Archives for posts with tag: Congo

Onlangs was ik bij een debat over de vraag of verkiezingen wel nuttig zouden zijn voor de Democratische Republiek Congo. De meningen waren nogal verdeeld. Mijn eigen vraag aan het panel was: geen verkiezingen, maar wat dan wel?!

De verkiezingen zijn gepland voor 23 december 2018. De Congolezen hebben er twee jaar op moeten wachten maar het blijft uiterst schimmig of president Kabila niet een nieuwe reden voor uitstel bedenkt. De toegenomen spanningen in beide Kivu-provincies en in de Kasai zouden een vredige en transparante stembusgang in de weg staan. Tijdens het debat werd Congo vergeleken met Syrië, maar dan dat Assad, rebellen en IS samen voor het Congolese regime stonden, dat de bevolking bestreed. Sinds 1996 zijn hierbij zo’n dan 6 miljoen doden gevallen, vooral onschuldige burgers.

Cultureel ondernemer Angélique Mbundu en rapper Badi benadrukten het belang om in Nederland zoveel mogelijk informatie te geven over Congo. En daarnaast over wat wijzelf aan de vastgelopen politieke en economische situatie kunnen doen, zoals het kopen van producten zonder bloedmineralen.

Nadia Nsayi van de Belgische NGO Broederlijk Delen pleitte voor verkiezingen. Want dat is meer dan een stembiljet in een bus doen, dat is ook een proces van bewustmaking op het gebied van democratisering en mensenrechten. Verkiezingen zorgen ervoor dat corrupte en megalomane presidenten naar huis gestuurd kunnen worden, en dat de instituties van de rechtsstaat opgebouwd kunnen worden. Kabila is al 17 jaar aan de macht (overigens slechts de helft van veel van zijn collega’s in de regio) zonder dat het land zich maar een millimeter verder ontwikkeld heeft.

Publicist Alphonse Muambi had geen vertrouwen in verkiezingen. De internationale gemeenschap die dat zo graag wil (en dat ook wil financieren) is dezelfde die Rwanda en Oeganda al jarenlang steunt als ‘nieuwe democratieën’. Dit komt volgens hem voort uit schuldgevoel omdat ze toentertijd niets tegen de genocide in Rwanda ondernomen hebben. Nu staan ze toe dat beide landen Oost-Congo leeg plunderen.

Het draait volgens hem allemaal om geld. Het plunderen maar ook het omkopen van de oppositie. Hoe langer een politicus in de oppositie zit, hoe armer hij wordt en hoe makkelijker hij met wat geld naar de meerderheid te lokken is. Kabila, zijn familie en zijn meerderheid zijn rijk genoeg. De Congolese vredes-NGO’s staan ver van de bevolking en schuren soms tegen de overheid aan. De enigen die zich nog niet hebben laten corrumperen zijn de katholieke kerk en enkele jongerenbewegingen.

De oppositie blijft verdeeld en mist enig politiek programma. Ze lijkt meer op machtsovername dan op verandering gericht. Zelfs binnen de UDPS, de grootste oppositiepartij raakt men het niet eens over de strategie om Kabila kwijt te raken: 2018 een overgangsjaar laten worden zonder Kabila, of de verkiezingen eind dit jaar afwachten en hopen dat Kabila zich niet voor een ongrondwettelijk derde mandaat meldt.

De belangrijkste oppositieleider bevindt zich als balling in het buitenland en maakt geen aanstalten terug te komen. Hij heet Moise Katumbi en is van Grieks-Joods-Congolese afkomst. Bij de Zairisatie van Mobutu heeft hij bedrijven opgekocht en daaraan flink verdiend. Hij was de jongste gouverneur van de rijke Katanga-provincie en zorgde via wetten dat het vooral met mijnbouw verdiende geld binnen Katanga bleef. Een deel van dat geld ging naar infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg, wat zijn populariteit verhoogde, maar een ander deel verdween in zijn eigen zak. Hij is de eigenaar van een van de beste voetbalclubs van Afrika, Tout Puissant Mazembe, heeft een voetbalacademie opgericht, en bezit een eigen wildpark.

Katumbi steunde Joseph Kabila maar moest vluchten toen die hem te populair vond worden en hem beschuldigde van corruptie en van het werven van huurlingen tegen zijn regime. Daarvóór leek een Poetin-Medvedev-constructie in de maak: Kabila en Katumbi afwisselend president en premier.

