Ik ben in Nederland en bezoek enige Afrika- en andere festivals. Waar voorheen nog vele NGO’s of stichtingen hun goede doel of eerlijke producten aan de man (m/v) brachten, staan nu de festivalterreinen vol foodtrucks en andere eetstalletjes. Sterker, ze hebben hun eigen festivals.

Bij slecht weer zap ik op de Nederlandse tv. Ik heb het nooit bijgehouden maar het lijkt er echt op dat hele zenders momenteel vol culinaire programma’s zitten. In de stad zijn er voedselspeciaalzaken bijgekomen en het aanbod van speciaalbieren in de cafés is enorm. Food en drinks (zeg nooit meer voedsel en drank!) zijn belangrijker dan ooit, maar zelden om de honger te stillen.

In Kinshasa doe ik mijn boodschappen bij stalletjes langs de straat. Het is niet erg duur maar de keuze is beperkt: sardientjes in blik, poedermelk, thee, suiker, wit brood, gedroogde vis, verlepte komkommers en tomaten, verse blaadjes. In de supermarkt van de wijk is de keuze ruimer maar de prijzen eveneens. Een stukje kaas, een potje oploskoffie, een fles wasmiddel, een pak closetpapier, een pond ‘verse’ groente (uit Zuid-Afrika): het kost allemaal zo’n 10 $.

In de rest van Congo kan de dorpeling slechts kiezen tussen chikwange (maniok) met of zonder pondo (groene blaadjes). Als het meezit, kan hij wat stukjes gedroogde vis erbij kopen. In het woud is af en toe bushmeat beschikbaar. Dat zijn de dagen van gastronomisch geluk. Dan is het feest.

In Congo zijn 2 miljoen kinderen ernstig ondervoed. In totaal leven begin 2017 in Afrika 22 miljoen kinderen met chronische honger. Vooral in conflictgebieden: Noordoost-Nigeria, Somalië, Zuid-Soedan. Ze hebben niets te eten, zijn ziek, zijn meestal gevlucht en kunnen niet meer naar school. Over de hele wereld zijn ruwweg 1 miljard mensen ondervoed en eveneens 1 miljard mensen overvoed. Onze verfooding en hun ontfooding. Dat zou toch anders moeten kunnen.

Ik weet heus wel dat we niet zomaar ons overtollige voedsel naar de armere streken kunnen sturen. Ik snap dat in oorlogsgebieden voedselschaarste ontstaat. Ik misgun ook niemand in Nederland zijn lekkere hapjes en drankjes. Maar al die overvloed, al die keuze, al die opdringerige reclame! Een beetje herverdeling zou toch mogelijk moeten zijn?

“When will we Africans ever stop considering others’ past as our future?” vraagt de Togolese schrijver Sami Tchak zich af tijdens een debat. De Senegalese filosoof Felwine Sarr antwoordt dat Afrika inderdaad zijn eigen problemen moet en kan oplossen. In  zijn boek Afrotopia stelt hij dat Afrika de geërfde economie, cultuur en filosofie achter zich moet laten en zijn eigen culturele achtergrond moet gebruiken voor zijn emancipatie. Hij pleit voor een Afrikaanse Renaissance.

Hij is niet de eerste. President Senghor van Senegal ontwikkelde in de jaren 30 de filosofie van de Négritude. Zwarte Afrikanen, binnen en buiten het continent, moesten trotser zijn op hun eigen huidskleur en cultuur. Er verschenen dichtbundels waarin het zwart zijn verheerlijkt werd. Uiteindelijk bleef het hele idee beperkt tot een kleine kring intellectuelen in Frankrijk.

President Mobutu van Congo begon in de jaren 70 met de Zairesation van zijn land. Je eigenwaarde als Afrikaan moest worden opgekrikt. Eigennamen veranderden van de vaak katholieke norm (in Mobutu’s eigen geval Joseph-Désiré) naar een Afrikaanse vorm (Sese Seko kuku Ngbendu wa za Banga). De plaatsnamen verloren hun koloniale aanduiding (Kinshasa heette bv Leopoldville). Het westers kostuum werd vervangen door een soort Mao-pakje: abacost (à bas le costume; weg met het kostuum). De buitenlandse bedrijven werden genationaliseerd (‘gezaïriseerd’). Het land, de rivier en de munt werden herdoopt tot Zaïre. Deze ruk naar meer authenticiteit mislukte omdat het van boven opgelegd werd en slechts door repressie gehandhaafd kon worden. Na Mobutu’s val kwam alles weer bij het oude.

