De verstopping van de afvoer is ontdekt. Bij de buren. Een deel van de afvoer loopt buiten ons huis over hun erf. De loodgieter en de wacht gingen poolshoogte nemen maar werden weggejaagd door de buurvrouw. De loodgieter kon nog net zien dat de pijp afgesloten en gesloopt was. Ik reageerde geschokt. “Tja, zo zijn wij Congolezen” verzuchtte hij. Hij gaat met onze verhuurster een oplossing zoeken. Dat betekent sowieso moeizaam koken, veel breekwerk en lelijke buizen in huis. En misschien moeten we dat nog zelf betalen ook.

Een paar dagen later komt ingenieur langs om te kijken waar de nieuwe afvoer kan komen. Dat lijkt nog niet gemakkelijk te worden. Wel heeft hij de buren een ‘petit rien’ gegeven en mag ons afwaswater voorlopig weer via hun erf weglopen. Ik heb de overtuiging dat de buren de zaak afgesloten hebben, juist om zo’n ‘petit rien’ te krijgen. Alles, maar dan ook alles draait hier om geld. Ook dat is een facet van grote armoede.

Uit de Global Hunger Index 2017 blijkt dat er in Congo veel ondervoeding is. 1 op de 10 kinderen sterft voor zijn vijfde jaar en 40% van de kinderen heeft een groeiachterstand. Het onderwijs is officieel gratis maar de ouders betalen het in de praktijk zelf omdat de overheid noch leraren noch materialen bekostigt.

Desondanks wordt er jaarlijks voor ongeveer 10 miljard dollar aan coltan, kobalt en koper aan de Congolese bodem onttrokken om onze apparaatjes goed te laten werken. “In den beginne had God een mand vol met geschenken. Hij deelde die aan alle landen uit. Toen Hij op het eind in Congo kwam, was Hij doodmoe en zei: Hier, de rest is voor jullie.” Zo gaat de legende hier. Dit is wat Congo tot een geologisch schandaal maakt.

Toen de wereld rubber nodig had voor de banden van de net uitgevonden auto, liet koning Leopold II de Congolezen rubber tappen tot ze er dood bij neervielen (of hun handen afgehakt werden als ze niet genoeg tapten). Toen elektriciteit opkwam, was koper nodig. Het Belgische UMHK zorgde daarvoor. Op het eind van de Tweede Wereldoorlog was uranium nodig voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki , Congo leverde het. Daarna goud en diamant voor de nieuwe industrieën en de nieuwe elite in de westerse wereld. En tegenwoordig coltan en kobalt voor onze digitale apparaten, het overgrote deel komt uit Congo.

Zodoende voedt het land de rest van de wereld met mineralen zodat de rest van de wereld steeds welvarender wordt. Zodoende voedt de rijkdom aan grondstoffen de voortdurende conflicten in Congo. Zodoende heeft geen enkele belanghebbende, ondernemer of politicus, zin in een machtswisseling. Zodoende is er steeds maar één slachtoffer: de gewone hardwerkende Congolees.

Waar de inkomsten uit deze bodemschatten blijven, is duidelijk: bij Kabila en zijn familie. Ze bezitten 80 bedrijven en mijnconcessies in Congo. Kabila bezit 70.000 ha landbouwgrond en diamantlicenties voor een strook van 700 km langs de grens met Angola. Dat levert hem tientallen miljoenen dollars per jaar op. Belastingvrij want de bedrijven staan geregistreerd in Panama, Maagdeneilanden en Luxemburg. (De cijfers komen van de Congo Research Group).

Geen wonder dat de president, intussen bijna een vol jaar illegaal aan de macht, geen enthousiasme opbrengt om nieuwe verkiezingen te organiseren. Geen wonder dat de kiescommissie en het gepaaide deel van de oppositie hem daarin steunen. Zij genieten ongetwijfeld van een flink ‘petit rien’: een ‘grand rien’ ofwel een ‘petit beaucoup’ dus. Ik vermoed zelfs een ‘grand beaucoup’.

Het gevolg van deze politieke impasse is dat steeds minder geld vanuit het buitenland binnenkomt. Steun van internationale organisaties als UNICEF en van landen als België neemt af. Onderwijs en gezondheidszorg zijn alleen nog maar toegankelijk voor degenen met wat geld. Honger en kindersterfte zullen verder toenemen. Voor de meest kwetsbaren is er dus zelfs geen ‘petit rien’.

