er was beperkt gedemonstreerd en er waren enkele mensen opgepakt maar het grote succes voor de oppositie was dat de hele stad was stilgelegd (‘ville morte’) zelfs de ministeries. In het hele land zijn 200 mensen gearresteerd, en 18 gewonden en 1 dode gevallen.

Advertisements

Ik lees in de krant over de rulings die de Nederlandse staatssecretaris van Financiën trof met Amerikaanse bedrijven om geen belasting te hoeven betalen. Maar zijn Congolese counterpart kan dat natuurlijk veel beter. Het Carter Center (van de oud VS-president) onderzocht onlangs nauwgezet de belastingontwijking in Congo.

Tussen 2011 en 2014 heeft het staatsbedrijf Gecamines (opvolger van het Belgische UMHK) 1,1 miljard dollar verdiend met de winning van koper en kobalt. 750 miljoen daarvan is niet in de boeken terug te vinden. Het kobalt wordt in de vorm van bouwmateriaal geëxporteerd. Daar wordt geen importbelasting op geheven. Ook verdiende Gecamines goed aan het uitgeven van concessies.

Minstens 262 miljoen dollar had per jaar afgedragen moeten worden aan de schatkist maar dat is niet gebeurd. Het blijkt echter dat dat geld wel degelijk bij de overheid is terechtgekomen, alleen niet in de schatkist maar in de zakken van invloedrijke personen. Aan hen betalen investeerders namelijk rechtstreeks hun smeergeld. De Israëlische miljardair Dan Gertler schonk in 2011 200 miljoen aan Gecamines en gaf een jaar later eenzelfde lening. Concurrenten als George Forrest en Billy Rautenbach konden daarna naar hun concessies fluiten. Gertler betaalde in 2011 rechtstreeks 10 miljoen aan Kabila en 20 miljoen aan zijn belangrijkste raadsman Augustin Katumba Mwanke. En Joseph Kabila won dat jaar zijn tweede verkiezing.

In de VS en het VK wordt onderzoek naar Gertlers frauduleuze praktijken gedaan maar tot nu toe is hij de dans ontsprongen. In het huidige Congo zijn de meest succesvolle investeerders zij die rechtstreeks zaken doen met Gecamines en de politieke elite. Degenen die meer scrupules tonen, blijven aan de zijlijn staan. Dit patroon voedt de vicieuze cirkel van corruptie en fraude die alle rijkdom aan grondstoffen wegzuigt van de schatkist en de Congolese bevolking.

Op Prinsjesdag publiceerde onze minister van Financiën de begroting voor volgend jaar (ruim 300 miljard voor 17 miljoen inwoners). Wat uit de schatkist gaat is ongeveer gelijk aan wat er in komt. De Congolese eerste minister, de overgelopen Bruno Tshibala, wilde voor 2018 een begroting maken van 40 miljard dollar (voor ruim 80 miljoen inwoners). Helaas wordt die maar voor 6 miljard door de schatkist gedekt. President Kabila’s vermogen wordt geschat op 15 miljard dus het inzetten daarvan zou het probleem deels oplossen. Helaas heeft Kabila het zelf nodig, oa om oppositieleden om te kopen.

Daarom wil Tshibala geld laten bijdrukken. Hij is ongetwijfeld vergeten hoe dat onder Mobutu afliep. Op het einde circuleerden biljetten van 1 miljoen zaïre, net genoeg om een brood te kopen. Ook lijkt een soortgelijke devaluatie en economische wanprestatie inmiddels in Zimbabwe tot het afzetten van Mugabe geleid te hebben. Misschien daarom wel heeft Tshibala de begroting gisteren teruggebracht tot 5 miljard.

De Wereldbank zei vandaag tegen hem dat die 5 miljard dollar veel te weinig is om het land verder te ontwikkelen. Er moet meer in de schatkist komen door de belastingen op inkomsten uit de mijnbouw. En er moet minder uit door een efficiëntere publieke sector. Ze gaven het voorbeeld van de watermaatschappij Regideso (Régie des Eaux). Die wordt voor 14% uit hun eigen inkomsten (het abonnement) en voor 2% door de overheid gefinancierd. De rest zijn leningen van oa de Wereldbank.

