De bevolking van Afrika is gemiddeld de armste ter wereld. In Sub-Sahara Afrika is het BNP per hoofd 1500 $. Ter vergelijking: in de EU is dat 41.000 $.

Paradoxalerwijs heeft Afrika de rijkste staatshoofden. Het bezit van de recent vervangen president van de Democratische Republiek Congo, Joseph Kabila, wordt geschat op 15 miljard dollar. Zijn Angolese buurman, de eveneens recentelijk vervangen Dos Santos, was nóg meer waard: 20 miljard. De vicepresident (tevens zoon van de president) Teodorín Obiang van Equatoriaal-Guinee bezit 2 superjachten (waarvan er een van 120 miljoen dollar in Nederland aan de ketting ligt wegens corruptie), 14 sportauto’s, privévliegtuigen, appartementen in Europa, en de met kristallen beklede handschoen die Michael Jackson droeg op zijn Bad-tournee. Daarentegen is de rijkste (ex-)premier in de EU David Cameron met een geschat bezit van 7 miljoen dollar. Het salaris van Macron van Frankrijk bijvoorbeeld is 200.000 $.

web_1404eco_obiangglove

Rijke presidenten zijn geen ramp in een rijk land als Brunei of Saoedi-Arabië. Maar DRC, Angola en Equatoriaal-Guinee zijn niet rijk. De bevolking moet rondkomen van enkele dollars per dag en heeft geen toegang tot schoon water of ziekenhuizen. Het geld van hun president is uit de staatskas gestolen en wordt niet langer aan ambtenarensalarissen of aan onderwijs en gezondheidszorg besteed. De bevolking verarmt.

Een ander nadeel van rijke presidenten is dat ze plucheplakkers zijn. Verkiezingen worden keer op keer uitgesteld en ambtstermijnen eindeloos opgerekt. Dat moet ook wel want de opvolger (zoals in Angola is gebeurd) zou wel eens een onderzoek kunnen instellen naar de legitimiteit van de vergaarde rijkdommen. Kabila wist dit te voorkomen door uiteindelijk zelf zijn opvolger (verliezend oppositiekandidaat Tshisekedi) aan te wijzen. Vader Obiang is inmiddels de langst zittende president van Afrika (40 jaar!).

Daarnaast is zo’n rijke dinosauriër een voorbeeld voor de bevolking dat je rijk kunt worden zonder ervoor te hoeven werken. Geen goed voorbeeld voor jonge honden in de arme Afrikaanse landen.

 

Advertisements

Selorm Branttie heeft gelijk: hoogbejaarde regeringsleiders in Afrika kunnen niet meegaan met de tijd en vormen aldus een blokkade voor de economische ontwikkeling van hun land. Zie http://afrika-nieuws.nl/internettijdperk-vraagt-om-jonge-leiders-in-afrika/ .

Maar het probleem ligt niet alleen bij ICT, internet en sociale media. Afrika is het continent met de jongste bevolking (mediane leeftijd 19 jaar, vgl. Europa met 42 jaar). En met een bevolkingsgroei van meer dan 2% jaarlijks zal Afrika’s jeugd flink blijven toenemen.

Paradoxalerwijs heeft het continent de oudste staatshoofden. Als we de recent afgezette presidenten van Algerije, Zimbabwe en Soedan niet meerekenen: Biya (Kameroen, 85), Mnangagwa (Zimbabwe, 76), Buhari (Nigeria, 76), Obiang (Equatoriaal Guinee, 76) en Museveni (Oeganda, 74).

Deze hoogbejaarden regeren nauwelijks nog zelf. Besluiten worden door een hechte kring van politieke ondernemers om hen heen genomen, en dat steevast in hun eigen belang. Jongeren, ook goed opgeleide, krijgen geen kans om zich tussen deze gevestigde politiek-economische dinosauriërs te wurmen. De kloof tussen deze elite en het volk groeit. De economische ontwikkeling van het land stagneert.

Eenzelfde paradox zien we bij de welvaart in Afrika. De rijkste presidenten ter wereld regeren over  de armste bevolking. Daarover volgende keer meer.

 

De vorige keer kwam ik voor het continent Afrika op 56 landen. Ik telde Somalië drie keer: Somalië, Somaliland en Puntland. Maar aan de andere kant van de Sahara ligt een groot gebied dat ook onafhankelijkheid claimt: de Westelijke Sahara, ofwel de Arabische Democratische Republiek Sahara, voorheen Rio de Oro ofwel de Spaanse Sahara.

