Het is 20 november. We liggen stil in de haven van Kinshasa. De reparatie van de duwboot duurde natuurlijk langer dan voorzien. Niemand lijkt ook haast te maken. Er komen intussen ook steeds meer goederen en bijbehorende handelsvrouwen aan boord. Ik baal dat ik niet net als de Congolezen kan zijn. Rustig zitten, tutten, dutten, en af en toe een maniokstaaf eten. Ik wacht nu al zo lang dat ik geen geduld meer over heb.

De Grand Pousseur (Grote Duwer) Primus I gaat van Kinshasa (met in het westen de stroomversnellingen omlaag naar de oceaan) naar Kisangani (met in het oosten de stroomversnellingen omhoog de bergen van de grote Afrikaanse Slenk in). 1735 kilometer stroomopwaarts over vlak water, soms smal en soms zo breed als een meer. Het eerste stuk is heel breed (Stanley Pool of Malebo Pool). Hier verzamelt het water zich voordat het zich via stroomversnellingen en hoge watervallen omlaag stort richting de zeehaven Matadi. Onbevaarbaar dus. Daarom is eind 19de eeuw een spoorlijn aangelegd door de Belgen. Met springstof werden de rotsen weggeblazen. Dat gaf de stad zijn naam: Bula Matadi, in het Kikongo ‘hij die rotsen met de hand breekt’ (in werkelijkheid natuurlijk met dynamiet).

Rond 15 uur voeren we weer. Aan de ene kant Brazzaville met zijn moderne hoge gebouwen, aan de andere Kinshasa, ook met hoge gebouwen maar evenzeer met de vele hutjes en vervallen silo’s aan het water. We varen langs de scheiding tussen een Franse en Belgische kolonisatie. De scheiding tussen 50 jaar postkoloniale vooruitgang en 50 jaar stilstand. Overal zag je prauwen (uitgeholde boomstammen) met vissers. Ze gooien hun netten in een fraaie cirkel boven het water uit. Ik heb ze nog geen vis zien vangen.

Na het stadscentrum kwamen het grote Martelarenstadion, de ruim 150 m hoge échangeur (een megalomaan project van Mobutu waar nooit iets mee gedaan is) en het vliegveld aan ons voorbij. Ik hoopte voor het donker ons park te zien te krijgen maar dat was vergeefs. De boot gaat erg langzaam. Maar nog altijd sneller dan de auto naar ons dierenpark want die staat op deze route vooral in de file.

We waren Kinshasa nog niet uit of een flinke storm barstte los. Donkere lucht en harde wind. De zeiltjes tegen de zon fladderden wild en raakten los. Naast ons raakten de drijvende eilandjes en boomstammen op drift. De wind blies ze tegen de boten aan. Er was nog meer geschreeuw dan anders op de boten maar het werd grotendeels door de storm overstemd.

Ons konvooi kon niet tegen de golven in keren en werd naar de oever gedreven. De golven sloegen over het dek. De boot wiebelde en er spatte zelfs water in mijn hut. De duwbakken kwamen vast te zitten in de moerassige oever. De duwboot maakte moeilijke manoeuvres tegen de wind in om de duwbakken los te trekken. Gebeuk tegen golven en duwbakken. In mijn hut vielen dingen om. Het was eng. Maar – zoals Monique voor de reis opmerkte – als je het avontuur wil, dan krijg je het ook.

foto storm.png

De achtergrond van dit tafereel werd gevormd door donderslagen en bliksemschichten, vaak horizontaal of in de meeste hallucinerende vormen zoals bloemen en kerstbomen. Het bleef regenen. Na twee uur duwen en trekken, waren er twee duwbaken los. Die werden door de duwboot een eind verder gesleept. Met een sterke lichtbundel werden de oevers afgezocht naar een aanlegplek. Niet te los want dan worden de bakken door de stroom meegesleurd, en niet te vast want dan moeten ze er weer met veel moeite uitgetrokken worden. “Binda, binda!” (trekken, trekken) hoorde ik boven de storm uit.

Op de voorste boot, die nog vast zit, zit Roland met spaghetti met een vleessausje en een fles Primus op me te wachten. Ik zit op de duwboot en kan er dus niet naartoe. Toen we langszij lagen, waagde ik de overstap. Hij bood me een warm pilsje aan. Hij had geen stroom en dus ook niet gekookt. Gelukkig had ik al mayonaise met stukjes oud brood gegeten, restjes uit het appartement. Het lijkt zo ver weg al, ons appartement in centrum Kinshasa, maar het ligt hier vlakbij.