Er moet veel meer geïnvesteerd worden in water en elektriciteit, zegt het WB-rapport. Terwijl Congo het een na grootste zoetwaterbekken ter wereld heeft en een waterkrachtcentrale die potentieel heel Afrika van stroom kan voorzien, heeft slechts 50% van de bevolking toegang tot drinkwater en 14% tot elektriciteit. Met name dat laatste is een rem op de economische groei van het land.

Ik zie het Afrikaanse nieuws. Het zijn moeilijke tijden voor de beroemde Afrikaanse zonen. President Uhuru Kenyatta, zoon van Jomo, de eerste president van Kenia, heeft alle moeite om legitiem aan de macht te blijven. Zijn belager Raila Odinga, zoon van Oginga, een toenmalige handlanger van Jomo, ontwijkt verkiezingen. President Ali Bongo, zoon van ex-dictator Omar van Gabon, wordt beschuldigd van verkiezingsfraude. Teodorin Obiang, vicepresident en zoon van Teodoro, de huidige dictator van Equatoriaal Guinee, moet in Parijs de gevangenis in wegens fraude en witwassen. Zijn 11 sportauto’s zijn geconfisqueerd. In Togo zijn er dagelijks protesten tegen de verlenging van het mandaat van Fauré Gnassingbé, zoon van ex-dictator Eyadéma.

Maar Felix Tshisekedi, zoon van de onlangs overleden oppositieleider Etienne, maakt een tour door de provincies van Congo en wordt – ondanks de uit elkaar geslagen manifestaties – enthousiast ontvangen. Dit alles maakt de Congolese president Joseph Kabila, zoon van de vermoorde president Laurent, wat zenuwachtig. Zeker nu Nikki Haley, dochter van naar de VS geëmigreerde Indiërs, hier onlangs gezegd heeft dat alle steun van de VS ingetrokken wordt als de verkiezingen niet in 2018 plaatsvinden. Kabila zelf heeft ze tot 2019 uitgesteld. Zijn mandaat liep eind 2016 al af.

Kabila is niet de enige plucheplakker in deze regio. In Oeganda wil Museveni de maximale leeftijd van presidentskandidaten (nu 75 jaar) oprekken zodat hij zich opnieuw verkiesbaar kan stellen. In Rwanda heeft Kagame een referendum laten houden waarin niemand tegen een derde mandaat durfde te stemmen. Hij kan nu in principe tot 2034 aanblijven. In Burundi heeft Nkurunziza de grondwet onlangs gewijzigd en kan hij ook tot 2034 aanblijven.

De plucheplakkende zonen willen geen afstand doen van hun comfortabele zetel omdat ze enerzijds bang zijn hun inkomsten te verliezen en anderzijds om aangeklaagd te worden wegens wetteloze zelfverrijking. In tegenspraak daarmee lijkt de recente brief van de Congolese overheid waarin verordonneerd werd dat de komende 4 maanden geen oplichterij door ambtenaren mocht voorkomen.

Bij de controles onderweg van de projectauto was iedereen inderdaad opvallend aardig, zei Monique. Er schiet me nu ook te binnen dat de SNEL-technici wel in de paal geklommen zijn om de fasen om te wisselen (waardoor we weer stroom hebben, lees: af en toe stroom hebben) maar dat ze hun geld nooit gevraagd hebben. Zou die brief echt dit effect hebben? Maar wat gebeurt er dan over 4 maanden? En waarom 4 maanden en geen 3 of 5 of voor altijd? En geldt het ook voor de ministers zelf of alleen voor de lagere regionen?