Van de Nederlandse kant is ook niet veel hoop te verwachten. Het verse regeerakkoord levert zo ongeveer iedereen in Nederland een ‘petit rien’ op maar over de grens valt dat tegen. Veel geld van Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om de immigratie van kwetsbare mensen naar ons welvarende land te stoppen. Marc Broere noemt het toekomstige ministerie in de Vice Versa dan ook het ‘Ministerie van Immigratiebeperking’. Bert Wagendorp noemt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Volkskrant ‘het Ministerie van Binnenlandse Zaken met buitenland in de portefeuille’. We raken steeds meer naar binnen gekeerd.

 

 

Advertisements

De bekende oorlogsfilm Apocalypse Now is gebaseerd op het boek Heart of Darkness van Joseph Conrad. In dat boek gaat de verwilderde ivoorhandelaar Mr Kurtz zijn ondergang in Congo tegemoet, net als Mr Kurtz (Marlon Brando) in de wouden van Cambodja. ‘The horror … the horror!’ Het begint hier in Congo weer op een apocalyptisch tijdperk te lijken, net als in de laatste dagen van Mobutu,  waar iedereen nog snel graait nu het nog kan. Iedereen pikt een graantje mee. Aan de top hele silo’s, aan de bodem alleen het kaf.

“Op dit moment is Congo geen staat, maar een systeem van persoonlijke verrijking” zei de Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking, De Croo, in een interview op de Belgische tv. Hij heeft gelijk. Op alle niveaus zie je dat alles erop gericht is om wat francs of dollars achter te houden. Van baas Kabila en zijn miljarden tot het dagelijks gesjoemel aan de basis.

Op het hoge niveau is er momenteel het schandaal van de paspoorten. Iedere Congolees die naar het buitenland wil, moest een nieuw, semi-biometrisch paspoort kopen. 250 USD. De elite heeft dat er wel voor over om te kunnen winkelen in Brussel en Parijs. Maar het paspoort is intussen afgekeurd en nu moet iedereen een nieuw, geheel biometrisch, aanschaffen. 185 USD, waarvan – beweert men – 60 USD rechtstreeks naar Kabila gaat. Dat geeft onvrede onder de elite. “We hebben een onrechtmatige president die zegt dat hij niet kan worden vervangen, maar hij wil wel dat we al onze rechtmatige paspoorten vervangen.”

Wijzelf worden meer met het lagere niveau geconfronteerd. Op het vliegveld van Kinshasa en Kisangani werd voortdurend om ‘een frisdrankje’ gebedeld. Ik lachte en vroeg hun naam. Tot mijn verrassing gaven ze die. Blijkbaar is er geen angst dat ik hun corruptie aangeef. Toch zegt premier Bruno Tshibala, voor veel geld losgezongen van de oppositie, de fraude en corruptie in zijn land te willen aanpakken.

Nadat ik vorige week de prijs van de reparatie van de bruikleenfiets van Monique van 50 naar 10 dollar gekregen had – zeker tweemaal zo duur als bij ons – begonnen gisteren de onderhandelingen opnieuw. Niet met de fietsmaker maar met een tussenpersoon. Uiteindelijk betaalde ik niets extra.

Bij het betalen van de rekening van het water van deze maand werd een slechte koers berekend en ik zag de juffrouw 2 biljetten van 500 (nog geen euro) in haar jurk moffelen. Bij het betalen van de (meestal afwezige) elektriciteit vroegen de opgemaakte dames of ik parfum uit Nederland meegebracht had. Buiten stond een politieagent te wachten. “Ik heb je fiets bewaakt.” “Dank je, maar gelukkig stond ie op slot.” “Je weet maar nooit.”. “Inderdaad.” “Met een fiets heb je weinig onkosten, hè?” “Ja, en beter voor je conditie en het milieu”. “Dan kun je mij wel wat extra’s betalen.” ……. Bij de supermarkt was geen wisselgeld. “Geef maar wat anders voor dat bedrag.” Dat had ze nog nooit gehoord, zo keek ze me aan. Ik kreeg een zakje snoep.

Bij ons in de wijk hangt aan een kant een koordje over het modderpad waar een militair de wacht houdt. Normaal vermijd ik dat maar het is een kortere route naar huis en ik wilde zien of deze barrière er nog steeds was. Inderdaad, maar geen militair te bekennen. Ik glipte dus onder het touw door. Fout natuurlijk want meteen kwam de militair met het geweer in de aanslag. Of ik niet wist ….. Dat wel, maar ik zag hem niet en had haast …. Ik draaide vlug om om mijn andere route te nemen. Hij pakte echter mijn fiets vast en begon om sigaretten, koffie en zo te zeuren. We stonden naast een broodstalletje en ik bood een broodje aan (0,50 €). Dat weigerde hij en ik ging er snel vandoor.

