Archives for posts with tag: muziek

‘Congo: een leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies’ schrijft David van Reybrouck in zijn boek Congo. Met opgeteld een heel mensenleven in Afrika, ervaren Monique en ik dat vaak ook zo. Ik ben inmiddels weer terug in Nederland en vraag me af: wat heeft mijn karakter gevormd? En welke illusies zijn ten grave gedragen?

Wat de karaktervorming betreft hadden we de regen en overstromingen. De lucht in Congo is doordrenkt met waterdamp. De kleren en meubels stinken naar schimmel. De binnenplaats en garage staan vaak blank. Er zijn overstromingen in de stad en elders in het land. Komt dit door de klimaatverandering? Congolezen zeggen dat er meer en onvoorspelbaardere buien zijn. Onderzoek heeft vastgesteld dat er in heel Afrika sinds 2005 meer tropische stortbuien zijn. Dit jaar, met La Niña, zijn er meer overstromingen in Afrika dan tevoren. Droogte is slecht voor de gewassen maar stortbuien evenzeer. Zij slaan en spoelen de planten weg.

Een andere reden voor de wateroverlast kan zijn dat er meer huizen rond ons gebouwd zijn die allemaal afwateren in ons riviertje. Tussen de huizen staan muren die het water maar één kant op geleiden: naar het diepste punt. Helaas in onze wijk is dat ons huis en bij de achterburen. En bij ons huis is het de garage het dieptepunt. We hebben er geen waardevolle spullen meer staan. Bij hevige buien zetten we binnen alles op een hogere etage.

In Heart of Darkness en Het Congolese verdienmodel schreef ik al over de eeuwige perikelen met de Congolese NUON. Eigenlijk mag ik niet klagen omdat we een zonnepaneel hebben en omdat de meeste Congolezen helemaal geen stroom hebben. Maar toch, ik ben verwend en gebruik nu eenmaal dagelijks elektrische apparatuur om te koken, koelen, lezen, schrijven, tv en filmpjes te kijken … Het heeft mijn karakter nog niet helemaal gevormd want ik blijf me ergeren.

Een andere leerschool is de ongeorganiseerdheid van het land. Zelfs met al mijn Afrikaanse ervaring blijft het wennen dat niemand zijn afspraken nakomt. Het tijdsbesef is nog minder aanwezig dan in andere landen. Dat komt traditioneel van de tijdsmetingen ‘meteen als de zon opkomt, als de zon rijst, als de zon in het zenit staat, als de zon zakt, bij zonsondergang’. Dus mijn afspraak ’s ochtends 8 u bij het hotel om naar het dierenpark te gaan en die altijd neerkomt op een uur of 10-11, is het tijdstip ‘als de zon rijst’. Dit geduld moet ik nog veel oefenen.

Wat zijn de gestorven illusies? Allereerst het isolationisme van het land. De visumverstrekking is bemoeilijkt en de samenwerking met landen als België, de VS en de EU verslapt (waarover meer in een volgend artikel). Buitenlandse investeringen worden nauwelijks nog gedaan. Congo lijkt een anti-ontwikkelingsland geworden. Waarom willen de mastodonten in Congo en omliggende landen aan de macht blijven? Komt het dan echt heel plat neer op geld? De macht verliezen is geld verliezen, dat weet iedereen hier. Het hele land volgt ‘article 15’: het niet bestaande wetsartikel dat neerkomt op debrouillez vous: ‘zie maar hoe je jezelf redt’. De overheid geeft het goede voorbeeld, zij redden zich uitstekend. President Kabila heeft al 15 miljard dollar verzameld en wil graag nog wat aanblijven.

Een andere desillusie werd de PUM. Mijn vertegenwoordigende functie combineert mijn ervaring in ontwikkelingsamenwerking met mijn leeftijd. Na een jaar lang een netwerk opgebouwd en een vijftal projecten goedgekeurd gekregen te hebben, besloot de PUM om zich uit een aantal ‘moeilijke’ landen terug te trekken. Ik vind dat een slecht besluit omdat het juist de landen als Congo treft, waar de steun het meest nodig is. Ik correspondeerde erover. Naast positieve reacties, kwam ook het verwijt dat ik in het geitenwollensokkentijdperk was blijven steken. Het voordeel van de terugtrekking is wel dat ik nu zelf met veel plezier als senior expert in twee projecten werk: een theater en een dierenpark.

Ik dacht voor vertrek hier iedere avond wel een live band met soukous te kunnen zien. Dat viel goed tegen. Kinshasa is enorm en er zijn inderdaad veel live optredens maar waar en wanneer, daar kom je moeilijk achter. Ook is het transport is ’s avonds gevaarlijk, met de fiets en met de taxi. In ons kringetje zijn al mensen gekidnapt en beroofd. Ik ben nu afhankelijk van vrienden die ’s avonds met de auto naar een optreden willen.