Ik zei hem: ‘het probleem is niet of we ooit in Kisangani aankomen, het probleem is of we ooit uit Kinshasa wegkomen’. Hij moest niet lachen. Hij zei dat we niet verder konden. In Kinkole moest de stormschade gerepareerd worden. Enkele bolders (stalen paaltjes waar het schip mee vastgelegd wordt) waren afgebroken en moesten opnieuw vast gelast worden. Ook zou de suiker en malt benedendeks waarschijnlijk nat geworden zijn, en moest dat minimaal herschikt worden. De natte zakken naar boven zodat ze droog bij de brouwerij in Kisangani afgeleverd kunnen worden. Roland vroeg ook nog of ik opnamen van de storm had. Ja. Mooi, ze pasten dan goed bij zijn legende. De film die Dareck maakt, omlijst namelijk het verhaal van Bangombe-stam dat Roland in Lisala gaat voordragen.

Advertisements

Alles had het regime van Joseph Kabila er aan gedaan om hun belangen veilig te stellen. Door een sterke kroonprins aan te stellen, Shadary, die als minister van Binnenlandse Zaken bewezen had lak aan het volk te hebben door hen bij demonstraties tegen de uitgestelde verkiezingen in 2016 en 2017 met echte kogels uit elkaar te jagen. Activisten en journalisten verdwenen of werden gevangen gezet.

Door de EU-ambassadeur ‘uit te nodigen’ het land te verlaten omdat hij geweigerd had Shadary (en anderen) te ontheffen van strafmaatregelen wegens het geweld tegen de demonstranten. Er werden geen buitenlandse verkiezingswaarnemers toegelaten. De katholieke kerk echter had hun volgelingen opgeroepen om in de 40.000 stemlokalen te controleren op zichtbare fraude.

Door de ebola-epidemie rond Beni en Butembo als smoes te gebruiken om in deze onrustige oppositiesteden de verkiezingen tot maart uit te stellen. Ongevaarlijk want de nieuwe president zou dan al lang ingehuldigd zijn. Op de verkiezingsdag (30 december) organiseerden de jongeren in deze steden echter perfect georganiseerde – maar uiteraard illegale – verkiezingen. Inclusief het meten van de lichaamstemperatuur voordat de kiezer het stemlokaal mocht betreden en het ontsmetten van hun handen en het touchscreen van de stemmachine.

Door 8000 stemmachines in dat andere oppositiesmaldeel, Kinshasa, door een ‘brand’ te laten verdwijnen. Enerzijds verplichtte dat de kiescommissie om het aantal stembureaus te verminderen zodat een heel aantal kiezers zichzelf niet op de stemlijst aantrof. Anderzijds gaven die 8000 machines potentieel een veelvoud aan fictieve stemmen aan Shadary weg. Ook werden reeds ingevulde stembiljetten gevonden, alle met nummer 13 (Shadary) als winnaar. De officiële kieslijsten bevatten ook 6 à 10 miljoen dubbele of fake namen. Van kleine kinderen tot soldaten, wellicht toevallig allemaal Shadary-stemmers?

Shadary mocht op radio en tv zijn praatje doen en per regeringsvliegtuig zijn rondje doen. Twee van de sterkste kandidaten mochten niet meedoen om juridische redenen. De andere oppositiekandidaten werden aan alle kanten geboycot. Waar er toch manifestaties van de oppositie waren, vielen er enkele doden door politiegeweld. In de Kasai, thuishaven van opposant Tshisekedi, werd in de stemlokalen geld gegeven om op Shadary te stemmen. In Bukavu werden 3 zakken met stembulletins waarop de naam Tshisekedi aangekruist was, uit een rivier gevist. In Shabunda waren na sluiting van de bureaus enkele verkiezingsagenten ijverig bezig de nog lege formulieren in te vullen.

Voor de zekerheid had de nationale kiescommissie – vooral in de steden, want daar is de oppositie sterk – veel stembureaus op ‘veilige’ plaatsen gezet: kazernes, politiebureaus en partijkantoren van de regeringspartij. Zwaar intimiderend natuurlijk en in overtreding met de kieswet.

En toch stonden miljoenen Congolezen urenlang in de regen in de rij om te mogen stemmen. Ze moesten wachten tot het bureau opende, tot de stemmachines aangesloten waren, tot de elektriciteit kwam, tot hun naam op de lijst gevonden was. Ze bleven rustig. Ongelooflijk. De zucht naar verandering was gigantisch. Slechter dan onder Kabila konden ze het immers niet krijgen.

