Archives for posts with tag: Congo

“We geven al decennia hulp aan Afrika maar het levert niets op”. Dat hoor ik regelmatig als ik hier in Nederland over de situatie in Congo vertel. Maar is dat wel zo?

Omdat ik in Congo voor de PUM werk, kom ik in contact met Congolese ondernemers. Zij klagen dat er zo weinig door Nederlandse bedrijven geïnvesteerd wordt. In de jaren ’80 was dat anders. Toen gaf Nederland exportkredieten aan bedrijven, vooral in de scheepsbouw, textiel en telecommunicatie, om te investeren in het toenmalige Zaïre. Als de klant niet terug kon betalen, was het Nederlandse bedrijf verzekerd. De verzekering werd uit Nederlandse ontwikkelingshulpgelden betaald. In 2010 kreeg Congo een algemene schuldenkwijtschelding, ook uit ontwikkelingsgeld betaald. Nederlandse en Congolese bedrijven verdienden dus ten koste van ontwikkelingsgeld, ofwel: arme Congolezen financierden rijke Congolezen en Nederlanders.

Een van de grootste westerse bedrijven in het huidige Congo is Heineken. Het onderzoeksinstituut Global Financial Integrity schatte in 2013 dat tussen 2002 en 2011 400 miljoen dollar onterecht uit Congo gestroomd is. Met name door belastingontwijking van westerse bedrijven. Het IMF stelde dat in 2009 de Congolese overheid 155 miljoen dollar van de mijnbouwondernemingen ontving terwijl voor 4,2 miljard dollar aan delfstoffen geëxporteerd werd.

Het lijkt symptomatisch voor Congo. Eerder in de geschiedenis van het land, in de 18de en 19de eeuw, zijn 4 miljoen slaven vanuit het koninkrijk Congo afgevoerd. Dat waren er zoveel dat alle bevrijde en teruggekeerde slaven in Liberia de Congos heetten. Rubber werd in het begin van de 20ste eeuw onder koning Leopold II getapt om in autobanden voor de opkomende auto-industrie en de oorlogsvoertuigen in WW1 te voorzien. Als de Congolezen het streefgewicht niet haalden, werden hun handen afgehakt.

Onder het Belgisch bestuur daarna werd koper gedolven voor onze elektriciteitsdraden en munitie. De arbeiders werkten als lijfeigenen bij de grote mijnondernemingen als de Union Minière du Haut Katanga. In WW2 had Congo het uranium beschikbaar waarmee Hiroshima vernield werd. En nu dan vult het Congolese coltan onze ICT-apparaten. Congo bood ons door de eeuwen heen altijd precies wat we hoognodig hadden. En dat voor weinig geld.

Je geeft ze een vinger maar je krijgt een hele hand terug, lijkt het. Het rapport Honest Accounts 2017 berekende dat Afrikaanse landen in 2015 161 miljard dollar uit het westen ontvingen, terwijl er tegelijkertijd 203 miljard verdween. Als we de getallen ontleden, zien we dat bij de ontvangsten 19 miljard staan als ontwikkelingshulp, 33 miljard aan leningen aan de overheid, en 31 miljard aan privé overboekingen van landgenoten in het buitenland. De rest zijn vooral leningen en aandelen in het bedrijfsleven.

Aan de verlieskant staan 18 miljard aan rente en aflossingen door de overheid, 32 miljard aan afgedragen winsten aan transnationale ondernemingen, 68 miljard kapitaalvlucht (vooral belastingontwijking), 29 miljard aan illegale handel (hout, vis, delfstoffen) en de rest is een schatting van het bedrag dat Afrikanen kwijt zijn aan de door ons veroorzaakte klimaatsverandering.

We geven al decennia hulp aan Afrika, dat klopt, maar het levert vooral onszelf wat op. Moet de ontwikkelingshulp daarom niet verhoogd worden ter compensatie van de onttrokken rijkdom aan Afrika?!

“Het geweld in Congo is de schuld van de Congolezen zelf.” Dat hoor ik regelmatig als ik hier in Nederland over de situatie in Congo vertel. Maar is dat wel zo?