De verkiezingscommissie CENI heeft vorige week de verkiezingskalender, waar zo lang op gewacht is, bekendgemaakt. Alle verkiezingen: presidentieel, parlementair en provinciaal, zijn op 23 december 2018. Net binnen de deadline van Nikki Haley voor steun van de VS dus. De oppositie vindt het te laat en de regering te snel. Intussen komen de 4 fraudevrije maanden ineens in een ander daglicht te staan. Dan heeft de heersende elite daarna nog ruim 10 maanden om hun belangen veilig te stellen. Dat zou toch moeten lukken.

 

 

 

De verstopping van de afvoer is ontdekt. Bij de buren. Een deel van de afvoer loopt buiten ons huis over hun erf. De loodgieter en de wacht gingen poolshoogte nemen maar werden weggejaagd door de buurvrouw. De loodgieter kon nog net zien dat de pijp afgesloten en gesloopt was. Ik reageerde geschokt. “Tja, zo zijn wij Congolezen” verzuchtte hij. Hij gaat met onze verhuurster een oplossing zoeken. Dat betekent sowieso moeizaam koken, veel breekwerk en lelijke buizen in huis. En misschien moeten we dat nog zelf betalen ook.

Een paar dagen later komt ingenieur langs om te kijken waar de nieuwe afvoer kan komen. Dat lijkt nog niet gemakkelijk te worden. Wel heeft hij de buren een ‘petit rien’ gegeven en mag ons afwaswater voorlopig weer via hun erf weglopen. Ik heb de overtuiging dat de buren de zaak afgesloten hebben, juist om zo’n ‘petit rien’ te krijgen. Alles, maar dan ook alles draait hier om geld. Ook dat is een facet van grote armoede.

Uit de Global Hunger Index 2017 blijkt dat er in Congo veel ondervoeding is. 1 op de 10 kinderen sterft voor zijn vijfde jaar en 40% van de kinderen heeft een groeiachterstand. Het onderwijs is officieel gratis maar de ouders betalen het in de praktijk zelf omdat de overheid noch leraren noch materialen bekostigt.

Desondanks wordt er jaarlijks voor ongeveer 10 miljard dollar aan coltan, kobalt en koper aan de Congolese bodem onttrokken om onze apparaatjes goed te laten werken. “In den beginne had God een mand vol met geschenken. Hij deelde die aan alle landen uit. Toen Hij op het eind in Congo kwam, was Hij doodmoe en zei: Hier, de rest is voor jullie.” Zo gaat de legende hier. Dit is wat Congo tot een geologisch schandaal maakt.

Toen de wereld rubber nodig had voor de banden van de net uitgevonden auto, liet koning Leopold II de Congolezen rubber tappen tot ze er dood bij neervielen (of hun handen afgehakt werden als ze niet genoeg tapten). Toen elektriciteit opkwam, was koper nodig. Het Belgische UMHK zorgde daarvoor. Op het eind van de Tweede Wereldoorlog was uranium nodig voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki , Congo leverde het. Daarna goud en diamant voor de nieuwe industrieën en de nieuwe elite in de westerse wereld. En tegenwoordig coltan en kobalt voor onze digitale apparaten, het overgrote deel komt uit Congo.

Zodoende voedt het land de rest van de wereld met mineralen zodat de rest van de wereld steeds welvarender wordt. Zodoende voedt de rijkdom aan grondstoffen de voortdurende conflicten in Congo. Zodoende heeft geen enkele belanghebbende, ondernemer of politicus, zin in een machtswisseling. Zodoende is er steeds maar één slachtoffer: de gewone hardwerkende Congolees.

Waar de inkomsten uit deze bodemschatten blijven, is duidelijk: bij Kabila en zijn familie. Ze bezitten 80 bedrijven en mijnconcessies in Congo. Kabila bezit 70.000 ha landbouwgrond en diamantlicenties voor een strook van 700 km langs de grens met Angola. Dat levert hem tientallen miljoenen dollars per jaar op. Belastingvrij want de bedrijven staan geregistreerd in Panama, Maagdeneilanden en Luxemburg. (De cijfers komen van de Congo Research Group).