Wat treft de volgende president van de Democratische Republiek Congo eigenlijk aan? Een failed state. Een rotte vrucht, die van binnen leeg gevreten wordt door Rupsjes Nooitgenoeg. Als de machtswisseling nog lang op zich laat wachten, zal de vrucht verschrompelen en beschimmelen. Maar misschien wordt de rups binnenkort wel opgegeten door een mooi vogeltje. Of misschien overleeft de rups het en verpopt hij zich tot kleurige vlinder. Dan zal Congo zijn rijkdom en eigenwaarde terugkrijgen.

 

 

Advertisements

Op 21 januari was er in Kinshasa weer een manifestatie tegen het aanblijven van president Kabila. Het werd – net als met oudjaar – georganiseerd door de katholieke lekenkerk. Er waren zeker 6 doden, een vijftigtal gewonden en meer dan 100 gearresteerden, w.o. 10 priesters. Enkele priesters werden aangehouden, geboeid, mishandeld en met onbekende bestemming weggevoerd. Waarnemers van de VN zijn bedreigd en gemolesteerd. Het internet was een paar dagen stilgelegd zodat er weinig informatie vrijkwam. Op de weinige foto’s zag je uniformen tegen habijten. Kogels en traangas tegen bijbels, palmtakken en rozenkransen.

De katholieke kerk is het enige instituut dat functioneert in Congo. Het is ook het enige dat een geloofwaardige band met het volk heeft. In alle dorpen en volkswijken staan kleine kerkjes waar ‘s zondags uitbundige diensten worden gehouden. De protestantse kerk (waar Kabila onlangs nog de dood van zijn vader memoreerde; bij de katholieken vond hij dat te eng) en de moslims sluiten zich langzamerhand bij het katholieke protest aan.

Congo is een zwakke staat, omringd door steviger staten. Er komen steeds meer aanvallen van rebellen uit Oeganda en Rwanda. Zij profiteren van de politieke impasse door steeds nieuwe coalities aan te gaan. Ze verbinden zich ook met het leger, de politie en de lokale autoriteiten. Anders zouden ze nooit zover het Congolese grondgebied binnen kunnen dringen. MONUSCO staat machteloos omdat ze slechts het mandaat hebben om het Congolese leger bij te staan. Voelen de rebellen en hun allianties de implosie van de Congolese staat aankomen? Lokken de nog steeds gigantische hoeveelheden grondstoffen? Nu al voeren beide buurlanden veel van Congo’s grondstoffen uit.

Met al die rebellenlegers zou je in Congo al snel een revolutie verwachten. Maar de rebellen zijn niet uit op de omverwerping van het corrupte systeem, ze zijn uit op de overname van het corrupte systeem. Vandaar ook de liaisons met de lokale overheid. Rebel zijn is hier een beroep, een verdienmodel. Net als militair zijn. Mobutu zei al: ‘waarom zou ik de soldaten een salaris betalen?! Ze hebben toch een geweer’. Er zijn geen revolutionairen in Congo, zoals ook al bleek uit de ervaringen van Che Guevara (zie twee blogs geleden). Je hebt wel enkele, vooral lokaal georganiseerde, jongerenbewegingen maar die worden door intimidaties en arrestaties gemarginaliseerd.

Om reden van het gebrekkige democratiseringsproces en het harde neerslaan van de manifestaties besloot België vorige week om een deel van hun bilaterale (tussen overheden) samenwerking te herschikken. 25 Miljoen euro zou nu rechtstreeks naar de bevolking, naar humanitaire hulp en NGO’s gaan. Als reactie zei de Congolese minister van Buitenlandse Zaken dat ze die hulp van zo’n ‘brute kolonisator’ toch niet langer nodig hadden. Die werd immers voor ‘50% in de eigen zak gestoken’ (denk aan expatsalarissen).

Meteen werd verordend dat ENABEL (het ontwikkelingsagentschap) en het Schengenhuis (dat de visa voor de Schengenlanden levert) moesten sluiten. Voor mijn eigen reis moest ik een visum op het consulaat in Antwerpen of de ambassade in Brussel aanvragen en ook hier bleven de schermen zwart en de telefoonlijnen stil.

Ondertussen gaat de koopkracht steeds verder achteruit. Door de overstroming storten nog steeds gebouwtjes in. Het zoontje van onze wacht werd gisteren door zo’n omvallende muur gedood. ‘Verdwenen’ ziektes als tetanus, cholera en lepra nemen weer toe. Geld voor medicijnen, ziekenhuis of begrafenissen is er niet.

Op de universiteit van Kinshasa is het al weken onrustig. De studenten eisen dat hun beurs volgens de oude dollarkoers uitbetaald wordt en niet via de sterk gedevalueerde Congolese franc. Nu houden ze nauwelijks geld over om te eten.