Tegenwoordig zijn in Congo mensenrechtengroepen actief, is er vredestheater op de rivier, worden boerencoöperaties versterkt om hun rechten te claimen, worden kritische films uitgebracht en wordt dagelijks op de Congolese rumba, de soukous, gedanst. Dat riekt toch – ondanks de vaak weinig stimulerende omstandigheden – weer naar authentieke zelfexpressie.

Aan de andere kant zijn in Kinshasa vandaag de dag overal road blocks waar dronken militairen drinkgeld opeisen. De gevangenissen slagen er niet in de bewoners binnen te houden. Projecten liggen stil. Er wordt niet meer geïnvesteerd. De verkiezingen gaan dit jaar definitief niet door. En de Congolese franc is nog maar de helft waard van die van een jaar geleden.

In een recent OCHA-rapport staat dat 2 miljoen Congolese kinderen ernstig ondervoed zijn. Binnen het land zelf zijn 4 miljoen mensen op de vlucht, hetgeen Congo tot het land maakt met de meeste interne ontheemden in Afrika. Dit alles wijst meer op chaos (entropie) dan op een samenleving die trots op zijn wortels is.

Ik vind het moeilijk om de positieve zienswijze van Sarrs Afrotopia te laten matchen met de ellende in Congo. Zijn wijzelf ook niet verantwoordelijk voor deze entropie: het terugvallen in wanorde?! Het rapport van Honest Discounts 2017 laat zien dat we jaarlijks nog steeds miljarden euro’s aan Afrika onttrekken.

Ik geloof niet in het utopische Afrika van professor Sarr maar evenmin in het entropische Afrika waarin het continent steeds meer tot chaos vervalt. Ik geloof wel in verantwoordelijkheid nemen, daar en hier, en in solidariteit met Afrika.

De situatie in Congo verslechtert met de dag. De politiek zit al tijden in een impasse: de president wil niet opstappen en van verkiezingen komt het voorlopig niet. In verschillende regio’s vinden gewelddadige conflicten plaats, met duizenden doden en miljoenen inheemse vluchtelingen als gevolg. De Congolese franc is zwaar gedevalueerd en dus de koopkracht van de bevolking verlaagd. In de hoofdstad Kinshasa zijn op de grote verkeersaders illegale road blocks opgeworpen, waar mensen worden beroofd en zelfs gekidnapt. Wekelijks ontsnappen honderden gevangenen.

Het rijkste land van Afrika onder de grond (geschatte rijkdom 24 biljoen dollar, 10 maal meer dan Zuid-Afrika) was al het armste erboven. De rijkdom aan grondstoffen wordt met veel geweld van de arme bevolking weggehouden. Het geweld wordt in stand gehouden door de vele belanghebbenden in Congo en haar buurlanden en door de internationale bedrijven. Die willen allemaal een stuk van deze taart houden. Inmiddels glijdt het land verder af naar een volledige chaos en dreigt het de hele regio en zelfs heel Afrika mee te sleuren.

Anneke Verbraeken (in de Volkskrant van 23 juni) wil de problemen in Congo oplossen door de hulporganisaties naar huis te sturen, de democratie op te schorten en de mijnen te nationaliseren. En in dat toekomstige stabiele land kunnen dan mooi de Afrikaanse vluchtelingen opgevangen worden.

Deze oplossing is naïef en paternalistisch. Wie stuurt de corrupte politici en internationale bedrijven naar huis? Wie vervangt hen door betrouwbare Congolezen? Wij, en wie zijn wij dan? Congolezen, maar welke dan? De democratie moet niet on hold gezet worden, vind ik, en de mijnen niet genationaliseerd.

