Archives for posts with tag: elektriciteit

Ik was weer toe aan mijn ritje verkeerde facturen afhandelen, een vervelende bezigheid. Opvallend is dat het altijd in ons nadeel is. Hoe moeilijk moeten analfabete Congolezen het niet hebben?! Zij kunnen de rekeningen niet checken zoals wij.

Eerst de Congolese NUON: waarom betalen we als we geen stroom hebben en zij zelfs ons elektriciteitsnet en apparaten mollen met 380 V?! Behalve het zonnepaneel op kantoor, hebben we namelijk al weer een tijdje geen stroom. Er blijkt een verbindingsstuk aan de paal verbrand te zijn toen er een overdosis langskwam. Er zouden monteurs langskomen.

Ondertussen belden we ‘ons’ mannetje bij de ‘NUON’. Toen die kwam zei hij inderdaad dat 4 verbindingsstukken vervangen moesten worden. Die moesten wel nog gekocht worden (60 USD). “Waarom zijn ze kapot?” “Omdat er teveel stroom op kwam”. “Wiens schuld is dat?” “Niemand kan daar wat aan doen, het ligt aan het weer”. “Waarom zijn deze verbindingsstukken duurder dan de vorige?” “Die waren van slechte (Chinese) kwaliteit, daarom brandden ze ook door”. “Maar die kwamen toch ook van jullie”. “Ja, maar van een andere – minder serieuze – equipe”.

De stroom deed raar daarna. Bij het zonnepaneel deed de verbinding met ons huis het niet meer. En op de ‘NUON’-stroom stond teveel Volt zodat weer de lampen en een laptop crashten. Als een gek haalden we alle apparaten uit de stopcontacten. Volgens de wacht was de ‘NUON’ langs geweest om de elektriciteit te repareren. In de avond was de stroom op enkele stopcontacten genormaliseerd maar toen deed de tv het niet meer.

Dan het water. Al maandenlang krijgen we verkeerde facturen. De getallen van onze meter liggen ver onder die van de factuur. “Volgens onze administratie moet je 150 USD voor de maand februari betalen”. “Dat kan niet want we betalen gemiddeld per maand 30 USD”. “Maar de stand en het meternummer op de factuur geven dat nou eenmaal aan”. “Dan geven die het verkeerd aan. Kijk, dit is de meterstand van vandaag: veel lager”. Iemand zou de stand op komen nemen en moest transportgeld (“Tja meneer, u hebt geen auto ter beschikking, dus …”). Met tegenzin gaf ik dat. Even later kwam ik hem onderweg tegen, te voet. Toen de tv. We hebben braaf ons abonnement betaald maar het beeldscherm zegt: ‘abonnement niet betaald’. Een storing, volgens de dienstdoende dame.

Onze eigen elektricien heeft intussen de zonnepaneelleiding naar ons huis gemaakt. Met de hoogspanning waren zekeringen verbrand (niet doorgeslagen dus, wat de bedoeling zou moeten zijn). Hij ging nieuwe halen in de stad (transportgeld!). Ik zei dat ze bij ons om de hoek ook te koop waren, maar dat wilde hij niet. Hij kwam dus met 2 maal zo dure terug (maar geen rekening om dat te bewijzen). Hij zei ook nog dat we problemen konden voorkomen door onze apparaten vaker te gebruiken.

Wij hebben hier in Congo al veel geld voor niets ingeleverd. De reparaties, de doorgebrande apparatuur, de valse rekeningen. Het verdienmodel van de Congolezen wordt duidelijk. Het personeel van de nuts- en andere staatsbedrijven krijgen een minimaal salaris (met flinke achterstanden) uitbetaald. De jaren (eeuwen!) van armoede brengt hen ertoe voor ieder dubbeltje te gaan. In de context van het land: iedere klant zoveel mogelijk te belasten. Merkt hij het niet: winst. Merkt hij het wel: dan de schuld zoveel mogelijk bij de klant zelf leggen. Trapt hij daar niet in: onderhandelen zodat nog een beetje winst overblijft. In alle gevallen transportgeld eisen en dan rustig te voet je ding doen. De klant heeft immers haast, jij niet.