Bij Kadima kwam dinsdag een dierenhandelaar langs. Hij had een kistje bij zich met een stekelvarken. Het kistje leek me wat klein maar er bleek inderdaad een jong stekelbiggetje in te zitten. Het kistje was flink dichtgetimmerd en in ijzerdraad gewikkeld zodat we het arme dier nauwelijks te zien kregen. Stekelvarkens zijn nachtdieren, dus voor het publiek is er niets aan. Hij kon ook nog voor duikertjes, antilopen, mangoesten, papegaaien (bedreigd en dus verboden om in te handelen), palmgieren, toerako’s, en arenden zorgen. Alles op bestelling.

Ik was niet enthousiast. Ik vind het belangrijk dat er inheemse dieren te zien zijn in ons dierenpark, maar ik weet ook hoe meer je van dit soort handelaren koopt hoe meer er gejaagd gaat worden. De vraag schept het aanbod. Ik vroeg de handelaar waarom hij geen dieren fokte in plaats van te jagen. Dan kon hij meer verdienen en verdwenen de dieren niet uit het woud. Hij begreep de vraag niet. Ik hield dan ook geen rekening met het feit dat Congolezen nu, vandaag, te eten willen en niet over een paar maanden of zelfs jaren. Dat bleek ook uit het feit dat Kadima hem drie jaar geleden 100 USD gegeven had voor een antilope. Nooit geleverd. “Ik wil nu mijn 100 USD terug.” Hij grijnsde schuldig: “opgegeten” (het geld, niet de antilope) en vroeg 5 USD voor een taxi terug.

Aan de onderkant van de maatschappij (en die is groot) kan ik dit voortdurend belazeren, oplichten en graaien begrijpen. Er zijn geen sociale vangnetten naast de familiebanden. Article 15: On se débrouille, je moet jezelf zien te redden. Lukt dat niet, dan lijd je honger. Aan de bovenkant heb ik er moeite mee. Daar verrijkt men zich schaamteloos, ten koste van de armen en geeft hen ook nog eens het slechte voorbeeld. Ik vraag me af wanneer de Apocalyps hier komt, wanneer het door en door verrotte systeem instort. Het zal niet lang meer duren.

En dan heeft vanochtend de Nationale Kiescommissie bekend gemaakt dat de verkiezingen niet vóór half 2019 plaats kunnen vinden. Eigenlijk zouden ze eind 2016 zijn maar het oudjaarsakkoord gaf uitstel tot eind 2017. Dat betekent dat het corrupte regime van Kabila nog jaren aanblijft en er vanaf vandaag onrust en erger op straat te verwachten is.

 

Het dierenleven in ons huis in Kinshasa bloeit. De biodiversiteit is van een hogere orde dan in het ernstig bedreigde Congolese oerwoud. Bij het licht van de zaklamp zag ik mijn eerste avond in Kinshasa al ratten, muggen en kakkerlakken.

Ik heb voor kakkerlakken veel respect. Al 200 miljoen jaar weten zij in zeer wisselende omstandigheden te overleven. Zonder enige aanpassing. Wij doen dit pas 1 miljoen jaar, met de nodige aanpassingen. Het is ondenkbaar dat eerstgenoemde soort door de laatste uitgeroeid wordt. De kakkerlakken zullen ons met honderden miljoenen jaren overleven.

De ratten krijg ik wel weg. Toen ik lang geleden op de universiteit gedragsonderzoek met ratten deed, ontsnapten ze weleens. Ze hielden zich tussen plafond en bovenvloer op. ´s Nachts kwamen ze naar beneden om het precies afgepaste voer van hun gekooide soortgenoten te stelen. Ratten zijn slim en laten zich niet zomaar vangen. Op de vaste routes die ze namen, zette ik vallen op (zoals een plastic afvalbak met gladde wanden met water erin). Met succes.

Voor de muggen heb ik wat Nederlandse bestrijdingsmethoden meegebracht. Elektrocuterende lampjes, ioniserende straling en ultrasone boxjes. Maar de Congolese muggen begrijpen dit systeem nog niet zo goed en blijven zoemen en steken.

Voor een wat wetenschappelijkere benadering van biodiversiteit ging ik namens dierenparkeigenaar Kadima naar een seminar in Kisangani. Het werd georganiseerd door het CSB, het Congolese Centrum voor de Bewaking van de Biodiversiteit, van de universiteit hier, en het Belgische CEBioS, het capaciteitsopbouw-programma van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen (die ook het erg mooie museum hebben).