Geen wonder dat de president, intussen bijna een vol jaar illegaal aan de macht, geen enthousiasme opbrengt om nieuwe verkiezingen te organiseren. Geen wonder dat de kiescommissie en het gepaaide deel van de oppositie hem daarin steunen. Zij genieten ongetwijfeld van een flink ‘petit rien’: een ‘grand rien’ ofwel een ‘petit beaucoup’ dus. Ik vermoed zelfs een ‘grand beaucoup’.

Het gevolg van deze politieke impasse is dat steeds minder geld vanuit het buitenland binnenkomt. Steun van internationale organisaties als UNICEF en van landen als België neemt af. Onderwijs en gezondheidszorg zijn alleen nog maar toegankelijk voor degenen met wat geld. Honger en kindersterfte zullen verder toenemen. Voor de meest kwetsbaren is er dus zelfs geen ‘petit rien’.

Van de Nederlandse kant is ook niet veel hoop te verwachten. Het verse regeerakkoord levert zo ongeveer iedereen in Nederland een ‘petit rien’ op maar over de grens valt dat tegen. Veel geld van Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om de immigratie van kwetsbare mensen naar ons welvarende land te stoppen. Marc Broere noemt het toekomstige ministerie in de Vice Versa dan ook het ‘Ministerie van Immigratiebeperking’. Bert Wagendorp noemt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Volkskrant ‘het Ministerie van Binnenlandse Zaken met buitenland in de portefeuille’. We raken steeds meer naar binnen gekeerd.

 

 

De bekende oorlogsfilm Apocalypse Now is gebaseerd op het boek Heart of Darkness van Joseph Conrad. In dat boek gaat de verwilderde ivoorhandelaar Mr Kurtz zijn ondergang in Congo tegemoet, net als Mr Kurtz (Marlon Brando) in de wouden van Cambodja. ‘The horror … the horror!’ Het begint hier in Congo weer op een apocalyptisch tijdperk te lijken, net als in de laatste dagen van Mobutu,  waar iedereen nog snel graait nu het nog kan. Iedereen pikt een graantje mee. Aan de top hele silo’s, aan de bodem alleen het kaf.

“Op dit moment is Congo geen staat, maar een systeem van persoonlijke verrijking” zei de Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking, De Croo, in een interview op de Belgische tv. Hij heeft gelijk. Op alle niveaus zie je dat alles erop gericht is om wat francs of dollars achter te houden. Van baas Kabila en zijn miljarden tot het dagelijks gesjoemel aan de basis.

Op het hoge niveau is er momenteel het schandaal van de paspoorten. Iedere Congolees die naar het buitenland wil, moest een nieuw, semi-biometrisch paspoort kopen. 250 USD. De elite heeft dat er wel voor over om te kunnen winkelen in Brussel en Parijs. Maar het paspoort is intussen afgekeurd en nu moet iedereen een nieuw, geheel biometrisch, aanschaffen. 185 USD, waarvan – beweert men – 60 USD rechtstreeks naar Kabila gaat. Dat geeft onvrede onder de elite. “We hebben een onrechtmatige president die zegt dat hij niet kan worden vervangen, maar hij wil wel dat we al onze rechtmatige paspoorten vervangen.”

Wijzelf worden meer met het lagere niveau geconfronteerd. Op het vliegveld van Kinshasa en Kisangani werd voortdurend om ‘een frisdrankje’ gebedeld. Ik lachte en vroeg hun naam. Tot mijn verrassing gaven ze die. Blijkbaar is er geen angst dat ik hun corruptie aangeef. Toch zegt premier Bruno Tshibala, voor veel geld losgezongen van de oppositie, de fraude en corruptie in zijn land te willen aanpakken.

Nadat ik vorige week de prijs van de reparatie van de bruikleenfiets van Monique van 50 naar 10 dollar gekregen had – zeker tweemaal zo duur als bij ons – begonnen gisteren de onderhandelingen opnieuw. Niet met de fietsmaker maar met een tussenpersoon. Uiteindelijk betaalde ik niets extra.

