Archives for posts with tag: Congo

Eind vorig jaar ging ik met de Vlaamse cafébaas Luk mee naar Safari Beach. Het was het meest luxe ressort dat ik ooit gezien heb, en dat in Congo!: lanen, grasperken, zwembaden, fonteinen, terrasjes aan de rivier, bootjes voor tochtjes op de rivier, en zelfs een nepstrand met parasols. Vanwege het uitzicht wilde ik mijn verrekijker uit de auto halen. Ik kreeg de sleutel. “Het is de zwarte Prado”. Ik liep naar waar we uitgestapt waren en daar stond een zwarte Patrol. Ik zal het wel niet goed verstaan hebben, dacht ik en keek naar binnen. Het was geblindeerd dus ik zag mijn tas niet. In mijn ooghoek zag ik een militair zijn geweer pakken en op me afkomen. Ik liet de sleutel zien, alles OK immers. Hij knikte vriendelijk nee. Toen zag ik het. De auto was gepantserd en had als nummerbord slechts 4 sterren.

Ik vond onze auto verderop op de parkeerplaats en pakte de verrekijker. Ik keek een tijdje naar de Congo die hier kilometers breed is. Plakken waterhyacint voeren langs, en een enkele boot. Aan tafel bij Luk zat de eigenaar van de gepantserde auto, en tevens eigenaar van het ressort: François, een viersterrengeneraal. De enige van Congo, zei hij. Ik durfde niet te vragen tot hoeveel sterren het systeem gaat (zelf nooit in dienst geweest immers). Hij moest lachen om de soldaat: “De jongens zijn heel nerveus tegenwoordig”. Hij bood me een pilsje aan (5$) en we kletsten over Congo, Nederland en Duitsland. We testten ons Duits uit. Hij had een Duitse vrouw en zijn kinderen woonden er nog steeds. Bij het tweede pilsje begon ik hem zelfs aardig te vinden, terwijl ik heus wel wist dat hij zijn kapitalen niet uit het overheidssalaris gehaald kon hebben.

Vorige week las ik dat de VS en EU sancties tegen een negental hoge militairen ingesteld hebben. Op de eerste plaats staat het hoofd van het ‘militaire huis’ van president Kabila en van de Republikeinse Garde, die zo huishield tijdens de demonstraties … viersterrengeneraal François Olenga. Ook Safari Beach staat op de lijst omdat het ‘volledig door Olenga gecontroleerd wordt’. Diens laconieke reactie op de radio: “Safari Beach ontvangt zowel gasten van de oppositie als van de regering, dus ik begrijp het niet” en “Ik was niet en hoef niet naar de VS, dus het raakt me niet”.

Een andere getroffene is de minister van Communicatie en tevens woordvoerder van de regering, Lambert Mende, die kritische radiostations liet blokkeren en journalisten liet opsluiten. Verder staan o.a. op de lijst de minister en de ex-minister van Binnenlandse Zaken, de politiechef van Kinshasa, de chef van de ME, en de chef van de beruchte inlichtingendienst (die op activisten en journalisten methodes als waterboarding en electro shocks toepaste, en die tijdens demonstraties gewapende contra’s inzette om de chaos te vergroten).

De strafmaatregelen behelzen een reisverbod, het bevriezen van buitenlandse tegoeden, en het verbod op zaken doen. Niet reizen betekent geen inkopen doen in België of de VS. En dat is een groot probleem, zeker voor hun vrouwen, zeker rond de feestdagen. De ban op zakendoen en op buitenlandse rekeningen moet een einde maken aan hun zelfverrijking. Voor dit soort politici/zakenlui komen de sancties hard aan.

De maatregelen tegen de mensenrechtenschendingen zijn goed omdat de ooit democratisch gekozen Kabila, net zoals zijn voorganger Mobutu, een dictator is geworden met een kleptocratische entourage. De sancties komen op een moment dat het land vele brandhaarden kent (zie Steeds meer brandhaarden in Congo) en de verkiezingen (vorig jaar uitgesteld en nu aangekondigd voor december 2017) steeds verder uit zicht raken.

