De urbanisatie van Kinshasa (Democratische Republiek Congo) neemt dramatische vormen aan. De populatie wordt momenteel op 12 miljoen geschat. Iedere dag komen er meer dan 1000 inwoners bij. Ze komen van het verarmde platteland of uit de vele conflictgebieden. Kinshasa is inmiddels de grootste francofone stad ter wereld. Het veranderde van Kin la Belle (Kin de Mooie) naar Kin la Poubelle (Kin het Vuilnisvat).

De grote verkeersaders richting het centrum zitten vol gaten en staan vol voertuigen. Aan weerszijden hoopt het vuilnis zich op. Meestal staat de verkeersstroom muurvast. De passagiers van de uitpuilende busjes (Esprit de Vie, maar meestal verbasterd tot Esprit de Mort) stappen dan uit en lopen de kilometers die hen van het centrum scheiden. Ze wurmen zich langs de files want er zijn geen voet- of fietspaden. In de oneindige volkswijken onderweg lijken de huisjes tussen de modderpaadjes op elkaar gepropt. Duizenden mensen bewegen zich tussen de plassen en afvalhopen.

Het is daarom niet verwonderlijk dat op het Kinsuka kerkhof golfplaten hutjes tussen de graftomben verschijnen. De kerkhofbeambten worden omgekocht en tussen de doden houdt men zich in leven met al dan niet obscure bezigheden. Overal in de stad worden kavels op willekeurige wijze en voor steeds meer smeergeld verdeeld. Het is de urbanisatie van de armoede.

Voeger bouwde men de huizen om de moerassige plaatsen in de stad heen, die waren er voor de verbouw van gewassen. Later verschenen hier legerkampen die het rijke centrum van de volkswijken moesten afschermen. Nu is het er volgebouwd met huizen voor de rijkeren. De stroompjes in de moerassen zijn omgeschakeld naar afvoergoten voor menselijk en huishoudelijk afval. Nergens worden deze open rioleringen gekanaliseerd. Bij plensbuien treden ze buiten hun oevers.

Vorige week donderdag was er een geweldige stortregen. Hele wijken hebben onder water gestaan. Modderstromen hebben de schamele hutten op de hellingen vernietigd. Muren zijn door het natuurgeweld neergestort. Veel inwoners zijn op hun daken gevlucht en brachten daar de nacht door. De verdronken huisgenoten werden noodgedwongen op het dak gelegd. Ook bij onze achterburen zijn 2 kinderen omgekomen. Het aantal dodelijke slachtoffers is 44. Verschillende bruggetjes en wegen zijn ingestort. De elektriciteitscentrale van de stad stond ook onder water. De hoogspanning is eraf gehaald om nog meer slachtoffers te voorkomen.

Ons huis staat op een laag punt in onze wijk. Het kantoordeel en het terras zijn zelfs boven een beekje aangelegd. Overal om ons heen is hoogbouw verschenen en alle huisvuil voert af op het beekje onder het kantoor. Vorig jaar al was ons huis overstroomd. Wij dachten dat dat eenmalig was maar nu blijkt het toch structureler. Is het de klimaatverandering of de gebrekkige waterhuishouding van de stad? Weer stond onze binnenplaats en garage helemaal onder water. In huis kwam het water tot 1,5 m hoog, op kantoor tot 0,50 m. We hadden onze spullen voor de vakantie wat hoger gelegd, maar alles is desondanks door het modderige water meegesleurd. De meeste spullen zijn als verloren te beschouwen. Voor de Congolezen is dat veel erger natuurlijk, die zijn het weinige dat ze hadden nu ook kwijt.

Elders in het land heerste al een cholera-epidemie. Met de wateroverlast in de uiterst dichtbevolkte volkswijken is het risico hierop in Kinshasa groot. De materiële schade is niet bekend maar zal in de miljoenen lopen. Niemand (ook wij niet) is verzekerd tegen dit soort catastrofes. De staat komt de schade niet herstellen en biedt evenmin hulp (maar heeft wel 2 dagen van nationale rouw afgekondigd). En de mensen hebben het toch al zo slecht de laatste tijd. Maar zoals altijd zal het Congolese optimisme zegevieren en zal iedereen weer zijn huisje opbouwen en zijn kostje bij elkaar scharrelen.