Maar nu ga ik eerst weer een tijdje van Nederland en de festivals genieten. Vergeet niet dat er op 24 en 25 juni een leuk gratis Afrikafestival in Nijmegen is. Hier treden verschillende artiesten op. De belangrijkste zijn Claude Mukwaba met zijn traditionele dansers. Claude is een virtuoos op de lange Congolese trommel. Verder zingt Zoë Dlamini uit Swaziland. Op het einde speelt Badala. Speciaal voor dit optreden splitsen zij zich in tweeën op: het wat intiemere Corda, met een mix van klassiek en Afrikaans, en het achtkoppige Badala zelf met een swingende show van zeer dansbare West-Afrikaanse muziek. Tussendoor spelen er nog twee djembé bands uit de buurt van Nijmegen en komen twee schrijvers uit en over Afrika hun verhalen vertellen. Op de zondag worden twee films gedraaid: Grigris uit Tsjaad en Soulpower uit Congo.

Burkina staat bekend om zijn uitgaansgelegenheden met live muziek. Soms in houten stalletjes (‘maquis’), soms in hotels of restaurants, en soms in een echte concertzaal. Vorige week zagen we een groepje met een jazzy uitvoering van traditionele muziek in de bar P’tit Bazar.

Begin dit jaar had onze Burkinese buurman Richard Traore een muziekprijs gewonnen en vroeg of we mee naar de uitreiking gingen. Altijd leuk, dachten we. We reden mee naar het Paleis van de Cultuur. Op een druk kruispunt kwamen we volledig vast te zitten in het chaotische verkeer van Ouaga. Terwijl wij voor- noch achteruit konden, liepen de fietsers met de fiets boven hun hoofd door de autobrij heen.

Over een loshangende rode loper schreden we naar de eerste rang van het Paleis. Het duurde lang eer het begon. De hoge gasten moesten immers nog komen, en die zijn altijd te laat (om te laten blijken dat ze meer uitnodigingen op een dag hebben). Er speelden jonge bandjes, traditioneel en modern, er waren comediens en een heuse modeshow. De prijsuitreiking zelf verliep erg ongeorganiseerd en traag. Op een gegeven moment werden we door 7 camera’s tegelijkertijd gefilmd en gefotografeerd. Richard bleek ‘beste producent’ en ‘held van het Burkinese lied’ te zijn geworden. Hierna traden wat professionelere bands op: reggae, mandingo, cross over. Het publiek vond het fantastisch. Rond 1 u was het afgelopen. Richard wilde het nog in een café vieren. In de Mezzanine traden artiesten uit de ‘stal’ van Richard op. Ditmaal het jonge broertje van Oumou Sangara (zei Richard).

Gisteren was het Tabaski, het offerfeest van de moslims. Op andere plaatsen in Burkina is het overigens pas vandaag, dat ligt er maar net aan wanneer de belangrijkste Iman het eerste streepje maan gezien heeft. We waren bij een collega van Monique uitgenodigd om het geofferde (lees: geslachte) schaap te komen eten. Dat had hij goed georkestreerd. Terwijl buitenshuis zich de familie, vrienden en buren verzamelden, bleven wij drie binnen aan de gedekte tafel zitten. De anderen kwamen een voor een binnen handjes schudden en de gastheer keek dan zogenaamd verstoord op uit onze ‘diepgaande gesprekken’. De discussie was in ieder geval niet oppervlakkig: fundamentalisme, presidentsverkiezingen, en zo. Als het onderwerp wat heikel werd, ging hij samenzweerderig fluisteren.

Daarna moest Monique met haar koor zingen bij het 20-jarig jubileum van de Burkinabé-Taiwanese betrekkingen. Na de onafhankelijkheid (1960) probeerden zowel de volksrepubliek China als de republiek China (Taiwan) – net als toentertijd Rusland en de VS – de Afrikaanse landen in hun invloedssfeer te krijgen. In het begin was dat evenwichtig verdeeld, hoewel enkele landen, zoals Burkina, voortdurend tussen de twee wisselden (ik denk al naar gelang de steun die een nieuwe president beloofd werd). Maar in de loop der jaren zijn steeds meer landen permanente diplomatieke betrekkingen met de volksrepubliek China aangegaan. Er zijn er nog maar drie met banden met de republiek China (oftewel Taiwan dus). Dat heeft grotendeels met pragmatische en niet met ideologische motieven te maken.

Intussen bereiden de Belgen zich voor op het bezoek van koningin Mathilde. Haar bezoek zit net tussen beide door mij georganiseerde evenementen in. Jammer want anders hadden we een hoogwaardigheidsbekleedster als gast gehad. In de krant http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/141005-mathilde-afrika : Burkina Faso ligt in gebied dat geteisterd wordt door het gevreesde ebola-virus. Ebola is erg mediageniek (mannen in maanpakken) maar natuurlijk – qua aantal (dodelijke en niet) slachtoffers – niet te vergelijken met malaria en diarree. Dat kost Fairweggistan boekingen en de landen hier veel inkomsten.

Voor de rest sporten we in de sportschool hier om de hoek, zwemmen we af en toe in een van de grote hotels, of maken we een fietstochtje in de stad. ’s Avonds kijken we naar opgenomen series als Breaking Bad.