Bij het betalen van de rekening van het water van deze maand werd een slechte koers berekend en ik zag de juffrouw 2 biljetten van 500 (nog geen euro) in haar jurk moffelen. Bij het betalen van de (meestal afwezige) elektriciteit vroegen de opgemaakte dames of ik parfum uit Nederland meegebracht had. Buiten stond een politieagent te wachten. “Ik heb je fiets bewaakt.” “Dank je, maar gelukkig stond ie op slot.” “Je weet maar nooit.”. “Inderdaad.” “Met een fiets heb je weinig onkosten, hè?” “Ja, en beter voor je conditie en het milieu”. “Dan kun je mij wel wat extra’s betalen.” ……. Bij de supermarkt was geen wisselgeld. “Geef maar wat anders voor dat bedrag.” Dat had ze nog nooit gehoord, zo keek ze me aan. Ik kreeg een zakje snoep.

Bij ons in de wijk hangt aan een kant een koordje over het modderpad waar een militair de wacht houdt. Normaal vermijd ik dat maar het is een kortere route naar huis en ik wilde zien of deze barrière er nog steeds was. Inderdaad, maar geen militair te bekennen. Ik glipte dus onder het touw door. Fout natuurlijk want meteen kwam de militair met het geweer in de aanslag. Of ik niet wist ….. Dat wel, maar ik zag hem niet en had haast …. Ik draaide vlug om om mijn andere route te nemen. Hij pakte echter mijn fiets vast en begon om sigaretten, koffie en zo te zeuren. We stonden naast een broodstalletje en ik bood een broodje aan (0,50 €). Dat weigerde hij en ik ging er snel vandoor.

Bij Kadima kwam dinsdag een dierenhandelaar langs. Hij had een kistje bij zich met een stekelvarken. Het kistje leek me wat klein maar er bleek inderdaad een jong stekelbiggetje in te zitten. Het kistje was flink dichtgetimmerd en in ijzerdraad gewikkeld zodat we het arme dier nauwelijks te zien kregen. Stekelvarkens zijn nachtdieren, dus voor het publiek is er niets aan. Hij kon ook nog voor duikertjes, antilopen, mangoesten, papegaaien (bedreigd en dus verboden om in te handelen), palmgieren, toerako’s, en arenden zorgen. Alles op bestelling.

Ik was niet enthousiast. Ik vind het belangrijk dat er inheemse dieren te zien zijn in ons dierenpark, maar ik weet ook hoe meer je van dit soort handelaren koopt hoe meer er gejaagd gaat worden. De vraag schept het aanbod. Ik vroeg de handelaar waarom hij geen dieren fokte in plaats van te jagen. Dan kon hij meer verdienen en verdwenen de dieren niet uit het woud. Hij begreep de vraag niet. Ik hield dan ook geen rekening met het feit dat Congolezen nu, vandaag, te eten willen en niet over een paar maanden of zelfs jaren. Dat bleek ook uit het feit dat Kadima hem drie jaar geleden 100 USD gegeven had voor een antilope. Nooit geleverd. “Ik wil nu mijn 100 USD terug.” Hij grijnsde schuldig: “opgegeten” (het geld, niet de antilope) en vroeg 5 USD voor een taxi terug.

Aan de onderkant van de maatschappij (en die is groot) kan ik dit voortdurend belazeren, oplichten en graaien begrijpen. Er zijn geen sociale vangnetten naast de familiebanden. Article 15: On se débrouille, je moet jezelf zien te redden. Lukt dat niet, dan lijd je honger. Aan de bovenkant heb ik er moeite mee. Daar verrijkt men zich schaamteloos, ten koste van de armen en geeft hen ook nog eens het slechte voorbeeld. Ik vraag me af wanneer de Apocalyps hier komt, wanneer het door en door verrotte systeem instort. Het zal niet lang meer duren.

En dan heeft vanochtend de Nationale Kiescommissie bekend gemaakt dat de verkiezingen niet vóór half 2019 plaats kunnen vinden. Eigenlijk zouden ze eind 2016 zijn maar het oudjaarsakkoord gaf uitstel tot eind 2017. Dat betekent dat het corrupte regime van Kabila nog jaren aanblijft en er vanaf vandaag onrust en erger op straat te verwachten is.