De andere kant is dat de ambassadeurs van de VS, EU en België waarschijnlijk uitgewezen worden. Dat zou erg jammer zijn want Duitsland heeft net een Marchall-plan voor Afrika aangekondigd. Alleen voor goed bestuurde staten, helaas. De buitenlandse terugtrekking uit Congo kan ook repercussies hebben voor het werk van Monique en voor ons verblijf. Wordt vervolgd.

‘Congo: een leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies’ schrijft David van Reybrouck in zijn boek Congo. Met opgeteld een heel mensenleven in Afrika, ervaren Monique en ik dat vaak ook zo. Ik ben inmiddels weer terug in Nederland en vraag me af: wat heeft mijn karakter gevormd? En welke illusies zijn ten grave gedragen?

Wat de karaktervorming betreft hadden we de regen en overstromingen. De lucht in Congo is doordrenkt met waterdamp. De kleren en meubels stinken naar schimmel. De binnenplaats en garage staan vaak blank. Er zijn overstromingen in de stad en elders in het land. Komt dit door de klimaatverandering? Congolezen zeggen dat er meer en onvoorspelbaardere buien zijn. Onderzoek heeft vastgesteld dat er in heel Afrika sinds 2005 meer tropische stortbuien zijn. Dit jaar, met La Niña, zijn er meer overstromingen in Afrika dan tevoren. Droogte is slecht voor de gewassen maar stortbuien evenzeer. Zij slaan en spoelen de planten weg.

Een andere reden voor de wateroverlast kan zijn dat er meer huizen rond ons gebouwd zijn die allemaal afwateren in ons riviertje. Tussen de huizen staan muren die het water maar één kant op geleiden: naar het diepste punt. Helaas in onze wijk is dat ons huis en bij de achterburen. En bij ons huis is het de garage het dieptepunt. We hebben er geen waardevolle spullen meer staan. Bij hevige buien zetten we binnen alles op een hogere etage.

In Heart of Darkness en Het Congolese verdienmodel schreef ik al over de eeuwige perikelen met de Congolese NUON. Eigenlijk mag ik niet klagen omdat we een zonnepaneel hebben en omdat de meeste Congolezen helemaal geen stroom hebben. Maar toch, ik ben verwend en gebruik nu eenmaal dagelijks elektrische apparatuur om te koken, koelen, lezen, schrijven, tv en filmpjes te kijken … Het heeft mijn karakter nog niet helemaal gevormd want ik blijf me ergeren.

Een andere leerschool is de ongeorganiseerdheid van het land. Zelfs met al mijn Afrikaanse ervaring blijft het wennen dat niemand zijn afspraken nakomt. Het tijdsbesef is nog minder aanwezig dan in andere landen. Dat komt traditioneel van de tijdsmetingen ‘meteen als de zon opkomt, als de zon rijst, als de zon in het zenit staat, als de zon zakt, bij zonsondergang’. Dus mijn afspraak ’s ochtends 8 u bij het hotel om naar het dierenpark te gaan en die altijd neerkomt op een uur of 10-11, is het tijdstip ‘als de zon rijst’. Dit geduld moet ik nog veel oefenen.

Wat zijn de gestorven illusies? Allereerst het isolationisme van het land. De visumverstrekking is bemoeilijkt en de samenwerking met landen als België, de VS en de EU verslapt (waarover meer in een volgend artikel). Buitenlandse investeringen worden nauwelijks nog gedaan. Congo lijkt een anti-ontwikkelingsland geworden. Waarom willen de mastodonten in Congo en omliggende landen aan de macht blijven? Komt het dan echt heel plat neer op geld? De macht verliezen is geld verliezen, dat weet iedereen hier. Het hele land volgt ‘article 15’: het niet bestaande wetsartikel dat neerkomt op debrouillez vous: ‘zie maar hoe je jezelf redt’. De overheid geeft het goede voorbeeld, zij redden zich uitstekend. President Kabila heeft al 15 miljard dollar verzameld en wil graag nog wat aanblijven.