Volgens de exitpolls had oppositiekandidaat Martin Fayulu verreweg de meeste stemmen gekregen. Volgens de tellingen van hun eigen waarnemers hadden ze 61% van de stemmen gekregen, volgens Human Rights Watch 47%, en de kerk gaf geen percentage maar wel Fayulu als winnaar aan.

Om dit soort informatie geheim te houden, legde de overheid de dag na de verkiezingen het internet plat. Maar op deze manier konden ook de uitslagen in het land niet naar de kiescommissie. Had die de reële uitslagen wellicht helemaal niet nodig om een overwinnaar uit te roepen?! Ook internationale radiostations als RFI werden platgelegd.

En toen? Toen duidelijk werd dat Shadary dermate impopulair was dat hij onmogelijk door de nationale kiescommissie als winnaar gepresenteerd kon worden, toen werd de uitslag uitgesteld. Het regime ging met de oppositie praten, niet met Fayulu want die is te onkreukbaar, maar met Tshisekedi. En blijkbaar kwamen ze tot een deal want Tshisekedi werd tot winnaar uitgeroepen (met 38% tegen Fayulu 34%). De inhoud van de deal is onbekend maar waarschijnlijk mocht Tshisekedi winnen als Kabila zijn immuniteit tegen strafvervolging (en dus zijn gigakapitaal) mocht houden. Ongetwijfeld is er ook een grote som geld over de tafel gegaan.

En de Congolezen? Her en der in het land vinden zowel feesten als protestmanifestaties plaats die met plunderingen en politiegeweld gepaard gaan. Maar de meeste Congolezen zijn niet verbaasd hoe het gegaan is. Politiek is het machtsspel aan de top met de grote sommen geld. En de gewone Congolees heeft geen geld en moet dus eerst aan de maaltijd van morgen denken.

 

Het is 19 november 11.30 uur en ik zit op de boot. Het probleem van de achterstallige belasting is nog niet opgelost helaas. Ik ben wel zonder kleerscheuren aan boord gekomen en moet me hier een beetje low profile ophouden. De Veiligheidsdienst heeft gehoord dat er een blanke meegaat en patrouilleert op de kade. André Kadima heeft wel mijn visum weten te verlengen gelukkig. Als dat tijdens de reis zou verlopen, kan ik het niet verlengen.

Voor mijn eigen veiligheid heb ik mijn geld en paspoort in mijn af te sluiten koffer, dat op zijn beurt met een kettingslot aan een ijzeren paal vastgemaakt is. De loodzware koffer moest trouwens over een uiterst gammele trap vanaf de kade omlaag gedragen worden. In mijn fantasie zag ik hem al in het water vallen. Alles kwijt.

De koffer werd verder over een aantal roestbakken naar een van onze duwbakken gedragen. Onze duwboot was nog afwezig (tanken of zo). Het was heet. Roland meldde dat de belasting niet opschoot. Ik deed maar een dutje op een matrasje. Gelukkig had ik veel water meegenomen. Ook at ik wat restanten die ik uit mijn koelkast meegenomen had.

Om ons heen liggen bootwrakken maar als je goed kijkt zijn ze allemaal bewoond. Sommige varen zelfs stukjes. De verroeste kraan op de kade blijft echter bewegingsloos. Vanaf het dek zag ik dat de politie op een andere boot jonge crimineeltjes aan het jagen was. Die komen in dit drijvende isle sans lois overnachten, na gedane zaken in de stad. Een meisje vluchtte via de in het water drijvende boomstammen maar ze kwam niet ver.

De boot was pas rond 16 u klaar maar ’s avonds mag niet langs Kinshasa gevaren worden. Dus blijven we vannacht hier in de haven, tussen het gespuis, slapen. In de avond werd het lekker koel. In de verte lag een vinexwijk, de Cité du Fleuve. Ik ben er ooit met mijn fietsje geweigerd (auto’s mochten wel doorrijden; het tegenovergestelde dus van onze woonerven).

vlcsnap-2018-12-31-16h08m22s929

De ratten liepen over het dek van de duwbak, de koereigers gingen hun slaapplek opzoeken, de vleermuizen namen slokjes van de rivier. In mijn kamer botsten de vliegende mieren tegen mijn computerscherm, kropen de wantsen over de muur en zoemden de muggen overal. Geen afnemende biodiversiteit hier dus.