Het straatarme Congo is ondergronds erg rijk. De huidige waarde van de voorraad aan delfstoffen wordt geschat op een ongelooflijke 24 biljoen dollar. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om goud en diamant, beide niet alleen zeer in trek bij de rijken der aarde maar ook nodig voor bepaalde industriële processen.

Een ander veel voorkomend erts is coltan. Het is onmisbaar in de minieme condensatoren in smartphones, laptops, etc. Zonder coltan geen digitalisering. Zonder coltan geen modern en luxe leven. Zonder coltan geen winstgevende Apples en Microsofts. En in Oost-Congo is men zich daar zeer bewust van.

Rondom de mijnputten zijn hele stadjes ontstaan. Kinderen kruipen in de smalle gangen om het erts met hamers en beitels los te kloppen. De volwassenen verzamelen het boven in versleten zakken en kloppen het tot gruis. Lokale handelaren kopen het voor een lage prijs op. Een delver verdient ongeveer 1 dollar per dag.

Het grote verdienen begint als de coltan op weg gaat. Lokale politie en soldaten komen ‘belasting’ opeisen. Bij weigering wordt geschoten. Sommige mijnen liggen in rebellengebied en dat bespaart deze ‘overheidsbelasting’. Een verdere besparing is dat de bewoners met geweld gedwongen worden om in de mijnen te werken. De rebellengroepen vechten niet alleen tegen het (ongedisciplineerde) leger maar vooral tegen elkaar om toegang tot de mijnen te krijgen.

De wegen in Congo zijn slecht en worden in het oosten beheerst door allerlei militiegroepen. Zij eisen ‘transport’- of ‘veiligheidsgeld’. Niet zelden wordt de coltan met geweld in beslag genomen en de grens met Rwanda of Oeganda over gesmokkeld. Beide coltanloze landen zijn coltanexporteur.

Het meeste coltan wordt daarna verscheept naar China waar het in moderne elektronica verwerkt wordt. De waarde is intussen flink vermeerderd tot ruim 100 dollar per kilo. Overigens, China koopt de coltan niet altijd maar ruilt het tegen de aanleg van grote infrastructurele werken als wegen en bruggen.

Behalve de beschreven artisanale mijnbouw zijn er in Congo ook grote transnationale mijnondernemingen. Ook hier blijft veel geld op illegale plaatsen hangen, maar dan op een wat hoger niveau. Politici verkopen de mijnconcessies voor veel geld of zijn zelf eigenaar van een aantal mijnen. Hogere militairen eisen hun deel van de geïnde ‘belasting’ op.

Over de winsten van de transnationale ondernemingen moet uiteraard officiële belasting betaald worden. Hiermee zou infrastructuur aangelegd kunnen worden of sociale voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg betaald kunnen worden. Helaas bereiken deze buitenlandse deviezen nooit de schatkist. Global Witness schatte onlangs dat de 750 miljoen dollar winstbelasting over 2013-2015 wel betaald is door de bedrijven maar dat die bij het regime is blijven hangen. Zij noemen het de ‘pinautomaat’ van Kabila. Hiermee betaalt hij zijn repressieve regime.

Transnationale ondernemingen weten ook goed hoe ze hun belasting kunnen ontwijken. Het rapport Honest Accounts 2017 berekende dat in 2015 in Afrika 68 miljard dollar winstbelasting ontdoken is. Let wel: de totale ontwikkelingshulp aan Afrika bedroeg dat jaar 19 miljard dollar.

Het geweld in Congo komt door de Congolezen zelf maar zeker ook door onze manier van leven. Onze automatisering en megacommunicatie kan het niet stellen zonder de gewelddadige exploitatie van Congolese grondstoffen. Onze bedrijven floreren slechts door geld aan Afrika te onttrekken. Een voorbeeld van de vloek van de grondstoffen.

Ik ben in Nederland en bezoek enige Afrika- en andere festivals. Waar voorheen nog vele NGO’s of stichtingen hun goede doel of eerlijke producten aan de man (m/v) brachten, staan nu de festivalterreinen vol foodtrucks en andere eetstalletjes. Sterker, ze hebben hun eigen festivals.