Congo bewijst eens temeer het ‘Afrika van Afrika’ te zijn. Alle negatieve (armoe, corruptie, nepotisme) en positieve (muziek, mode, grondstoffen, optimisme) elementen zijn in het hart van dit continent samengebald.

Veel mensen van mijn generatie hadden in de jaren 70 de iconische poster van Che Guevara op hun kamer hangen. Op deze contrastrijke foto kijkt hij onbeschroomd de nieuwe ideale wereld in. Hij heeft lang haar, een dun baardje en een baret met de ster van Cuba op zijn hoofd. In Afrika kom je de foto nog veel tegen, op het spatbord van brommers en achterop transportbusjes.

Congo wordt momenteel geleid door Joseph Kabila. Zijn vader Laurent verdreef in 1997 toenmalige machthebber Mobutu. Hij heeft daarvoor een lange weg moeten afleggen. In zijn jonge jaren was hij een fervent aanhanger van de vermoorde ‘communistische’ Lumumba. In 1964 al begon hij een guerrilla in het oosten van Congo tegen Mobutu, toen nog legerleider, die door de Amerikanen gesteund werd. Zijn Simba’s (‘leeuwen’ in het Swahili) zaaiden terreur en vermoordden duizenden Congolezen en Belgen. Een jaar later werden ze verslagen door Mobutu’s leger en enkele honderden blanke (vooral Belgische) huurlingen. Kabila trok zich terug in de brousse en zette lokaal de gewapende strijd voort.

In 1965 was Che Guevara door Fidel Castro op een geheime missie gestuurd om Laurent Kabila bij deze strijd te helpen. Om niet herkend te worden, schoor Che zijn baard af en kamde hij zijn haren netjes in een scheiding. Naar het voorbeeld van de Cubaanse revolutie zou het imperialisme in de hele wereld verslagen moeten worden en ‘el comandante Che’ zou dat leiden. Maar de samenwerking met Laurent Kabila en de aanhangers van de linkse oppositieleider Mulele tegen de zittende regering van Tshombe werd geen succes.

Het moreel van de Congolezen was dramatisch in de ogen van de revolutionair. De ongetrainde en onbetaalde Congolese strijders waren ongedisciplineerd, stalen wapens, voedsel en drank en verkrachtten vrouwen. Zo gauw geschoten werd, gingen ze er vandoor. Ze wisten de boerenbevolking niet aan hun zijde te krijgen, zoals het revolutionaire model voorschreef, maar ze terroriseerden hen Het ergste was dat dat gebrek aan strijdlust op de Cubaanse ‘fidelistas’ overgedragen werd. Het idee was dat de Cubanen hun revolutionair elan (‘patria o muerte, venceremos’) op de Congolezen over zouden dragen maar het omgekeerde gebeurde.

Net als de Simba’s hadden de Congolese krijgers een blind vertrouwen in ‘dawa’ (een toverdrank die je sterk maakt). Gecombineerd met water (‘mai’ in het Swahili; de groep van Kabila heette ook de Mulele Mai) dat je onkwetsbaar maakte voor kogels, maakte je dat onoverwinnelijk. De Cubanen geloofden niet in dawa en wezen op de vele gewonden en doden. Maar dan was de ceremonie niet goed gedaan, volgens de Congolezen.

Laurent Kabila was de officiële leider van de Congolese strijders maar hij kwam nooit opdagen op afspraken met Che. Als hij eens even op kwam dagen, hing de lucht van whisky om hem heen. Hij zei dat hij altijd ‘belangrijke zaken te doen had’ in Tanzania. Ook toen hij decennia later president van Congo was, had hij altijd ‘zaken’ te doen. Als gasten op bezoek in zijn paleis waren, bood hij ‘tegen een schappelijke prijs’ zijn gestolen diamanten aan.

Na 7 maanden trok Che zich teleurgesteld terug uit Congo. Omdat Castro zijn afscheidsbrief al gepubliceerd had, die pas bij zijn dood geopenbaard had mogen worden, kon Che niet naar Cuba terugkeren. Hij woonde een paar maanden clandestien in Tanzania en Tsjechoslowakije. Twee jaar later werd hij op een vergelijkbare missie in Bolivia in de val gelokt en vermoord.