Kisangani, de mythische stad in het ondoordringbare regenwoud. Het oude Stanleystad, de twee na grootste stad van het land. De stad van slavenhandelaar Tippu Tip en van de rubberkoorts. De stad van Bocht in de rivier van VS Naipaul en de stad die decennia lang belegerd en bezet is door rebellen- en huurlingenlegers. Vanuit het hotel maakte ik een wandelingetje. Buiten was het broeieriger dan in Kinshasa. Opvallend veel fietsen op straat, ook fietstaxi’s. De wegen zijn modderig. De gebouwen zijn erg vervallen. Veel vergane glorie.

Op het seminar waren zo’n 100 deelnemers in totaal: wetenschappers, NGOs en overheidsinstituties. Soms werd de groep gesplitst. In het begin toespraakjes van het Ministerie van Milieu, ICCN (het nationale natuurbehoudsinstituut) en gastheer CSB. Plots geschreeuw buiten. Studenten met spandoeken liepen langs en schreeuwden leuzen. Ze trokken struiken uit de grond, braken takken af en zwaaiden ermee (net zoals chimpansees doen om hun kracht te tonen). Enkele deelnemers pakten alvast hun laptops in. Weer even later vielen er stenen op het dak en vloog vlak achter mij een steen de zaal in. Ik sloot snel de deur naast mij. Ik zag later dat er glas in zat, dus zo veilig was dat niet. De directeur van CSB, prof. Dudu, is met de studenten gaan praten maar werd met stenen bekogeld. Hij raakte niet gewond.

De rust op de universiteit keerde na een tijdje terug en de toespraakjes werden vervolgd. Rond 13 u gingen we lunchen. Ik sloot eerst mijn laptop op de beamer aan om mijn dia’s uit te testen. Er klonken schoten buiten en de anderen kwamen terug binnen. De politie had traangas op de studenten geschoten en de passage naar de kantine was geblokkeerd.

Na een halfuur waren de dampen opgetrokken en konden we in de kantine eten. De studenten eisten dat hun herexamens afgenomen werden zodat ze naar het volgend jaar door konden gaan. Maar de professoren staakten. Hun salaris is in geen jaren verhoogd en geenszins aangepast aan de gedevalueerde franc. De demonstranten werden woedend toen ze enkele stakende professoren bij ons – ‘goed betaald’ – zagen werken. Nadat de politie de boel schoongeveegd had, hoorden we dat de actie zich in de stad voortzette.

Mijn presentatie over het dierenpark werd gewaardeerd. Ik zei dat het particulier initiatief van Kadima de leemte vult tussen wat de overheid en de NGOs doen. En tevens de leemte tussen de verwaarloosde dierentuinen en de ontoegankelijke wildparken in het land. Met zo’n 4 miljoen kinderen onder de 15 jaar in Kinshasa is het een mooie kans om de jeugd bewust te maken van het gevaar van de aantasting van de biodiversiteit in het land. Congo heeft unieke diersoorten, die in het wild dreigen te verdwijnen: bonobo’s, berggorilla’s, okapi’s en de uiterst zeldzame Congopauw.

Na afloop waren er positieve opmerkingen maar ook kritische vragen. Later in de middag mocht ik in een panel aanschuiven en ook daar waren kritische vragen. Het kwam veelal neer op (het gebrek aan) samenwerking met de overheid, de semantische kwestie of een dier in een park nog een ‘wild’ dier is en hoe kunstmatig een ‘semi-natuurlijk’ dierenverblijf is, het perspectief van een wild dier zien op korte (verkoop, eten) en lange (bescherming, inkomsten uit toerisme) termijn, en waarom niet slechts dieren uit Congo tonen?

De tweede dag gaf CEBioS een workshop over het Protocol van Nagoya. Dit is een internationale afspraak over de zeggenschap van landen over hun (genetische) natuurlijke hulpbronnen. Landen verplichten zich onderling tot een gemeenschappelijk akkoord als biologisch materiaal (dood of levend) uitgewisseld wordt. De ondertekenende landen, w.o. Congo, verplichten zich om maatregelen te nemen om het protocol na te leven. CEBioS helpt deze week met het ontwikkelen en toepassen van de instrumenten hiervoor.

Een voorbeeld van biopiraterij is het ‘gebruiken’ van Congolees plantaardig materiaal om geneesmiddelen te ontwikkelen. Het land krijgt niks, de farmaceutische industrie verdient er miljarden mee. CEBioS heeft het voor hun eigen activiteiten opgelost door alle biologische materiaal te ‘lenen’. Congo blijft eigenaar, heeft zeggenschap, en werkt mee aan het onderzoek van/met het materiaal.