Had deze ramp voorkomen kunnen worden? In Nederland wel, in Congo niet. In Nijmegen staat de Waal erg hoog maar is er geen sprake van schade. In Kinshasa is geen functionerend stadsbestuur dat de uitgifte van kavels had kunnen reguleren. Veel ambtenaren en andere tussenpersonen profiteren van de anarchistische uitgave van bouwgrond. De watermaatschappij Regideso besteedt geen geld aan de aanleg van sanitaire afwatering zoals riolering. De beekjes en open afvalgoten liggen vol plastic en ander afval en worden nooit schoongemaakt. Met de nieuwbouw verschijnen overal muren die het water tegenhouden en naar de diepst gelegen plaatsen voeren. Mensen met wat geld leggen zandzakken rond hun huis, met hetzelfde effect. De armen en de mensen die onderop wonen krijgen al dat water over zich heen.

Nu de mensen echt alles verloren hebben, komt er misschien eindelijk een kantelpunt in de politieke impasse. Ze hebben geen toekomstperspectief meer en marcheren dan op het presidentieel paleis af. Dan heeft de overstroming nog wat opgeleverd. Maar anderzijds zullen de dagelijkse beslommeringen alle energie opeisen en gebeurt er niets. En wij … wij zoeken een nieuwe, hoger gelegen woning annex kantoor.

 

 

Advertisements

Veel mensen van mijn generatie hadden in de jaren 70 de iconische poster van Che Guevara op hun kamer hangen. Op deze contrastrijke foto kijkt hij onbeschroomd de nieuwe ideale wereld in. Hij heeft lang haar, een dun baardje en een baret met de ster van Cuba op zijn hoofd. In Afrika kom je de foto nog veel tegen, op het spatbord van brommers en achterop transportbusjes.

Congo wordt momenteel geleid door Joseph Kabila. Zijn vader Laurent verdreef in 1997 toenmalige machthebber Mobutu. Hij heeft daarvoor een lange weg moeten afleggen. In zijn jonge jaren was hij een fervent aanhanger van de vermoorde ‘communistische’ Lumumba. In 1964 al begon hij een guerrilla in het oosten van Congo tegen Mobutu, toen nog legerleider, die door de Amerikanen gesteund werd. Zijn Simba’s (‘leeuwen’ in het Swahili) zaaiden terreur en vermoordden duizenden Congolezen en Belgen. Een jaar later werden ze verslagen door Mobutu’s leger en enkele honderden blanke (vooral Belgische) huurlingen. Kabila trok zich terug in de brousse en zette lokaal de gewapende strijd voort.

In 1965 was Che Guevara door Fidel Castro op een geheime missie gestuurd om Laurent Kabila bij deze strijd te helpen. Om niet herkend te worden, schoor Che zijn baard af en kamde hij zijn haren netjes in een scheiding. Naar het voorbeeld van de Cubaanse revolutie zou het imperialisme in de hele wereld verslagen moeten worden en ‘el comandante Che’ zou dat leiden. Maar de samenwerking met Laurent Kabila en de aanhangers van de linkse oppositieleider Mulele tegen de zittende regering van Tshombe werd geen succes.

Het moreel van de Congolezen was dramatisch in de ogen van de revolutionair. De ongetrainde en onbetaalde Congolese strijders waren ongedisciplineerd, stalen wapens, voedsel en drank en verkrachtten vrouwen. Zo gauw geschoten werd, gingen ze er vandoor. Ze wisten de boerenbevolking niet aan hun zijde te krijgen, zoals het revolutionaire model voorschreef, maar ze terroriseerden hen Het ergste was dat dat gebrek aan strijdlust op de Cubaanse ‘fidelistas’ overgedragen werd. Het idee was dat de Cubanen hun revolutionair elan (‘patria o muerte, venceremos’) op de Congolezen over zouden dragen maar het omgekeerde gebeurde.

Net als de Simba’s hadden de Congolese krijgers een blind vertrouwen in ‘dawa’ (een toverdrank die je sterk maakt). Gecombineerd met water (‘mai’ in het Swahili; de groep van Kabila heette ook de Mulele Mai) dat je onkwetsbaar maakte voor kogels, maakte je dat onoverwinnelijk. De Cubanen geloofden niet in dawa en wezen op de vele gewonden en doden. Maar dan was de ceremonie niet goed gedaan, volgens de Congolezen.

Laurent Kabila was de officiële leider van de Congolese strijders maar hij kwam nooit opdagen op afspraken met Che. Als hij eens even op kwam dagen, hing de lucht van whisky om hem heen. Hij zei dat hij altijd ‘belangrijke zaken te doen had’ in Tanzania. Ook toen hij decennia later president van Congo was, had hij altijd ‘zaken’ te doen. Als gasten op bezoek in zijn paleis waren, bood hij ‘tegen een schappelijke prijs’ zijn gestolen diamanten aan.

Na 7 maanden trok Che zich teleurgesteld terug uit Congo. Omdat Castro zijn afscheidsbrief al gepubliceerd had, die pas bij zijn dood geopenbaard had mogen worden, kon Che niet naar Cuba terugkeren. Hij woonde een paar maanden clandestien in Tanzania en Tsjechoslowakije. Twee jaar later werd hij op een vergelijkbare missie in Bolivia in de val gelokt en vermoord.