Bij slecht weer zap ik op de Nederlandse tv. Ik heb het nooit bijgehouden maar het lijkt er echt op dat hele zenders momenteel vol culinaire programma’s zitten. In de stad zijn er voedselspeciaalzaken bijgekomen en het aanbod van speciaalbieren in de cafés is enorm. Food en drinks (zeg nooit meer voedsel en drank!) zijn belangrijker dan ooit, maar zelden om de honger te stillen.

In Kinshasa doe ik mijn boodschappen bij stalletjes langs de straat. Het is niet erg duur maar de keuze is beperkt: sardientjes in blik, poedermelk, thee, suiker, wit brood, gedroogde vis, verlepte komkommers en tomaten, verse blaadjes. In de supermarkt van de wijk is de keuze ruimer maar de prijzen eveneens. Een stukje kaas, een potje oploskoffie, een fles wasmiddel, een pak closetpapier, een pond ‘verse’ groente (uit Zuid-Afrika): het kost allemaal zo’n 10 $.

In de rest van Congo kan de dorpeling slechts kiezen tussen chikwange (maniok) met of zonder pondo (groene blaadjes). Als het meezit, kan hij wat stukjes gedroogde vis erbij kopen. In het woud is af en toe bushmeat beschikbaar. Dat zijn de dagen van gastronomisch geluk. Dan is het feest.

In Congo zijn 2 miljoen kinderen ernstig ondervoed. In totaal leven begin 2017 in Afrika 22 miljoen kinderen met chronische honger. Vooral in conflictgebieden: Noordoost-Nigeria, Somalië, Zuid-Soedan. Ze hebben niets te eten, zijn ziek, zijn meestal gevlucht en kunnen niet meer naar school. Over de hele wereld zijn ruwweg 1 miljard mensen ondervoed en eveneens 1 miljard mensen overvoed. Onze verfooding en hun ontfooding. Dat zou toch anders moeten kunnen.

Ik weet heus wel dat we niet zomaar ons overtollige voedsel naar de armere streken kunnen sturen. Ik snap dat in oorlogsgebieden voedselschaarste ontstaat. Ik misgun ook niemand in Nederland zijn lekkere hapjes en drankjes. Maar al die overvloed, al die keuze, al die opdringerige reclame! Een beetje herverdeling zou toch mogelijk moeten zijn?

“When will we Africans ever stop considering others’ past as our future?” vraagt de Togolese schrijver Sami Tchak zich af tijdens een debat. De Senegalese filosoof Felwine Sarr antwoordt dat Afrika inderdaad zijn eigen problemen moet en kan oplossen. In  zijn boek Afrotopia stelt hij dat Afrika de geërfde economie, cultuur en filosofie achter zich moet laten en zijn eigen culturele achtergrond moet gebruiken voor zijn emancipatie. Hij pleit voor een Afrikaanse Renaissance.

Hij is niet de eerste. President Senghor van Senegal ontwikkelde in de jaren 30 de filosofie van de Négritude. Zwarte Afrikanen, binnen en buiten het continent, moesten trotser zijn op hun eigen huidskleur en cultuur. Er verschenen dichtbundels waarin het zwart zijn verheerlijkt werd. Uiteindelijk bleef het hele idee beperkt tot een kleine kring intellectuelen in Frankrijk.

President Mobutu van Congo begon in de jaren 70 met de Zairesation van zijn land. Je eigenwaarde als Afrikaan moest worden opgekrikt. Eigennamen veranderden van de vaak katholieke norm (in Mobutu’s eigen geval Joseph-Désiré) naar een Afrikaanse vorm (Sese Seko kuku Ngbendu wa za Banga). De plaatsnamen verloren hun koloniale aanduiding (Kinshasa heette bv Leopoldville). Het westers kostuum werd vervangen door een soort Mao-pakje: abacost (à bas le costume; weg met het kostuum). De buitenlandse bedrijven werden genationaliseerd (‘gezaïriseerd’). Het land, de rivier en de munt werden herdoopt tot Zaïre. Deze ruk naar meer authenticiteit mislukte omdat het van boven opgelegd werd en slechts door repressie gehandhaafd kon worden. Na Mobutu’s val kwam alles weer bij het oude.