Terug thuis was de biodiversiteit aangetast: de ratten gevangen en de kakkerlakken verstopten zich. De muggen zijn sterk verminderd sinds Monique het apparaatje met ultrasoon geluid, ioniserende straling en elektrocuterend licht uitgeschakeld had.

 

 

 

In Nederland draait momenteel Félicité, de winnaar van de Zilveren Beer in Berlijn. De film gaat over een vrijgevochten en trotse Congolese. Om de kosten van de operatie voor haar zoon te betalen, zingt ze in een rauwe bar in Kinshasa. Ze wordt begeleid door de Kasai Allstars.

De Kasai is een streek in het zuiden van Congo en bestond tot voor kort uit 2 provincies: Oost- en West-Kasai. Inmiddels is het totale aantal provincies vergroot tot 26 en bestaat de Kasai uit 5 provincies. Tot voor kort werd er veel diamant gedolven. Nu zijn de mijnen uitgeput en er is niets anders voor in de plaats gekomen. De landbouw is verwaarloosd.

De mensen in de Kasai zijn arm. Ze zijn niet zo bezig met de politieke verwikkelingen. Vandaag te eten hebben, daar gaat het om. En morgen weer een huis hebben om in te wonen, als het vorige huis vernield is door de rebellen of de soldaten. En op langere termijn graag functionerende scholen voor de kinderen en gezondheidsposten voor de zieken.

Hun bescheiden wensen worden bemoeilijkt door de militairen, althans mensen in militaire uniformen. Zij hebben wapens en vallen de bevolking lastig. Ze willen geld. Boeren en handelaren verliezen zo hun karige winsten. In menige gevangenis in het hele land zijn gevangenen ontsnapt. Of heeft de overheid hen laten ontsnappen om de chaos te vergroten, zoals in Congo beweerd wordt. Er zijn militaire uniformen en wapens gestolen, dat is zeker.

De grote politiek interesseert de mensen hier niet. President Kabila zou eind 2016 af hebben moeten treden. Met een akkoord van de bisschoppen en de oppositie wist hij dat tot eind dit jaar te rekken. Maar dan moeten er snel verkiezingen komen, en daar lijkt het niet op. In de onrustige Kasai zijn de kiezers nog niet geregistreerd. Houdt Kabila het conflict in de Kasai en in de andere provincies in stand om de verkiezingen uit te stellen, of om de noodtoestand uit te kunnen roepen en als sterke man de macht te kunnen grijpen? We weten het niet, al doen er natuurlijk allerlei complottheorieën de ronde.

Het conflict in de Kasai wordt door Oxfam een Assepoester-crisis genoemd omdat het onbekend is in de rest van wereld. Het werd veroorzaakt door de lokale overheid die na de dood van een stamhoofd een regeringsgezinde opvolger wilde. De door de bevolking voorgedragen traditionele chef (Kamwina Nsapu) werd vermoord. De protesten, vooral van jongeren die hier überhaupt weinig perspectief in het leven hebben, liepen uit de hand door het zeer gewelddadige optreden van het leger. In totaal vielen er zo’n 3000 doden en zijn er tientallen massagraven ontdekt. De internationale gemeenschap raakte betrokken toen 2 VN-medewerkers onthoofd werden.

Er zijn inmiddels meer dan een miljoen mensen op de vlucht geslagen, naar buurland Angola of de wouden in. Congo heeft het hoogste aantal binnenlandse vluchtelingen van Afrika. In afwachting van hulp, bouwen de verdreven families in veiliger gebieden hutjes van takken en stro. Nieuw aangekomen vluchtelingen worden in deze hutjes of in de schoolgebouwtjes onderdak aangeboden.

In de Kasai wonen veel Baluba, van oudsher in de oppositie tegen de gevestigde macht in Kinshasa. In het hele land vinden demonstraties en stakingen (‘villes mortes’, dode steden) plaats. Vaak worden die met veel politiegeweld uit elkaar geslagen. Met in totaal tientallen doden tot gevolg. Hetgeen het verzet in de steden verhevigt.

Het verzet wordt verder aangewakkerd door de verslechterende economische omstandigheden. De Congolese franc is nog maar de helft waard vergeleken met een jaar geleden. Om die reden staken de artsen en onderwijzers. De benzine wordt schaars. En men weet hier goed hoe het regime van Kabila zich de laatste jaren verrijkt heeft. President Kabila heeft – volgens een analyse van het gerenommeerd persbureau Bloomberg – in 10 jaar al 15 miljard dollar vergaard.