 

Het dierenleven in ons huis in Kinshasa bloeit. De biodiversiteit is van een hogere orde dan in het ernstig bedreigde Congolese oerwoud. Bij het licht van de zaklamp zag ik mijn eerste avond in Kinshasa al ratten, muggen en kakkerlakken.

Ik heb voor kakkerlakken veel respect. Al 200 miljoen jaar weten zij in zeer wisselende omstandigheden te overleven. Zonder enige aanpassing. Wij doen dit pas 1 miljoen jaar, met de nodige aanpassingen. Het is ondenkbaar dat eerstgenoemde soort door de laatste uitgeroeid wordt. De kakkerlakken zullen ons met honderden miljoenen jaren overleven.

De ratten krijg ik wel weg. Toen ik lang geleden op de universiteit gedragsonderzoek met ratten deed, ontsnapten ze weleens. Ze hielden zich tussen plafond en bovenvloer op. ´s Nachts kwamen ze naar beneden om het precies afgepaste voer van hun gekooide soortgenoten te stelen. Ratten zijn slim en laten zich niet zomaar vangen. Op de vaste routes die ze namen, zette ik vallen op (zoals een plastic afvalbak met gladde wanden met water erin). Met succes.

Voor de muggen heb ik wat Nederlandse bestrijdingsmethoden meegebracht. Elektrocuterende lampjes, ioniserende straling en ultrasone boxjes. Maar de Congolese muggen begrijpen dit systeem nog niet zo goed en blijven zoemen en steken.

Voor een wat wetenschappelijkere benadering van biodiversiteit ging ik namens dierenparkeigenaar Kadima naar een seminar in Kisangani. Het werd georganiseerd door het CSB, het Congolese Centrum voor de Bewaking van de Biodiversiteit, van de universiteit hier, en het Belgische CEBioS, het capaciteitsopbouw-programma van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen (die ook het erg mooie museum hebben).

Kisangani, de mythische stad in het ondoordringbare regenwoud. Het oude Stanleystad, de twee na grootste stad van het land. De stad van slavenhandelaar Tippu Tip en van de rubberkoorts. De stad van Bocht in de rivier van VS Naipaul en de stad die decennia lang belegerd en bezet is door rebellen- en huurlingenlegers. Vanuit het hotel maakte ik een wandelingetje. Buiten was het broeieriger dan in Kinshasa. Opvallend veel fietsen op straat, ook fietstaxi’s. De wegen zijn modderig. De gebouwen zijn erg vervallen. Veel vergane glorie.

Op het seminar waren zo’n 100 deelnemers in totaal: wetenschappers, NGOs en overheidsinstituties. Soms werd de groep gesplitst. In het begin toespraakjes van het Ministerie van Milieu, ICCN (het nationale natuurbehoudsinstituut) en gastheer CSB. Plots geschreeuw buiten. Studenten met spandoeken liepen langs en schreeuwden leuzen. Ze trokken struiken uit de grond, braken takken af en zwaaiden ermee (net zoals chimpansees doen om hun kracht te tonen). Enkele deelnemers pakten alvast hun laptops in. Weer even later vielen er stenen op het dak en vloog vlak achter mij een steen de zaal in. Ik sloot snel de deur naast mij. Ik zag later dat er glas in zat, dus zo veilig was dat niet. De directeur van CSB, prof. Dudu, is met de studenten gaan praten maar werd met stenen bekogeld. Hij raakte niet gewond.

De rust op de universiteit keerde na een tijdje terug en de toespraakjes werden vervolgd. Rond 13 u gingen we lunchen. Ik sloot eerst mijn laptop op de beamer aan om mijn dia’s uit te testen. Er klonken schoten buiten en de anderen kwamen terug binnen. De politie had traangas op de studenten geschoten en de passage naar de kantine was geblokkeerd.