In Congo is sindsdien niets veranderd. Om het imperialisme of hyperkapitalisme hier te verslaan moet je van goeden huize komen. De economische belangen van de gevestigde orde, de kliek om zoon Joseph Kabila, zijn gigantisch. Na zijn twee mandaten ruimschoots uitgezeten te hebben, is Kabila geenszins van plan te vertrekken. Op oudejaarsdag demonstreerden duizenden Congolezen in het hele land tegen zijn illegale aanblijven. De manifestaties werden door de katholieke kerk en de oppositie georganiseerd. Ze werden met veel geweld onderdrukt. Er vielen minstens 11 doden en vele honderden gewonden. Er waren nog meer arrestaties en verschillende kerkdiensten werden ‘ontheiligd’, lees: gewapenderhand onderbroken. Het internet en de uitzendingen van de nieuwsmedia waren enkele dagen geblokkeerd.

 

Ik schreef al eens dat mijn loopbaan cyclisch geworden is. In de jaren 70 gaf ik biologie en zo aan HBO- en MBO-studenten in Nijmegen. Toentertijd fietste ik om 8.35 naar school en trof daar om 8.45 mijn studenten en het lesmateriaal aan. In Kinshasa fiets ik om 7.30 naar hotel Beatrice. Om 8 uur ben ik er maar daarna stagneert het vaak.

De auto blijkt kapot en we moeten op een andere auto wachten om naar het dierenpark in Kimpoko te gaan. Of er moeten eerst nog boodschappen gedaan en mensen opgehaald worden. Of het regent vreselijk en ik kom mijn wijk niet uit: te modderig voor de fiets en geen taxi’s te bekennen. Eenmaal op pad moet vaak ik de achterbank delen met de dierenarts, een lasser en een schooldirecteur. Een andere lasser ligt dan in de achterbak tussen de schriftjes, flipchart, en voedsel voor mens en dier.

Een keer vertrok de auto – tegen alle gewoonte in – op tijd. Net die dag was ik door de regen wat later en ik moest een taxi nemen. Die had last van de files en kon niet over het zandpad tot in het park komen. Helaas had mijn telefoon geen bereik en moest ik nog een uur in de middaghitte wachten. Ik ben nog nooit voor het middaguur in het dierenpark gearriveerd.

Op papier geef ik hier wekelijks van 10-12 uur een inleidende cursus voor het parkpersoneel. Bij aankomst kan het meestal ook nog niet beginnen omdat de flipchart vergeten is, of de generator niet werkt om de beamer aan te sluiten, of de medewerkers moeten nog op het gigantische terrein verzameld worden. Als ze onderweg niet in onze volle auto gepropt konden worden, zijn de 4 ex-studenten uit Kinshasa er ook nog niet.

Naast deze 4 Kinois die als vrijwilliger in het park gaan werken (vooral als gids) zijn er nog 10 andere leerlingen. 4 dierverzorgers en 2 werkers in het park, schooldirecteur Faustin uit Kinshasa die scholen voorlicht over het park, dierenarts Diderot, ingenieur Kaba, en de Belgische parkmanager Michel. Van analfabeet tot afgestudeerde ingenieurs, van Lingala sprekende dorpslui tot sjieke stadslui. Een uitdaging, zelfs voor een ex-leraar!

We beginnen nooit voor 12.30. Waar nodig wordt in het Lingala vertaald en als ikzelf een woord in het Frans niet weet, vult Michel aan. Met name de net afgestudeerde dierenarts Diderot heeft veel vragen. Zijn biologische kennis mag dan wel niet up to date zijn (eerder al bleek hij niet te weten dat de dinosauriërs uitgestorven waren) maar over de huidige bedreigde diersoorten in Congo heeft hij verstandige opmerkingen. Helaas moet hij of een ander tijdens de les altijd wel even weg vanwege een geblesseerde zebra, een koe die op het gras van de buurman aan het grazen is, of een struisvogel die ontsnapt is.

De lessen gaan over de principes van dierenparken, biologie, ecologie en zelfs ethiek. Ook de karakteristieken (voorkomen, reproductie, voeding, etc.) van de huidige dieren in het park komen aan bod. Omdat de flipchart teveel plek in de auto inneemt, gebruik ik later mijn aantekenschriftje als schoolbord. Ik dacht alle namen van de ‘klas’ te kennen, maar verwisselde steeds die van beide stadsdames. Waar de een vorige week lang haar had, had ze nu kort en de ander had het omgekeerd. “Zo kan ik natuurlijk nooit jullie namen leren!”