Voor de Kasai worden in België fondswervingsacties gevoerd, oa door de Congolese diaspora en ontwikkelingsorganisatie Broederlijk Delen. Laatstgenoemde heeft – via haar Congolese partnerorganisaties – zaaigoed, keukengerei, zeildoeken en microkredieten beschikbaar gesteld. In Congo zelf is mijn vriend, dierenparkeigenaar André Kadima, druk met het inzamelen van de benodigde spullen: kleding, voedsel, zeep, medicijnen, keukengerei, meubels, speelgoed, en sport- en schoolmateriaal. Zijn stichting heeft al voor tienduizenden dollars aan goederen overgedragen aan de bisdommen waar de slachtoffers wonen.

Ik lees momenteel In the footsteps of Mr Kurtz van Michela Wrong. Mr Kurtz was de koloniale ivoorhandelaar in de roman Heart of Darkness van Joseph Conrad. Kurtz woonde aan de bovenloop van de Congorivier en had er zijn eigen wette- en normloze rijk gecreëerd. Het lag letterlijk aan het einde van de beschaving. Het eindigde in surreële chaos en kannibalisme: “The horror, the horror!”

In the footsteps of Mr Kurtz gaat over het einde van Zaïre (zoals Congo toen heette) in de laatste jaren van Mobutu. De tactiek van het omkopen van oppositie en het vastzetten (of om zeep brengen) van criticasters hielp niet meer. Officieel de Grote Leider naar de mond praten maar achter zijn rug je toekomst verzekeren. Galopperende inflatie. Alle niveaus doordrenkt met vriendjespolitiek. Pakken wat je pakken kan. Mobutu’s regime eindigde in complete corruptie, chaos, anarchie en absurditeit.

Hoe staat het huidige Congo ervoor? Een deel van de oppositie heeft zich dit jaar bij de regerende meerderheid aangesloten. Ik weet niet of daarvoor betaald is, maar de Congolezen lachen me uit als dat betwijfel. “Natuurlijk, en geen kleine bedragen ook”.

In de meeste steden zijn stakingen (‘ville morte’) en demonstraties voor de uitvoering van het Oudjaarsakkoord: verkiezingen vóór 1 januari 2018. De politie en militairen gebruiken excessief geweld bij de schermutselingen. Veel militanten worden opgepakt en vastgezet. Er zijn al tientallen doden gevallen. Inmiddels is de capaciteit van het internet ingeperkt. Het doel is dat de sociale media niet meer gebruikt kunnen worden om tot stakingen of manifestaties op te roepen, en dat de gewelddadigheden van het regime niet via foto’s of filmpjes geopenbaard kunnen worden.

In Kinshasa worden burgers lastig gevallen door geüniformeerde ‘politieagenten’. Zij troggelen je geld af. Als je niks geeft (of hebt) dreigen ze met geweld. Ze geven zich uit als agenten van Bureau 2, de veiligheidsdienst. In werkelijkheid zijn het bedriegers die de uniformen gestolen of gekocht hebben van onderbetaalde echte agenten.

In veel provincies heerst geweld: beide Kivu’s, beide Uélé’s, Oost-Kasai, Tanganyika. De VN vertrouwt het rapport over de dood van 2 medewerkers in de Kasai niet. Een Amerikaan en een Zweedse werden vermoord en onthoofd. De Congolezen zeggen dat het door de militiegroep van Kamuina Nsapu gedaan was. De VN zelf zocht uit dat ze in een hinderlaag gelokt waren door veiligheidstroepen.

In de Kasai zijn al zo´n 3000 Congolezen gedood en meer dan een miljoen uit hun huizen verdreven. Ik hoorde gisteren dat het geld dat in België opgehaald was voor de slachtoffers nooit aangekomen is. De bank bleek het om ‘veiligheidsredenen’ teruggestuurd te hebben. De bank is in handen van een neef van president Kabila en in de Kasai zit van oudsher veel oppositie.

Kabila gebruikt (of creëert) de chaos waarschijnlijk bewust als laatste redmiddel om aan de macht te blijven. Ook ditmaal weer om zogenaamde veiligheidsredenen kan hij zo de verkiezingen steeds verder opschorten en zich uiteindelijk als redder des vaderlands profileren. Maar anderzijds lijkt hij niet zeker van zijn zaak en reageert hij erg paranoïde op de gebeurtenissen. Er heerst er een fin-de-regime-sfeer binnen de regerende meerderheid. Daarom grijpt de kliek om hem heen hun laatste kans om zich verder te verrijken.