Tegenwoordig zijn in Congo mensenrechtengroepen actief, is er vredestheater op de rivier, worden boerencoöperaties versterkt om hun rechten te claimen, worden kritische films uitgebracht en wordt dagelijks op de Congolese rumba, de soukous, gedanst. Dat riekt toch – ondanks de vaak weinig stimulerende omstandigheden – weer naar authentieke zelfexpressie.

Aan de andere kant zijn in Kinshasa vandaag de dag overal road blocks waar dronken militairen drinkgeld opeisen. De gevangenissen slagen er niet in de bewoners binnen te houden. Projecten liggen stil. Er wordt niet meer geïnvesteerd. De verkiezingen gaan dit jaar definitief niet door. En de Congolese franc is nog maar de helft waard van die van een jaar geleden.

In een recent OCHA-rapport staat dat 2 miljoen Congolese kinderen ernstig ondervoed zijn. Binnen het land zelf zijn 4 miljoen mensen op de vlucht, hetgeen Congo tot het land maakt met de meeste interne ontheemden in Afrika. Dit alles wijst meer op chaos (entropie) dan op een samenleving die trots op zijn wortels is.

Ik vind het moeilijk om de positieve zienswijze van Sarrs Afrotopia te laten matchen met de ellende in Congo. Zijn wijzelf ook niet verantwoordelijk voor deze entropie: het terugvallen in wanorde?! Het rapport van Honest Discounts 2017 laat zien dat we jaarlijks nog steeds miljarden euro’s aan Afrika onttrekken.

Ik geloof niet in het utopische Afrika van professor Sarr maar evenmin in het entropische Afrika waarin het continent steeds meer tot chaos vervalt. Ik geloof wel in verantwoordelijkheid nemen, daar en hier, en in solidariteit met Afrika.

De situatie in Congo verslechtert met de dag. De politiek zit al tijden in een impasse: de president wil niet opstappen en van verkiezingen komt het voorlopig niet. In verschillende regio’s vinden gewelddadige conflicten plaats, met duizenden doden en miljoenen inheemse vluchtelingen als gevolg. De Congolese franc is zwaar gedevalueerd en dus de koopkracht van de bevolking verlaagd. In de hoofdstad Kinshasa zijn op de grote verkeersaders illegale road blocks opgeworpen, waar mensen worden beroofd en zelfs gekidnapt. Wekelijks ontsnappen honderden gevangenen.

Het rijkste land van Afrika onder de grond (geschatte rijkdom 24 biljoen dollar, 10 maal meer dan Zuid-Afrika) was al het armste erboven. De rijkdom aan grondstoffen wordt met veel geweld van de arme bevolking weggehouden. Het geweld wordt in stand gehouden door de vele belanghebbenden in Congo en haar buurlanden en door de internationale bedrijven. Die willen allemaal een stuk van deze taart houden. Inmiddels glijdt het land verder af naar een volledige chaos en dreigt het de hele regio en zelfs heel Afrika mee te sleuren.

Anneke Verbraeken (in de Volkskrant van 23 juni) wil de problemen in Congo oplossen door de hulporganisaties naar huis te sturen, de democratie op te schorten en de mijnen te nationaliseren. En in dat toekomstige stabiele land kunnen dan mooi de Afrikaanse vluchtelingen opgevangen worden.

Deze oplossing is naïef en paternalistisch. Wie stuurt de corrupte politici en internationale bedrijven naar huis? Wie vervangt hen door betrouwbare Congolezen? Wij, en wie zijn wij dan? Congolezen, maar welke dan? De democratie moet niet on hold gezet worden, vind ik, en de mijnen niet genationaliseerd.