Charlie en Nicole zijn nog niet echt klaar voor hun gidsrol. In het park kwam de mannetjesbuffel een beetje dreigend op hen af. Gegil. Je moet blijven staan, niet wegrennen want dan komt hij je achterna, zei ik. Maar ze verdwenen schielijk in de auto. Bij de andere dieren werden tientallen selfies gemaakt. Ook toen Monique (de chimpansee) op mijn rug sprong, gilden beiden het uit.

Mijn lesmethode bestaat uit veel gerichte vragen, aan de verzorger of de dierenarts, ieder op hun niveau. De vragen worden prima beantwoord. Zelf hadden ze ook veel vragen. Bij de chimpanseefilm bijvoorbeeld over de gezwollen schaamlippen van de vrouwtjes. Ik legde uit dat wij mensen die in onze evolutie kwijtgeraakt zijn. Mannen weten nu niet of en welke vrouw ze bevruchten, dus om zeker te zijn dat het hun eigen baby is (belangrijker: dat het hun eigen genen zijn) paren ze steeds met dezelfde vrouw. Zo ontstond de menselijke monogamie, overigens niet echt een populair verschijnsel in Congo.

Ik had ook enkele lessen uitbesteed: veel voorkomende dierziektes aan Diderot, parkregels aan Michel, en het ontvangen van toeristen aan Monique (niet de chimpansee). Diderot hield een zeer academisch verhaal en ik herleidde dat voortdurend tot de begrijpelijke praktische omstandigheden in ons park. De oudere dierverzorgers testten hem uit door nóg praktischer vragen te stellen. Toen het over rabiës ging, nam hij als voorbeeld: ‘stel dat een wolf de omheining van de eenden binnendringt’. Een wolf in Afrika? Ik verdedigde hem maar steeds (‘een wolf in het lokale spraakgebruik is een hyena of jakhals’).

De les over de huisregels was redelijk saai. Ik zag de mensen gapen. De stadsdames veerden op bij de regel: als een aap poep naar je gooit, moet je je niet omdraaien en weglopen (om dit gedrag bij de aap niet te belonen). “Ach gads, word je dan niet ziek?” De 2 politieagenten deden dit keer ook mee. Logisch, gezien het onderwerp. Hoe bestraf je een bezoeker die steentjes naar de dieren gooit? Niet meteen neerschieten, zei ik voor de grap tegen de bewapende agenten. “Haha, nee, wij zijn er om de mensen te helpen.” “Dat is toch niet wat we dagelijks op het nieuws zien”, reageerde een der ex-studenten. Hij doelde op de met buitensporig geweld onderdrukte demonstraties. Daarna discussieerden de 4 afgestudeerde maar baanloze stadslui nog over de situatie in Zimbabwe. Zij wilden dat ook wel voor Congo maar ik was minder enthousiast. “Het leger stelt de president aan?! En dan een wellicht een nog grotere boef dan Mugabe?!” “Voor Congo is alles beter dan Kabila.”

Monique heeft in Kameroen al workshops over ecotoerisme gegeven. We deden ditmaal een aantal rollenspelen om de zaak te verduidelijken. Monique speelde een ongeïnteresseerde gids die de toerist behandelt om er aan te verdienen. Ik speelde een opdringerige gids die geen respect toonde voor de privacy van de toerist. Hilariteit want o zo herkenbaar. Daarna vroegen we wat er goed en fout ging. Het was de laatste les dit jaar en dus schreef ik voor alle deelnemers een officieel certificaat uit. Onder het genot van drankjes die door Monique gekocht waren, overhandigden we die plechtig. “Goed voor mijn CV!” zei de ongeschoolde dierenverzorger.

Lubumbashi is de tweede stad in Congo maar lijkt in niets op Kinshasa. Relaxt, geen geschreeuw, brede beboomde lanen met weinig auto’s, oude koloniale gebouwen en nauwelijks hoogbouw. Fietsers en nauwelijks politie (wat zou ik graag hier rondfietsen!). Overal leerlingen in uniform. In het centrum grote parken. De stad wordt gedomineerd door een hoge ertsafvalberg met allerlei GECAMINES-fabrieken er omheen. Het doet denken aan Bulawayo (Zimbabwe) of Zuid-Afrika. Het ligt trouwens ook even ver van Kinshasa als van Johannesburg. Ik hoor geregeld Engels spreken. Het is duidelijk beter georganiseerd en rijker dan Kinshasa. Lubumbashi produceert, Kinshasa profiteert, zeggen ze hier.