Wij lezen in de media over het geweld en de corruptie. Maar in het gigantische Congo zijn ook vele mensenrechtenorganisaties actief met het bevorderen van de democratie. De nationale bisschoppenconferentie blijft zich beijveren voor de uitvoering van het oudjaarsakkoord (waarin verkiezingen en het voorlopig delen van de macht tussen meerderheid en oppositie vastgelegd werden). Een lokale theatergroep van een vriend van mij vaart met een boot de Congorivier af met een voorstelling over de mensenrechten waarbij de toeschouwers opgeroepen worden te gaan stemmen. Het is een groot succes. Er zijn vele jongerengroepen (bv LUCHA en FILIMBI) die manifesteren tegen de armoede en corruptie. En ja, deze moedige groepen worden gesteund door hulporganisaties, veelal uit België. Broederlijk Delen bijvoorbeeld maakt boerenorganisaties in het door geweld getroffen Kasai weerbaar en steunt hen hun rechten te claimen.

De mijnen nationaliseren is een contradictio in terminus. De mijnen zìjn de facto al genationaliseerd. De corrupte overheid vangt voor iedere concessie en iedere geproduceerde kilo goud of diamant al miljoenen dollars. En dit geld gaat echt niet naar het leger, onderwijs of gezondheidszorg, zoals Verbaeken beweert. President Kabila heeft – volgens een analyse van Bloomberg – al 15 miljard dollar vergaard, niet slecht voor een ex-chauffeur. Vanuit hem en zijn entourage gezien is het dus logisch dat hij niet op wil stappen. Neem internationale strafmaatregelen tegen hem en niet tegen de bevolking. Help de verkiezingscommissie CENI om fatsoenlijke verkiezingen te organiseren.

Haar laatste (cynisch bedoelde?) oplossing is niet voor Congo maar voor ons eigen vluchtelingenprobleem. Het tekent het gesloten wereldbeeld van Europa. Mensen vluchten niet voor hun geluk, nee, mensen ontvluchten hun ongeluk (oorlog, armoede). En omdat wij ze niet in onze rijkdom willen laten delen, moeten ze maar in een arm land als Congo om de schaarse voedselbronnen gaan concurreren?!

Kortom, help het land een democratie op te bouwen. De basis ligt er en de term, Democratische Republiek, zit al in het land.

Eind vorig jaar ging ik met de Vlaamse cafébaas Luk mee naar Safari Beach. Het was het meest luxe ressort dat ik ooit gezien heb, en dat in Congo!: lanen, grasperken, zwembaden, fonteinen, terrasjes aan de rivier, bootjes voor tochtjes op de rivier, en zelfs een nepstrand met parasols. Vanwege het uitzicht wilde ik mijn verrekijker uit de auto halen. Ik kreeg de sleutel. “Het is de zwarte Prado”. Ik liep naar waar we uitgestapt waren en daar stond een zwarte Patrol. Ik zal het wel niet goed verstaan hebben, dacht ik en keek naar binnen. Het was geblindeerd dus ik zag mijn tas niet. In mijn ooghoek zag ik een militair zijn geweer pakken en op me afkomen. Ik liet de sleutel zien, alles OK immers. Hij knikte vriendelijk nee. Toen zag ik het. De auto was gepantserd en had als nummerbord slechts 4 sterren.

Ik vond onze auto verderop op de parkeerplaats en pakte de verrekijker. Ik keek een tijdje naar de Congo die hier kilometers breed is. Plakken waterhyacint voeren langs, en een enkele boot. Aan tafel bij Luk zat de eigenaar van de gepantserde auto, en tevens eigenaar van het ressort: François, een viersterrengeneraal. De enige van Congo, zei hij. Ik durfde niet te vragen tot hoeveel sterren het systeem gaat (zelf nooit in dienst geweest immers). Hij moest lachen om de soldaat: “De jongens zijn heel nerveus tegenwoordig”. Hij bood me een pilsje aan (5$) en we kletsten over Congo, Nederland en Duitsland. We testten ons Duits uit. Hij had een Duitse vrouw en zijn kinderen woonden er nog steeds. Bij het tweede pilsje begon ik hem zelfs aardig te vinden, terwijl ik heus wel wist dat hij zijn kapitalen niet uit het overheidssalaris gehaald kon hebben.

