Archives for posts with tag: Congo

Dit is de dag dat de Congolese president Joseph Kabila zich al dan niet kandidaat zou stellen voor de verkiezingen van 23 december. Hij liet zijn keuze lang in nevelen gehuld. Volgens de Grondwet kan hij zich helemaal niet kandidaat stellen omdat hij er immers al twee termijnen van 5 jaar op heeft zitten. Maar Joseph, zoon van de vermoorde rebellenleider Laurent die een paar jaar president was, is gewend geraakt aan de macht. Verwend, beter gezegd: het heeft hem en zijn familie een slordige 15 miljard dollar opgeleverd. Niet slecht voor een ex-chauffeur met weinig opleiding.

Nadat de verkiezingen eind 2016 niet doorgingen, sloten de katholieke kerk, de burgerbewegingen en de oppositie het Oudjaarsakkoord. Hierin werd vastgelegd dat er in 2017 verkiezingen zouden komen en dat Kabila niet mocht meedoen. Maar sindsdien doet Kabila voortdurend aan tijdrekken.

Hij benoemde een nieuwe legerleiding met militairen die hun diensten voor hem bewezen hebben en waarvan enkelen in de VS veroordeeld zijn wegens excessief geweld. Hij liet een nieuwe wet passeren die ex-presidenten voor eeuwig senator maakt, lees: immuun maakt voor strafvervolging. Hij plukt nog meer dan tevoren de staatskas. Bij de nationale vliegmaatschappij Congo Airways worden de salarissen al maanden niet uitbetaald want: ‘je hebt toch macht (over boekingen) dus maak die te gelde!’.

Onlangs hield een internationaal bureau een verkiezingsenquête in Congo. De drie belangrijkste oppositiekandidaten zouden ieder ongeveer een kwart van de stemmen krijgen, en Kabila slechts een tiende. De meeste stemmen zouden naar Moise Katumbi gaan, maar die leeft als balling in het buitenland. Het zou de oppositie sterker maken als er maar één kandidaat was, maar men komt er onderling niet uit wie dat dan moet zijn.

De secretaris van de grootste oppositiepartij, de UDPS, Kabund-a-Kabund, heeft aangekondigd dat de verkiezingen een farce zullen worden als het Oudjaarsakkoord niet toegepast wordt, de stemmachine niet afgeschaft wordt, de kieslijsten niet verder opgeschoond worden (er staan miljoenen dubbele inschrijvingen op, naast overledenen en baby’s) en als de politieke spanningen aangewakkerd blijven worden. Aan zo’n parodie doet de oppositie niet mee. Toch heeft hun leider, de zoon van de vorig jaar overleden eeuwige oppositieleider Tshisekedi, zich als presidentskandidaat aangemeld.

Ook Jean-Pierre Bemba heeft op 2 augustus zijn kandidatuur in kunnen dienen. Hij was door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag tot een gevangenisstraf van 18 jaar veroordeeld omdat hij in de Centraal-Afrikaanse Republiek misdaden tegen de menselijkheid gepleegd had. Tot ieders verrassing werd hij onlangs in hoger beroep vrijgesproken. Hij kwam 1 augustus op het vliegveld van Kinshasa aan en werd door vele aanhangers verwelkomd. De politie trad hard op toen de meute de leider tot aan zijn huis, nabij het presidentieel paleis, wilde volgen.

Op 3 augustus wilde Moise Katumbi naar Congo komen om officieel zijn kandidatuur te stellen. Hij is dus de belangrijkste opposant van Kabila. Maar zijn privéjet mocht niet op het vliegveld van Lubumbashi landen. Volgens de burgemeester was er geen officiële toestemming voor gegeven. Een dag later probeerde Katumbi via de grens met Zambia het land binnen te komen. Vele volgelingen wilden hem welkom heten, maar aan de Congolese kant bleef de grens gesloten. Zijn papieren zouden niet in orde zijn. De massaal aanwezige politie dreef de demonstranten met traangas uit elkaar. Katumbi is inmiddels naar de rechter gestapt, en de Afrikaanse Unie en de Congolese bisschoppenconferentie steunen hem hierin.

Het is vandaag 9 augustus en er zijn 18 kandidaten geregistreerd, waaronder één vrouw. Katumbi heeft zich geen kandidaat kunnen stellen. En Kabila … die heeft zich geen kandidaat gesteld. Waarschijnlijk hebben zijn Angolese en Rwandese collega’s, die hij deze week bezocht, druk op hem uitgeoefend. Die hebben blijkbaar meer invloed dan de EU en de VS. Het besluit is in heel Congo met opluchting ontvangen.

Emmanuel Ramazani Shadary wordt zijn kroonprins. Hij was minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid, en als zodanig verantwoordelijk voor de harde repressie bij de demonstraties en voor het oppakken en soms laten verdwijnen van vredesactivisten. Hij is door de VS veroordeeld voor dit geweld.