De Grand Pousseur, de Grote Duwer, keerde terug. Mijn hut is zo’n 2 bij 3 m. Het staat vol met bed, koffers en hometrainer. Ik probeerde de gaten te deppen met chloor om de ratten af te schrikken. Maar ik veegde na het dagelijkse hometrainen per ongeluk het zweet van me af met mijn chloorhanden. Het brandde een tijdlang. Ik sliep onrustig.

De volgende dag om 5 u begonnen de machines te draaien in de ruimte naast mijn kamer. We vertrokken! Het water kolkte achter de duwboot omhoog. Wat opwelde, was een dikke zwarte stinkende drab: het afgevoerde vuil van deze miljoenenstad. Zoals gebruikelijk sprongen op het laatste moment nog mensen aan boord. Een voor een brachten we de drie duwbakken naar een plaats verderop in het riet (in feite aangekoekte drijvende eilanden van waterhyacint).

Het was al druk. Meerdere duwbakken wachtten op duwboten. Zo’n duwbak is een platte boot – zonder afrastering – waarop heel veel mensen zitten. Soms zijn van zeiltjes afdakjes gemaakt. Ze liggen allemaal rustig te wachten. Sommige jongetjes doken ingezeept in de rivier om zich af te spoelen.

Aan de oever lagen dikke rijen scheepswrakken. Ertussen allerlei bouwsels op palen, afgedekt met zeil of golfplaat. Zo vroeg in de ochtend waren mensen water uit de rivier aan het halen, hun tanden aan het poetsen, hun behoeften aan het doen. Zoals gebruikelijk werd er overal heftig gediscussieerd. Omdat ze de getallen in het Frans zeggen, weet je dat het altijd over geld gaat.

Na een paar minuten varen echter, bleek de motor een raar geluid te maken als hij boven een bepaald aantal toeren kwam. De koppelingsplaat leek versleten. De duwbakken werden achtergelaten en de duwboot keerde terug naar de haven. Daar werd de koppelingsplaat met die van de Primus 2 verwisseld. Het geratel is er nochtans niet minder op geworden. Nog steeds niet vertrokken dus.

 

 

Het boek Blauw Hout is onlangs verschenen. In het tweede hoofdstuk vaart Roland Verbiest met de Primus 1 van Kinshasa naar Kisangani (in de Democratische Republiek Congo). Vorige maand voer ik op dezelfde route mee. Ik doe hier de komende tijd verslag van.

Het idee van de reis lag buiten ons. Cineast Joop en fotograaf Henk hadden deze tocht op hun bucketlist staan. Ik bracht hen in contact met Roland en zou zelf ook meegaan. Het zou de afsluiting worden van mijn verblijf in Congo. Voor Roland was het de gelegenheid om een oude legende (die hij ook in Blauw Hout beschrijft) terug te brengen naar de bron: Lisala.

Joop en Henk haakten echter – om verschillende redenen – af. Joop gaf me een camera maar ik heb zoiets nog nooit vastgehad, dus Roland huurde de Congolese professional Dareck in om te filmen. Hij regelde ook een subsidie bij Heineken (we zouden een promotiefilmpje voor hun Primusbier opnemen) en de Nederlandse ambassade (voor een bijeenkomst over verantwoord ondernemende Nederlandse bedrijven). We zouden begin oktober vertrekken.

Maar er gebeurde wat ik in Nederland al vreesde: de bootreis werd iedere dag een dag uitgesteld. Ik had mijn terugvlucht al verplaatst naar de dag vóór het aflopen van mijn visum. Ik vreesde dat we dat zelfs niet zouden redden. Het leek op 30 jaar geleden toen 3 weken lang de boot over dezelfde Congo ‘demain’ vertrok. Uiteindelijk kwamen we de dag voor het aflopen van het (toen nog) Zaïrese visum aan de Tanzaniaanse grens terecht.

Toen de Primus 1 op 18 oktober eindelijk uit Kisangani in Kinshasa terugkwam, werd hij meteen aan de ketting gelegd. Er moest nog achterstallige belasting betaald worden en Heineken moest een matroos nog uitbetalen. Bovendien voldeed een duwbak niet aan de normen van de havenautoriteit. Dit is de periode dat er geld binnengehaald moet worden in Congo want na verkiezingen hebben de ambtenaren van de belasting, rechtbank of veiligheidsdienst misschien niet meer zo’n lucratieve baan.

