De nieuwe Congolese president Félix Tshisekedi is in Brussel aangekomen. Het is sinds de eedsaflegging zijn eerste bezoek aan Europa, nota bene aan de ex-kolonisator met wie zijn voorganger de laatste jaren in onmin leefde.

Ex-president Joseph Kabila was niet gediend van de bemoeienis van België met zijn pogingen om aan de macht te blijven. Hij sloot de consulaten in Antwerpen en Lubumbashi, evenals het Schengenhuis in Kinshasa waar de Congolezen een visum voor Europa konden halen. Hij minderde het aantal vluchten van Brussels Airlines en stuurde de Belgische EU-gezant Ouvry naar huis. België beëindigde daarop de bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Hoog tijd om de relatie te verbeteren dus.

Er zijn echter wat probleempjes. Het ontvangende land heeft geen regering. De huidige ministers zijn demissionair en kunnen geen akkoorden tekenen. En hun gast had bij de laatste verkiezingen niet de meeste stemmen gehaald en is dus frauduleus aan de macht gekomen. De Belgen weten dat want ze steunden de 40.000 waarnemers van de katholieke kerk en die wezen Martin Fayulu als ruime winnaar aan. Het was een deal met Kabila die Tshisekedi aan de macht bracht en omdat die eerste ook de meeste parlementsleden heeft, is de vrees dat Tshisekedi een willoze marionet zal zijn.

Maar het welkom door nono (‘nonkel’) België lijkt erg warm te zijn. Koning, regering en ondernemers staan in de rij om de banden met het grondstofrijke Congo weer aan te halen. Het verleden: zand erover. De vraag blijft nu of België de nieuwe president ook aan zijn beloftes voor verandering houdt. De Congolezen snakken naar minder corruptie, meer respect voor de mensenrechten, een groter aandeel in de gigantische winsten van de mijnbouw, en een stevige aanpak van het (seksueel) geweld en de ebola-crisis.

Advertisements

Bijna niemand koopt nog sigaretten: het is slecht voor de gezondheid, het is verslavend door de nicotine. De verkoop van bewerkt voedsel loopt ook langzaam terug: het is slecht voor het milieu en de gezondheid, het is verslavend door teveel suiker, vet en zout. De verslavende stoffen worden door de industrie bewust erin gebracht.

Ik voorspel dat het met cosmetica dezelfde kant op gaat. In huidcrèmes worden bewust zuren ingebracht die de huid uitdrogen (zodat je de volgende ochtend weer …), bacteriedodende zepen zijn ongezond (huidbacteriën beschermen tegen ziekteverwekkers), en deodoranten verstoppen de huidporiën (zodat je niet meer zweet en dus geen warmte reguleert) en doden de huidflora (die je beschermt). Omdat je het verondersteld probleem van je huid niet oplost (of zelfs verergert) ga je steeds meer ervan gebruiken.

Veel cosmetica bevatten palmolie. Dat komt uit Azië (Indonesië, Maleisië) maar steeds meer producenten wijken uit naar Afrika (Congo, Liberia, Sierra Leone) waar het nog ongerepte regenwoud kaalgeslagen mag worden om grote plantages aan te leggen.

Ook in Afrika verkoopt bijvoorbeeld Unilever met slimme marketingtechnieken steeds meer luxe producten als deodorant en cosmetica. De marktstalletjes liggen er vol mee. Het gevolg is dat er daardoor minder eigen producten als karitézeep geproduceerd worden en dat er minder geld overgehouden wordt voor het kopen van nuttige producten als voedsel en medicijnen.

Terug naar de natuur dus, zeker in Afrika.

Het Amazonewoud brandt en het Congowoud wordt vernield voor illegale land- en mijnbouw. De laatste wildernissen op aarde verdwijnen. Waar moeten de wilde dieren heen? Er zijn er toch al zo weinig. Op 700 miljoen ton huisdieren en vee (weinig soorten) en 300 miljoen ton mensen (één enkele soort) is er nog maar 100 miljoen ton wilde (gewervelde) dieren op de wereld. De biodiversiteit wordt biomonotonie. Her en der tracht men dit te voorkomen.

Ik fietste deze zomer door de Oostvaardersplassen. Hier is een nieuw stukje Nederlandse wildernis gecreëerd met konikpaarden, heckrunderen en edelherten. Zonder natuurlijke vijanden breidden de kuddes zich flink uit. Maar in de winter stierven vele dieren van de honger. Daarom werden de grote grazers door ‘activisten’ illegaal bijgevoerd. Raar is overigens wel – zo las ik althans – dat als de dieren in het openbaar sterven, dat erger gevonden wordt dan als ze in een slachthuis (of onderweg er naartoe) sterven.