En nu? Komen er verkiezingen dit jaar? Er zijn voldoende smoezen om ze niet door te laten gaan (veiligheid, financiën, logistieke problemen). En als ze doorgaan, zullen ze dan eerlijk zijn? Het gebruik van de stemmachines duidt daar niet op. En als ze eerlijk zijn, is het machtsapparaat en de financiële buffer van de huidige overheid voldoende om Shadary te laten zegevieren? En zoja, komt er dan een Poetin-Medvedev variant waardoor Kabila (pas 47 jaar) over 5 jaar terug kan komen? Niemand die het weet.

Advertisements

Zoals al vaker gezegd: de Democratische Republiek Congo is het rijkste land van Afrika onder de grond en een van de armste erboven. De extractieve industrie is verreweg de belangrijkste bedrijfstak, maar de opbrengsten uit de bodemschatten verdwijnen in de diepe zakken van de elite in Congo en elders.

Congo is een belangrijke leverancier van kobalt en coltan. Beide mineralen zijn onontbeerlijk in de moderne technologie, kobalt voor accu’s en coltan voor smartphones en laptops. De vraag is groot en de prijzen navenant. In Congo wordt veel verdiend aan de mijnbouw. Hoewel ….

Een deel van de ertsen verdwijnt illegaal over de grenzen. Rwanda werd in 2011 de grootste exporteur van coltan, met een hoeveelheid die echt niet alleen uit de bodem van dit kleine land kan komen. Kobalt wordt in gammele vrachtwagens naar Zambia gereden, waarna het officieel geëxporteerd wordt.

De mijnbouwbedrijven in Congo dragen momenteel niet meer dan 5% bij aan de nationale begroting, zei onlangs in een interview Albert Yuma, de voorzitter van het staatsbedrijf Gécamines maar ook de baas van de werkgeversorganisatie FEC. “Deze bijdrage uit de mijnbouw wordt voor 70% gedragen door het staatsbedrijf Gécamines. Sinds 2002 mogen particuliere ondernemers concessies kopen en deze privémijnbouwbedrijven dragen dus momenteel bitter weinig geld af aan de staat in verhouding tot de grondstoffenreserves die ze mogen exploiteren.”

“Toen Gécamines nog de enige producent was, haalden we bijna 500.000 ton boven per jaar. Goed voor 60% tot 70% van de staatsinkomsten. Met de mijnwetgeving van 2002 stonden we mijnen af en produceerden we meer dan 1 miljoen ton. De internationale bedrijven dragen inmiddels zelfs geen 20% bij tot het BBP van Congo.”, verklaarde hij.

President Kabila zelf overlegde daarom 8 uur lang met de belangrijkste mijnondernemers om de situatie met een wetsvoorstel meer in balans te brengen. Onder hen Glencore International van zijn persoonlijke vriend, de beruchte Israëlische zakenman Dan Gertler. Echter, de bedrijfsleiders uit de sector kantten zich tegen de nieuwe wet.

Zij vreesden dat de wet ‘verstikkend’ zal zijn voor de mijnbouwbedrijven. De geplande verhoging van een ‘mijnheffing’ van 2% naar 10% werd niet bepaald op prijs gesteld, evenmin als de belasting van 50% op superwinsten. Ook was er ongerustheid over de beperking van bepaalde douanevoordelen en de afschaffing van een 10 jaar durende stabiliteitsclausule. De onderhandelingen werden afgebroken en de ondernemers trokken zich terug uit het Verbond van Congolese Ondernemingen (FEC).

In 2007 sloot Congo een langdurige overeenkomst met Chinese staatsbedrijven om in ruil voor infrastructuurprojecten mijnconcessies te verlenen. Als de exploitatie van de concessies de komende 25 jaar te weinig opleverde, zou Congo de investeringen terugbetalen. En door de alom aanwezige corruptie lijkt dat te gaan gebeuren.

In Congo worden jaarlijks miljarden dollars verduisterd, zei professor Luzolo Bambi, de speciale raadgever van president Joseph Kabila op dit gebied, een maand geleden. “Congo heeft een begroting van 5 miljard dollar en loopt elk jaar minstens 15 miljard dollar mis”. En dit alles gebeurt straffeloos. “We hebben min of meer 200 gevangenissen in Congo maar je zult daar hooguit 5 personen aantreffen die zijn veroordeeld wegens corruptie of verduistering van openbare middelen. Corruptie wordt dus amper bestraft.”

In een interview zei de Nederlandse ambassadeur dat Congo meer moet profiteren van haar extractieve industrie, zowel in economische zin als in maatschappelijke en ecologische zin. Een eerlijke mijnbouw dus, zonder corruptie, kinderarbeid en milieuvervuiling. “Wij hebben geen mijnbouwbedrijven met activiteiten in Congo maar we hebben wel een hightechindustrie en die gebruikt ook kobalt en coltan. Het is dan ook in ons economisch belang dat alles in Congo op een aanvaardbare manier wordt geregeld of gerund”

Bij ons gebruikt de tandarts extractie om aangetaste, zieke of misvormde tanden en kiezen te trekken om zo het gebit gezond te maken. Congo gebruikt extractie om waardevolle stoffen uit de bodem te halen en de opbrengst weg te sluizen. Elders wordt men gezonder. In Congo blijft men tandeloos achter.