Zo schuift iedereen altijd de bal naar de ander en is de klant/huurder/weggebruiker/toerist altijd de klos, zeker als die blank is. Het doet me denken aan het boek Africa Works. Alles lijkt inefficiënt georganiseerd in Afrika. Dat is ook zo … voor ons en voor de arme burger. Degenen die de dienst uitmaken profiteren echter zeer efficiënt van het systeem. Alsof een grote stofzuiger voortdurend geld van de machtelozen naar de machtigen pompt. Het Congolees verdienmodel is een geldzuiger van onderen naar boven.

We leven hier momenteel in een Heart of Darkness, naar het beroemde boek van Joseph Conrad over het peilloze diepe donkere binnenland van Congo.

Op een dag kwamen er drie mensen van de SNEL langs, waarvan één met een ladder. Ze kwamen de stroom afsluiten. ?? Wij betalen de nauwelijks beschikbare elektriciteit braaf en de eigenaresse zou haar achterstallige schuld geregeld hebben. Dat laatste bleek helaas niet uit hun papieren. Madame de eigenaresse meteen gebeld maar mijn beltegoed was net op. Snel tegoed bijgehaald. Toen was er geen bereik en daarna nam madame niet op. Ondertussen wachtten de afsluiters ongeduldig om hun nuttige werk te doen. Gelukkig kon ik hen overreden één dag uitstel toe te staan.

Daarna ging ik naar de SNEL, de Congolese NUON. “Waarvoor betaal ik eigenlijk?!” Er ontstond een lange discussie. Dat in Congo bij niemand stroom een garantie was, tenzij je natuurlijk een privélijn betaalde. En ik had nu eenmaal geen teller, anders hoefde ik alleen maar de geleverde stroom te betalen. De teller kost … “Gisteravond hadden de buren, die afgesloten waren (dat heb ik zelf gezien) wel stroom en ik (alles braaf betaald) niet, hoe kan dat?” Dat begrepen ze ook niet. Afijn, ze zouden iemand sturen.

De rest van de dag niemand van de SNEL gezien natuurlijk. Monique belde de volgende ochtend de eigenaresse met de woorden dat we de huur opzeggen als de elektriciteit niet meteen terugkomt. Even later kwam madame de eigenaresse met 4 technici, 1 ingenieur en de dame van de administratie. Zij stelden het probleem officieel vast. De vers aangestelde wacht had in zijn eerste nacht gezien dat het vonkte bij een van de telefoonpalen. Hij wees de paal aan. Precies die waar ik de SNEL de zaak af zag sluiten toen ze ook bij mij waren. De bewoner had zichzelf weer aan proberen te sluiten en daardoor was kortsluiting ontstaan. Vandaar de uitval bij de twee huizen die van deze paal afhangen.

Probleem bekend en dus moest madame tekenen voor de bon die de reparatie aanvroeg. Die bon ging naar de directeur van de SNEL voor akkoord. Voor de zekerheid (en om een goede indruk op ons te maken) ging madame mee. Daarna gebeurde er de hele dag niks meer.

De dag erna ben ik tweemaal bij de SNEL langs geweest. En – hoorde ik – madame de eigenaresse ook een keer. Met de reparatiebon was het prima gegaan, alleen was de zaak daarna gestagneerd. Ze konden ook de reparateur niet bereiken. Ik zei dat als het vandaag niet gemaakt werd, wij en madame geen rekeningen meer zouden betalen. Ik fietste zogenaamd kwaad weg. Ze riepen me achterna om terug te komen. De reparateur was gearriveerd (zeiden ze, maar het was iemand die er daarvóór ook al was). Er volgde een discussie in het Lingala waarin het woord moto een paar keer viel. Ik zei dat vervoer geen probleem was, het was immers om de hoek en hij kon meteen met mij meelopen. De reparateur keek me smerig aan, alsof ik een oneerbaar voorstel gedaan had.