In Congo is sindsdien niets veranderd. Om het imperialisme of hyperkapitalisme hier te verslaan moet je van goeden huize komen. De economische belangen van de gevestigde orde, de kliek om zoon Joseph Kabila, zijn gigantisch. Na zijn twee mandaten ruimschoots uitgezeten te hebben, is Kabila geenszins van plan te vertrekken. Op oudejaarsdag demonstreerden duizenden Congolezen in het hele land tegen zijn illegale aanblijven. De manifestaties werden door de katholieke kerk en de oppositie georganiseerd. Ze werden met veel geweld onderdrukt. Er vielen minstens 11 doden en vele honderden gewonden. Er waren nog meer arrestaties en verschillende kerkdiensten werden ‘ontheiligd’, lees: gewapenderhand onderbroken. Het internet en de uitzendingen van de nieuwsmedia waren enkele dagen geblokkeerd.

 

Ik schreef al eens dat mijn loopbaan cyclisch geworden is. In de jaren 70 gaf ik biologie en zo aan HBO- en MBO-studenten in Nijmegen. Toentertijd fietste ik om 8.35 naar school en trof daar om 8.45 mijn studenten en het lesmateriaal aan. In Kinshasa fiets ik om 7.30 naar hotel Beatrice. Om 8 uur ben ik er maar daarna stagneert het vaak.

De auto blijkt kapot en we moeten op een andere auto wachten om naar het dierenpark in Kimpoko te gaan. Of er moeten eerst nog boodschappen gedaan en mensen opgehaald worden. Of het regent vreselijk en ik kom mijn wijk niet uit: te modderig voor de fiets en geen taxi’s te bekennen. Eenmaal op pad moet vaak ik de achterbank delen met de dierenarts, een lasser en een schooldirecteur. Een andere lasser ligt dan in de achterbak tussen de schriftjes, flipchart, en voedsel voor mens en dier.

Een keer vertrok de auto – tegen alle gewoonte in – op tijd. Net die dag was ik door de regen wat later en ik moest een taxi nemen. Die had last van de files en kon niet over het zandpad tot in het park komen. Helaas had mijn telefoon geen bereik en moest ik nog een uur in de middaghitte wachten. Ik ben nog nooit voor het middaguur in het dierenpark gearriveerd.

Op papier geef ik hier wekelijks van 10-12 uur een inleidende cursus voor het parkpersoneel. Bij aankomst kan het meestal ook nog niet beginnen omdat de flipchart vergeten is, of de generator niet werkt om de beamer aan te sluiten, of de medewerkers moeten nog op het gigantische terrein verzameld worden. Als ze onderweg niet in onze volle auto gepropt konden worden, zijn de 4 ex-studenten uit Kinshasa er ook nog niet.

Naast deze 4 Kinois die als vrijwilliger in het park gaan werken (vooral als gids) zijn er nog 10 andere leerlingen. 4 dierverzorgers en 2 werkers in het park, schooldirecteur Faustin uit Kinshasa die scholen voorlicht over het park, dierenarts Diderot, ingenieur Kaba, en de Belgische parkmanager Michel. Van analfabeet tot afgestudeerde ingenieurs, van Lingala sprekende dorpslui tot sjieke stadslui. Een uitdaging, zelfs voor een ex-leraar!

We beginnen nooit voor 12.30. Waar nodig wordt in het Lingala vertaald en als ikzelf een woord in het Frans niet weet, vult Michel aan. Met name de net afgestudeerde dierenarts Diderot heeft veel vragen. Zijn biologische kennis mag dan wel niet up to date zijn (eerder al bleek hij niet te weten dat de dinosauriërs uitgestorven waren) maar over de huidige bedreigde diersoorten in Congo heeft hij verstandige opmerkingen. Helaas moet hij of een ander tijdens de les altijd wel even weg vanwege een geblesseerde zebra, een koe die op het gras van de buurman aan het grazen is, of een struisvogel die ontsnapt is.

De lessen gaan over de principes van dierenparken, biologie, ecologie en zelfs ethiek. Ook de karakteristieken (voorkomen, reproductie, voeding, etc.) van de huidige dieren in het park komen aan bod. Omdat de flipchart teveel plek in de auto inneemt, gebruik ik later mijn aantekenschriftje als schoolbord. Ik dacht alle namen van de ‘klas’ te kennen, maar verwisselde steeds die van beide stadsdames. Waar de een vorige week lang haar had, had ze nu kort en de ander had het omgekeerd. “Zo kan ik natuurlijk nooit jullie namen leren!”

Charlie en Nicole zijn nog niet echt klaar voor hun gidsrol. In het park kwam de mannetjesbuffel een beetje dreigend op hen af. Gegil. Je moet blijven staan, niet wegrennen want dan komt hij je achterna, zei ik. Maar ze verdwenen schielijk in de auto. Bij de andere dieren werden tientallen selfies gemaakt. Ook toen Monique (de chimpansee) op mijn rug sprong, gilden beiden het uit.