 

In het Lingala, de taal van dit deel van Congo, is ‘dier’ hetzelfde als ‘vlees’: nyama. Op mijn reizen in Afrika wees ik (bioloog) regelmatig enthousiast op een aap of slang maar mijn Afrikaanse begeleider reageerde dan met ‘nee, oninteressant, niet lekker’. In arme landen zijn dieren er om gegeten te worden. In rijke landen worden uiteraard ook dieren gegeten maar die worden speciaal daarvoor opgeleid.

Dat wilde dieren er zijn om gegeten te worden, maakt het natuurbeschermingsproject waar ik mee bezig ben ingewikkeld. In het oerwoud is vis en vlees de enige eiwittenbron. Dat wordt nergens legaal in een winkel verkocht, dat moet je zelf vangen of via stropers bemachtigen. Bush meat is verder ook populair. Als je wilt tonen dat je een echte man bent, ook in Kinshasa, dan eet je wild uit het woud. Op de rivier is een levendige handel in vis, krokodil, slang, antilope en aap.

In de nationale parken wordt het wild beschermd, althans op papier. In de praktijk spelen corruptie en rebellenlegers het stropen in de kaart. Vorige week werden 6 rangers doorgeschoten in het beroemde Virungapark, een der biodiversiteit hotspots van de wereld. Door Congolese Mai-Mai of door Hutu-rebellen die na de genocide Rwanda ontvlucht zijn, dat is niet bekend. De afgelopen jaren werden al 175 parkwachters vermoord.

Bush meat is overigens niet alleen een risico voor de biodiversiteit maar ook voor de overdracht van ziektes als ebola (en daarmee indirect voor de biodiversiteit als die tot onbehandelbare epidemieën uitgroeien). Dit alles toont de noodzaak aan van projecten als het onze waarin een begin gemaakt wordt met het zichtbaar en bewust maken van het belang van biodiversiteit.

Dat project is het dierenpark Kadima’s Pride of Africa. De eigenaar heet André Kadima,  een niet onbemiddeld ondernemer met een passie voor natuurbehoud. Hij had de dierentuin in de buurt hier van Mobutu overgenomen maar is er door de huidige machthebbers weggepest. De dieren zijn zijn eigendom. Nu heeft hij een terrein van 140 ha gekocht, 70 km ten noorden van Kinshasa. Op een omheind stuk van 35 ha lopen nu zebra’s, struisvogels, ezels, dromedarissen en buffels. Deels gedomesticeerde dieren dus. Je kunt er met je auto of met een ‘dolly’ (open aanhangwagen in zebrakleuren) achter de tractor doorheen.

Ik ben verantwoordelijk voor de inrichting van de dierentuin. Dwz ik ontwerp de verblijven die ‘seminatuurlijk’ moeten zijn. De dieren leven in ‘semivrijheid’. Robert Muir, de Engelse directeur van het Kundelungu wildpark in het zuiden, was op bezoek en betwijfelde of het wel ‘semi’ (50%) was. Hij dacht meer aan een paar %. Ze zitten in ieder geval niet in kooien, zei ik.

We hebben 3 jonge chimpansees die als baby aan rijke families verkocht waren, en een oudere komt erbij. Daarnaast komen binnenkort 4 krokodillen, 1 varaan, 3 bavianen en enkele andere apen. Er zijn 8 leeuwen vanuit België aangeboden en het is een hele uitdaging hoe we die gaan opvangen hier.

Dus heb ik onlangs in ons park voor Stanley gespeeld. Die legde Congo met veel avontuur en geweld open voor koning Leopold II, waarna die met veel geweld de exploitatie kon beginnen. Een Afrikaan met een kapmes liep voor me en ik wees waar hij moest kappen. Zo zetten we een gebied af waar het leeuwenverblijf moet komen. Het terrein moet scheef aflopen om niet overal 5 meter hoge muren in het landschap te hebben. We verbergen het nu in de helling. De andere muur wordt de achterkant van de grote volière waar de bezoekers straks doorheen kunnen lopen.

De kapper had een tros stervormige oranje vruchten geplukt in het bos. Ik had ze al zien hangen, meteen aan de stam. Of ik wilde proeven? Uiteraard. Het smaakte naar andere oerwoudvruchten als mangoestin en jackfruit: een beetje zoetzuur. Wel lekker. Een paar waren klein of door insecten aangetast en ik besloot die aan de chimpansees te geven. Ze vonden het ook heerlijk. Dat niemand op het idee gekomen is om de vruchten te verzamelen voor hen! Ze hangen gratis in het woud.

In de schemer gingen we ons daarna afspoelen in het riviertje. De kapper wist een plek waar het wat dieper en breder was. Heerlijk, de bezwete kleren uit en het koele water in. Om ons heen sprongen visjes het water uit. Libellen kwamen poolshoogte nemen over welk insect er ditmaal verorberd kon worden. Ze zoemden om ons natte lijf heen. Verderop in het halfdonker vlogen koereigers op, hun silhouetten nog net zichtbaar tegen de donkerrode lucht.