Roland doet zijn best, dat zie ik wel, maar de werkelijkheid is hier erger dan stroop. Niks gaat gemakkelijk vooruit, alles loopt vast in stroperige procedures, administraties of juridische kwesties. De havenautoriteit weet dat de boot wil vertrekken. Iedere dag in de haven kost immers geld. Dat geeft hen macht en zo slaan ze er een slaatje (wat? Een hele salade!) uit.

12 November waren de 3 duwbakken geladen. ’s Middags belde Roland. Heineken had de kratjes die ingeladen waren, nodig. De trein met containers met bier voor Heineken-Bralima was gestrand. Er moesten vrachtwagens die 2 containers in Matadi gaan ophalen. Maar … omdat ze hier op de brouwerij  geen voorraad meer hebben, komen ze 2 containers van de nu eindelijk klaarliggende boot halen … die daardoor voorlopig niet kan vertrekken. Enorm balen! Wat een groot avontuur moet worden, wordt zo meer het eeuwig wachten op een groot avontuur. De cruise op de Congo dreigt een kruis te worden.

Plannen in Congo, een contradictio in terminis. Aan de andere kant is het ongelooflijk wat sommigen (Congolezen als Kadima van het dierenpark en buitenlanders als Roland) hier toch tot stand brengen. Inmiddels hangt het er zelfs om of ik het aflopen van mijn visumperiode (17 dec.) haal. Heel vervelend want een verlopen visum doet vele harten hier sneller kloppen. En dan zijn er 23 december ook nog de verkiezingen en dat betekent dat je afgeraden wordt te reizen en zelfs dat de luchthaven gesloten is.

Wachten. Het voelt als verloren tijd, maar wat is dat eigenlijk? Ik weet niet hoe oud ik word, dus ik kan er niet vanuit gaan dat ik minder tijd in mijn leven overhoud. Misschien moet ik meer als een Congolees leren denken: over tijd hoef je je nooit druk te maken, net als zuurstof is het er altijd volop. Ik ga het proberen maar ik vrees dat 67 jaar opgroeien met ‘tijd is geld’, ‘op tijd komen’, ‘afspraken nakomen’, ‘geen tijd verliezen’ en ‘ledigheid is des duivels oorkussen’ het moeilijk maakt.

Ik staar naar de overkant van de straat. De jongen die onder een parasolletje beltegoed verkoopt, heeft zo’n 10 klanten per dag. Daar verdient hij misschien 5 $ mee, in ieder geval genoeg om te eten. De wacht naast hem moet zijn stoel verschuiven om in de schaduw te blijven. Hij laat af en toe een auto door en houdt dan het verkeer tegen. Daarvoor ontvangt hij een kleinigheidje van de chauffeur. Voor de rest zit hij stil. De kapper heeft het meest te doen. Om het uur knipt of scheert hij wel iemand. Maar al met al zitten ze alle drie vooral stil voor zich uit te kijken, de hele dag, in alle rust. Nu ik nog.

 

 

Onlangs bracht het WWF een schokkend rapport over onze levende planeet uit. We zijn in een nieuw tijdperk beland, het antropogeen. Voor het eerst is er van de miljoenen soorten microben, planten en dieren maar één die de ontwikkelingen bepaalt: wij, de mens. En we houden daarbij nauwelijks rekening met het gegeven dat alle leven onderling verbonden is, dat alles ecologisch in evenwicht moet zijn.

Vrijwel alles wat we dagelijks gebruiken, komt uit dat netwerk van levende wezens, het ecosysteem ofwel de natuur. Zuurstof, voedsel, brandstof, geneesmiddelen, schoon water, schone lucht, landbouwgrond. De natuur dient ook als voorbeeld voor innovaties. Deze ‘diensten’ van de natuur worden jaarlijks op zo’n 125.000 miljard dollar geschat, ruim 100 biljoen euro dus. De moeite waard om te beschermen, zou je zeggen.

De studie volgde zo’n 17.000 populaties van zo’n 4000 soorten en kwam tot de verbijsterende conclusie dat het aantal wilde gewervelde dieren sinds 1970 met 60% gedaald is. De teruggang is het ernstigst in Zuid-Amerika (89%). In Afrika valt het nog mee (48%) maar daar is wel de bevolkingsgroei de komende decennia het grootst.

De biodiversiteit op aarde loopt ook terug. Op dit moment is het gewicht van alle mensen (één enkele soort) op aarde ruwweg 300 miljoen ton, van alle huisdieren (een paar soorten) 700 miljoen ton en dat van de wilde gewervelde dieren (heel veel verschillende soorten) slechts 100 miljoen ton.