Het ongerepte woestijngebied was tot 1975 een Spaanse kolonie. Daarna maakte Marokko aanspraken op het gebied. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag keurde dat af en beschouwde het gebied als onafhankelijk. De onafhankelijkheidsbeweging Polisario wilde gaan regeren maar nog in datzelfde jaar 1975 organiseerde koning Hassan II een Groene Mars van honderdduizenden Marokkanen naar de zuidgrens. Ze bezetten een groot deel van het gebied en Mauritanië bezette het resterende zuidelijk deel. Met steun van Algerije begon Polisario een guerrillaoorlog. Mauritanië trok zich al snel terug en in 1991 werd een staakt-het-vuren met Marokko ondertekend.

In de jaren erna kwamen een VN-missie, diverse vredesplannen en bemiddelaars, maar de huidige stand van zaken is onveranderd. Marokko heeft de westelijke Sahara geannexeerd. Onder haar druk is het aantal landen dat het gebied als onafhankelijke staat erkent, gedaald van 81 tot 43. Het land is wel lid van de Afrikaanse Unie. Dit brengt het aantal Afrikaanse landen op 57.

Afrika telt 54 landen, of 55 … of toch 56? Dat ligt eraan of je Somalië als één land rekent, of als drie. Vóór de onafhankelijkheid in 1960 bestond dit gebied nog uit drie landen: een Franse, Britse en Italiaanse kolonie. De Franse werd Djibouti, de andere twee gingen samen in Somalië. Tijdens de Koude Oorlog wilde Somalië ook nog de Ogadenwoestijn bezetten, maar Russische steun voor Ethiopië verhinderde dat.

Somalië wordt sindsdien geassocieerd met militaire dictaturen, krijgsheren, islamitisch terrorisme, piraterij en hongersnoden. Héél Somalië? Nee. Een deel, het voormalige Britse, splitste zich in 1991 af en verklaarde zich onafhankelijk. Het is tot vandaag de dag door geen enkel ander land erkend maar het gaat wel zijn eigen weg. Het heeft een democratisch gekozen regering, een meerpartijenstelsel, en is rustig.

In de punt tussen Somalië en Somaliland ligt Puntland. Het is niet naar de punt genoemd maar naar een streek die in oude Egyptische reisverslagen genoemd wordt. Het scheidde zich in 1998 af van Somalië maar wordt door geen enkel land erkend. Puntland heeft een democratisch gekozen regering maar blijft een zwakke staat. Het overgrote deel van de inkomsten komt uit piraterij en mensensmokkel.

Dat maakt dus 56 landen. Maar misschien heeft Afrika wel 57 landen. In 2002 maakte Zuidwest-Somalië zich los omdat het tegen de Unie van Islamitische Rechtbanken vocht. Na de burgeroorlog in 2006 sloot het zich weer bij Somalië aan.

Afrika wordt vaak over één kam geschoren (het ‘land’ Afrika), iets wat je bij Europa of Azië nooit ziet. Somalië toont aan dat zelfs binnen landen een grote complexiteit bestaat. Wordt vervolgd.

Als ik denk aan de ontwikkelingen in Afrika word ik steeds getroffen door tegenstrijdigheden. De paradox van economische vooruitgang en politieke stagnatie bijvoorbeeld, en evenzeer het omgekeerde. Er is geen lineair beeld, er zijn geen algemene tendensen. Neem bijvoorbeeld de ‘verkiezingsoverwinning’ van Felix Tshisekedi in de Democratische Republiek Congo. Waren de presidentsverkiezingen democratisch? Nee. De andere oppositieleider (met wie Tshisekedi een samenwerkingsverband had maar dat een dag na het akkoord verbrak) kreeg duidelijk veel meer stemmen (61%). Maar Tshisekedi sloot een deal met de zittende president Kabila en mocht zich (officieel met 38%) tot winnaar uitroepen. Dat gebeurde toen na de eerste tellingen bleek dat de kroonprins van Kabila nauwelijks stemmen gekregen had, ondanks de PR-machine en financiële steun. In eerste instantie protesteerden de Afrikaanse en Europese Unie en de invloedrijke katholieke bisschoppenconferentie maar al snel accepteerden ze de uitslag. De stabiliteit van Congo prevaleerde.