Ik heb de laatste maanden een lessenreeks voor de medewerkers en toekomstige gidsen gegeven. Ook ben ik verantwoordelijk voor het educatieve centrum. Daarvoor heb ik educatieve borden laten maken en als het gebouwtje klaar is, komen er foto’s en voorbeelden van stropersgereedschap. Ook komen er jongerenactiviteiten als spoorzoeken en zo. Allemaal zaken die ik 2 jaar geleden ook voor Noord Oeganda gepland had …. en er misschien ooit gaan komen.

Op het terrein is een manege met 5 paarden, een grote speeltuin en restaurant, en er komen een winkeltje met lokaal handwerk, een hotel met conferentiecentrum en wat verspreide ecolodges. Congo is geen gemakkelijk land. De bouw van de structuren gaat ontzettend traag. Maar hoewel het nog lang niet klaar is, komen er al aardig wat gasten en schoolklassen. In april in totaal 3200 bezoekers.

Het slechte nieuws is dat het presidentieel park, vlakbij, binnenkort voor publiek opengaat. Zij hebben alle dieren (zelfs de witte neushoorn sinds kort), zij hebben een veel groter terrein, en ze hebben een oud vliegtuig op een heuveltop als restaurant. Hun dieren worden op een gemakkelijke manier verworven. De president stuurt zijn privé vliegtuig naar een beschermd gebied en vraagt de rangers om een dier te verdoven en te vervoeren. Daar kan André Kadima nooit tegenop. Een reden temeer om ons park te richten op scholen en op bewustmaking over natuurbehoud.

We verhuizen naar een kleiner appartement en gaan wat huisraad weggeven of verkopen. Dat laatste zal niet gemakkelijk zijn want de meeste Congolezen hebben geen geld. De benzineprijs is verhoogd en de broodprijs is zelfs 50% gestegen. Pain Victoire, de grootste bakkerij, heeft bijna de hele markt in Kinshasa in handen: 6 miljoen broden per dag. Onze overbuurman, de minister van economie, heeft de Libanese eigenaar op het matje geroepen. Hij vindt dat een hoge broodprijs gevaarlijk is voor de staatsveiligheid. Dat bleek begin jaren 90 al in Congo en later in diverse andere landen. Revoluties zijn ontstaan uit broodoproer.

De Libanees bond niet in en wordt nu voor het gerecht gebracht. Dat kan even duren want gisteren zijn 200 rechters uit hun ambt gezet. Er zaten oplichters tussen die deze lucratieve functie gekocht hadden, maar ook gevluchte rechters die niet aan de druk van de overheid wilden voldoen (bv om oppositieleider Katumbi te veroordelen). Moise Katumbi veroordeelde zelf onlangs het arrogante gedrag van de overheid door de donorconferentie voor noodhulp te boycotten.

De VN zijn vorige week teruggekomen op de classificering van Congo in de zwaarste noodcategorie: L3. Het land is immers niet echt in oorlog zoals Jemen, Syrië en Zuid-Soedan.  Er hoeven slechts enkele rebellengroepen verslagen te worden, zoals de minister van buitenlandse zaken aanhaalde. Desondanks wil Congo nog steeds niet aan de geplande donorconferentie, mede door Nederland georganiseerd, meedoen. Want we zijn niet als medeorganisator gevraagd, zei de minister (lees: we willen zelf bepalen waar al dat geld heengaat, en dat is niet noodzakelijkerwijs naar de hulpbehoevenden).

De kiezerslijsten zijn deze week bekend gemaakt door de Nationale Verkiezingscommissie. Na schoonmaak stonden er nog 40 miljoen van de 46 oorspronkelijke op. Veel minderjarigen, zelfs baby’s, waren ingeschreven en vooral militairen en politie hadden zich dubbel of nog vaker ingeschreven. Het is niet bekend of ze ook betaald gekregen hebben voor deze potentiële extra steun aan het regime. In sommige provincies was het aantal kiesgerechtigden in 10 jaar tijd verdubbeld of zelfs verdriedubbeld. In andere provincies (toevallig die waar veel oppositie zit, zoals Kinshasa) zijn er veel te weinig inschrijvingen als je het met hun inwonertal vergelijkt.

Nederland heeft de Nationale Verkiezingscommissie op de risico’s van stemmachines gewezen, zoals wij die bij ons al ondervonden hadden. Ook de VS, leverancier Zuid-Korea, en een aantal andere landen hebben inmiddels hun handen van de stemmachines afgehaald. Ze denken dat het logistiek (geen elektriciteit, geen wegen) en psychologisch (op het platteland is dit het eerste digitale apparaat dat men ooit gezien heeft) onhaalbaar is. Ze wijzen ook op de corruptiegevoeligheid van de machines, ze kunnen gehackt worden. Als al blijkt dat de commissie geen betrouwbare kiezerslijsten kan maken, hoe moeten ze dan de stemming zelf controleren? Daarnaast brak een polemiek uit over de prijs. De stemmachines kosten in Zuid-Korea 400 USD, maar er is 1500 USD gefactureerd voor de verkiezingscommissie. Dat tikt aan want het gaat om meer dan 60.000 stemmachines (‘bedriegmachines’ volgens de oppositie).