Van de wachten in de straat hoor ik dat SNEL-reparateurs ’s avonds juist de lijnen komen afsluiten om daarna ’s anderdaags ‘tegen een kleine vergoeding’ het hoognodige herstel aan te bieden. Dit zouden ze vandaag bij de buurvrouw gedaan hebben. Ons is nog niets aangeboden. We hebben intussen wel een zwakke stroom van 50 V op één stopcontact.

Enkele dagen later viel die zwakke stroom waarop we nog net de tv kunnen laten lopen, ons enige licht, uit. Volgens de wacht was de SNEL gisteravond onze paal komen ‘repareren’. Bovenstaand verhaal zal wel kloppen: ’s avonds buiten werktijd afkoppelen, ’s ochtends tegen een vergoeding vastkoppelen.

Die middag waren – na aandringen van de eigenaresse – SNEL-reparateurs bij de elektriciteitspaal gekomen, vertelde de wacht. Maar nadat ze flink gevloekt hadden, waren ze weer vertrokken. Uren later kwamen ze terug. Eén elektriciteitslijn deed het ineens weer. Ze vroegen een ladder. De afsluitploeg had die bij zich een week geleden, de aansluitploeg is blijkbaar minder goed geëquipeerd. De eerste brengt dan ook geld binnen, de tweede niet.

Twee lijnen deden het nu. Voor de derde moest een onderdeel aangeschaft worden, het stukje dat ’s nachts verbrand was. We betaalden en ik vroeg om het ontvangstbewijs te tekenen. “Meneer, hier in Congo teken je niet voor ontvangst”. “O nee, en dan morgen terugkomen dat je geld voor het onderdeel wilt zeker”. Hij tekende en zuchtte over zo’n gebrek aan acculturatie. ’s Avonds viel de stroom uit, maar dat was een algehele coupure.

Ik had alweer een tijd geen stroom terwijl de buren ’s avonds in vol licht baadden. De SNEL arriveerde al snel en de draden bovenin onze paal werden vastgemaakt. Of ik een elektriciteitsmeter had. “Jullie zijn toch van de SNEL, niet ik?!” Ja, maar zij hadden er geen. Na een uurtje hadden we onze drie lijnen terug. Meteen daarna viel de stroom uit. Overal. “De elektriciteit was alleen maar even aangezet omdat we anders niet kunnen repareren”.

Ditmaal vroeg ik uitleg over de elektrificatie van Kinshasa. Ik begreep dat er van de centrale allerlei aanvoerlijnen naar de elektriciteitshuisjes lopen. Onze wijk heeft er vijf. Die aanvoer kan overbelast raken omdat er (vaak illegaal) veel te veel stroom afgenomen wordt. Dan wordt automatisch in het betreffende huisje de stroom afgesloten, en die komt na een tijd automatisch weer op gang als de spanning onder een bepaald punt gezakt is. Er is dus niet iemand – zoals ik dacht – die bepaalt welke wijken/elektriciteitshuisjes licht hebben en welke niet. Met de al eerdergenoemde privé aanvoerlijnen heb je er geen last van. Dat is een lijn vanaf de centrale alleen naar jou, en die raakt niet overbelast. De elektriciteitsvoorziening is dus onvoldoende aangepast aan een stad van 12 miljoen inwoners.

En dan mogen wij nog niet klagen. In de meeste cités van Kinshasa is helemaal geen stroom, net zo min als in het peilloze diepe donkere binnenland. Toch staat in de Congo-rivier een waterkrachtcentrale met in potentie tweemaal de capaciteit van die in de Drieklovendam in China. Die Inga-centrale kan straks half Afrika van elektriciteit voorzien. Echter … ‘de stroom’ (de Congo) geeft nog weinig stroom. De reden: de huidige centrale is deels in verval en de nieuwbouw moet nog beginnen. De oude distributielijnen zijn ook vervallen. Er ligt wel al een nieuwe lijn naar Zuid-Afrika en dat land ontvangt 50% van de huidige capaciteit. De verdiensten gaan niet naar de arme cité– of dorpsbewoners. In hun duisternis licht slechts een olie- of zaklampje op.