De grote vraag is of dit gebied een echte wildernis is of een kunstmatig aangelegd dierenpark? Het is eigenlijk heel simpel. Ofwel het is de vrije natuur, een wildernis zoals het officieel heet, ofwel het is een dierenpark zoals Kadima’s Pride of Africa waar ik in Congo voor werk.

In het eerste geval moet je de vrije natuur ook z’n gang laten gaan en zullen er af en toe dieren van de honger sterven. Van belang is dat je het leefgebied van de dieren dan niet aantast. In het tweede geval bevinden de dieren zich in een seminatuurlijke omgeving en is hun welzijn jouw verantwoordelijkheid en moet je dus bijvoederen. Voorwaarde is wel dat in zo’n dierenpark de bezoekers bewust worden gemaakt van de rijkdom van de natuur en hopelijk van de noodzaak de resterende echte wildernissen te beschermen.

 

In ons land denken wij gelukkig te worden door naar onze navel te staren en te bewonderen hoe die steeds hoger komt te liggen. Dat er achter die navel nog een andere wereld bestaat, is onzichtbaar geworden. In die andere wereld antwoordt Ahmad uit Niger bijvoorbeeld (in het boek Honger) op de vraag wat hij zou willen eten als hij veel geld had: “Een gierstbol.” Nee, als hij écht veel geld had: “Twee gierstbollen”. Maar boven mijn eigen navel kan ik geen gewone koffie meer bestellen, ik moet kiezen tussen americano, latte, macchiato, cappuccino etc.

Het laatste IPCC-rapport concentreert zich op het voedselprobleem dat veroorzaakt wordt door de klimaatopwarming. Het blijkt dat er in onze wereld nog steeds een klein miljard mensen honger heeft, voornamelijk in Afrika, maar dat het dubbele aantal inmiddels overvoed is, vooral buiten Afrika.

Aan obesitas en de eruit voortvloeiende kwalen als diabetes en hartfalen, geven we jaarlijks 1500 miljard $ uit (waarvan alleen al in de VS voor 50-100 miljard $ aan dieetproducten). Ook ondervoeding is duur door schooluitval en verloren economische activiteit. Volgens de FAO heb je jaarlijks slechts 1 miljard $ nodig om de honger wereldwijd uit te bannen.

De door het IPCC voorspelde voedselcrisis is dus niet het verwachte tekort maar de bestaande oneerlijke verdeling. Veel ondervoeding in Afrika en nog meer overvoeding elders.

Eerder dit jaar waren er verkiezingen voor de Europese Unie. Inmiddels zijn de belangrijkste posten onderling verdeeld. In Afrika heb je de Afrikaanse Unie. De zetel is in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Alle landen van het continent zijn lid maar sommige worden er tijdelijk uitgezet (zie beneden). Er zijn bij mijn weten geen landen die zich eruit willen wurmen. Geen Kexit of Sexit dus.

De AU kwam voort uit de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Op haar beurt ontsprong die uit de pan-Afrikaanse gedachte die in een aantal landen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd gepropageerd werd. In de koloniale tijd werden de Afrikanen die de Europese beschaving overnamen ‘assimilados’ (in Portugees Guinee) of ‘évolués’ (in Belgisch Congo) genoemd. Niet alleen het land maar ook de geest moest dus gedekoloniseerd worden. Belangrijke protagonisten van deze gedachte waren Kwame Nkrumah (Ghana), Léopold Senghor (Senegal), Jomo Kenyatta (Kenia), Patrice Lumumba (Congo-Kinshasa) en Amílcar Cabral (Kaapverdië en Guinee-Bissau).

Het hoogste orgaan van de AU is de vergadering van staatshoofden. De huidige voorzitter is de Egyptische president El Sisi. Er is een parlement maar dat heeft slechts raadgevende macht. De parlementsleden worden niet door de bevolking maar door de machthebbers gekozen.

De AU heeft een eigen interventiemacht die nu bijvoorbeeld in Darfur (Soedan) de vrede bewaart. Het hoofdbeleid van de AU is echter om zich niet te bemoeien met ‘interne zaken’ in de lidstaten. Zo konden veel door fraude aan de macht gekomen presidenten op de steun van de AU rekenen, recentelijk nog Tshisekedi in de DRC.

Ik denk dat de AU ondanks dit alles een stabiliserende factor in Afrika is. Potentiele misverstanden en conflicten worden gedimd omdat de machthebbers op gezette tijden bij elkaar zitten. Als ze het te bont maken, bijvoorbeeld bij een staatsgreep, worden landen tijdelijk geschorst (Madagaskar, Mali, Burkina Faso, Guinee-Bissau, en recentelijk de dreigende schorsing van Soedan).