In ons huis hebben we geen water meer. Dat is door de Regideso (Regie des Eaux) afgesloten omdat we onze rekening niet betaald hebben. Die hebben wij niet betaald omdat onze meterstand ineens voor zo’n 500 dollar hoger stond in hun administratie. Vóór de vakantie heb ik driemaal meteropnemers langs gehad die vaststelden dat dat inderdaad onjuist was. Maar zo werkt het niet meer. Eerst betalen en dan protest indienen. Raad eens wat met dat protest gebeurt.

Een vriend vertelde dat zijn bedrijf een boete van de belastingdienst van 1 miljoen dollar kreeg voor een niet betaalde aanslag van 200 dollar. Na flink onderhandelen, wist hij het tot 4000 dollar omlaag te brengen. Maar die moet hij wel betalen, anders “komen we het halen”. Eerder dit jaar al had een investeringsbedrijf een vergelijkbare aanslag gehad. Die kon slechts met de hulp van een advocaat omlaag gebracht worden.

Het begint allemaal te lijken op de eindfase van Mr Kurtz en Mobutu. Het land is door en door verrot. Wanneer wordt de Democratische Republiek Congo nu eens democratisch?

“We geven al decennia hulp aan Afrika maar het levert niets op”. Dat hoor ik regelmatig als ik hier in Nederland over de situatie in Congo vertel. Maar is dat wel zo?

Omdat ik in Congo voor de PUM werk, kom ik in contact met Congolese ondernemers. Zij klagen dat er zo weinig door Nederlandse bedrijven geïnvesteerd wordt. In de jaren ’80 was dat anders. Toen gaf Nederland exportkredieten aan bedrijven, vooral in de scheepsbouw, textiel en telecommunicatie, om te investeren in het toenmalige Zaïre. Als de klant niet terug kon betalen, was het Nederlandse bedrijf verzekerd. De verzekering werd uit Nederlandse ontwikkelingshulpgelden betaald. In 2010 kreeg Congo een algemene schuldenkwijtschelding, ook uit ontwikkelingsgeld betaald. Nederlandse en Congolese bedrijven verdienden dus ten koste van ontwikkelingsgeld, ofwel: arme Congolezen financierden rijke Congolezen en Nederlanders.

Een van de grootste westerse bedrijven in het huidige Congo is Heineken. Het onderzoeksinstituut Global Financial Integrity schatte in 2013 dat tussen 2002 en 2011 400 miljoen dollar onterecht uit Congo gestroomd is. Met name door belastingontwijking van westerse bedrijven. Het IMF stelde dat in 2009 de Congolese overheid 155 miljoen dollar van de mijnbouwondernemingen ontving terwijl voor 4,2 miljard dollar aan delfstoffen geëxporteerd werd.

Het lijkt symptomatisch voor Congo. Eerder in de geschiedenis van het land, in de 18de en 19de eeuw, zijn 4 miljoen slaven vanuit het koninkrijk Congo afgevoerd. Dat waren er zoveel dat alle bevrijde en teruggekeerde slaven in Liberia de Congos heetten. Rubber werd in het begin van de 20ste eeuw onder koning Leopold II getapt om in autobanden voor de opkomende auto-industrie en de oorlogsvoertuigen in WW1 te voorzien. Als de Congolezen het streefgewicht niet haalden, werden hun handen afgehakt.

Onder het Belgisch bestuur daarna werd koper gedolven voor onze elektriciteitsdraden en munitie. De arbeiders werkten als lijfeigenen bij de grote mijnondernemingen als de Union Minière du Haut Katanga. In WW2 had Congo het uranium beschikbaar waarmee Hiroshima vernield werd. En nu dan vult het Congolese coltan onze ICT-apparaten. Congo bood ons door de eeuwen heen altijd precies wat we hoognodig hadden. En dat voor weinig geld.

Je geeft ze een vinger maar je krijgt een hele hand terug, lijkt het. Het rapport Honest Accounts 2017 berekende dat Afrikaanse landen in 2015 161 miljard dollar uit het westen ontvingen, terwijl er tegelijkertijd 203 miljard verdween. Als we de getallen ontleden, zien we dat bij de ontvangsten 19 miljard staan als ontwikkelingshulp, 33 miljard aan leningen aan de overheid, en 31 miljard aan privé overboekingen van landgenoten in het buitenland. De rest zijn vooral leningen en aandelen in het bedrijfsleven.