 

We hebben al 5 dagen geen stroom. Alle apparaten zijn leeg. Het is vreselijk irritant. Wat zijn we toch afhankelijk geworden van elektriciteit, ook hier. Het eten was al van de koelkast naar het vriesvak verplaatst, maar ook daar begint het te stinken. We moeten op de hand wassen. En ’s avonds heb je alleen de maan en de vuurvliegjes als verlichting.

Afrika komt sterker binnen als je de avond in het donker doorbrengt. De geuren van het gebraden varkensvlees bij de buren, de geluiden van de opgewonden stemmen, de toeters, het golfplaten dak dat ergens gerepareerd wordt, het doordringende soukousritme van de barretjes in de wijk. In het donker voel je het gekriebel van de vliegende mieren die op bruidsvlucht zijn. Als het vochtig weer is, komen ze tevoorschijn en vliegen naar de lichtpunten, ze paren, verliezen hun vleugels en sterven. De vleugeltjes liggen en zweven overal in huis en de lijkjes liggen rond de zaklamp. Deze insecten worden op straat verzameld en gelden hier als lekkernij.

De elektriciteit moet gerepareerd worden, maar dat gebeurt niet. Is Congo in aan het storten? Of komt het door het feit dat je nu eenmaal niet een elektriciteitsvoorziening voor een stad van 12 miljoen bewoners kunt onderhouden? Of komt het doordat velen illegaal aftappen? Of omdat inmiddels veel lui hun privélijntje gekregen hebben, na betaling natuurlijk? Ik denk zelf dat het een combinatie van dit alles is.

Later kwam iemand kijken voor het aanleggen van een zonne-energie installatie voor kantoor. Het lijkt realiseerbaar. In ieder geval hebben we dan een plek om apparaten op te laden.  Het ironische is nu dat ze niet met de aanleg van de zonne-energie installatie kunnen beginnen want daarvoor moet ik meten welk stopcontact op welke zekering staat.

Rond 17 u op stroomloze dag 6 kwam er opeens elektriciteit. Pats, de lampen knalden. Pffft, er kwam zwarte rook uit de stekkers. Snel alles losgekoppeld. Maar er was een stekker definitief gemold. De rest viel mee, behalve dan de lampen. Ik mat met de stabilisator hoeveel stroom er uit de stopcontacten kwam: 330 V. Ik zette de elektriciteit op een andere fase en toen mat ik 220 V. Eindelijk stroom, maar weinig licht. Later bleek dat ze de draden aan de elektriciteitspaal vlak bij ons wel vastgemaakt maar verwisseld hadden.

Ook het water deed het even niet. Een teken van het verval van Congo? In ieder geval ligt het land stil. Ik las dat de huidige ministers niet het land uit mogen, geen contracten mogen ondertekenen en geen personeel aan mogen nemen. Zou de overheid schoongeveegd worden? Het zou me verbazen. Er zal gewoon wel een politieke impasse zijn.

Niet ver hier vandaan is een gebouw van 6 verdiepingen ingestort. Hoewel het nog in aanbouw was, was het al bewoond. Er vielen 7 doden. De oorzaak is niet bekend, maar er storten hier vaker gebouwen in en dat komt vrijwel altijd omdat de bouwvoorschriften niet gevolgd zijn (lees: dat er minder of slechter, maar in ieder geval goedkoper materiaal gebruikt is, en dat het restgeld ‘opgegeten’ is). Onze buurt is populair aan het worden en rondom ons huis worden 3 hoge gebouwen neergezet, van 3 tot 6 verdiepingen. Wijzelf hebben anderhalve verdieping, en komen dus onderop te liggen als het misgaat.

Ik reed naar stad. Op de boulevard de la Justice was een flatgebouw uitgebrand. De bewoners zaten met hun meubilair op de stoep. Met wat stokken en zeiltjes hadden ze schaduw gecreëerd. Op de terugweg – zoals altijd – lange files op deze boulevard. Ik hoorde dat de Chinezen met eigen geld of dat van de Afrikaanse Bank wegen aanleggen, maar dat er nooit voor onderhoud gereserveerd wordt (of dat er wel gereserveerd wordt maar dat dat meteen ‘opgegeten’ wordt). Daarom zit de boulevard vol kuilen en scheuren.