Een andere desillusie werd de PUM. Mijn vertegenwoordigende functie combineert mijn ervaring in ontwikkelingsamenwerking met mijn leeftijd. Na een jaar lang een netwerk opgebouwd en een vijftal projecten goedgekeurd gekregen te hebben, besloot de PUM om zich uit een aantal ‘moeilijke’ landen terug te trekken. Ik vind dat een slecht besluit omdat het juist de landen als Congo treft, waar de steun het meest nodig is. Ik correspondeerde erover. Naast positieve reacties, kwam ook het verwijt dat ik in het geitenwollensokkentijdperk was blijven steken. Het voordeel van de terugtrekking is wel dat ik nu zelf met veel plezier als senior expert in twee projecten werk: een theater en een dierenpark.

Ik dacht voor vertrek hier iedere avond wel een live band met soukous te kunnen zien. Dat viel goed tegen. Kinshasa is enorm en er zijn inderdaad veel live optredens maar waar en wanneer, daar kom je moeilijk achter. Ook is het transport is ’s avonds gevaarlijk, met de fiets en met de taxi. In ons kringetje zijn al mensen gekidnapt en beroofd. Ik ben nu afhankelijk van vrienden die ’s avonds met de auto naar een optreden willen.

Maar nu ga ik eerst weer een tijdje van Nederland en de festivals genieten. Vergeet niet dat er op 24 en 25 juni een leuk gratis Afrikafestival in Nijmegen is. Hier treden verschillende artiesten op. De belangrijkste zijn Claude Mukwaba met zijn traditionele dansers. Claude is een virtuoos op de lange Congolese trommel. Verder zingt Zoë Dlamini uit Swaziland. Op het einde speelt Badala. Speciaal voor dit optreden splitsen zij zich in tweeën op: het wat intiemere Corda, met een mix van klassiek en Afrikaans, en het achtkoppige Badala zelf met een swingende show van zeer dansbare West-Afrikaanse muziek. Tussendoor spelen er nog twee djembé bands uit de buurt van Nijmegen en komen twee schrijvers uit en over Afrika hun verhalen vertellen. Op de zondag worden twee films gedraaid: Grigris uit Tsjaad en Soulpower uit Congo.

Theater is, net als muziek (zie een vorig blog), een krachtig middel om te verbinden en zo vrede en democratie te bevorderen. In het verleden heb ikzelf daartoe een poppenkast voor de tv Guinee-Bissau en een dorpstheater in Niger gemaakt. Ook in Congo wordt er ervaring mee opgedaan. In een politiek, sociaal en economisch zo verdeeld land is cultuur een van de weinige bindende factoren (naast voetbal).

Mijn Nederlandse vriend Guido Kleene organiseerde dit jaar, met EU-fondsen, een ‘boottocht voor de democratie’. In een dertigtal dorpjes aan de rivier de Congo tussen Kisangani en Mbandaka werd aangemeerd. Tussen boot en oever werd een soort laadklep neergelaten dat fungeerde als podium. Op het dek speelde de band en op de laadklep het theater.

De band en het theater van Arts et Action speelden allerlei fictieve situaties waarbij mensenrechten geschonden werden of conflicten opgelost moesten worden. Het publiek werd aangemoedigd mee te denken en af en toe mee te spelen. Op het einde werd opgeroepen om actief van hun stemrecht gebruik te maken. De boot werd enthousiast ontvangen door de rivierbewoners maar koel of zelfs vijandig door de autoriteiten.

Vorig jaar zag ik Nazali Kinshasa (‘ik ben Kinshasa’). Ze speelden en zongen typische Kinois toestanden: de opstoppingen, de corruptie, de elektriciteitsuitval (“we hebben de grootste waterkrachtcentrale van Afrika en de grootste hoeveelheid zoetwater, maar in huis ….. geen licht en geen water”), de vuilnis, de kerken (“in iedere straat zijn meer kerken dan bars … en ze verdienen ook meer geld”) en de begrafenissen (“daar wordt vele malen meer aan uitgegeven dan van het voorkómen van de dood”).