Mijn lesmethode bestaat uit veel gerichte vragen, aan de verzorger of de dierenarts, ieder op hun niveau. De vragen worden prima beantwoord. Zelf hadden ze ook veel vragen. Bij de chimpanseefilm bijvoorbeeld over de gezwollen schaamlippen van de vrouwtjes. Ik legde uit dat wij mensen die in onze evolutie kwijtgeraakt zijn. Mannen weten nu niet of en welke vrouw ze bevruchten, dus om zeker te zijn dat het hun eigen baby is (belangrijker: dat het hun eigen genen zijn) paren ze steeds met dezelfde vrouw. Zo ontstond de menselijke monogamie, overigens niet echt een populair verschijnsel in Congo.

Ik had ook enkele lessen uitbesteed: veel voorkomende dierziektes aan Diderot, parkregels aan Michel, en het ontvangen van toeristen aan Monique (niet de chimpansee). Diderot hield een zeer academisch verhaal en ik herleidde dat voortdurend tot de begrijpelijke praktische omstandigheden in ons park. De oudere dierverzorgers testten hem uit door nóg praktischer vragen te stellen. Toen het over rabiës ging, nam hij als voorbeeld: ‘stel dat een wolf de omheining van de eenden binnendringt’. Een wolf in Afrika? Ik verdedigde hem maar steeds (‘een wolf in het lokale spraakgebruik is een hyena of jakhals’).

De les over de huisregels was redelijk saai. Ik zag de mensen gapen. De stadsdames veerden op bij de regel: als een aap poep naar je gooit, moet je je niet omdraaien en weglopen (om dit gedrag bij de aap niet te belonen). “Ach gads, word je dan niet ziek?” De 2 politieagenten deden dit keer ook mee. Logisch, gezien het onderwerp. Hoe bestraf je een bezoeker die steentjes naar de dieren gooit? Niet meteen neerschieten, zei ik voor de grap tegen de bewapende agenten. “Haha, nee, wij zijn er om de mensen te helpen.” “Dat is toch niet wat we dagelijks op het nieuws zien”, reageerde een der ex-studenten. Hij doelde op de met buitensporig geweld onderdrukte demonstraties. Daarna discussieerden de 4 afgestudeerde maar baanloze stadslui nog over de situatie in Zimbabwe. Zij wilden dat ook wel voor Congo maar ik was minder enthousiast. “Het leger stelt de president aan?! En dan een wellicht een nog grotere boef dan Mugabe?!” “Voor Congo is alles beter dan Kabila.”

Monique heeft in Kameroen al workshops over ecotoerisme gegeven. We deden ditmaal een aantal rollenspelen om de zaak te verduidelijken. Monique speelde een ongeïnteresseerde gids die de toerist behandelt om er aan te verdienen. Ik speelde een opdringerige gids die geen respect toonde voor de privacy van de toerist. Hilariteit want o zo herkenbaar. Daarna vroegen we wat er goed en fout ging. Het was de laatste les dit jaar en dus schreef ik voor alle deelnemers een officieel certificaat uit. Onder het genot van drankjes die door Monique gekocht waren, overhandigden we die plechtig. “Goed voor mijn CV!” zei de ongeschoolde dierenverzorger.

Lubumbashi is de tweede stad in Congo maar lijkt in niets op Kinshasa. Relaxt, geen geschreeuw, brede beboomde lanen met weinig auto’s, oude koloniale gebouwen en nauwelijks hoogbouw. Fietsers en nauwelijks politie (wat zou ik graag hier rondfietsen!). Overal leerlingen in uniform. In het centrum grote parken. De stad wordt gedomineerd door een hoge ertsafvalberg met allerlei GECAMINES-fabrieken er omheen. Het doet denken aan Bulawayo (Zimbabwe) of Zuid-Afrika. Het ligt trouwens ook even ver van Kinshasa als van Johannesburg. Ik hoor geregeld Engels spreken. Het is duidelijk beter georganiseerd en rijker dan Kinshasa. Lubumbashi produceert, Kinshasa profiteert, zeggen ze hier.