Vandaar ook dat deze mineraalrijke provincie Katanga zich meteen na de onafhankelijkheid wilde afscheiden. De Belgen steunden gouverneur Tshombe omdat ze bang waren ‘hun’ bodemschatten te verliezen aan de ‘communistische’ regering van onafhankelijkheidsstrijder en premier Lumumba. Ze riepen de hulp van blanke huurlingen in. Lumumba vroeg hulp aan de VN. Deze laatste wonnen na drie jaar strijd. Tshombe vluchtte maar Lumumba werd al snel afgezet en gevangen genomen door de nieuwe legerleider Mobutu. Hij ontsnapte maar werd bij Lubumbashi vermoord. Door wie, dat is nog steeds onduidelijk. Op de tv vertelde een Belgische ex-militair onlangs dat hij het stoffelijk overschot in zwavelzuur opgelost had maar nog steeds de tanden in zijn bezit had.

Toen ik op het vliegveld aankwam, was het druk met volk en vlaggen. Over 2 uur zou het team van TP (Tout Puissant, zoals de band van Franco) Mazembe uit Zuid-Afrika terugkomen. Daar hadden zij de Afrika Cup voor clubs gewonnen, voor de 8ste keer en de 2de achter elkaar. Nu spelen ze verder oa tegen de Champions League winnaar om de Wereldcup. Het is een erg internationaal team met ook Ghanezen, Malinezen en Zambianen. De schatrijke ex-gouverneur en potentiele presidentskandidaat Moise Katumbi is eigenaar van de club.

Terwijl ik in Lubumbashi zat, kwamen er berichten uit Kinshasa. Daar was de opening van de nieuwe Belgische en Nederlandse ambassade, een modernistisch gebouw aan de grote boulevard. Eigenlijk: de Belgische ambassade waar Nederland inwoont. Voor België was dan ook minister Reynders van Buitenlandse Zaken uitgenodigd, bij ons slechts Willem van Ee, adjunct-directeur van dit ministerie. Reynders zei bij de openingsceremonie dat België hecht aan eerlijke en transparante verkiezingen, en in dat geval deze ook mee zal financieren. Maar hij zei eveneens dat de overheid zich moet houden aan het recht op meningsuiting en demonstraties.

De overheid had geen enkele afgevaardigde naar de ceremonie gestuurd had. Een bruuskering in het diplomatieke wereldje. Zij vonden dat Reynders niet welkom was omdat hij beweerd had dat de aanstelling van de overgelopen Tshibala als eerste minister niet in overeenstemming was met het oudjaarsakkoord tussen regering en oppositie. De Congolese minister van Buitenlandse Zaken reageerde op tv met: “We zijn niet op hun uitnodiging ingegaan, ook dat is vrijheid van meningsuiting en democratie.”

Buiten de ambassade waren demonstrerende jongeren te zien. Ze droegen spandoeken met ‘België moordenaar’ en ‘Geef het stoffelijk overschot van Lumumba terug’. Dat laatste is moeilijk want de soldaten van Mobutu en/of van België hebben hem in 1960 vermoord en het lijk laten verdwijnen.

Ik was met twee opdrachten in de stad. Ik wilde de dierentuin bezoeken, met de ex-directeur praten en me laten inspireren door het educatieve centrum. En ik wilde naar dieren te kijken die te koop waren. Via via had ik een telefoonnummer gekregen. Het bleek van de zoon van de Portugese eigenaar van een wildfarm. Het is privé en dus gesloten voor publiek, maar ik kon in het weekend komen kijken. Helaas was ik dan weer weg. Ik zou trouwens weinig zien want de dieren lopen in het wild rond op het uitgestrekte terrein buiten de stad. Een zestal soorten fokt erg goed en ze hebben nu last van overbevolking. Hoe gaan jullie de dieren vangen, vroeg hij. Daar had ik geen antwoord op. Zij vingen niet zelf maar huurden Zuid-Afrikaanse professionals en die waren erg duur.

De dag van vertrek was het in Lubumbashi nog stiller dan anders, alleen was er veel politie op de been. Juist vandaag zouden in alle steden van Congo manifestaties tegen het aanblijven van Kabila plaats hebben. Dit is normaliter verboden, de politie treedt met buitenproportioneel geweld op, en de steden zijn onbegaanbaar door brandende autobanden, molotovcocktails en traangas. Een slechte planning en een spannende dag dus.

Desondanks waren we binnen een halfuur op het vliegveld. Daar wel degelijk de gebruikelijke chaos, gecreëerd om naïevelingen als ik geld uit de zak te slaan. Ik liet een jongetje voor mij alles uitzoeken en gaf hem een ‘petit rien’. Na van het toilet gebruik gemaakt te hebben, gaf ik de toiletmeneer 0,30 €. “Was het een grote boodschap?” “Ja.” “Dan is dit te weinig.” “Maar er was geen water.” Hij verstond het ‘sans eau’ als ‘saloud’ (klootzak) en werd heel kwaad. Ik ga wel zelf een emmer halen, zei ik, maar verongelijkt spoelde hijzelf de wc schoon. Ik verdubbelde zijn vergoeding.