Vorige week las ik dat de VS en EU sancties tegen een negental hoge militairen ingesteld hebben. Op de eerste plaats staat het hoofd van het ‘militaire huis’ van president Kabila en van de Republikeinse Garde, die zo huishield tijdens de demonstraties … viersterrengeneraal François Olenga. Ook Safari Beach staat op de lijst omdat het ‘volledig door Olenga gecontroleerd wordt’. Diens laconieke reactie op de radio: “Safari Beach ontvangt zowel gasten van de oppositie als van de regering, dus ik begrijp het niet” en “Ik was niet en hoef niet naar de VS, dus het raakt me niet”.

Een andere getroffene is de minister van Communicatie en tevens woordvoerder van de regering, Lambert Mende, die kritische radiostations liet blokkeren en journalisten liet opsluiten. Verder staan o.a. op de lijst de minister en de ex-minister van Binnenlandse Zaken, de politiechef van Kinshasa, de chef van de ME, en de chef van de beruchte inlichtingendienst (die op activisten en journalisten methodes als waterboarding en electro shocks toepaste, en die tijdens demonstraties gewapende contra’s inzette om de chaos te vergroten).

De strafmaatregelen behelzen een reisverbod, het bevriezen van buitenlandse tegoeden, en het verbod op zaken doen. Niet reizen betekent geen inkopen doen in België of de VS. En dat is een groot probleem, zeker voor hun vrouwen, zeker rond de feestdagen. De ban op zakendoen en op buitenlandse rekeningen moet een einde maken aan hun zelfverrijking. Voor dit soort politici/zakenlui komen de sancties hard aan.

De maatregelen tegen de mensenrechtenschendingen zijn goed omdat de ooit democratisch gekozen Kabila, net zoals zijn voorganger Mobutu, een dictator is geworden met een kleptocratische entourage. De sancties komen op een moment dat het land vele brandhaarden kent (zie Steeds meer brandhaarden in Congo) en de verkiezingen (vorig jaar uitgesteld en nu aangekondigd voor december 2017) steeds verder uit zicht raken.

De andere kant is dat de ambassadeurs van de VS, EU en België waarschijnlijk uitgewezen worden. Dat zou erg jammer zijn want Duitsland heeft net een Marchall-plan voor Afrika aangekondigd. Alleen voor goed bestuurde staten, helaas. De buitenlandse terugtrekking uit Congo kan ook repercussies hebben voor het werk van Monique en voor ons verblijf. Wordt vervolgd.

‘Congo: een leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies’ schrijft David van Reybrouck in zijn boek Congo. Met opgeteld een heel mensenleven in Afrika, ervaren Monique en ik dat vaak ook zo. Ik ben inmiddels weer terug in Nederland en vraag me af: wat heeft mijn karakter gevormd? En welke illusies zijn ten grave gedragen?

Wat de karaktervorming betreft hadden we de regen en overstromingen. De lucht in Congo is doordrenkt met waterdamp. De kleren en meubels stinken naar schimmel. De binnenplaats en garage staan vaak blank. Er zijn overstromingen in de stad en elders in het land. Komt dit door de klimaatverandering? Congolezen zeggen dat er meer en onvoorspelbaardere buien zijn. Onderzoek heeft vastgesteld dat er in heel Afrika sinds 2005 meer tropische stortbuien zijn. Dit jaar, met La Niña, zijn er meer overstromingen in Afrika dan tevoren. Droogte is slecht voor de gewassen maar stortbuien evenzeer. Zij slaan en spoelen de planten weg.

Een andere reden voor de wateroverlast kan zijn dat er meer huizen rond ons gebouwd zijn die allemaal afwateren in ons riviertje. Tussen de huizen staan muren die het water maar één kant op geleiden: naar het diepste punt. Helaas in onze wijk is dat ons huis en bij de achterburen. En bij ons huis is het de garage het dieptepunt. We hebben er geen waardevolle spullen meer staan. Bij hevige buien zetten we binnen alles op een hogere etage.

In Heart of Darkness en Het Congolese verdienmodel schreef ik al over de eeuwige perikelen met de Congolese NUON. Eigenlijk mag ik niet klagen omdat we een zonnepaneel hebben en omdat de meeste Congolezen helemaal geen stroom hebben. Maar toch, ik ben verwend en gebruik nu eenmaal dagelijks elektrische apparatuur om te koken, koelen, lezen, schrijven, tv en filmpjes te kijken … Het heeft mijn karakter nog niet helemaal gevormd want ik blijf me ergeren.