Wij lezen in de media over het geweld en de corruptie. Maar in het gigantische Congo zijn ook vele mensenrechtenorganisaties actief met het bevorderen van de democratie. De nationale bisschoppenconferentie blijft zich beijveren voor de uitvoering van het oudjaarsakkoord (waarin verkiezingen en het voorlopig delen van de macht tussen meerderheid en oppositie vastgelegd werden). Een lokale theatergroep van een vriend van mij vaart met een boot de Congorivier af met een voorstelling over de mensenrechten waarbij de toeschouwers opgeroepen worden te gaan stemmen. Het is een groot succes. Er zijn vele jongerengroepen (bv LUCHA en FILIMBI) die manifesteren tegen de armoede en corruptie. En ja, deze moedige groepen worden gesteund door hulporganisaties, veelal uit België. Broederlijk Delen bijvoorbeeld maakt boerenorganisaties in het door geweld getroffen Kasai weerbaar en steunt hen hun rechten te claimen.

De mijnen nationaliseren is een contradictio in terminus. De mijnen zìjn de facto al genationaliseerd. De corrupte overheid vangt voor iedere concessie en iedere geproduceerde kilo goud of diamant al miljoenen dollars. En dit geld gaat echt niet naar het leger, onderwijs of gezondheidszorg, zoals Verbaeken beweert. President Kabila heeft – volgens een analyse van Bloomberg – al 15 miljard dollar vergaard, niet slecht voor een ex-chauffeur. Vanuit hem en zijn entourage gezien is het dus logisch dat hij niet op wil stappen. Neem internationale strafmaatregelen tegen hem en niet tegen de bevolking. Help de verkiezingscommissie CENI om fatsoenlijke verkiezingen te organiseren.

Haar laatste (cynisch bedoelde?) oplossing is niet voor Congo maar voor ons eigen vluchtelingenprobleem. Het tekent het gesloten wereldbeeld van Europa. Mensen vluchten niet voor hun geluk, nee, mensen ontvluchten hun ongeluk (oorlog, armoede). En omdat wij ze niet in onze rijkdom willen laten delen, moeten ze maar in een arm land als Congo om de schaarse voedselbronnen gaan concurreren?!

Kortom, help het land een democratie op te bouwen. De basis ligt er en de term, Democratische Republiek, zit al in het land.

Eind vorig jaar ging ik met de Vlaamse cafébaas Luk mee naar Safari Beach. Het was het meest luxe ressort dat ik ooit gezien heb, en dat in Congo!: lanen, grasperken, zwembaden, fonteinen, terrasjes aan de rivier, bootjes voor tochtjes op de rivier, en zelfs een nepstrand met parasols. Vanwege het uitzicht wilde ik mijn verrekijker uit de auto halen. Ik kreeg de sleutel. “Het is de zwarte Prado”. Ik liep naar waar we uitgestapt waren en daar stond een zwarte Patrol. Ik zal het wel niet goed verstaan hebben, dacht ik en keek naar binnen. Het was geblindeerd dus ik zag mijn tas niet. In mijn ooghoek zag ik een militair zijn geweer pakken en op me afkomen. Ik liet de sleutel zien, alles OK immers. Hij knikte vriendelijk nee. Toen zag ik het. De auto was gepantserd en had als nummerbord slechts 4 sterren.

Ik vond onze auto verderop op de parkeerplaats en pakte de verrekijker. Ik keek een tijdje naar de Congo die hier kilometers breed is. Plakken waterhyacint voeren langs, en een enkele boot. Aan tafel bij Luk zat de eigenaar van de gepantserde auto, en tevens eigenaar van het ressort: François, een viersterrengeneraal. De enige van Congo, zei hij. Ik durfde niet te vragen tot hoeveel sterren het systeem gaat (zelf nooit in dienst geweest immers). Hij moest lachen om de soldaat: “De jongens zijn heel nerveus tegenwoordig”. Hij bood me een pilsje aan (5$) en we kletsten over Congo, Nederland en Duitsland. We testten ons Duits uit. Hij had een Duitse vrouw en zijn kinderen woonden er nog steeds. Bij het tweede pilsje begon ik hem zelfs aardig te vinden, terwijl ik heus wel wist dat hij zijn kapitalen niet uit het overheidssalaris gehaald kon hebben.