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is onder druk gezet om de donorconferentie in Genève af te gelasten. Congo vindt dat de behoefte aan noodhulp schromelijk overdreven wordt. Minister Kaag vindt de humanitaire bijstand daarentegen hoognodig en laat de conferentie doorgaan. Ze zei vorige maand tijdens een bezoek dat de situatie hier uitzichtloos is. “Dit is een crisis zonder giro 555. Dat het hier niet slechter wordt, is al heel wat.” De Verenigde Arabische Emiraten hebben zich inmiddels teruggetrokken als donor.

De conferentie gaat door en Congo doet nog steeds niet mee. Het nieuwe argument is dat ze niet betrokken zijn bij de organisatie. Er is overigens een dag voor de conferentie pas zo’n 12% toegezegd van de in totaal te verwachten 1,7 miljard dollar. België heeft 25 miljoen toegezegd en dat besmet het noodfonds. De Belgen hebben immers, in de ogen van Congo, de bilaterale samenwerking eenzijdig opgezegd. Het zit hen zo hoog dat ze de NGO’s die deze fondsen gaan accepteren, verbieden om nog in Congo werkzaam te zijn.

De dag na de conferentie is in totaal 0,5 miljard dollar toegezegd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft inmiddels gezegd dat het hem niet zozeer erom ging dat de lokale NGO’s geen noodhulp mogen accepteren. Hij bedoelde dat de donorlanden en –instituties zoals de VN het geld juist niet aan lokale NGO’s besteden maar aan de activiteiten van hun eigen dure organisaties en de hoge salarissen van hun consultants. Congo richt nu een eigen nationaal noodhulpfonds op om het verworven geld ‘beter te kanaliseren’. Dit fonds is autonoom en bepaalt aan wie het besteed wordt. Naast de vele slachtoffers van de conflicten namelijk ook aan de slachtoffers van natuurrampen, de ‘onderdrukten’ en de gedemobiliseerde militairen. Het valt nog mee dat het (althans officieel) niet naar de actieve militairen gaat om ‘conflicten te voorkomen’.

In Nederland werd gestemd. Ik was er weer niet bij. Of in Congo de verkiezingen op 23 december doorgaan, weet niemand. De taxichauffeur gisteren had er geen vertrouwen in. Hij dacht dat Kabila eeuwig aan zou blijven omdat hij nou eenmaal de wapens had. Ik noemde weer eens het geval van Burkina waar de politie en een deel van de militairen besloot de protesterende bevolking te gaan steunen. “Niet in Congo.” In ieder geval toont de chauffeur historisch besef: alle voorgaande staatshoofden (inclusief de Belgische koning) waren zeer gewelddadig en werden uiteindelijk na veel strijd pas verdreven.

De politieke partijen zijn zich aan het (her)profileren. Hun belangrijkste programmapunt is om aan de macht te komen en dan ‘het land te ontwikkelen’. Niemand vermeldt hoe. Enkele partijen die in de regering zaten, hebben zich daaruit teruggetrokken. Andere zijn verdeeld, blijven deels in de regering en gaan deels in de oppositie. De naam van de partij wordt dan gevolgd door … vleugel X (met de naam van de partijleider van de afsplitsing). Niet gemakkelijk straks op het stembiljet, áls ze er al op mogen komen vanwege de verwarrende naam. Tot nu toe hebben 700 politieke partijen en groeperingen zich aangemeld bij de verkiezingscommissie.

Rondom Kabila lopen diverse kroonprinsen zich warm. Niet te uitbundig want ze mogen niet de indruk wekken Kabila (die nog steeds weigert in het openbaar te zeggen dat hij aftreedt) voor de voeten te lopen. Maar ook weer niet te low profile omdat ze wel straks zieltjes willen winnen. De uiteindelijke kandidaat zal zeer loyaal aan Kabila moeten zijn want die wil niets van zijn macht over het leger en al helemaal niets van zijn vermogen opgeven. En Kabila zelf in dat geval? Die wordt senator voor het leven met een ruime vergoeding en strafrechtelijke immuniteit. Dat laatste is van belang omdat hij op het gebied van mensenrechten en economische fraude nogal wat op zijn geweten heeft.

Banneling Moise Katumbi is de belangrijkste oppositiekandidaat. Hij kan echter niet terugkeren naar Congo omdat hij dan gearresteerd wordt voor een corruptiezaak en omdat hij huurlingen ingehuurd zou hebben. Bovendien, zegt de regering, mag hij niet meedoen want hij heeft een dubbele (namelijk ook de Italiaanse) nationaliteit. Dit voorspel heb ik eerder al in andere landen gezien. De oppositie zegt dat Katumbi zijn hele leven in Congo gewoond heeft en dat je dat niet van Kabila kunt zeggen. Die is in ‘de brousse’ geboren waar zijn vader rebellenleider was (oa met Che Guevara) en omdat hij beter Engels en Swahili spreekt dan Frans en Lingala, stond zijn wieg waarschijnlijk in Tanzania.