Vandaar ook dat deze mineraalrijke provincie Katanga zich meteen na de onafhankelijkheid wilde afscheiden. De Belgen steunden gouverneur Tshombe omdat ze bang waren ‘hun’ bodemschatten te verliezen aan de ‘communistische’ regering van onafhankelijkheidsstrijder en premier Lumumba. Ze riepen de hulp van blanke huurlingen in. Lumumba vroeg hulp aan de VN. Deze laatste wonnen na drie jaar strijd. Tshombe vluchtte maar Lumumba werd al snel afgezet en gevangen genomen door de nieuwe legerleider Mobutu. Hij ontsnapte maar werd bij Lubumbashi vermoord. Door wie, dat is nog steeds onduidelijk. Op de tv vertelde een Belgische ex-militair onlangs dat hij het stoffelijk overschot in zwavelzuur opgelost had maar nog steeds de tanden in zijn bezit had.

Toen ik op het vliegveld aankwam, was het druk met volk en vlaggen. Over 2 uur zou het team van TP (Tout Puissant, zoals de band van Franco) Mazembe uit Zuid-Afrika terugkomen. Daar hadden zij de Afrika Cup voor clubs gewonnen, voor de 8ste keer en de 2de achter elkaar. Nu spelen ze verder oa tegen de Champions League winnaar om de Wereldcup. Het is een erg internationaal team met ook Ghanezen, Malinezen en Zambianen. De schatrijke ex-gouverneur en potentiele presidentskandidaat Moise Katumbi is eigenaar van de club.

Terwijl ik in Lubumbashi zat, kwamen er berichten uit Kinshasa. Daar was de opening van de nieuwe Belgische en Nederlandse ambassade, een modernistisch gebouw aan de grote boulevard. Eigenlijk: de Belgische ambassade waar Nederland inwoont. Voor België was dan ook minister Reynders van Buitenlandse Zaken uitgenodigd, bij ons slechts Willem van Ee, adjunct-directeur van dit ministerie. Reynders zei bij de openingsceremonie dat België hecht aan eerlijke en transparante verkiezingen, en in dat geval deze ook mee zal financieren. Maar hij zei eveneens dat de overheid zich moet houden aan het recht op meningsuiting en demonstraties.

De overheid had geen enkele afgevaardigde naar de ceremonie gestuurd had. Een bruuskering in het diplomatieke wereldje. Zij vonden dat Reynders niet welkom was omdat hij beweerd had dat de aanstelling van de overgelopen Tshibala als eerste minister niet in overeenstemming was met het oudjaarsakkoord tussen regering en oppositie. De Congolese minister van Buitenlandse Zaken reageerde op tv met: “We zijn niet op hun uitnodiging ingegaan, ook dat is vrijheid van meningsuiting en democratie.”

Buiten de ambassade waren demonstrerende jongeren te zien. Ze droegen spandoeken met ‘België moordenaar’ en ‘Geef het stoffelijk overschot van Lumumba terug’. Dat laatste is moeilijk want de soldaten van Mobutu en/of van België hebben hem in 1960 vermoord en het lijk laten verdwijnen.

Ik was met twee opdrachten in de stad. Ik wilde de dierentuin bezoeken, met de ex-directeur praten en me laten inspireren door het educatieve centrum. En ik wilde naar dieren te kijken die te koop waren. Via via had ik een telefoonnummer gekregen. Het bleek van de zoon van de Portugese eigenaar van een wildfarm. Het is privé en dus gesloten voor publiek, maar ik kon in het weekend komen kijken. Helaas was ik dan weer weg. Ik zou trouwens weinig zien want de dieren lopen in het wild rond op het uitgestrekte terrein buiten de stad. Een zestal soorten fokt erg goed en ze hebben nu last van overbevolking. Hoe gaan jullie de dieren vangen, vroeg hij. Daar had ik geen antwoord op. Zij vingen niet zelf maar huurden Zuid-Afrikaanse professionals en die waren erg duur.

De dag van vertrek was het in Lubumbashi nog stiller dan anders, alleen was er veel politie op de been. Juist vandaag zouden in alle steden van Congo manifestaties tegen het aanblijven van Kabila plaats hebben. Dit is normaliter verboden, de politie treedt met buitenproportioneel geweld op, en de steden zijn onbegaanbaar door brandende autobanden, molotovcocktails en traangas. Een slechte planning en een spannende dag dus.

Desondanks waren we binnen een halfuur op het vliegveld. Daar wel degelijk de gebruikelijke chaos, gecreëerd om naïevelingen als ik geld uit de zak te slaan. Ik liet een jongetje voor mij alles uitzoeken en gaf hem een ‘petit rien’. Na van het toilet gebruik gemaakt te hebben, gaf ik de toiletmeneer 0,30 €. “Was het een grote boodschap?” “Ja.” “Dan is dit te weinig.” “Maar er was geen water.” Hij verstond het ‘sans eau’ als ‘saloud’ (klootzak) en werd heel kwaad. Ik ga wel zelf een emmer halen, zei ik, maar verongelijkt spoelde hijzelf de wc schoon. Ik verdubbelde zijn vergoeding.