Kabila, of beter gezegd de kliek om hem heen die volop van de macht profiteert (Kabila zelf is een gameverslaafde ex-chauffeur die door zijn vader aan de macht kwam) had de verkiezingen 2 jaar uit weten te stellen. Onder druk van de internationale gemeenschap en de nationale katholieke en mensenrechtengroepen gingen ze eind vorig jaar toch door.

Tshisekedi werd als een zwak en beïnvloedbaar leider voorgesteld. In zijn eerste 100 dagen echter heeft hij politieke gevangenen vrijgelaten, illegale gevangenissen van de veiligheidsdienst (waar activisten en journalisten zonder rechtszaak vastzaten) gesloten, corrupte directeuren van overheidsinstanties en -bedrijven ontslagen, en de door de Kabilakliek gekochte senaatzetels ter discussie gesteld.

In de DRC werd dus geen democratie van buitenaf gebracht (Vietnam, Irak, Syrië; met alle desastreuze gevolgen vandien). De Congolezen vonden hun eigen democratie uit. Er was gesjoemel van de oude regering en de nationale kiescommissie, er was corruptie bij de verdeling van de zetels. Maar anderzijds lijkt de nieuwe president de goede weg ingeslagen. De internationale gemeenschap steunt dat voorlopig. Ikzelf ben er nog niet uit. Misschien moeten we afwachten hoe dit alles voor de gewone Congolees uitpakt. Blijft die arm en rechteloos of ….

 

In deze aflevering was een stuk weggevallen:

Ik bekijk de filmpjes van het optreden gisteravond en zie hoe agressief het er aan toe ging. De jongeren hoefden hun ouderwetse legende helemaal niet terug, zij wilden hedendaags bier. Ik zie nu ook hoe het hogere kader van de bemanning de zaak probeert te sussen. Vergeefs. Enkele genodigde ambtenaren lopen, aktentas voor de borst geklemd, voortijdig weg. De enige aanwezige vrouw hield het ook voor gezien. Roland zei net dat het aanvoelde als een bokswedstrijd (hij bokst). Hij had grote moeite de tegenstander te verslaan. Volgens hem daagde het publiek hem uit: ‘witte, je gaat neer’. Toen het verhaal bij de storm aangekomen was, hing hij in de ring maar hij bokste zich terug en won uiteindelijk op KO. Tussen de jongeren achterin zou ik zelf voorzichtig van een overwinning op punten gesproken hebben. Maar misschien dacht Roland wel aan de rumble in the jungle in 1974, toen Mobutu 10 miljoen dollar prijzengeld overhad voor de legendarische bokswedstrijd tussen Mohammed Ali (die net een jarenlange schorsing uitgezeten had wegens dienstweigering voor Vietnam) en George Foreman (de wereldkampioen van dat moment). Net als Ali en Mobutu knokte Roland met woorden. Net als Ali kwam hij uit een verloren positie terug en won door KO.

De 400-jarige legende gaat als volgt: een stam uit wat nu Kameroen is, de Bangombe, trok zuidwaarts. Ze kwamen bij een brede rivier. Aan de overkant stonden de wilde krijgers van de Mongo. Ze kwamen bij een rij stenen die de oevers verbond. De hoofdman zei dat als ze niet omkeken bij het oversteken, ze de overwinning op de Mongo zouden halen. Halverwege ontdekte een vrouw dat ze de paan om haar baby in te vervoeren, vergeten was. Ze keek en keerde om. Degenen die al aan de overkant waren, werden in de pan gehakt.

legende

Roland heeft dit verhaal omgewerkt en een vervolg gegeven, geïnspireerd door Rimbaud, Baudelaire, Edgar Allen Poe en andere klassieke schrijvers. Hij introduceert een Held die verliefd wordt op een Prinses (bij de optredens worden die in het publiek aangewezen). De Maan ziet dat en huilt van ontroering. De Prinses vangt de tranen op en bergt ze in haar hart. Later gooit ze die in de rivier en het worden stenen. De Hoofdman echter is ook verliefd op de Prinses en is jaloers. Bij de overtocht over de stenen om met de Mongo te gaan vechten, doet hij met een list de Held omkijken. Weg overwinning. De Maan neemt revanche en tijdens een hevige storm verdrinkt de Hoofdman in de rivier. De Held neemt zijn schild en roeit ermee naar de overkant. Hij sluit vrede met de Mongo. Later werken ze alle oorlogsschilden om tot prauwen. In plaats van tegen elkaar te strijden, gaan ze met elkaar handelen en muziek maken. Ze drinken daarbij raffiapalmwijn, en ‘vandaag doen we dat met Primus (Heineken sponsort immers deze bijeenkomsten)! Dank jullie wel … muziek!’