Een andere kandidaat is Bruno Tshibala, de huidige eerste minister. Hij komt uit de oppositie (dat was in het Oudjaarsakkoord aldus bepaald) maar heeft zich tegen de regeringspartij aan gevlijd. Nu wil hij zich weer los zuigen. Zijn kansen zijn inmiddels echter verkeken omdat op zijn kantoor een ordinaire slaande ruzie ontstond waarbij enkele gewonden vielen. Dat werd gefilmd en op de media gepost. Twee hoge functionarissen van zijn overvolle kabinet (300 stafleden), toevallig de dochter van de directeur en de schoonzoon van Bruno, werden het niet eens over een reisvergoeding.

De VN-veiligheidsraad, onder voorzitterschap van Nederland, is zich bewust van de ellende van de rest van de bevolking en wil een donorconferentie voor Congo organiseren. Het leed zit in de hoogste noodcategorie: L3, samen met Syrië, Jemen en Zuid-Soedan. Congo heeft 13 miljoen (op zo’n 80 miljoen) hulpbehoevenden, waaronder bijna 8 miljoen bij wie hongersnood dreigt, 4,5 miljoen intern ontheemden en 700.000 die het land ontvlucht zijn (tegenover 500.000 buitenlandse vluchtelingen in Congo). Die geboden noodhulp (er wordt ingezet op 1,7 miljard dollar) is hoogst welkom.

Nee dus. Congo wijst de conferentie die op 13 april in Geneve gepland was en mede door minister Kaag georganiseerd was, af. “De hulporganisaties, de VN voorop, overdrijven de nood in Congo. L3 is veel te hoog als urgentieniveau. Dit schrikt buitenlandse investeerders teveel af. Dit remt onze economische ontwikkeling.” Aan het belang van zo’n 15% van de bevolking wordt niet echt aandacht besteed, wel aan dat van de 1% economische en politieke elite.

Maar er is nog een andere strategie denkbaar. Met het weigeren van buitenlandse fondsen kan de president zeggen dat hij onvoldoende geld heeft om de verkiezingen in zijn ‘immens grote en slecht bestrate land’ te organiseren.

De Veiligheidsraad heeft wel gisteren resolutie 2409 aangenomen. Hiermee wordt het mandaat van de VN-vredesmacht MONUSCO verruimd en met een jaar verlengd. Behalve het beschermen van de burgerbevolking wordt nu ook het uitvoeren van het Oudjaarsakkoord (waarin de weg vrij gemaakt werd voor verkiezingen) en de organisatie van de verkiezingen zelf ondersteund.

Maar ook hier tekent de regering protest tegen aan. “Als dit nieuwe mandaat ten koste gaat van de soevereiniteit van ons land, dan wordt het ons wel erg moeilijk gemaakt om de samenwerking met de VN vol te houden.” De oppositie vreest daarentegen dat de resolutie een papieren tijger blijft en niet uitgevoerd gaat worden. De weg naar de verkiezingen zal lang en hobbelig zijn …. maar het begint er toch langzamerhand op te lijken dat ze gehaald gaan worden.

Dagelijks vallen er doden in de Kasai en Oost-Congo. Een amalgaam van rebellengroepen en leger- en politie-eenheden moorden elkaar onderling uit. Als collaterale schade vallen er burgerslachtoffers, door kogels, ziekten of honger. Het wordt overal geframed als interetnische geschillen, maar het gaat bijna altijd over economische macht.

Zo is er de strijd van de Hema (veetelers) tegen de Lendu (landbouwers) in Ituri, waarbij de laatste dagen tientallen doden vielen. Echter, de jonge strijders hebben moderne wapens en satelliettelefoons en worden dus van buitenaf bevoorraad. Men denkt uit Oeganda en Rwanda, maar ook goudmaatschappijen hebben zich al schuldig gemaakt aan het leveren van wapens. De gevonden kogels komen uit alle wapenproducerende landen ter wereld. Sinds 1999 zijn zo’n 60.000 mensen in dit conflict omgekomen. Veel aan onthoofding of andere gruweldaden maar de meesten toch aan honger en ziekten (mazelen, cholera).

Het verhaal lijkt op dat van de Tutsi’s en Hutu’s in Rwanda. Vroeger leefden beide groepen samen, spraken elkaars taal en trouwden onderling. De Belgen bevoordeelden de Hema (net als de Tutsi in Rwanda) want die leken nu eenmaal meer op hen. Zo werd het wantrouwen aangewakkerd waar de krijgsheren nu grif gebruik van maken om toegang tot land en tot de vele grondstoffen te kunnen krijgen.

Waarom komt er maar geen einde aan dit geweld? Het antwoord is simpel. Niemand heeft er belang bij. Sterker nog, men verdient eraan. Behalve de gewone burgers natuurlijk, de machtelozen, zij lijden eronder. De krijgsheren, legereenheden en meelopers verdienen aan afpersing, plundering van grondstoffen, en illegale handel in wapens, grondstoffen, drugs en zelfs mensen (daarvoor vinden ontvoeringen plaats). De komst van internationale hulporganisaties verhoogt de verdiensten omdat ze geld meebrengen en er ‘import’ betaald moet worden op hulpgoederen. Het losgeld voor een ontvoerde hulpverlener is bovendien een veelvoud van dat van een Congolees.