De voornaamste oorzaak van het verdwijnen van de natuur is de ontbossing voor de uitbreiding van landbouw- en veeteeltgrond, verstedelijking, mijnbouw en aanleg van infrastructuur. Samengevat: menselijke overconsumptie, leidend tot onderconsumptie en de dreiging van uitsterven van de andere soorten (vaak op andere plekken) op aarde.

We hebben maar één aarde, dus we zullen haar moeten beschermen. Consuminderen is geen populaire boodschap. Hier in Afrika begint men net aan wat welvaart te ruiken, en dan zouden ze ‘onze’ problemen moeten oplossen. Nee, dank je. We zullen dus aan alternatieven moeten werken.

Hier in Kinshasa, Congo, wonen zo’n 12 miljoen mensen. De projectie voor het jaar 2100 is 80 miljoen (het is na Lagos dan de tweede stad van de wereld). Dagelijks zie ik onderweg naar het dierenpark de krakkemikkige vracht- en bestelwagens vol met makala, houtskool, rijden. In de wijde omtrek staat geen boom meer overeind in dit deel van Congo waar ooit het oerwoud woekerde. Er zal dus naar andere energiebronnen als gas of zon gezocht moeten worden.

Op de markten ligt volop levend en dood vlees van wilde dieren. Bush meat is een lekkernij voor de arme oerwoudbewoner en de welgestelde stadsmens. Je wordt er sterk van. En nog steeds worden jonge chimpansees te koop aangeboden (de moeder is daarvoor neergeschoten). Het ecosysteem met zijn grote biodiversiteit komt steeds meer in verval.

En dat terwijl de Democratische Republiek Congo een van de weinige biodiversiteitshotspots van de wereld is. Het Congobassin is na het Amazonewoud, het grootste aaneengesloten oerwoud ter wereld. Het is een belangrijke CO2-buffer en gaat zo klimaatverandering tegen. Er leven diersoorten die nergens anders ter wereld voorkomen zoals de okapi en onze naaste verwant, de bonobo. Maar beide intussen zijn ernstig bedreigd.

Om het tij te keren heeft ondernemer André Kadima besloten om zijn dierenpark een educatieve functie te geven. Ik werk nauw met hem samen. We hebben onlangs een kleine subsidie van de Belgische biodiversiteitsorganisatie CEBoiS gekregen. Daarvan betalen we de trainer die de lessen op school geeft, het busvervoer naar het park (op 60 km), een lunchpakket en het door mij gemaakte didactisch materiaal.

Er zitten zo’n 60-100 kinderen in de klas, vaak met zijn vieren in een schoolbankje. Als de trainer een vraag stelt, steken ze allemaal een vinger op, knippen met de vingers, roepen en lopen naar voren. Iedereen wil het antwoord geven. Alleen bij het onderwerp evolutie ontstaat verwarring. Onze trainer slaagt er niet in een scherpe scheiding aan te brengen tussen biologie en godsdienst. “Het leven is ontstaan uit kleine cellen .. die God geschapen heeft”. Dat eerste is van mij, dat tweede van hem, een compromis dus. “Wij zijn uit de aap ontstaan (klopt niet, we hebben gemeenschappelijke voorouders, maar ja) maar God heeft ons hersenen gegeven.”

Ook verder liep het af en toe niet goed. “Welke dieren leven in het woud?” “Leeuw, aap, pygmee, slang, zebra, olifant”. “Wat eten dieren?” “Carnivoren eten andere dieren, herbivoren eten planten en insectivoren insecten.” En ‘homnivoren eten …’, schreef hij op het bord. Menseneters (homme is mens)?

Dezelfde leerlingen bezochten een week later het dierenpark. Hier leven de dieren in een semi-natuurlijke omgeving (zoals in een safaripark als de Beekse Bergen). De leerlingen raakten al enthousiast bij het zien van het eerste dier … een koe. Dit bevestigt wat we al dachten: de meeste kinderen in Kinshasa hebben nog nooit een groot dier gezien, laat staan een wild dier. Daarom is het beschermen van de natuur ook (letterlijk) een ver-van-mijn-bed-show. Met onze onderwijsactiviteiten hopen we een klein steentje bij te dragen aan het behoud van de natuur en biodiversiteit in Congo.