Vorige week las ik dat de VS en EU sancties tegen een negental hoge militairen ingesteld hebben. Op de eerste plaats staat het hoofd van het ‘militaire huis’ van president Kabila en van de Republikeinse Garde, die zo huishield tijdens de demonstraties … viersterrengeneraal François Olenga. Ook Safari Beach staat op de lijst omdat het ‘volledig door Olenga gecontroleerd wordt’. Diens laconieke reactie op de radio: “Safari Beach ontvangt zowel gasten van de oppositie als van de regering, dus ik begrijp het niet” en “Ik was niet en hoef niet naar de VS, dus het raakt me niet”.

Een andere getroffene is de minister van Communicatie en tevens woordvoerder van de regering, Lambert Mende, die kritische radiostations liet blokkeren en journalisten liet opsluiten. Verder staan o.a. op de lijst de minister en de ex-minister van Binnenlandse Zaken, de politiechef van Kinshasa, de chef van de ME, en de chef van de beruchte inlichtingendienst (die op activisten en journalisten methodes als waterboarding en electro shocks toepaste, en die tijdens demonstraties gewapende contra’s inzette om de chaos te vergroten).

De strafmaatregelen behelzen een reisverbod, het bevriezen van buitenlandse tegoeden, en het verbod op zaken doen. Niet reizen betekent geen inkopen doen in België of de VS. En dat is een groot probleem, zeker voor hun vrouwen, zeker rond de feestdagen. De ban op zakendoen en op buitenlandse rekeningen moet een einde maken aan hun zelfverrijking. Voor dit soort politici/zakenlui komen de sancties hard aan.

De maatregelen tegen de mensenrechtenschendingen zijn goed omdat de ooit democratisch gekozen Kabila, net zoals zijn voorganger Mobutu, een dictator is geworden met een kleptocratische entourage. De sancties komen op een moment dat het land vele brandhaarden kent (zie Steeds meer brandhaarden in Congo) en de verkiezingen (vorig jaar uitgesteld en nu aangekondigd voor december 2017) steeds verder uit zicht raken.

De andere kant is dat de ambassadeurs van de VS, EU en België waarschijnlijk uitgewezen worden. Dat zou erg jammer zijn want Duitsland heeft net een Marchall-plan voor Afrika aangekondigd. Alleen voor goed bestuurde staten, helaas. De buitenlandse terugtrekking uit Congo kan ook repercussies hebben voor het werk van Monique en voor ons verblijf. Wordt vervolgd.

‘Congo: een leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies’ schrijft David van Reybrouck in zijn boek Congo. Met opgeteld een heel mensenleven in Afrika, ervaren Monique en ik dat vaak ook zo. Ik ben inmiddels weer terug in Nederland en vraag me af: wat heeft mijn karakter gevormd? En welke illusies zijn ten grave gedragen?

Wat de karaktervorming betreft hadden we de regen en overstromingen. De lucht in Congo is doordrenkt met waterdamp. De kleren en meubels stinken naar schimmel. De binnenplaats en garage staan vaak blank. Er zijn overstromingen in de stad en elders in het land. Komt dit door de klimaatverandering? Congolezen zeggen dat er meer en onvoorspelbaardere buien zijn. Onderzoek heeft vastgesteld dat er in heel Afrika sinds 2005 meer tropische stortbuien zijn. Dit jaar, met La Niña, zijn er meer overstromingen in Afrika dan tevoren. Droogte is slecht voor de gewassen maar stortbuien evenzeer. Zij slaan en spoelen de planten weg.

Een andere reden voor de wateroverlast kan zijn dat er meer huizen rond ons gebouwd zijn die allemaal afwateren in ons riviertje. Tussen de huizen staan muren die het water maar één kant op geleiden: naar het diepste punt. Helaas in onze wijk is dat ons huis en bij de achterburen. En bij ons huis is het de garage het dieptepunt. We hebben er geen waardevolle spullen meer staan. Bij hevige buien zetten we binnen alles op een hogere etage.