Mijn Congolese vriend Nzey van Musala schreef een aantal jaren geleden het toneelstuk Les Zérocrates. Het is een zeer ironisch stuk over de ‘Democratische’ Republiek Congo. ‘Le parlement parle et ment’ (het parlement praat en liegt) is een van de typerende uitspraken.

Nzey schreef en speelde recentelijk ook de Aquariumtempel. Omdat de PUM haar senior expert programma in Congo voorlopig stopgezet heeft, had ik de eer zelf aan dit muziektheaterstuk mee te mogen werken. Mijn taken waren het aanleren van de uitspraak van het Portugees, het stroomlijnen van de tweetaligheid (Frans en Portugees) en andere adviezen.

Aquariumtempel gaat over een koppel dat door de grensconflicten tussen Congo en Angola gescheiden wordt. Ze voelen zich beiden Mukongo (van de Kongo-stam) maar leven aan weerszijden van de kunstmatige grenslijn die in 1885 door de toenmalige grootmachten België en Portugal getrokken werd (zonder om de mening van de bevolking te vragen overigens). De vraag doemt op: behoren we een stam, een land of de wereld toe?

De laatste van de drie uitvoeringen was op 5 mei ter gelegenheid van de Dag van de Lusofonie. Maar liefst 3 ambassadeurs hielden een openingstoespraak: die van Portugal, Angola en Brazilië. Het publiek was aan dit niveau aangepast. Mannen in pak met dikke buik en vrouwen in jurk met dikke kont. Er werd veel Portugees gesproken uiteraard. De schrik sloeg me om het hart. Als ik weer op het podium geroepen zou worden als degene die de spelers Portugees had leren spreken, zou ongetwijfeld een boegeroep volgen. Het viel reuze mee: ik deelde in het uitbundige applaus.

Theater is broodnodig als vermaak, als bindmiddel, als uitlaatklep, en als politiek activisme. Jammer dat de – zelfs erg lage – toegangsprijzen niet voor iedereen betaalbaar zijn. Met een rommelende maag kies je toch eerder voor brood.

Ik was weer toe aan mijn ritje verkeerde facturen afhandelen, een vervelende bezigheid. Opvallend is dat het altijd in ons nadeel is. Hoe moeilijk moeten analfabete Congolezen het niet hebben?! Zij kunnen de rekeningen niet checken zoals wij.

Eerst de Congolese NUON: waarom betalen we als we geen stroom hebben en zij zelfs ons elektriciteitsnet en apparaten mollen met 380 V?! Behalve het zonnepaneel op kantoor, hebben we namelijk al weer een tijdje geen stroom. Er blijkt een verbindingsstuk aan de paal verbrand te zijn toen er een overdosis langskwam. Er zouden monteurs langskomen.

Ondertussen belden we ‘ons’ mannetje bij de ‘NUON’. Toen die kwam zei hij inderdaad dat 4 verbindingsstukken vervangen moesten worden. Die moesten wel nog gekocht worden (60 USD). “Waarom zijn ze kapot?” “Omdat er teveel stroom op kwam”. “Wiens schuld is dat?” “Niemand kan daar wat aan doen, het ligt aan het weer”. “Waarom zijn deze verbindingsstukken duurder dan de vorige?” “Die waren van slechte (Chinese) kwaliteit, daarom brandden ze ook door”. “Maar die kwamen toch ook van jullie”. “Ja, maar van een andere – minder serieuze – equipe”.

De stroom deed raar daarna. Bij het zonnepaneel deed de verbinding met ons huis het niet meer. En op de ‘NUON’-stroom stond teveel Volt zodat weer de lampen en een laptop crashten. Als een gek haalden we alle apparaten uit de stopcontacten. Volgens de wacht was de ‘NUON’ langs geweest om de elektriciteit te repareren. In de avond was de stroom op enkele stopcontacten genormaliseerd maar toen deed de tv het niet meer.