Terug in Kinshasa scheurden we over de 2 x 5 banen brede Lumumba-avenue. Die zit altijd verstopt maar leek nu wel een autoloze zondag. Bij het hoofdkwartier van de oppositie stonden enkele pantserwagens verdekt opgesteld. Meestal stellen ze zich provocerend op, nu niet. MONUSCO en ook de Belgische minister Reynders hadden de politie en militairen gemaand zich rustig te houden en alleen bij gewelddadigheden op te treden. Er was beperkt gedemonstreerd en er waren enkele mensen opgepakt maar het grote succes voor de oppositie was dat de hele stad was stilgelegd (‘ville morte’) zelfs de ministeries. In het hele land zijn 200 mensen gearresteerd, en 18 gewonden en 1 dode gevallen.

Ik lees in de krant over de rulings die de Nederlandse staatssecretaris van Financiën trof met Amerikaanse bedrijven om geen belasting te hoeven betalen. Maar zijn Congolese counterpart kan dat natuurlijk veel beter. Het Carter Center (van de oud VS-president) onderzocht onlangs nauwgezet de belastingontwijking in Congo.

Tussen 2011 en 2014 heeft het staatsbedrijf Gecamines (opvolger van het Belgische UMHK) 1,1 miljard dollar verdiend met de winning van koper en kobalt. 750 miljoen daarvan is niet in de boeken terug te vinden. Het kobalt wordt in de vorm van bouwmateriaal geëxporteerd. Daar wordt geen importbelasting op geheven. Ook verdiende Gecamines goed aan het uitgeven van concessies.

Minstens 262 miljoen dollar had per jaar afgedragen moeten worden aan de schatkist maar dat is niet gebeurd. Het blijkt echter dat dat geld wel degelijk bij de overheid is terechtgekomen, alleen niet in de schatkist maar in de zakken van invloedrijke personen. Aan hen betalen investeerders namelijk rechtstreeks hun smeergeld. De Israëlische miljardair Dan Gertler schonk in 2011 200 miljoen aan Gecamines en gaf een jaar later eenzelfde lening. Concurrenten als George Forrest en Billy Rautenbach konden daarna naar hun concessies fluiten. Gertler betaalde in 2011 rechtstreeks 10 miljoen aan Kabila en 20 miljoen aan zijn belangrijkste raadsman Augustin Katumba Mwanke. En Joseph Kabila won dat jaar zijn tweede verkiezing.

In de VS en het VK wordt onderzoek naar Gertlers frauduleuze praktijken gedaan maar tot nu toe is hij de dans ontsprongen. In het huidige Congo zijn de meest succesvolle investeerders zij die rechtstreeks zaken doen met Gecamines en de politieke elite. Degenen die meer scrupules tonen, blijven aan de zijlijn staan. Dit patroon voedt de vicieuze cirkel van corruptie en fraude die alle rijkdom aan grondstoffen wegzuigt van de schatkist en de Congolese bevolking.

Op Prinsjesdag publiceerde onze minister van Financiën de begroting voor volgend jaar (ruim 300 miljard voor 17 miljoen inwoners). Wat uit de schatkist gaat is ongeveer gelijk aan wat er in komt. De Congolese eerste minister, de overgelopen Bruno Tshibala, wilde voor 2018 een begroting maken van 40 miljard dollar (voor ruim 80 miljoen inwoners). Helaas wordt die maar voor 6 miljard door de schatkist gedekt. President Kabila’s vermogen wordt geschat op 15 miljard dus het inzetten daarvan zou het probleem deels oplossen. Helaas heeft Kabila het zelf nodig, oa om oppositieleden om te kopen.

Daarom wil Tshibala geld laten bijdrukken. Hij is ongetwijfeld vergeten hoe dat onder Mobutu afliep. Op het einde circuleerden biljetten van 1 miljoen zaïre, net genoeg om een brood te kopen. Ook lijkt een soortgelijke devaluatie en economische wanprestatie inmiddels in Zimbabwe tot het afzetten van Mugabe geleid te hebben. Misschien daarom wel heeft Tshibala de begroting gisteren teruggebracht tot 5 miljard.

De Wereldbank zei vandaag tegen hem dat die 5 miljard dollar veel te weinig is om het land verder te ontwikkelen. Er moet meer in de schatkist komen door de belastingen op inkomsten uit de mijnbouw. En er moet minder uit door een efficiëntere publieke sector. Ze gaven het voorbeeld van de watermaatschappij Regideso (Régie des Eaux). Die wordt voor 14% uit hun eigen inkomsten (het abonnement) en voor 2% door de overheid gefinancierd. De rest zijn leningen van oa de Wereldbank.