Joseph Kabila werd in 2001 als president aangewezen toen zijn (waarschijnlijk stief-)vader Laurent vermoord werd. Hij was nog jong en had weinig opleiding en ervaring. In 2006 werd hij als president verkozen. Het westen steunde hem omdat ze op die manier een stabiel land dachten te creëren. In 2011 kreeg hij minder stemmen dan Etienne Tshisekedi (ook vader van) maar hij won door grootschalige fraude. Het westen deed nu niets. In 2016 zou hij verkiezingen hebben moeten organiseren maar die wist hij twee keer een jaar uit te stellen. Dit ging met onlusten gepaard. De regering, onder leiding van de minister van Binnenlandse Zaken Shadary, sloeg die bloedig neer. België en de VS protesteerden, Frankrijk en de EU hielden zich stil. Kabila is inmiddels een van de rijkste mannen in Afrika geworden (en hij wil dat graag zo houden).

De oppositie had eindelijk een eenheidskandidaat voor de verkiezingen gevonden. Belangrijk, want er is maar één verkiezingsronde en dan moet je stevig staan tegenover Shadary, de zwaar gesubsidieerde kandidaat van het regime. Het is Martin Fayulu, van de kleinste oppositiepartij Engagement pour la citoyenneté et le développement (ECIDE). Later lees ik dat hij bij de eindstemming in Geneve door de andere 6 kandidaten (die allemaal zichzelf als eerste en hun tegenstanders helemaal niet noemden) vaak als tweede gekozen werd.

Nog geen 24 u later heeft kansrijke oppositiekandidaat Félix Tshisekedi zijn handtekening onder het akkoord over de eenheidskandidaat alweer teruggetrokken. ‘n Gelukje voor Kabila en zijn kroonprins Shadary, want nu vecht de oppositie onder elkaar en gaat natuurlijk de derde hond er met het bot (wat? Een heel skelet!) vandoor. Ook Kamerhe heeft zich uit het akkoord teruggetrokken. Hij sloot met Tshisekedi een verbond, en aldus is dit duo ineens weer erg kansrijk. Al met al doet het de geloofwaardigheid van de Congolese leiders geen goed natuurlijk. Uiteindelijk draait het steeds om macht en geld.

De stichting Kofi Annan die de onderhandelingen in Geneve leidde, maakte bekend dat de oppositieleiders een akkoord ondertekend hadden waarin stond dat ze zich verplicht uit de politiek terugtrekken als ze zich niet aan het akkoord houden. Daar lijkt het dus niet op.

De kranten zeggen dat lichtgewicht Fayulu door de verbannen zwaargewichten Katumbi en Bemba als pion gebruikt wordt om de verkiezingen te boycotten (zodat zij later wel mee kunnen doen). Vandaar het in stand houden van de eis dat de stemmachine verdwijnt. En dat Tshisekedi en Kamerhe wel erg vaak rond Kabila gezien worden en dus meer het belang van het regime zouden dienen. Vandaar dat zij binnenkort verkiezingen willen, met of zonder stemmachine. Kabila lacht in zijn vuistje omdat hij altijd wint: geen verkiezingen (na al twee jaar uitstel) of een kandidaat die hij in zijn macht heeft. Machtspelletjes op hoog niveau.

Fayulu wordt door het regime geboycot. Overal waar hij campagne wil voeren, worden hij en zijn entourage tegengehouden door politie en militairen. ‘Voor de veiligheid’. Tshisekedi mag campagne voeren. Bij de bijeenkomsten van de oppositie zijn al verschillende doden door politiekogels gevallen.

Een week geleden brak er brand uit in de opslagplaats voor de verkiezingsspullen in Kinshasa. Er zouden o.a. 8000 stemmachines verbrand zijn. Op de filmbeelden waren wel verbrande motoren te zien maar geen verbrande machines. De houten pallets waar ze op gestaan hadden, zag je wel … zonder brandsporen. Uiteraard voedt dit de geruchten dat er straks vanaf deze spookmachines vele stemmen op Kabila’s kandidaat zullen komen.

Inmiddels is het Kerst en zouden de verkiezingen al voorbij moeten zijn. De brand is als smoes gebruikt om ze tot aanstaande zondag uit te stellen. Campagne mag niet meer gevoerd worden en de verkiezingsaffiches moeten uit de stad verwijderd worden. Wel mag Kabila en zijn opvolger de hele dag op tv lintjes knippen en toespraakjes houden. De spanning stijgt.

 

Vrijdag reden in onze straat tanks, pantserwagens en open vrachtwagens vol politie en militairen. Ze waren met boomtakken bedekt (geen handige camouflage in een stad zonder groen, zou ik zeggen). Ze kwamen van de demonstratie van de oppositie tegen het gebruik van de stemmachine bij de verkiezingen. In Kinshasa was de manifestatie toegestaan, er waren duizenden betogers en geen enkel incident. In andere steden was de manifestatie verboden en/of waren er enkele incidenten (geen doden dit keer).