De overheid heeft evenmin een prikkel om een einde aan het geweld te maken. Hun lokale chefs verdienen aan alle bovengenoemde activiteiten. Aan de provinciegrenzen en bij alle wegversperringen moet ‘belasting’ betaald worden. Het belangrijkste is echter dat het geweld een fijne dekmantel is om een repressieve staat in stand te houden. Een staat waar de gewone burger geen enkele zeggenschap heeft en waar de president zich kan profileren als sterke man zonder wie het land tot chaos zal vervallen. Verkiezingen zullen het land alleen maar zwakker maken, volgens de president, en zijn dus ongewenst.

Ik lees momenteel het boek De Oplossing van Jonathan Tepperman om te weten te komen hoe andere landen uit zo’n impasse gekomen zijn, hoe ze de oorlogseconomie om hebben weten te zetten in een vredeseconomie. Het kán blijkbaar!

Na de genocide legde Rwanda de nadruk op verzoening en integratie. Traditionele gacaca‘s voerden een lokale en weinig professionele rechtspraak. Dat kon ook niet anders gezien de grote aantallen slachtoffers en daders, de overvolle gevangenissen en het kleine aantal juristen dat het geweld overleefd had. Intussen is Rwanda een aan het oppervlak vreedzaam land met een snel groeiende economie.

De schaduwkant is dat het conflict ontkend werd (toch belangrijk voor verzoening). De woorden Tutsi en Hutu werden taboe (over de derde groep, de Twa – pygmeeën -werd toch al niet gesproken). Een sterke leider moest het land samenbinden maar hij plaatste het slachtofferschap slechts bij één groep en had verder weinig aandacht voor de mensenrechten. Congolezen hebben een allergie tegen Rwanda ontwikkeld (enigszins terecht, denk ik, gezien hun implicatie in de conflicten in Oost-Congo) en zullen dus niet snel voor deze oplossing gaan.

Botswana heeft – net als Congo – veel grondstoffen maar er is geen vloek van de bodemschatten ontstaan. Waarom niet? Het land heeft geen blanke bemoeienis en (dus?) geen geweld gehad, geheel in tegenstelling met Congo. Botswana was niet gekoloniseerd, alleen ‘beschermd’ door de Britten. Het kon zich in alle rust en armoede (het is een woestijnland) ontwikkelen tot een onafhankelijk land, en sterke instituties opbouwen. Toen er diamanten gevonden werden, erkende men het gevaar van de ‘Dutch disease’: de door de export van grondstoffen sterk gestegen waarde van de munt waardoor de import goedkoper wordt en het land niets meer zelf hoeft te produceren.

Corruptie werd in Botswana actief tegengegaan (een minister kon nooit op eigen houtje geld uitgeven). Er was geen verspilling aan blingbling (de toppolitici gaven het goede voorbeeld bijvoorbeeld door economy class te vliegen) maar wel werd er veel geïnvesteerd in duurzame zaken als infrastructuur. De belangrijkste reden om de vloek te ontkrachten was dat er goede leiders waren met een goed beleid. Steeds werd gezocht naar consensus met de bevolking. Dat gebeurt in een soort prodemocratische instelling, de kgotla: het samen problemen oplossen, oorspronkelijk op een grasveldje omringd met palen met dierenschedels erop.

Ook dit model kan niet naar Congo overgeplaatst worden. Botswana heeft weinig inwoners, is mono-etnisch (als je de gemarginaliseerde San niet meerekent) en – als gezegd – niet gecorrumpeerd door blanke bemoeienis. Misschien kunnen we beter naar de andere kant van de oceaan kijken. Het grondstof- en bevolkingsrijke Brazilië wist een tijdlang miljoenen mensen uit de armoede te halen door met een Bolsa Familia de inkomsten uit de grondstoffen – onder voorwaarden – te delen met hun bevolking. De opvolger van president Kabila moet eens met de Braziliaanse ex-president Lula gaan praten.

Kortom, De Oplossing voor Congo is er nog niet. Onze eigen minister Kaag was gisteren hier maar ik heb over haar eventuele oplossing nog niets in de Congolese pers kunnen lezen. Wel maakte ze in de Nederlandse pers bekend volgende maand een donorconferentie te organiseren voor financiële steun aan de miljoenen slachtoffers.

Afgelopen zondag vond weer een mars van de katholieke lekenorganisatie plaats. Ze protesteerden, gesteund door de oppositie, tegen het aanblijven van president Kabila en voor een verbetering van de levensomstandigheden. Het internet lag eruit om te voorkomen dat de sociale media zouden oproepen tot deelname en dat filmpjes van het geweld naar de pers gestuurd zouden worden. De week ervoor waren er al veel militairen in de stad.

De dag voor de mars hoorden we dat 3 vrachtwagens met militairen bij de kathedraal aangekomen waren. Om te verhinderen dat de gelovigen hier zouden gaan demonstreren. Buiten hoorden we ineens opgewonden geschreeuw. Was het al begonnen? Nee, het bleek een dienst in de belendende kerk te zijn. Toch besloot ik om niet nog naar een afspraak buitenshuis te gaan. Het was al laat en er waren berichten van intimiderende politiecontroles.