Er moet veel meer geïnvesteerd worden in water en elektriciteit, zegt het WB-rapport. Terwijl Congo het een na grootste zoetwaterbekken ter wereld heeft en een waterkrachtcentrale die potentieel heel Afrika van stroom kan voorzien, heeft slechts 50% van de bevolking toegang tot drinkwater en 14% tot elektriciteit. Met name dat laatste is een rem op de economische groei van het land.

Ik zie het Afrikaanse nieuws. Het zijn moeilijke tijden voor de beroemde Afrikaanse zonen. President Uhuru Kenyatta, zoon van Jomo, de eerste president van Kenia, heeft alle moeite om legitiem aan de macht te blijven. Zijn belager Raila Odinga, zoon van Oginga, een toenmalige handlanger van Jomo, ontwijkt verkiezingen. President Ali Bongo, zoon van ex-dictator Omar van Gabon, wordt beschuldigd van verkiezingsfraude. Teodorin Obiang, vicepresident en zoon van Teodoro, de huidige dictator van Equatoriaal Guinee, moet in Parijs de gevangenis in wegens fraude en witwassen. Zijn 11 sportauto’s zijn geconfisqueerd. In Togo zijn er dagelijks protesten tegen de verlenging van het mandaat van Fauré Gnassingbé, zoon van ex-dictator Eyadéma.

Maar Felix Tshisekedi, zoon van de onlangs overleden oppositieleider Etienne, maakt een tour door de provincies van Congo en wordt – ondanks de uit elkaar geslagen manifestaties – enthousiast ontvangen. Dit alles maakt de Congolese president Joseph Kabila, zoon van de vermoorde president Laurent, wat zenuwachtig. Zeker nu Nikki Haley, dochter van naar de VS geëmigreerde Indiërs, hier onlangs gezegd heeft dat alle steun van de VS ingetrokken wordt als de verkiezingen niet in 2018 plaatsvinden. Kabila zelf heeft ze tot 2019 uitgesteld. Zijn mandaat liep eind 2016 al af.

Kabila is niet de enige plucheplakker in deze regio. In Oeganda wil Museveni de maximale leeftijd van presidentskandidaten (nu 75 jaar) oprekken zodat hij zich opnieuw verkiesbaar kan stellen. In Rwanda heeft Kagame een referendum laten houden waarin niemand tegen een derde mandaat durfde te stemmen. Hij kan nu in principe tot 2034 aanblijven. In Burundi heeft Nkurunziza de grondwet onlangs gewijzigd en kan hij ook tot 2034 aanblijven.

De plucheplakkende zonen willen geen afstand doen van hun comfortabele zetel omdat ze enerzijds bang zijn hun inkomsten te verliezen en anderzijds om aangeklaagd te worden wegens wetteloze zelfverrijking. In tegenspraak daarmee lijkt de recente brief van de Congolese overheid waarin verordonneerd werd dat de komende 4 maanden geen oplichterij door ambtenaren mocht voorkomen.

Bij de controles onderweg van de projectauto was iedereen inderdaad opvallend aardig, zei Monique. Er schiet me nu ook te binnen dat de SNEL-technici wel in de paal geklommen zijn om de fasen om te wisselen (waardoor we weer stroom hebben, lees: af en toe stroom hebben) maar dat ze hun geld nooit gevraagd hebben. Zou die brief echt dit effect hebben? Maar wat gebeurt er dan over 4 maanden? En waarom 4 maanden en geen 3 of 5 of voor altijd? En geldt het ook voor de ministers zelf of alleen voor de lagere regionen?

De verkiezingscommissie CENI heeft vorige week de verkiezingskalender, waar zo lang op gewacht is, bekendgemaakt. Alle verkiezingen: presidentieel, parlementair en provinciaal, zijn op 23 december 2018. Net binnen de deadline van Nikki Haley voor steun van de VS dus. De oppositie vindt het te laat en de regering te snel. Intussen komen de 4 fraudevrije maanden ineens in een ander daglicht te staan. Dan heeft de heersende elite daarna nog ruim 10 maanden om hun belangen veilig te stellen. Dat zou toch moeten lukken.

 

 

 

De verstopping van de afvoer is ontdekt. Bij de buren. Een deel van de afvoer loopt buiten ons huis over hun erf. De loodgieter en de wacht gingen poolshoogte nemen maar werden weggejaagd door de buurvrouw. De loodgieter kon nog net zien dat de pijp afgesloten en gesloopt was. Ik reageerde geschokt. “Tja, zo zijn wij Congolezen” verzuchtte hij. Hij gaat met onze verhuurster een oplossing zoeken. Dat betekent sowieso moeizaam koken, veel breekwerk en lelijke buizen in huis. En misschien moeten we dat nog zelf betalen ook.