Dan het water. Al maandenlang krijgen we verkeerde facturen. De getallen van onze meter liggen ver onder die van de factuur. “Volgens onze administratie moet je 150 USD voor de maand februari betalen”. “Dat kan niet want we betalen gemiddeld per maand 30 USD”. “Maar de stand en het meternummer op de factuur geven dat nou eenmaal aan”. “Dan geven die het verkeerd aan. Kijk, dit is de meterstand van vandaag: veel lager”. Iemand zou de stand op komen nemen en moest transportgeld (“Tja meneer, u hebt geen auto ter beschikking, dus …”). Met tegenzin gaf ik dat. Even later kwam ik hem onderweg tegen, te voet. Toen de tv. We hebben braaf ons abonnement betaald maar het beeldscherm zegt: ‘abonnement niet betaald’. Een storing, volgens de dienstdoende dame.

Onze eigen elektricien heeft intussen de zonnepaneelleiding naar ons huis gemaakt. Met de hoogspanning waren zekeringen verbrand (niet doorgeslagen dus, wat de bedoeling zou moeten zijn). Hij ging nieuwe halen in de stad (transportgeld!). Ik zei dat ze bij ons om de hoek ook te koop waren, maar dat wilde hij niet. Hij kwam dus met 2 maal zo dure terug (maar geen rekening om dat te bewijzen). Hij zei ook nog dat we problemen konden voorkomen door onze apparaten vaker te gebruiken.

Wij hebben hier in Congo al veel geld voor niets ingeleverd. De reparaties, de doorgebrande apparatuur, de valse rekeningen. Het verdienmodel van de Congolezen wordt duidelijk. Het personeel van de nuts- en andere staatsbedrijven krijgen een minimaal salaris (met flinke achterstanden) uitbetaald. De jaren (eeuwen!) van armoede brengt hen ertoe voor ieder dubbeltje te gaan. In de context van het land: iedere klant zoveel mogelijk te belasten. Merkt hij het niet: winst. Merkt hij het wel: dan de schuld zoveel mogelijk bij de klant zelf leggen. Trapt hij daar niet in: onderhandelen zodat nog een beetje winst overblijft. In alle gevallen transportgeld eisen en dan rustig te voet je ding doen. De klant heeft immers haast, jij niet.

Zo schuift iedereen altijd de bal naar de ander en is de klant/huurder/weggebruiker/toerist altijd de klos, zeker als die blank is. Het doet me denken aan het boek Africa Works. Alles lijkt inefficiënt georganiseerd in Afrika. Dat is ook zo … voor ons en voor de arme burger. Degenen die de dienst uitmaken profiteren echter zeer efficiënt van het systeem. Alsof een grote stofzuiger voortdurend geld van de machtelozen naar de machtigen pompt. Het Congolees verdienmodel is een geldzuiger van onderen naar boven.

Congo heeft een rijke verscheidenheid aan flora en fauna. Het Congobassin is, na het Amazonewoud, het grootste aaneengesloten oerwoud ter wereld. Het is nog redelijk ongerept. Er leven diersoorten die nergens anders ter wereld voorkomen, zoals de okapi en de bonobo. Daarnaast is het oerwoud een belangrijke CO2-buffer en gaat het zo klimaatverandering tegen. Maar oorlog, stroperij, bevolkingsgroei, en oprukkende houtkap en landbouw bedreigen het bos en zijn unieke dierenwereld.

De gemiddelde Congolees is zich weinig bewust van deze gevaren. De nationale parken zijn door de slechte infrastructuur zelfs voor vermogende toeristen onbereikbaar. De wildparken worden ook nauwelijks beheerd. Bush meat is een lekkernij voor de arme oerwoudbewoner en de welgestelde stadsmens. Nog steeds worden jonge chimpansees te koop aangeboden (de moeder is daarvoor neergeschoten). Het ecosysteem met zijn grote biodiversiteit komt steeds meer in verval.