Een andere leerschool is de ongeorganiseerdheid van het land. Zelfs met al mijn Afrikaanse ervaring blijft het wennen dat niemand zijn afspraken nakomt. Het tijdsbesef is nog minder aanwezig dan in andere landen. Dat komt traditioneel van de tijdsmetingen ‘meteen als de zon opkomt, als de zon rijst, als de zon in het zenit staat, als de zon zakt, bij zonsondergang’. Dus mijn afspraak ’s ochtends 8 u bij het hotel om naar het dierenpark te gaan en die altijd neerkomt op een uur of 10-11, is het tijdstip ‘als de zon rijst’. Dit geduld moet ik nog veel oefenen.

Wat zijn de gestorven illusies? Allereerst het isolationisme van het land. De visumverstrekking is bemoeilijkt en de samenwerking met landen als België, de VS en de EU verslapt (waarover meer in een volgend artikel). Buitenlandse investeringen worden nauwelijks nog gedaan. Congo lijkt een anti-ontwikkelingsland geworden. Waarom willen de mastodonten in Congo en omliggende landen aan de macht blijven? Komt het dan echt heel plat neer op geld? De macht verliezen is geld verliezen, dat weet iedereen hier. Het hele land volgt ‘article 15’: het niet bestaande wetsartikel dat neerkomt op debrouillez vous: ‘zie maar hoe je jezelf redt’. De overheid geeft het goede voorbeeld, zij redden zich uitstekend. President Kabila heeft al 15 miljard dollar verzameld en wil graag nog wat aanblijven.

Een andere desillusie werd de PUM. Mijn vertegenwoordigende functie combineert mijn ervaring in ontwikkelingsamenwerking met mijn leeftijd. Na een jaar lang een netwerk opgebouwd en een vijftal projecten goedgekeurd gekregen te hebben, besloot de PUM om zich uit een aantal ‘moeilijke’ landen terug te trekken. Ik vind dat een slecht besluit omdat het juist de landen als Congo treft, waar de steun het meest nodig is. Ik correspondeerde erover. Naast positieve reacties, kwam ook het verwijt dat ik in het geitenwollensokkentijdperk was blijven steken. Het voordeel van de terugtrekking is wel dat ik nu zelf met veel plezier als senior expert in twee projecten werk: een theater en een dierenpark.

Ik dacht voor vertrek hier iedere avond wel een live band met soukous te kunnen zien. Dat viel goed tegen. Kinshasa is enorm en er zijn inderdaad veel live optredens maar waar en wanneer, daar kom je moeilijk achter. Ook is het transport is ’s avonds gevaarlijk, met de fiets en met de taxi. In ons kringetje zijn al mensen gekidnapt en beroofd. Ik ben nu afhankelijk van vrienden die ’s avonds met de auto naar een optreden willen.

Maar nu ga ik eerst weer een tijdje van Nederland en de festivals genieten. Vergeet niet dat er op 24 en 25 juni een leuk gratis Afrikafestival in Nijmegen is. Hier treden verschillende artiesten op. De belangrijkste zijn Claude Mukwaba met zijn traditionele dansers. Claude is een virtuoos op de lange Congolese trommel. Verder zingt Zoë Dlamini uit Swaziland. Op het einde speelt Badala. Speciaal voor dit optreden splitsen zij zich in tweeën op: het wat intiemere Corda, met een mix van klassiek en Afrikaans, en het achtkoppige Badala zelf met een swingende show van zeer dansbare West-Afrikaanse muziek. Tussendoor spelen er nog twee djembé bands uit de buurt van Nijmegen en komen twee schrijvers uit en over Afrika hun verhalen vertellen. Op de zondag worden twee films gedraaid: Grigris uit Tsjaad en Soulpower uit Congo.