Ik ben voor de AU en EU maar nog meer voor de WU (Wereld Unie). Waarin alle landen bij elkaar zitten, naar elkaar luisteren en proberen elkaar te begrijpen. En waarin rijke landen zoals het onze (denk aan ons handelsoverschot en roofzuchtige verleden) de arme landen ondersteunen in hun ontwikkeling. Ouderwetse ontwikkelingshulp, zeg maar. Naïef, ik weet het.

In Nijmegen loop ik over de vernieuwde Waalkade. Het is heerlijk warm en de terrassen zitten vol. Aan de ene kant glijden de vrachtschepen over de rivier en aan de andere kant ligt oud Nijmegen te glanzen in de zon.

Enige jaren geleden jogde ik op het strand van Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Ik moest voortdurend goed uitkijken om de uitwerpselen te ontwijken. Na de burgeroorlog is de bevolking van Monrovia snel gegroeid, in ieder geval veel sneller dan het aantal toiletten. Groot en klein, man en vrouw hurken op het strand om te poepen. Geen chique strandboulevard met terrasjes.

De laatste jaren bracht ik in Kinshasa door, de miljoenenstad aan de brede Congorivier. Maar die zie je nergens. De stad ligt er met de rug naartoe. De vele vervallen scheepswerven en handelshuizen zijn omringd met muren met glasscherven erop. Geen levendige Congokade.

Daarvóór woonde ik in Bissau, een veel kleinere hoofdstad maar wel aan zee. Als je over de kade uitkeek zag je gezonken boten, geraamten van hijskranen, en de met planten overwoekerde ruïnes van gebouwen van de marine. Geen pier of casino.

Wij Europeanen kijken graag uit over de zee en dromen dan wellicht over de mogelijkheden aan de andere kant. Afrikanen keren de zee de rug toe, wellicht omdat ze zich nog steeds bewust zijn dat van die kant het gevaar komt.

 

De bevolking van Afrika is gemiddeld de armste ter wereld. In Sub-Sahara Afrika is het BNP per hoofd 1500 $. Ter vergelijking: in de EU is dat 41.000 $.

Paradoxalerwijs heeft Afrika de rijkste staatshoofden. Het bezit van de recent vervangen president van de Democratische Republiek Congo, Joseph Kabila, wordt geschat op 15 miljard dollar. Zijn Angolese buurman, de eveneens recentelijk vervangen Dos Santos, was nóg meer waard: 20 miljard. De vicepresident (tevens zoon van de president) Teodorín Obiang van Equatoriaal-Guinee bezit 2 superjachten (waarvan er een van 120 miljoen dollar in Nederland aan de ketting ligt wegens corruptie), 14 sportauto’s, privévliegtuigen, appartementen in Europa, en de met kristallen beklede handschoen die Michael Jackson droeg op zijn Bad-tournee. Daarentegen is de rijkste (ex-)premier in de EU David Cameron met een geschat bezit van 7 miljoen dollar. Het salaris van Macron van Frankrijk bijvoorbeeld is 200.000 $.

web_1404eco_obiangglove

Rijke presidenten zijn geen ramp in een rijk land als Brunei of Saoedi-Arabië. Maar DRC, Angola en Equatoriaal-Guinee zijn niet rijk. De bevolking moet rondkomen van enkele dollars per dag en heeft geen toegang tot schoon water of ziekenhuizen. Het geld van hun president is uit de staatskas gestolen en wordt niet langer aan ambtenarensalarissen of aan onderwijs en gezondheidszorg besteed. De bevolking verarmt.

Een ander nadeel van rijke presidenten is dat ze plucheplakkers zijn. Verkiezingen worden keer op keer uitgesteld en ambtstermijnen eindeloos opgerekt. Dat moet ook wel want de opvolger (zoals in Angola is gebeurd) zou wel eens een onderzoek kunnen instellen naar de legitimiteit van de vergaarde rijkdommen. Kabila wist dit te voorkomen door uiteindelijk zelf zijn opvolger (verliezend oppositiekandidaat Tshisekedi) aan te wijzen. Vader Obiang is inmiddels de langst zittende president van Afrika (40 jaar!).

Daarnaast is zo’n rijke dinosauriër een voorbeeld voor de bevolking dat je rijk kunt worden zonder ervoor te hoeven werken. Geen goed voorbeeld voor jonge honden in de arme Afrikaanse landen.