Monique was intussen geld bij de bank halen … maar kwam met lege handen terug. Beide banken hadden niks meer in kas. De Belgische krant Le Soir kwam met bewijs (nb van de kleinzoon van de eerste en vermoorde premier Lumumba) dat de bank in het bezit van de familie Kabila miljoenen overgemaakt had aan de nationale verkiezingscommissie CENI. Meteen daarna verklaarde de CENI dat het ‘onmogelijk de verkiezingen nog in 2016 kon houden’. Kan natuurlijk toeval zijn.

Met het aanvaarden van het akkoord na de nationale dialoog (uitstel verkiezingen tot 2018; loyale oppositiekandidaat als premier) schijnt de rust weergekeerd ofwel de politieke impasse voortgezet. De elite heeft nu 2 jaar om hun belangen (rijkdommen) veilig te stellen en om een stroman als kandidaat naar voren te schuiven. Belangrijke besluiten zullen in de 2 jaar niet genomen worden. Binnen- en buitenlandse investeringen zullen niet plaatsvinden. Voor het werk van Broederlijk Delen is dit jammer omdat hun politieke deel (lobby en advocacy) wegvalt.

Ook voor de Congolezen is het jammer. Het staatsbudget is tov 2011 gehalveerd. Salarissen zullen met nog grotere vertragingen uitbetaald gaan worden. Infrastructuur zal verder verrotten en er zullen vele stroomloze dagen volgen. Wetteloosheid zal toenemen. Ik vermoed dat het grote verval van Congo is begonnen, voor de zoveelste keer in zijn jonge geschiedenis.

 

 

 

 

 

 

 

De hulp Pauline strijkt de was voor Monique. In huis is de stroom te zwak dus met allerlei verdeeldozen verbond M het ijzer altijd met een stopcontact in het kleine huisje op het erf. Ik had uit Nederland dus een mooi geaard verlengsnoer voor haar meegebracht. Pats. Het licht viel uit. Er was een stop gesprongen. Want Pauline had het verlengsnoer helemaal afgerold en in het verste stopcontact ìn huis gestoken. ? “Ja, want het stopcontact in het kleine huisje was te dichtbij voor dit snoer.” Afrikaanse logica is óók een logica.

Pats. Daarna sprong een andere stop. De elektricien was met een tang en gewone schroevendraaier de lichten op de wc aan het maken. Een deed het maar het andere haperde steeds. “Klaar”. Ik (man in huis!) mocht controleren. Het ene licht deed niets meer en het andere haperde niet meer: het deed het helemaal niet meer. Ik heb hem nu teruggestuurd om nieuwe elektriciteitskabeltjes te halen en de zaak om te leiden.

In de garage staat de meester me te woord. De gezellen proberen ondertussen de motor van Monique’s auto in elkaar te zetten. Het ziet er onhandig uit. En het resultaat is dan ook dat de auto even slecht start als voor de reparatie.

Het is gemakkelijk om hier nu de luie en onkundige Burkinabé de schuld van te geven. Beter is het om je te realiseren hoe slecht het onderwijs is en hoe weinig goede gereedschappen en materialen beschikbaar en betaalbaar zijn.

Op de Belgische ambassade word ik aan de consul voorgesteld (ik word steevast ‘de echtgenoot van Monique’ genoemd). Ze zegt dat Burkina sinds de laatste week zich wel degelijk goed op ebola voorbereidt. Ik zie later in de stad ook de affiches hangen met waarschuwingen hoe je het virus oploopt. Maar met de ingesleten tradities bij het afleggen van een lijk, en het armoedige gezondheidssysteem: wat levert dit op als de ziekte toch toeslaat?!

Het brengt me terug naar de handel vs hulp-discussie. Lost handel bovenstaande issues op? Nee, zeker niet. De huidige focus in ontwikkelingssamenwerking op handel ten koste van sociale voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg, heeft een nefaste uitwerking op het dagelijkse leven van de mensen hier.