Voorheen werden de manifestanten met traangas en kogels weggevaagd. Nu had de gemeente besloten dat het Malieveld van Kinshasa volgestort werd met zand en vuilnis en dat het volledige openbaar vervoer ‘achterstallig onderhoud’ behoefde. Te voet en in overvolle taxi’s bereikten enkele tienduizenden demonstranten het veld.

De oppositieleiders – enkele bannelingen per videoverbinding – riepen tot eenheid op maar benoemden geen eenheidskandidaat uit hun midden. Er zijn weinig punten in het programma’s die overeen komen, behalve dan de haat tegen Kabila. Ook zijn de diverse ego’s te opgeblazen om de eer (en de verwachte inkomsten) aan een ander te laten. Wel gaan ze allemaal voor de verkiezingen in december mits de stemmachine afgeschaft wordt en de 10 miljoen nepkiezers van de lijsten verwijderd worden. Alleen dan zullen de verkiezingen eerlijk en transparant zijn.

Zaterdag hield het regime haar manifestatie. Ineens reed het openbaar vervoer weer … en wel gratis, althans als je naar het grote stadion wilde waar de manifestatie plaatsvond. Er zouden in en om het stadion 180.000 fans gekomen zijn. Terwijl, volgens dezelfde politiebronnen, er de dag ervoor maar 4.000 waren.

De politieke meerderheid stelde haar kandidaat en opvolger van president Kabila – Emmanuel Ramazani Shadary – aan het publiek voor. De man staat op de zwarte lijst van de VS maar dat is eerder een aanbeveling hier. Het publiek reageerde enthousiast. Dat kan spontaan zijn, ofwel op gang gebracht door de beloofde bedrag van 10 dollar per deelnemer. Daar werd overigens maar 1,5 dollar van uitgekeerd. Ook kunnen de massaal aanwezige politiemacht en veiligheidsdiensten de stemming beïnvloed hebben.

Het onderzoeks- en adviesbureau BERCI en de Congo Research Group (Universiteit van New York) kwam intussen met een nieuwe opiniepeiling met betrekking tot de presidentsverkiezingen. De uitgesloten oppositieleiders Katumbi en Bemba blijven populair. Van degenen die wel mee mogen doen, krijgt Tshisekedi 36% en Kamerhe 17%. Shadary krijgt maar 16%.

Maar Kabila en Shadary hebben geld genoeg om toch de verkiezingen te winnen, zelfs legaal. Het staatsbudget is 5 miljard dollar maar er verdwijnt ieder jaar 15 miljard dollar. Deels naar het buitenland, deels naar het regime. Met dit geld worden de zieltjes gewonnen. Een straatarme Congolees kan van 1,5 dollar een dag leven.

Waar blijft het geld zoal dat niet in de schatkist komt? Deze week werd in Nairobi 4,6 ton Congolees goud in beslag genomen. Het was illegaal de grens overgebracht en zou door de smokkelaar als ‘Keniaans goud’ verkocht worden. Het was zo’n 138 miljoen dollar waard. Een paar dagen later viel een vrachtwagen van de UN-vredesmacht om. Hij bleek vol illegaal coltan te zitten.

De ellende in het land neemt toe. In het oosten, waar het goud en de coltan vandaan komen, leven 15 miljoen mensen met honger. Oudere vrouwen en kinderen zijn het grootste slachtoffer van de conflicten daar. Mannen lopen over naar de milities om te eten te hebben. Jonge vrouwen gaan om dezelfde reden in de prostitutie. Ook de ebola-epidemie stopt maar niet. Er zijn nu al 170 doden gevallen. En in de zuidelijke provincie Kasai stromen uitgezette vluchtelingen uit Angola binnen. Geld voor de opvang is er niet.

Genoeg geklaagd over het regime want Kabila doet ook goede dingen. Vorige week verbrandde hij in het openbaar 1 ton slagtanden van bosolifanten en 1 ton schubben van schubdieren. Hij deed dit in de oude dierentuin van mijn ‘baas’ Kadima. Daarna liet hij 5 gevangengenomen parkieten los. In totaal heeft de ICCN (Nationaal Natuurbehoudsinstituut) al 15 ton ivoor in beslag genomen, een fractie van wat jaarlijks gestroopt wordt. Hopelijk draagt ons onderwijsproject een klein steentje bij aan het behoud van de natuur in Congo.