Na een halfuur waren de dampen opgetrokken en konden we in de kantine eten. De studenten eisten dat hun herexamens afgenomen werden zodat ze naar het volgend jaar door konden gaan. Maar de professoren staakten. Hun salaris is in geen jaren verhoogd en geenszins aangepast aan de gedevalueerde franc. De demonstranten werden woedend toen ze enkele stakende professoren bij ons – ‘goed betaald’ – zagen werken. Nadat de politie de boel schoongeveegd had, hoorden we dat de actie zich in de stad voortzette.

Mijn presentatie over het dierenpark werd gewaardeerd. Ik zei dat het particulier initiatief van Kadima de leemte vult tussen wat de overheid en de NGOs doen. En tevens de leemte tussen de verwaarloosde dierentuinen en de ontoegankelijke wildparken in het land. Met zo’n 4 miljoen kinderen onder de 15 jaar in Kinshasa is het een mooie kans om de jeugd bewust te maken van het gevaar van de aantasting van de biodiversiteit in het land. Congo heeft unieke diersoorten, die in het wild dreigen te verdwijnen: bonobo’s, berggorilla’s, okapi’s en de uiterst zeldzame Congopauw.

Na afloop waren er positieve opmerkingen maar ook kritische vragen. Later in de middag mocht ik in een panel aanschuiven en ook daar waren kritische vragen. Het kwam veelal neer op (het gebrek aan) samenwerking met de overheid, de semantische kwestie of een dier in een park nog een ‘wild’ dier is en hoe kunstmatig een ‘semi-natuurlijk’ dierenverblijf is, het perspectief van een wild dier zien op korte (verkoop, eten) en lange (bescherming, inkomsten uit toerisme) termijn, en waarom niet slechts dieren uit Congo tonen?

De tweede dag gaf CEBioS een workshop over het Protocol van Nagoya. Dit is een internationale afspraak over de zeggenschap van landen over hun (genetische) natuurlijke hulpbronnen. Landen verplichten zich onderling tot een gemeenschappelijk akkoord als biologisch materiaal (dood of levend) uitgewisseld wordt. De ondertekenende landen, w.o. Congo, verplichten zich om maatregelen te nemen om het protocol na te leven. CEBioS helpt deze week met het ontwikkelen en toepassen van de instrumenten hiervoor.

Een voorbeeld van biopiraterij is het ‘gebruiken’ van Congolees plantaardig materiaal om geneesmiddelen te ontwikkelen. Het land krijgt niks, de farmaceutische industrie verdient er miljarden mee. CEBioS heeft het voor hun eigen activiteiten opgelost door alle biologische materiaal te ‘lenen’. Congo blijft eigenaar, heeft zeggenschap, en werkt mee aan het onderzoek van/met het materiaal.

Terug thuis was de biodiversiteit aangetast: de ratten gevangen en de kakkerlakken verstopten zich. De muggen zijn sterk verminderd sinds Monique het apparaatje met ultrasoon geluid, ioniserende straling en elektrocuterend licht uitgeschakeld had.

 

 

 

In Nederland draait momenteel Félicité, de winnaar van de Zilveren Beer in Berlijn. De film gaat over een vrijgevochten en trotse Congolese. Om de kosten van de operatie voor haar zoon te betalen, zingt ze in een rauwe bar in Kinshasa. Ze wordt begeleid door de Kasai Allstars.

De Kasai is een streek in het zuiden van Congo en bestond tot voor kort uit 2 provincies: Oost- en West-Kasai. Inmiddels is het totale aantal provincies vergroot tot 26 en bestaat de Kasai uit 5 provincies. Tot voor kort werd er veel diamant gedolven. Nu zijn de mijnen uitgeput en er is niets anders voor in de plaats gekomen. De landbouw is verwaarloosd.

De mensen in de Kasai zijn arm. Ze zijn niet zo bezig met de politieke verwikkelingen. Vandaag te eten hebben, daar gaat het om. En morgen weer een huis hebben om in te wonen, als het vorige huis vernield is door de rebellen of de soldaten. En op langere termijn graag functionerende scholen voor de kinderen en gezondheidsposten voor de zieken.