De hoofdstad Kinshasa is een conglomeratie van 12 miljoen inwoners. Velen van hen zijn jong en zitten op school. Ze zijn nooit in aanraking gekomen met de natuur in hun land. Zij zouden een belangrijke component voor milieubewustzijn moeten worden.

Daarom heeft André Kadima een dierenpark opgericht: Kadima’s Pride of Africa. Het meet 130 ha en bestaat uit een park (40 ha) waar zebra’s, struisvogels, gekroonde kraanvogels, buffels, wilde ezels en (binnenkort) giraffen vrij rondlopen. Je kunt er met de auto (met gids) doorheen rijden. Daarnaast komt er een dierentuin waar o.a. chimpansees, bavianen, krokodillen en slangen in moderne accommodaties gehuisvest worden. Er komt ook nog een speeltuin, restaurant en ecolodges.

Voor de bewustmaking op het gebied van milieubescherming vroeg Kadima mij om een educatiecentrum in te richten. Hier worden scholieren ontvangen en vinden activiteiten als film en debat plaats. Voor de gewone bezoeker zijn er foto’s met informatieve teksten, stropersvallen, opgezette dieren en geraamten te zien. Kinderen kunnen dierentekeningen inkleuren, sporen zoeken, en dierenverhalen inkijken of beluisteren. Ook komt er een kinderboerderij om de kinderen met tamme dieren in aanraking te brengen.

Iets dergelijks heb ik vorig jaar ook in Noord-Oeganda voorbereid. En in Nederland heb ik contact met dierentuin Amersfoort, en wil ik me bij Beekse Bergen en Burgers Bush gaan oriënteren hoe een modern dierenpark aangepakt moet worden. In Congo heb ik al gesproken met experts van de dierentuin Antwerpen en het (fantastische) Museum van Natuurwetenschappen in Brussel. Om dit een succes te laten worden, werken we samen met ICCN (Congolees natuurbeschermingsinstituut), WWF en AWF.

Nu ik gepensioneerd ben, lijkt dus ineens mijn jongensdroom werkelijkheid te worden. Ik wilde namelijk altijd ‘iets’ in een Afrikaans wildpark doen. Later werd dat geconcretiseerd in het educatieve deel: mensen bewust maken van de natuur. Het is ook wat ik een tijd geleden bij een UWV-cursus nog invulde als mijn droombaan. Mijn loopbaan liep heel anders, waarbij wel vaak onderwijs en Afrika een rol speelden. En nu vervul ik mijn jeugddroom. Een enorm voordeel is dat ik in Afrika nu juist gewaardeerd word om mijn ervaring en kennis terwijl ik in NL al uitgerangeerd ben.

In veel cités (volkswijken) zijn jongeren de straat opgegaan. Ze zwaaien met takken en steken autobanden in brand. Veel winkels zijn gesloten, het openbaar vervoer is stil gelegd en verschillende scholen hebben hun leerlingen naar huis gestuurd. Op sommige plaatsen is door de politie geschoten. Ook zijn er stakingen en een ‘ville morte’ afgekondigd.

Ik hoor en lees later dat de ‘dode stad’ heel geslaagd was. Lege wegen, gesloten winkels, verlaten markten. Het moet een raar gezicht en geluid geweest zijn: 24/7 onontwarbare files en kakofonisch getoeter en nu ineens leegte en stilte. Op de Franse journaal zag ik het, bijna surrealistische beelden.

Bij eerdere manifestaties werden de ‘kuluna’, gangstergroepen uit de volkswijken, door de overheid gebruikt om wanorde te scheppen. Waarna de politie des te harder op de opposanten in kon meppen natuurlijk. Ze hebben ook de ‘wewa’, brommertaxirijders, helmen gegeven en hen gevraagd om informatie te verzamelen in de moeilijker bereikbare achterbuurten.