Terug in Kinshasa scheurden we over de 2 x 5 banen brede Lumumba-avenue. Die zit altijd verstopt maar leek nu wel een autoloze zondag. Bij het hoofdkwartier van de oppositie stonden enkele pantserwagens verdekt opgesteld. Meestal stellen ze zich provocerend op, nu niet. MONUSCO en ook de Belgische minister Reynders hadden de politie en militairen gemaand zich rustig te houden en alleen bij gewelddadigheden op te treden. Er was beperkt gedemonstreerd en er waren enkele mensen opgepakt maar het grote succes voor de oppositie was dat de hele stad was stilgelegd (‘ville morte’) zelfs de ministeries. In het hele land zijn 200 mensen gearresteerd, en 18 gewonden en 1 dode gevallen.

Ik lees in de krant over de rulings die de Nederlandse staatssecretaris van Financiën trof met Amerikaanse bedrijven om geen belasting te hoeven betalen. Maar zijn Congolese counterpart kan dat natuurlijk veel beter. Het Carter Center (van de oud VS-president) onderzocht onlangs nauwgezet de belastingontwijking in Congo.

Tussen 2011 en 2014 heeft het staatsbedrijf Gecamines (opvolger van het Belgische UMHK) 1,1 miljard dollar verdiend met de winning van koper en kobalt. 750 miljoen daarvan is niet in de boeken terug te vinden. Het kobalt wordt in de vorm van bouwmateriaal geëxporteerd. Daar wordt geen importbelasting op geheven. Ook verdiende Gecamines goed aan het uitgeven van concessies.

Minstens 262 miljoen dollar had per jaar afgedragen moeten worden aan de schatkist maar dat is niet gebeurd. Het blijkt echter dat dat geld wel degelijk bij de overheid is terechtgekomen, alleen niet in de schatkist maar in de zakken van invloedrijke personen. Aan hen betalen investeerders namelijk rechtstreeks hun smeergeld. De Israëlische miljardair Dan Gertler schonk in 2011 200 miljoen aan Gecamines en gaf een jaar later eenzelfde lening. Concurrenten als George Forrest en Billy Rautenbach konden daarna naar hun concessies fluiten. Gertler betaalde in 2011 rechtstreeks 10 miljoen aan Kabila en 20 miljoen aan zijn belangrijkste raadsman Augustin Katumba Mwanke. En Joseph Kabila won dat jaar zijn tweede verkiezing.

In de VS en het VK wordt onderzoek naar Gertlers frauduleuze praktijken gedaan maar tot nu toe is hij de dans ontsprongen. In het huidige Congo zijn de meest succesvolle investeerders zij die rechtstreeks zaken doen met Gecamines en de politieke elite. Degenen die meer scrupules tonen, blijven aan de zijlijn staan. Dit patroon voedt de vicieuze cirkel van corruptie en fraude die alle rijkdom aan grondstoffen wegzuigt van de schatkist en de Congolese bevolking.

Op Prinsjesdag publiceerde onze minister van Financiën de begroting voor volgend jaar (ruim 300 miljard voor 17 miljoen inwoners). Wat uit de schatkist gaat is ongeveer gelijk aan wat er in komt. De Congolese eerste minister, de overgelopen Bruno Tshibala, wilde voor 2018 een begroting maken van 40 miljard dollar (voor ruim 80 miljoen inwoners). Helaas wordt die maar voor 6 miljard door de schatkist gedekt. President Kabila’s vermogen wordt geschat op 15 miljard dus het inzetten daarvan zou het probleem deels oplossen. Helaas heeft Kabila het zelf nodig, oa om oppositieleden om te kopen.

Daarom wil Tshibala geld laten bijdrukken. Hij is ongetwijfeld vergeten hoe dat onder Mobutu afliep. Op het einde circuleerden biljetten van 1 miljoen zaïre, net genoeg om een brood te kopen. Ook lijkt een soortgelijke devaluatie en economische wanprestatie inmiddels in Zimbabwe tot het afzetten van Mugabe geleid te hebben. Misschien daarom wel heeft Tshibala de begroting gisteren teruggebracht tot 5 miljard.