Hun bescheiden wensen worden bemoeilijkt door de militairen, althans mensen in militaire uniformen. Zij hebben wapens en vallen de bevolking lastig. Ze willen geld. Boeren en handelaren verliezen zo hun karige winsten. In menige gevangenis in het hele land zijn gevangenen ontsnapt. Of heeft de overheid hen laten ontsnappen om de chaos te vergroten, zoals in Congo beweerd wordt. Er zijn militaire uniformen en wapens gestolen, dat is zeker.

De grote politiek interesseert de mensen hier niet. President Kabila zou eind 2016 af hebben moeten treden. Met een akkoord van de bisschoppen en de oppositie wist hij dat tot eind dit jaar te rekken. Maar dan moeten er snel verkiezingen komen, en daar lijkt het niet op. In de onrustige Kasai zijn de kiezers nog niet geregistreerd. Houdt Kabila het conflict in de Kasai en in de andere provincies in stand om de verkiezingen uit te stellen, of om de noodtoestand uit te kunnen roepen en als sterke man de macht te kunnen grijpen? We weten het niet, al doen er natuurlijk allerlei complottheorieën de ronde.

Het conflict in de Kasai wordt door Oxfam een Assepoester-crisis genoemd omdat het onbekend is in de rest van wereld. Het werd veroorzaakt door de lokale overheid die na de dood van een stamhoofd een regeringsgezinde opvolger wilde. De door de bevolking voorgedragen traditionele chef (Kamwina Nsapu) werd vermoord. De protesten, vooral van jongeren die hier überhaupt weinig perspectief in het leven hebben, liepen uit de hand door het zeer gewelddadige optreden van het leger. In totaal vielen er zo’n 3000 doden en zijn er tientallen massagraven ontdekt. De internationale gemeenschap raakte betrokken toen 2 VN-medewerkers onthoofd werden.

Er zijn inmiddels meer dan een miljoen mensen op de vlucht geslagen, naar buurland Angola of de wouden in. Congo heeft het hoogste aantal binnenlandse vluchtelingen van Afrika. In afwachting van hulp, bouwen de verdreven families in veiliger gebieden hutjes van takken en stro. Nieuw aangekomen vluchtelingen worden in deze hutjes of in de schoolgebouwtjes onderdak aangeboden.

In de Kasai wonen veel Baluba, van oudsher in de oppositie tegen de gevestigde macht in Kinshasa. In het hele land vinden demonstraties en stakingen (‘villes mortes’, dode steden) plaats. Vaak worden die met veel politiegeweld uit elkaar geslagen. Met in totaal tientallen doden tot gevolg. Hetgeen het verzet in de steden verhevigt.

Het verzet wordt verder aangewakkerd door de verslechterende economische omstandigheden. De Congolese franc is nog maar de helft waard vergeleken met een jaar geleden. Om die reden staken de artsen en onderwijzers. De benzine wordt schaars. En men weet hier goed hoe het regime van Kabila zich de laatste jaren verrijkt heeft. President Kabila heeft – volgens een analyse van het gerenommeerd persbureau Bloomberg – in 10 jaar al 15 miljard dollar vergaard.

Voor de Kasai worden in België fondswervingsacties gevoerd, oa door de Congolese diaspora en ontwikkelingsorganisatie Broederlijk Delen. Laatstgenoemde heeft – via haar Congolese partnerorganisaties – zaaigoed, keukengerei, zeildoeken en microkredieten beschikbaar gesteld. In Congo zelf is mijn vriend, dierenparkeigenaar André Kadima, druk met het inzamelen van de benodigde spullen: kleding, voedsel, zeep, medicijnen, keukengerei, meubels, speelgoed, en sport- en schoolmateriaal. Zijn stichting heeft al voor tienduizenden dollars aan goederen overgedragen aan de bisdommen waar de slachtoffers wonen.