Het is 6 december, de dag dat Monique haar contract in Congo beëindigt en naar Nijmegen/Brussel vertrekt. De dag ook waarop ik normaliter de Goedheiligman in Afrika mag vertegenwoordigen. Op de boot hier lijkt er weinig behoefte aan Hem. Het gaat hier slechts over de eerste levensbehoeften en daar horen speelgoed, hebbedingetjes en andere kadootjes niet bij. Geen Sint en Piet hier dus. Trouwens, als er íemand recht heeft tegen Zwart Piet te protesteren vanwege het slavernijverleden, is de Congolees het wel. De Arabieren (Tippu Tip) en daarna de Portugezen, Hollanders, Fransen en Engelsen haalden hier honderdduizenden slaven uit het binnenland. Koning Leopold II van België liet de Congolees als slaaf zwoegen aan spoorwegen en op rubberplantages, de Belgische bedrijven daarna op oliepalmplantages en in ondergrondse mijnen. Alles onbezoldigd en onder erbarmelijke omstandigheden.

Het is de een na laatste dag op de boot. Het was én avontuurlijk én saai, het was mooi en een fantastische ervaring, maar ik ga het niet veel mensen aanraden. Het risico van ziekte is groot en de medische zorg afwezig. Roland herhaalde wat hij al schreef: het is niet voor beginners, het is niet niks, deze reis. Morgen doet de boot de laatste 400 km naar Kisangani en de 1750 km terug zonder ons. Morgen gaan wij per vliegtuig terug naar Kinshasa, althans dat hopen we. Weer eens koffie en bier die niet dezelfde temperatuur hebben. Ik ben nog steeds ziek en dus ook toe aan uitzieken in een echt bed in een schone insectloze kamer. Ik had nu 38,6°C en ben maar met een antibioticumkuur begonnen. Ook Roland voelde zich vandaag niet goed (diarree). Hij lag languit op het dek in een plasje zweet. Toch wil hij vandaag voor de laatste keer optreden. Onverstandig.

Er was geleerd van het spektakel in Lisala. Eerst muziek, dan iedereen bier en dan het verhaal met daarna weer muziek. En dat ging goed. Roland trad op de duwboot op, en op de lege duwbakken konden de toeschouwers op lege kratjes zitten. Ze kwamen via een lange plank aan boord. De schijnwerper van de boot verlichtte het publiek. Vanwege de diarree had Roland niets gegeten. Eigenlijk was dit zijn beste optreden omdat hij de tekst eindelijk helemaal beheerst. Maar desondanks was het publiek rumoerig. Zoals in Lisala werd door de tekst heen geschreeuwd. Ik kon vanaf de bovenetage van de duwboot mooie opnames maken. Daarna was er nog een afscheidsborrel voor ons maar ik voelde me slap en ging naar bed (19 u).

einde

De laatste dag. Voor het eerst heb ik vannacht weer eens goed geslapen. De antibiotica slaan aan. Ik ben heel benieuwd naar vandaag, de dag van vertrek. Een onbekend vliegmaatschappijtje moet ons via dezelfde twee tussenstops die we op de heenweg hadden – Lisala en Mbandaka – naar Kinshasa brengen. Spannend. Maar goed, zelfs de twee grootste maatschappijen van Congo staan op de zwarte luchtvaartlijst.