Aan de verlieskant staan 18 miljard aan rente en aflossingen door de overheid, 32 miljard aan afgedragen winsten aan transnationale ondernemingen, 68 miljard kapitaalvlucht (vooral belastingontwijking), 29 miljard aan illegale handel (hout, vis, delfstoffen) en de rest is een schatting van het bedrag dat Afrikanen kwijt zijn aan de door ons veroorzaakte klimaatsverandering.

We geven al decennia hulp aan Afrika, dat klopt, maar het levert vooral onszelf wat op. Moet de ontwikkelingshulp daarom niet verhoogd worden ter compensatie van de onttrokken rijkdom aan Afrika?!

“Het geweld in Congo is de schuld van de Congolezen zelf.” Dat hoor ik regelmatig als ik hier in Nederland over de situatie in Congo vertel. Maar is dat wel zo?

Het straatarme Congo is ondergronds erg rijk. De huidige waarde van de voorraad aan delfstoffen wordt geschat op een ongelooflijke 24 biljoen dollar. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om goud en diamant, beide niet alleen zeer in trek bij de rijken der aarde maar ook nodig voor bepaalde industriële processen.

Een ander veel voorkomend erts is coltan. Het is onmisbaar in de minieme condensatoren in smartphones, laptops, etc. Zonder coltan geen digitalisering. Zonder coltan geen modern en luxe leven. Zonder coltan geen winstgevende Apples en Microsofts. En in Oost-Congo is men zich daar zeer bewust van.

Rondom de mijnputten zijn hele stadjes ontstaan. Kinderen kruipen in de smalle gangen om het erts met hamers en beitels los te kloppen. De volwassenen verzamelen het boven in versleten zakken en kloppen het tot gruis. Lokale handelaren kopen het voor een lage prijs op. Een delver verdient ongeveer 1 dollar per dag.

Het grote verdienen begint als de coltan op weg gaat. Lokale politie en soldaten komen ‘belasting’ opeisen. Bij weigering wordt geschoten. Sommige mijnen liggen in rebellengebied en dat bespaart deze ‘overheidsbelasting’. Een verdere besparing is dat de bewoners met geweld gedwongen worden om in de mijnen te werken. De rebellengroepen vechten niet alleen tegen het (ongedisciplineerde) leger maar vooral tegen elkaar om toegang tot de mijnen te krijgen.

De wegen in Congo zijn slecht en worden in het oosten beheerst door allerlei militiegroepen. Zij eisen ‘transport’- of ‘veiligheidsgeld’. Niet zelden wordt de coltan met geweld in beslag genomen en de grens met Rwanda of Oeganda over gesmokkeld. Beide coltanloze landen zijn coltanexporteur.

Het meeste coltan wordt daarna verscheept naar China waar het in moderne elektronica verwerkt wordt. De waarde is intussen flink vermeerderd tot ruim 100 dollar per kilo. Overigens, China koopt de coltan niet altijd maar ruilt het tegen de aanleg van grote infrastructurele werken als wegen en bruggen.

Behalve de beschreven artisanale mijnbouw zijn er in Congo ook grote transnationale mijnondernemingen. Ook hier blijft veel geld op illegale plaatsen hangen, maar dan op een wat hoger niveau. Politici verkopen de mijnconcessies voor veel geld of zijn zelf eigenaar van een aantal mijnen. Hogere militairen eisen hun deel van de geïnde ‘belasting’ op.

Over de winsten van de transnationale ondernemingen moet uiteraard officiële belasting betaald worden. Hiermee zou infrastructuur aangelegd kunnen worden of sociale voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg betaald kunnen worden. Helaas bereiken deze buitenlandse deviezen nooit de schatkist. Global Witness schatte onlangs dat de 750 miljoen dollar winstbelasting over 2013-2015 wel betaald is door de bedrijven maar dat die bij het regime is blijven hangen. Zij noemen het de ‘pinautomaat’ van Kabila. Hiermee betaalt hij zijn repressieve regime.

Transnationale ondernemingen weten ook goed hoe ze hun belasting kunnen ontwijken. Het rapport Honest Accounts 2017 berekende dat in 2015 in Afrika 68 miljard dollar winstbelasting ontdoken is. Let wel: de totale ontwikkelingshulp aan Afrika bedroeg dat jaar 19 miljard dollar.

Het geweld in Congo komt door de Congolezen zelf maar zeker ook door onze manier van leven. Onze automatisering en megacommunicatie kan het niet stellen zonder de gewelddadige exploitatie van Congolese grondstoffen. Onze bedrijven floreren slechts door geld aan Afrika te onttrekken. Een voorbeeld van de vloek van de grondstoffen.