In Heart of Darkness en Het Congolese verdienmodel schreef ik al over de eeuwige perikelen met de Congolese NUON. Eigenlijk mag ik niet klagen omdat we een zonnepaneel hebben en omdat de meeste Congolezen helemaal geen stroom hebben. Maar toch, ik ben verwend en gebruik nu eenmaal dagelijks elektrische apparatuur om te koken, koelen, lezen, schrijven, tv en filmpjes te kijken … Het heeft mijn karakter nog niet helemaal gevormd want ik blijf me ergeren.

Een andere leerschool is de ongeorganiseerdheid van het land. Zelfs met al mijn Afrikaanse ervaring blijft het wennen dat niemand zijn afspraken nakomt. Het tijdsbesef is nog minder aanwezig dan in andere landen. Dat komt traditioneel van de tijdsmetingen ‘meteen als de zon opkomt, als de zon rijst, als de zon in het zenit staat, als de zon zakt, bij zonsondergang’. Dus mijn afspraak ’s ochtends 8 u bij het hotel om naar het dierenpark te gaan en die altijd neerkomt op een uur of 10-11, is het tijdstip ‘als de zon rijst’. Dit geduld moet ik nog veel oefenen.

Wat zijn de gestorven illusies? Allereerst het isolationisme van het land. De visumverstrekking is bemoeilijkt en de samenwerking met landen als België, de VS en de EU verslapt (waarover meer in een volgend artikel). Buitenlandse investeringen worden nauwelijks nog gedaan. Congo lijkt een anti-ontwikkelingsland geworden. Waarom willen de mastodonten in Congo en omliggende landen aan de macht blijven? Komt het dan echt heel plat neer op geld? De macht verliezen is geld verliezen, dat weet iedereen hier. Het hele land volgt ‘article 15’: het niet bestaande wetsartikel dat neerkomt op debrouillez vous: ‘zie maar hoe je jezelf redt’. De overheid geeft het goede voorbeeld, zij redden zich uitstekend. President Kabila heeft al 15 miljard dollar verzameld en wil graag nog wat aanblijven.

Een andere desillusie werd de PUM. Mijn vertegenwoordigende functie combineert mijn ervaring in ontwikkelingsamenwerking met mijn leeftijd. Na een jaar lang een netwerk opgebouwd en een vijftal projecten goedgekeurd gekregen te hebben, besloot de PUM om zich uit een aantal ‘moeilijke’ landen terug te trekken. Ik vind dat een slecht besluit omdat het juist de landen als Congo treft, waar de steun het meest nodig is. Ik correspondeerde erover. Naast positieve reacties, kwam ook het verwijt dat ik in het geitenwollensokkentijdperk was blijven steken. Het voordeel van de terugtrekking is wel dat ik nu zelf met veel plezier als senior expert in twee projecten werk: een theater en een dierenpark.

Ik dacht voor vertrek hier iedere avond wel een live band met soukous te kunnen zien. Dat viel goed tegen. Kinshasa is enorm en er zijn inderdaad veel live optredens maar waar en wanneer, daar kom je moeilijk achter. Ook is het transport is ’s avonds gevaarlijk, met de fiets en met de taxi. In ons kringetje zijn al mensen gekidnapt en beroofd. Ik ben nu afhankelijk van vrienden die ’s avonds met de auto naar een optreden willen.

Maar nu ga ik eerst weer een tijdje van Nederland en de festivals genieten. Vergeet niet dat er op 24 en 25 juni een leuk gratis Afrikafestival in Nijmegen is. Hier treden verschillende artiesten op. De belangrijkste zijn Claude Mukwaba met zijn traditionele dansers. Claude is een virtuoos op de lange Congolese trommel. Verder zingt Zoë Dlamini uit Swaziland. Op het einde speelt Badala. Speciaal voor dit optreden splitsen zij zich in tweeën op: het wat intiemere Corda, met een mix van klassiek en Afrikaans, en het achtkoppige Badala zelf met een swingende show van zeer dansbare West-Afrikaanse muziek. Tussendoor spelen er nog twee djembé bands uit de buurt van Nijmegen en komen twee schrijvers uit en over Afrika hun verhalen vertellen. Op de zondag worden twee films gedraaid: Grigris uit Tsjaad en Soulpower uit Congo.