Met zijn tweeën achterop plus bagage reden we op een brommertje naar het vliegveld. Eerst nog de bagage laten wegen op hun kantoortje. Heel aardige mensen. “Jullie zijn om 14 u in Kinshasa.” Het lijkt me sterk. Het brommertje mocht van de bewaking het vliegveld niet op. Bumba is klein en vervallen en het vliegveld idem. Eén enkele ruimte met een balie en harde stenen banken, een rode stoffige landingsbaan van nog geen kilometer, en een leeg veldje (parkeerplaats?) dat was het. Het zal dus wel een klein vliegtuigje zijn, die hobbelen zo lekker door de luchtlagen. Omdat Roland en ik ziek (en wit) zijn, regelde Dareck alle papieren. Een hele opluchting. Er zitten een tiental mensen binnen maar ik weet niet wie er mee gaat vliegen. Het is heet en mijn ogen vallen af en toe dicht.

Het vliegtuig landt niet noemenswaardig te laat (45 min.). Ineens stormen wel duizend mensen het beveiligde terrein op. Ze roepen, zingen en dragen grote affiches en spandoeken mee, in allerlei kleuren. Het zand stuift op. Als ik beter kijk, zie ik zo’n 6 verschillende afkortingen en foto’s van zelfverzekerd kijkende mannen in pak. Het is natuurlijk verkiezingstijd, en enkele kandidaten voor het parlement komen op hun thuisbasis aan. Drie groepjes gaan zingend naar drie auto’s, waaronder ook die die gisteren zo moeizaam van onze boot kwam. De andere blijven juichen en leuzen scanderen alsof hun kandidaat nog in het vliegtuig achtergebleven is. Als wij eindelijk in het vliegtuig zitten, staan ze er nog steeds, nu wat rustiger. Ik hoor van een passagier dat de zo enthousiaste aanhangers ieder ongeveer 1 € ontvangen hebben, toch het gemiddeld daginkomen van een Congolees.

Er zitten maar 8 personen in het 20-zits vliegtuig. Ik ga aan een raampje zitten. De bekleding zit los maar het raampje zit stevig vast. We vliegen onze boottocht van ruim 2 weken in een ruk terug in ruim 2 uur. De rivier is van boven nog majestueuzer dan van beneden. Stel je de Waal voor van de Waalkade tot aan de Rijnkade in Arnhem, met tussen de 1 en 10 eilanden ertussen. Geen afstand voor een brug. Moeilijk om doorheen te navigeren.

Daarna het bekende eindeloze boerenkoolveld, heel af en toe onderbroken door een meanderend riviertje met soms een hutje erlangs. Geen wegen, wel een paar grote ongelijkmatige open stukken die onderling verbonden zijn. Houtkapconcessies? Verderop komen er viesgroene moerassen langs de rivier en plukjes lichtgroene savannes in het oerwoud. Hier ook veel meer dorpjes en weggetjes. Het wordt zwaarbewolkt en ik zie bliksemschichten. Het voelt al snel alsof het vliegtuig over een oerwoudweg vol gaten rijdt. Ik doe mijn gordel om (er waren geen lampjes of geluiden die dat aangaven). Vlak voor Kinshasa zie ik de Kasai in de Congo stromen. Ik zie ook waarom die grote draaikolken ontstaan, namelijk door de vorm van de Congo. Nog verderop en al lager bij de grond denk ik nu ook vanuit de lucht ‘ons’ dierenpark te herkennen.

In het hotelletje zat parkeigenaar André met Robert van het wildpark in het zuiden en nog twee anderen te vergaderen. Hij vroeg of ik deelnam maar ik voelde me echt nog te slecht. Ik hoor wel hoe het afgelopen is. Ik ga eerst een paar dagen herstellen, fruit en groente eten, internetten, en de filmpjes ordenen. Jammer dat het evenement op de ambassade uitgesteld is want we zijn op tijd terug met onze film en het hotelletje ligt naast de ambassade. Ik denk dat er niet veel meer gaat gebeuren tot ik over een week naar Nijmegen terugga (hoewel: het is Congo). Dit is dus mijn laatste zin uit Congo, bedankt voor je interesse. De allerlaatste zin gun ik aan David van Reybrouck (schrijver van het epos Congo): ‘Congo, een leerschool voor je karakter, een kerkhof voor je illusies.’

Naschrift: de amateuristische film die ik gemaakt heb, staat met Engelse ondertiteling op Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=q2F68wovF6c . De trailer van de documentaire vind je op: https://www.youtube.com/watch?v=xvzqA97xql0&t=7s . De documentaire wordt waarschijnlijk in zijn geheel vertoond op het Africa Now festival in het Afrikamuseum op 30 mei (Hemelvaartsdag).