Theater is, net als muziek (zie een vorig blog), een krachtig middel om te verbinden en zo vrede en democratie te bevorderen. In het verleden heb ikzelf daartoe een poppenkast voor de tv Guinee-Bissau en een dorpstheater in Niger gemaakt. Ook in Congo wordt er ervaring mee opgedaan. In een politiek, sociaal en economisch zo verdeeld land is cultuur een van de weinige bindende factoren (naast voetbal).

Mijn Nederlandse vriend Guido Kleene organiseerde dit jaar, met EU-fondsen, een ‘boottocht voor de democratie’. In een dertigtal dorpjes aan de rivier de Congo tussen Kisangani en Mbandaka werd aangemeerd. Tussen boot en oever werd een soort laadklep neergelaten dat fungeerde als podium. Op het dek speelde de band en op de laadklep het theater.

De band en het theater van Arts et Action speelden allerlei fictieve situaties waarbij mensenrechten geschonden werden of conflicten opgelost moesten worden. Het publiek werd aangemoedigd mee te denken en af en toe mee te spelen. Op het einde werd opgeroepen om actief van hun stemrecht gebruik te maken. De boot werd enthousiast ontvangen door de rivierbewoners maar koel of zelfs vijandig door de autoriteiten.

Vorig jaar zag ik Nazali Kinshasa (‘ik ben Kinshasa’). Ze speelden en zongen typische Kinois toestanden: de opstoppingen, de corruptie, de elektriciteitsuitval (“we hebben de grootste waterkrachtcentrale van Afrika en de grootste hoeveelheid zoetwater, maar in huis ….. geen licht en geen water”), de vuilnis, de kerken (“in iedere straat zijn meer kerken dan bars … en ze verdienen ook meer geld”) en de begrafenissen (“daar wordt vele malen meer aan uitgegeven dan van het voorkómen van de dood”).

Mijn Congolese vriend Nzey van Musala schreef een aantal jaren geleden het toneelstuk Les Zérocrates. Het is een zeer ironisch stuk over de ‘Democratische’ Republiek Congo. ‘Le parlement parle et ment’ (het parlement praat en liegt) is een van de typerende uitspraken.

Nzey schreef en speelde recentelijk ook de Aquariumtempel. Omdat de PUM haar senior expert programma in Congo voorlopig stopgezet heeft, had ik de eer zelf aan dit muziektheaterstuk mee te mogen werken. Mijn taken waren het aanleren van de uitspraak van het Portugees, het stroomlijnen van de tweetaligheid (Frans en Portugees) en andere adviezen.

Aquariumtempel gaat over een koppel dat door de grensconflicten tussen Congo en Angola gescheiden wordt. Ze voelen zich beiden Mukongo (van de Kongo-stam) maar leven aan weerszijden van de kunstmatige grenslijn die in 1885 door de toenmalige grootmachten België en Portugal getrokken werd (zonder om de mening van de bevolking te vragen overigens). De vraag doemt op: behoren we een stam, een land of de wereld toe?

De laatste van de drie uitvoeringen was op 5 mei ter gelegenheid van de Dag van de Lusofonie. Maar liefst 3 ambassadeurs hielden een openingstoespraak: die van Portugal, Angola en Brazilië. Het publiek was aan dit niveau aangepast. Mannen in pak met dikke buik en vrouwen in jurk met dikke kont. Er werd veel Portugees gesproken uiteraard. De schrik sloeg me om het hart. Als ik weer op het podium geroepen zou worden als degene die de spelers Portugees had leren spreken, zou ongetwijfeld een boegeroep volgen. Het viel reuze mee: ik deelde in het uitbundige applaus.

Theater is broodnodig als vermaak, als bindmiddel, als uitlaatklep, en als politiek activisme. Jammer dat de – zelfs erg lage – toegangsprijzen niet voor iedereen betaalbaar zijn. Met een rommelende maag kies je toch eerder voor brood.

Ik was weer toe aan mijn ritje verkeerde facturen afhandelen, een vervelende bezigheid. Opvallend is dat het altijd in ons nadeel is. Hoe moeilijk moeten analfabete Congolezen het niet hebben?! Zij kunnen de rekeningen niet checken zoals wij.