Ik kreeg een appje dat iedereen waarschuwde voor de milities van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die zouden de demonstraties infiltreren en onrust veroorzaken. Het geweld dat ontstaat, kan dan op het conto van de demonstranten geschreven worden, en de massief aanwezige politie en militairen kunnen dan disproportioneel erop los slaan en schieten.

Die zondag was de waker er al vroeg om de barrières van de politie en militairen te ontwijken. Op de radio hoorden we dat de oproerpolitie met traangas, knuppels en geweerschoten verhinderd heeft dat de gelovigen die de ochtendmis verlieten in hun parochie gingen demonstreren. Op sommige plaatsen lukte dat, op andere werden desondanks processies/demonstraties gehouden.

Toen het internet weer terug was, las ik getallen van 3 miljoen demonstranten in het hele land maar ook van ‘een volledig mislukte manifestatie’. Ook over het aantal doden was geen consensus: tussen de 0 (de politie, die haar belofte dan gehouden heeft) en 3 (de bisschoppenconferentie). Op vele plekken hadden militanten van het regime inderdaad de kerken en daarna de demonstraties geïnfiltreerd. De politie had wederom hard opgetreden. De vredesactivist Rossy Tshimanga is neergeschoten. Enkele priesters zijn gearresteerd.

Bij de vorige manifestatie, een maand geleden, zijn priesters publiekelijk ontkleed, gemarteld en gekidnapt. Thérèse Kapangala, een jonge aspirant-non, werd bij haar parochiekerk doodgeschoten. De strijd tussen de Kalasjnikov en het missaal verhardt. Ook internationaal verharden de verhoudingen met Congo.

Er is ruzie tussen Congo en België. Het Schengenhuis (waar de Congolezen hun visum voor 18 Europese landen halen) is gesloten en ENABEL (het Belgisch ontwikkelingsagentschap) moet sluiten. Het consulaat van Congo in Antwerpen is dicht (slechts 2 werkdagen daarvóór had ik mijn visum daar gekregen!) en Congo heeft geëist dat België zijn consulaten in Goma en Lubumbashi sluit. De Belgische ambassade moet uitgedund worden (terwijl ze net in een gloednieuw gebouw getrokken zijn). Het aantal vluchten van SN Brussels moet van 7 naar 4 per week. En dat alles omdat België – volgens een gelekt onofficieel document – een deel van de bilaterale samenwerking om wilde zetten naar NGO’s en noodhulp.

De EU heeft sancties opgelegd aan 15 Congolese leidersfiguren in de (ex-)regering, het leger en de veiligheidsdiensten. Zij worden beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten. Ze mogen de EU niet meer in en hun rekeningen in de EU worden bevroren.

Ook tussen Congo en de VS rommelt het. Vier leger- en militieleiders uit Oost-Congo zijn bestraft wegens het laten voortduren van het conflict en daarmee het ‘verergeren van de armoede, honger en de noodzaak tot vluchten van de bevolking’. De vier mogen de VS niet in, noch zaken doen met Amerikanen. Op hun rekening in de VS is beslag gelegd.

Ook zijn vorige week president Kabila en vijf van zijn lijfwachten door de VS veroordeeld. Ze moeten meer dan een half miljoen dollar schadevergoeding betalen aan politiek vluchteling Jacques Miango. Vier jaar geleden werd die in Washington aangevallen toen hij bij het hotel waar Kabila verbleef, demonstreerde tegen de Congolese mensenrechtenschendingen. Hij bleef zwaargewond achter op de stoep.

Deze geldsom is niet het grootste probleem voor Kabila. In de Volkskrant stond (wat ik al eerder schreef) dat de Israëlische zakenman Dan Gertler miljoenen smeergeld betaalde aan het regime om voor weinig geld mijnconcessies op te kopen (en weer duur te verkopen). Congo liep zodoende een omzet van 1,35 miljard dollar mis. Daarnaast liep Congo vele miljoenen mis omdat met hulp van een Nederlandse belastingadviseur alle winsten op de Maagdeneilanden werden (on)belast.

Gisteren heeft de mensenrechtencommissie van de VN Congo (met Jemen, Syrië, Burundi en Birma) een ‘menselijk slachthuis’ genoemd. Vanwege de voortdurende conflicten in het oosten en de Kasai en vanwege het bloedig neerslaan van de demonstraties. Ze klagen de betrokken overheden aan omdat ze het geweld in stand houden. Ze klagen ook enkele vaste leden van hun Veiligheidsraad aan omdat ze met hun vetorecht het lijden van de bevolking in stand houden.

De Congolese senator en historicus Kisimba vraagt zich recentelijk in een interview af hoe 10 duizend Belgen toentertijd een land met bijna de afmeting van de EU konden laten functioneren, maar 80 miljoen Congolezen daar nu niet in slagen. Terwijl het land zo rijk aan grond (oppervlak, vruchtbaarheid) en ondergrond (mineralen) is. De Belgische minister De Croo gaf een paar maanden geleden het antwoord al: ‘Congo is geen staat maar een systeem van persoonlijke zelfverrijking.’