Aanleiding voor de onrust is het mislukken van de onderhandelingen tussen regeringsmeerderheid en oppositie. De bisschoppen die de onderhandelingen leidden, meldden vorige week teleurgesteld dat de deadline niet gehaald was. Er blijft gedoe over de uitvoering van het oudjaarsakkoord.

De regering wil dat de oppositie drie namen voorstelt voor het premierschap en dat zij daaruit kiest. De oppositie vindt dat – volgens het akkoord – de regering niks te kiezen heeft en zal daarom één naam voorstellen. Dit accepteert de regering niet. Een ander geschilpunt is wie de uitvoeringscommissie mag gaan voorzitten nu Tshisekedi overleden is (regering en oppositie komen niet tot één gezamenlijke kandidaat).

Tshisekedi is twee maanden geleden in Brussel overleden. Hij was decennialang de historische oppositieleider maar nooit president. Zijn stoffelijk overschot blijft voorlopig in Brussel. Zijn familie en de overheid worden het niet eens over zijn begraafplaats. De overheid is al begonnen met een soort praalgraf op het kerkhof aan de grote boulevard. Zijn familie wil echter een mausoleum bij zijn huis en partijbureau. De familie en de partij willen ook de ter aarde bestelling pas doen als de huidige premier (regeringsgezind) vervangen is door iemand van de oppositie (zoals in het oudjaarsakkoord afgesproken is). Zelfs na hun dood geven politici hier nog gedoe.

In Kinshasa hangen spandoeken boven de weg met : ‘wij eren Tshisekedi’. Sommige gebouwen hebben grote kaarsen op de stoep staan en affiches van Tshisekedi aan de muur hangen. Auto’s en brommers hebben een palmtak op de voorbumper. De eerste zag ik dat op de auto waarmee ik naar het dierenpark reed. “Camouflage voor in het park?”. “Nee, een eerbetoon aan onze leider”.

Met de onlusten was het rustig op straat. Alleen bij het partijbureau van de grootste oppositiepartij was het druk. De zoon van Tshisekedi is nu officieel tot partijleider benoemd. De strijd om de macht gaat dus tussen de twee zonen van de overleden leiders: Kabila jr. en Tshisekedi jr.

Vorige week waren we in de woelige provincie Kasai. Hier wonen de Baluba en wordt slechts Tshiluba gesproken. Het is een van de grotere bevolkingsgroepen in Congo en permanent tegenstander van het regime. Tshisekedi was Muluba en wordt in deze streek als een heilige vereerd. Overal zie je zijn gezicht.

Steeds gaan er geruchten in Kinshasa dat het stoffelijk overschot aan zou komen op het vliegveld en dat zou gepaard gaan met grote manifestaties. Maar met bovengenoemd gedoe over het oudjaarsakkoord en de laatste rustplaats gaat dat voorlopig niet door. Gelukkig valt in Brussel de stroom nooit uit.

We waren een week in het onrustige Kasai in Congo. Sinds 2 weken zijn er een vijftigtal MONUSCO militairen. Zij bestrijden officieel de rebellen maar officieus het door en door bedorven leger. Het werkt. Op dit moment zijn er minder ‘tracasseries’. Er worden minder mensen lastiggevallen en afgeperst. Toch is een staflid van het project thuis nog overvallen door ‘geüniformeerden’. Ze namen de verkiezingskits mee, verder niets. Dat betekent dat het hoogste niveau achter de treiterijen zit; ze willen de verkiezingen boycotten.

Sommige dorpen zijn door het leger platgebrand, andere leeggeplunderd.  Op de Franse tv zag ik dat er verschillende massagraven ontdekt zijn. Het aantal doden overstijgt de 500. Veel mensen zijn de dorpen ontvlucht en verblijven in de jungle. Sommige boeren komen om die reden ook niet naar ons seminar.

Een week geleden zijn mensenrechtenonderzoekers van de VN hier in de buurt ontvoerd. Vandaag zijn de lijken van hen, een Zweedse en een Amerikaan met hun chauffeurs, gevonden. De daders zijn onbekend maar hier denkt men het wel te weten: ‘geüniformeerden’.