De Wereldbank zei vandaag tegen hem dat die 5 miljard dollar veel te weinig is om het land verder te ontwikkelen. Er moet meer in de schatkist komen door de belastingen op inkomsten uit de mijnbouw. En er moet minder uit door een efficiëntere publieke sector. Ze gaven het voorbeeld van de watermaatschappij Regideso (Régie des Eaux). Die wordt voor 14% uit hun eigen inkomsten (het abonnement) en voor 2% door de overheid gefinancierd. De rest zijn leningen van oa de Wereldbank.

Er moet veel meer geïnvesteerd worden in water en elektriciteit, zegt het WB-rapport. Terwijl Congo het een na grootste zoetwaterbekken ter wereld heeft en een waterkrachtcentrale die potentieel heel Afrika van stroom kan voorzien, heeft slechts 50% van de bevolking toegang tot drinkwater en 14% tot elektriciteit. Met name dat laatste is een rem op de economische groei van het land.

Ik zie het Afrikaanse nieuws. Het zijn moeilijke tijden voor de beroemde Afrikaanse zonen. President Uhuru Kenyatta, zoon van Jomo, de eerste president van Kenia, heeft alle moeite om legitiem aan de macht te blijven. Zijn belager Raila Odinga, zoon van Oginga, een toenmalige handlanger van Jomo, ontwijkt verkiezingen. President Ali Bongo, zoon van ex-dictator Omar van Gabon, wordt beschuldigd van verkiezingsfraude. Teodorin Obiang, vicepresident en zoon van Teodoro, de huidige dictator van Equatoriaal Guinee, moet in Parijs de gevangenis in wegens fraude en witwassen. Zijn 11 sportauto’s zijn geconfisqueerd. In Togo zijn er dagelijks protesten tegen de verlenging van het mandaat van Fauré Gnassingbé, zoon van ex-dictator Eyadéma.

Maar Felix Tshisekedi, zoon van de onlangs overleden oppositieleider Etienne, maakt een tour door de provincies van Congo en wordt – ondanks de uit elkaar geslagen manifestaties – enthousiast ontvangen. Dit alles maakt de Congolese president Joseph Kabila, zoon van de vermoorde president Laurent, wat zenuwachtig. Zeker nu Nikki Haley, dochter van naar de VS geëmigreerde Indiërs, hier onlangs gezegd heeft dat alle steun van de VS ingetrokken wordt als de verkiezingen niet in 2018 plaatsvinden. Kabila zelf heeft ze tot 2019 uitgesteld. Zijn mandaat liep eind 2016 al af.

Kabila is niet de enige plucheplakker in deze regio. In Oeganda wil Museveni de maximale leeftijd van presidentskandidaten (nu 75 jaar) oprekken zodat hij zich opnieuw verkiesbaar kan stellen. In Rwanda heeft Kagame een referendum laten houden waarin niemand tegen een derde mandaat durfde te stemmen. Hij kan nu in principe tot 2034 aanblijven. In Burundi heeft Nkurunziza de grondwet onlangs gewijzigd en kan hij ook tot 2034 aanblijven.

De plucheplakkende zonen willen geen afstand doen van hun comfortabele zetel omdat ze enerzijds bang zijn hun inkomsten te verliezen en anderzijds om aangeklaagd te worden wegens wetteloze zelfverrijking. In tegenspraak daarmee lijkt de recente brief van de Congolese overheid waarin verordonneerd werd dat de komende 4 maanden geen oplichterij door ambtenaren mocht voorkomen.

Bij de controles onderweg van de projectauto was iedereen inderdaad opvallend aardig, zei Monique. Er schiet me nu ook te binnen dat de SNEL-technici wel in de paal geklommen zijn om de fasen om te wisselen (waardoor we weer stroom hebben, lees: af en toe stroom hebben) maar dat ze hun geld nooit gevraagd hebben. Zou die brief echt dit effect hebben? Maar wat gebeurt er dan over 4 maanden? En waarom 4 maanden en geen 3 of 5 of voor altijd? En geldt het ook voor de ministers zelf of alleen voor de lagere regionen?

De verkiezingscommissie CENI heeft vorige week de verkiezingskalender, waar zo lang op gewacht is, bekendgemaakt. Alle verkiezingen: presidentieel, parlementair en provinciaal, zijn op 23 december 2018. Net binnen de deadline van Nikki Haley voor steun van de VS dus. De oppositie vindt het te laat en de regering te snel. Intussen komen de 4 fraudevrije maanden ineens in een ander daglicht te staan. Dan heeft de heersende elite daarna nog ruim 10 maanden om hun belangen veilig te stellen. Dat zou toch moeten lukken.