Eerst de Congolese NUON: waarom betalen we als we geen stroom hebben en zij zelfs ons elektriciteitsnet en apparaten mollen met 380 V?! Behalve het zonnepaneel op kantoor, hebben we namelijk al weer een tijdje geen stroom. Er blijkt een verbindingsstuk aan de paal verbrand te zijn toen er een overdosis langskwam. Er zouden monteurs langskomen.

Ondertussen belden we ‘ons’ mannetje bij de ‘NUON’. Toen die kwam zei hij inderdaad dat 4 verbindingsstukken vervangen moesten worden. Die moesten wel nog gekocht worden (60 USD). “Waarom zijn ze kapot?” “Omdat er teveel stroom op kwam”. “Wiens schuld is dat?” “Niemand kan daar wat aan doen, het ligt aan het weer”. “Waarom zijn deze verbindingsstukken duurder dan de vorige?” “Die waren van slechte (Chinese) kwaliteit, daarom brandden ze ook door”. “Maar die kwamen toch ook van jullie”. “Ja, maar van een andere – minder serieuze – equipe”.

De stroom deed raar daarna. Bij het zonnepaneel deed de verbinding met ons huis het niet meer. En op de ‘NUON’-stroom stond teveel Volt zodat weer de lampen en een laptop crashten. Als een gek haalden we alle apparaten uit de stopcontacten. Volgens de wacht was de ‘NUON’ langs geweest om de elektriciteit te repareren. In de avond was de stroom op enkele stopcontacten genormaliseerd maar toen deed de tv het niet meer.

Dan het water. Al maandenlang krijgen we verkeerde facturen. De getallen van onze meter liggen ver onder die van de factuur. “Volgens onze administratie moet je 150 USD voor de maand februari betalen”. “Dat kan niet want we betalen gemiddeld per maand 30 USD”. “Maar de stand en het meternummer op de factuur geven dat nou eenmaal aan”. “Dan geven die het verkeerd aan. Kijk, dit is de meterstand van vandaag: veel lager”. Iemand zou de stand op komen nemen en moest transportgeld (“Tja meneer, u hebt geen auto ter beschikking, dus …”). Met tegenzin gaf ik dat. Even later kwam ik hem onderweg tegen, te voet. Toen de tv. We hebben braaf ons abonnement betaald maar het beeldscherm zegt: ‘abonnement niet betaald’. Een storing, volgens de dienstdoende dame.

Onze eigen elektricien heeft intussen de zonnepaneelleiding naar ons huis gemaakt. Met de hoogspanning waren zekeringen verbrand (niet doorgeslagen dus, wat de bedoeling zou moeten zijn). Hij ging nieuwe halen in de stad (transportgeld!). Ik zei dat ze bij ons om de hoek ook te koop waren, maar dat wilde hij niet. Hij kwam dus met 2 maal zo dure terug (maar geen rekening om dat te bewijzen). Hij zei ook nog dat we problemen konden voorkomen door onze apparaten vaker te gebruiken.

Wij hebben hier in Congo al veel geld voor niets ingeleverd. De reparaties, de doorgebrande apparatuur, de valse rekeningen. Het verdienmodel van de Congolezen wordt duidelijk. Het personeel van de nuts- en andere staatsbedrijven krijgen een minimaal salaris (met flinke achterstanden) uitbetaald. De jaren (eeuwen!) van armoede brengt hen ertoe voor ieder dubbeltje te gaan. In de context van het land: iedere klant zoveel mogelijk te belasten. Merkt hij het niet: winst. Merkt hij het wel: dan de schuld zoveel mogelijk bij de klant zelf leggen. Trapt hij daar niet in: onderhandelen zodat nog een beetje winst overblijft. In alle gevallen transportgeld eisen en dan rustig te voet je ding doen. De klant heeft immers haast, jij niet.

Zo schuift iedereen altijd de bal naar de ander en is de klant/huurder/weggebruiker/toerist altijd de klos, zeker als die blank is. Het doet me denken aan het boek Africa Works. Alles lijkt inefficiënt georganiseerd in Afrika. Dat is ook zo … voor ons en voor de arme burger. Degenen die de dienst uitmaken profiteren echter zeer efficiënt van het systeem. Alsof een grote stofzuiger voortdurend geld van de machtelozen naar de machtigen pompt. Het Congolees verdienmodel is een geldzuiger van onderen naar boven.