Ik ging vandaag naar een alfabetiseringscentrum in Mbuji Mayi. Het bezoek gaf me weer hoop voor Congo. In zo’n 10 lokalen, gemaakt van landbouwplastik, hadden zo’n 200 leerlingen les. Het was er warm. Er waren 6 niveaus: 3 jaren in het Tshiluba en 3 in het Frans. Een cursus duurt 3 maanden en kost 6 €. Als iemand dat niet kan betalen, vult het ‘schoolfonds’ aan. De cursussen moeten zich ontwikkelen tot functionele alfabetisering, waar ook praktische vaardigheden als naaien of autoreparatie geleerd worden, maar hiervoor ontbreekt vooralsnog het geld.

Onder de leerlingen waren oudere, getrouwde vrouwen en jonge vrouwen en mannen. De eerste categorie had nooit onderwijs genoten en doorliep het hele systeem. Of hun mannen niet liever wilden dat ze het huishouden deden? “Ja, maar ze accepteren dat we eerst hier zijn en daarna het huishouden doen”.

De jongeren hadden enige jaren lagere school genoten, sommigen zelfs de middelbare school, maar konden nog steeds nauwelijks lezen en schrijven. In de lessen op de scholen  van de staat wordt alleen in het Frans ‘gepapegaaid’: zonder enig begrip de docent nagepraat.

Het officiële systeem is in de tijd van Mobutu helemaal ingestort. Leerlingen moesten gaan betalen (en gingen dus van school af) en docenten ontvingen hun maandloon niet (en gingen dus of staken, of absenteren, of frauderen met cijfers voor smeergeld). Er ontstonden privé scholen, maar daar speelden slechts commerciële motieven, geen didactische. De missiescholen hadden kwaliteit (de hele elite komt er vandaan) maar Mobutu nam hen op in het officiële onderwijssysteem. Wat de Belgen ooit opgebouwd hadden, bleef in ruïnes achter.

In een klas las ik hardop het woord wetu op het schoolbord voor. Ik schreef het ook. Maar, zei ik, ik heb geen idee wat het betekent. Zus. OK, en ik schreef zus op het bord. “Kunnen jullie het lezen?” “Nee”. “Jawel, probeer maar”. “Zoes”. Prima! Wat betekent het? Niemand wist het. “Dat is waarom jullie in je eigen taal leren lezen en schrijven. Als je het begrijpt, gaat het sneller”.

“Maar het Frans is toch een veel belangrijker taal dan jullie dialect. Wie spreekt er nou Tshiluba in de wereld?!”, provoceerde ik. “Nee, Tshiluba is van ons, dat is onze cultuur, daar kunnen we ons goed in uitdrukken. En het is ook een taal, net als Lingala en Frans”. Niks geen timide reacties dus op een vraag van een oudere blanke man, zoals ik gewend was in West-Afrika. Nee, men barstte van het zelfvertrouwen, ook de oudere vrouwen.

Later sprak ik met directeur Patrice Kasadi na. Hij is 70 maar er is nog geen opvolger. De school is in de jaren 70 gesticht door de Nederlandse pater Herman Kroonenberg. Het volgt de ideeën van Paolo Freire: de gebruikte teksten moeten de leerlingen ook bewust maken en voorbereiden op het leven.

Sommige Tshiluba teksten komen uit boeken of films (The Color Purple bv). Andere worden door de docenten en leerlingen zelf gemaakt. Zo is er het boekje Congo is als een prauw vol gaten, die aan het zinken is als inleiding in burgerschap en democratie. De geheime dienst was al langs geweest, maar Patrice weigert de tekst aan te passen. “Ik ben al oud en ik beschouw het als mijn verantwoordelijkheid om dit corrupte land verder te ontwikkelen”. Op zo’n moment weet ik weer waarom ik hoop voor Congo blijf houden.