Een paar dagen later komt ingenieur langs om te kijken waar de nieuwe afvoer kan komen. Dat lijkt nog niet gemakkelijk te worden. Wel heeft hij de buren een ‘petit rien’ gegeven en mag ons afwaswater voorlopig weer via hun erf weglopen. Ik heb de overtuiging dat de buren de zaak afgesloten hebben, juist om zo’n ‘petit rien’ te krijgen. Alles, maar dan ook alles draait hier om geld. Ook dat is een facet van grote armoede.

Uit de Global Hunger Index 2017 blijkt dat er in Congo veel ondervoeding is. 1 op de 10 kinderen sterft voor zijn vijfde jaar en 40% van de kinderen heeft een groeiachterstand. Het onderwijs is officieel gratis maar de ouders betalen het in de praktijk zelf omdat de overheid noch leraren noch materialen bekostigt.

Desondanks wordt er jaarlijks voor ongeveer 10 miljard dollar aan coltan, kobalt en koper aan de Congolese bodem onttrokken om onze apparaatjes goed te laten werken. “In den beginne had God een mand vol met geschenken. Hij deelde die aan alle landen uit. Toen Hij op het eind in Congo kwam, was Hij doodmoe en zei: Hier, de rest is voor jullie.” Zo gaat de legende hier. Dit is wat Congo tot een geologisch schandaal maakt.

Toen de wereld rubber nodig had voor de banden van de net uitgevonden auto, liet koning Leopold II de Congolezen rubber tappen tot ze er dood bij neervielen (of hun handen afgehakt werden als ze niet genoeg tapten). Toen elektriciteit opkwam, was koper nodig. Het Belgische UMHK zorgde daarvoor. Op het eind van de Tweede Wereldoorlog was uranium nodig voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki , Congo leverde het. Daarna goud en diamant voor de nieuwe industrieën en de nieuwe elite in de westerse wereld. En tegenwoordig coltan en kobalt voor onze digitale apparaten, het overgrote deel komt uit Congo.

Zodoende voedt het land de rest van de wereld met mineralen zodat de rest van de wereld steeds welvarender wordt. Zodoende voedt de rijkdom aan grondstoffen de voortdurende conflicten in Congo. Zodoende heeft geen enkele belanghebbende, ondernemer of politicus, zin in een machtswisseling. Zodoende is er steeds maar één slachtoffer: de gewone hardwerkende Congolees.

Waar de inkomsten uit deze bodemschatten blijven, is duidelijk: bij Kabila en zijn familie. Ze bezitten 80 bedrijven en mijnconcessies in Congo. Kabila bezit 70.000 ha landbouwgrond en diamantlicenties voor een strook van 700 km langs de grens met Angola. Dat levert hem tientallen miljoenen dollars per jaar op. Belastingvrij want de bedrijven staan geregistreerd in Panama, Maagdeneilanden en Luxemburg. (De cijfers komen van de Congo Research Group).

Geen wonder dat de president, intussen bijna een vol jaar illegaal aan de macht, geen enthousiasme opbrengt om nieuwe verkiezingen te organiseren. Geen wonder dat de kiescommissie en het gepaaide deel van de oppositie hem daarin steunen. Zij genieten ongetwijfeld van een flink ‘petit rien’: een ‘grand rien’ ofwel een ‘petit beaucoup’ dus. Ik vermoed zelfs een ‘grand beaucoup’.

Het gevolg van deze politieke impasse is dat steeds minder geld vanuit het buitenland binnenkomt. Steun van internationale organisaties als UNICEF en van landen als België neemt af. Onderwijs en gezondheidszorg zijn alleen nog maar toegankelijk voor degenen met wat geld. Honger en kindersterfte zullen verder toenemen. Voor de meest kwetsbaren is er dus zelfs geen ‘petit rien’.

Van de Nederlandse kant is ook niet veel hoop te verwachten. Het verse regeerakkoord levert zo ongeveer iedereen in Nederland een ‘petit rien’ op maar over de grens valt dat tegen. Veel geld van Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om de immigratie van kwetsbare mensen naar ons welvarende land te stoppen. Marc Broere noemt het toekomstige ministerie in de Vice Versa dan ook het ‘Ministerie van Immigratiebeperking’. Bert Wagendorp noemt het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de Volkskrant ‘het Ministerie van Binnenlandse Zaken met buitenland in de portefeuille’. We raken steeds meer naar binnen gekeerd.